Posts tonen met het label Afrika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Afrika. Alle posts tonen

dinsdag, januari 15, 2008

Koune Sthigue

Het gebeurt niet alle dagen dat je geinterviewd wordt voor een Senegalese nieuwsmedium. Vrijdag 11 januari werd ik aangesproken door Bakary Dabo op de Afrikaanse betoging tegen de EPA's. Hij citeert me met een zinnetje in zijn artikel "La montagne accouche d’une souris" op Sudonline.sn.
Dabo schrijft voornamelijk over economische thema's interessante artikels vanuit een Senegalees standpunt. In Dakar zijn economische thema's in de krant nog niet verbannen naar de beursrubrieken of aparte katernen, ze zijn vaak bittere realiteit voor de gewone Senegalees. Lees ook het verhaal over de moeilijkheden van de Senegalese delegatie om in Brussel te raken: "La galère des marcheurs Dakarois." De man schrijft zeer onderhoudend.

maandag, september 10, 2007

"We, the people who are darker than blue" - nieuw werk van Bert Want


[Nieuwe Tentoonstelling 'Congo' van Bert Want]

Welkom op de feestelijke opening van de tentoonstelling “Congo” met nieuw werk van Bert Want. "We, the people who are darker than blue" zou een mooie ondertitel kunnen zijn. Niet alleen als titel van één van de werken maar vooral omdat dit citaat uit “Heart of darkness” van Joseph Conrad perfect aangeeft hoe sterk de mensen van Congo aanwezig zijn in deze tentoonstelling. Met andere woorden, er is veel te vertellen over al dit nieuwe werk van Bert.

Een verre reis maken heeft voor een kunstenaar altijd nog een grotere impact dan voor u en ik. Toen hij, nu meer dan 15 jaar geleden, terugkeerde van India heeft die ervaring een diepe stempel gedrukt op zijn werk. Tot op vandaag komen elementen voor in zijn beeldentaal die rechtstreeks op die ervaring terug te voeren zijn. Ook landen als Thailand en Australië hebben hem beïndrukt, al is dat niet zo sterk als India. Toen ik enkele weken geleden een eerste keer zijn nieuwe werk kon bekijken - het was een beetje een frisse zomeravond en de deuren van het atelier stonden wagenwijd open, het was ook al wat donker behalve onder de lampen van zijn werktafel – toen dacht ik wauw, dit werk is van dezelfde intensiteit als na India. Niet zozeer stilistisch, (Bert zijn etsen hebben vaak de kwaliteit dat ze je naar de keel grijpen) maar qua inhoudelijke betrokkenheid. Ik kom daar straks op terug. In ieder geval, ik keek dus rond in het schemerduister en de tekeningen en schilderijen lagen of stonden overal - er was een vochtige lucht die binnenwaaide. We praatten samen over Congo terwijl Bert één voor één een nieuw werk onder de lampen naar voor haalde. En ik zweer dat ik me even in de lichtcirkel van een kampvuur waande,
op een donkere plek in het tropisch woud terwijl allerlei vreemde figuren op mij afkwamen, figuren die mij iets wilden vertellen maar die een andere taal spraken en tot een andere wereld behoorden.

De werken in deze thematentoonstelling kan je ruwweg opdelen in een vijftal delen. Veruit het omvangrijkste deel is het monumentale waterlijn werk. Dat hangt aan de lange muur. Rode draad is de Congo-stroom. Voor alle duidelijkheid, de werken zijn elk apart te koop. Ten tweede zijn er enkele schilderijen die op zich zelf staan maar die telkens een specifiek thema in verband met Congo uitwerken. Dan zijn er een aantal etsen en oudere werken die om één of andere reden aansluiten bij het thema. Ten vierde is er de 'nostalgische muur' met visuele parafernalia en kleine
maar fijne werkjes van vroeger. Ten vijfde dan zijn er de dagboeken. Dat zijn twee grote werken met de originele (aan)tekeningen van Bert die hij maakte tijdens zijn afvaart van de Congo-stroom. Ze hangen op de zwarte muur.

En wanneer u de werken grondig bekijkt zal u merken wat een impact die reis had op 's mans creatieve brein. Congo is dan ook een land waar je nauwelijks vrijblijvend naar toe kan. Voor een kunstenaar is dat al helemaal onmogelijk.
Tijdens mijn gesprek met Bert kwam het steeds terug: "Het is er onwaarschijnlijk vuil en vies en armoedig - de miserie springt je in het gezicht - maar het is er tegelijkertijd ook o zo schoon." Nu rekent Bert zichzelf niet tot de school van de geëngageerde kunst - hij wil niemand overtuigen. Wat je hier ziet hangen is de hoogstpersoonlijke verwerking van wat hij daar zag, ook al zitten daar een paar serieuze afrekeningen bij.Ja, Bert rekent hier af met een stuk collectief geheugen van ons allemaal. Hij maakt korte metten met een stuk vaderlandse geschiedenis dat niet ons fraaiste is. Om de meest opvallende te noemen: de drie Stanleys met potsierlijke hoed in de Belgische driekleur. Of de zotte koning Leopold met witte baard die hoogrood aangelopen ezelsoren kweekt onder het motto "the destroyer will look silly."

Het blijft toch een moeilijke zaak: wat doe je met al de cliché's, de erfenis van de kolonisatie, de miserie van de mensen enz. Bert is natuurlijk ook maar een mens. Het werk waar die twijfel waarschijnlijk het duidelijkst verbeeldt is hangt op de nostalgische muur. Wat je ziet is een figuur die zijn hoofd ternauwernood boven water houdt. Het is Bert zelf die in een 19e eeuws duikerspak net boven de waterlijn hangt van de Congo stroom. Hij wordt meegesleurd door wat je zijn levenslijn zou kunnen noemen: een zeppelin. Waarvoor staat dan die zeppelin? De menselijke hoop van een kunstenaar tegenover de ondraaglijke lichtheid van het bestaan in een land waar het leven zoveel minder waard is als bij ons? Zijn verbeeldingskracht als reddingsboei? Volgens Bert staat de zeppelin voor een ingesteldheid waarmee hij naar het land kijkt. En zelfs bij dit beeld vol twijfels is er nog het konijn als relativerend element. Zo relativeert de would-be ontdekkingsreiziger zich zelf en alle ontdekkingsreizigers vóór hem. Want al gaat deze tentoonstelling over dat
onbestemde gevoel dat je kan hebben op reis, een gevoel van je in een vreemde wereld te bevinden, in zijn werk stelt Bert Want meteen ook enkele pertinente vragen: voor de mensen die hij ter plaatse ontmoet is hun wereld namelijk helemaal niet vreemd. Of nog: zogenaamde 'ontdekkingen' in deze zin zijn vaak niet veel meer dan zelfgenoegzaamheden.

Toch wil hij geen statements maken. Door zijn fantasiewereld te gebruiken laat hij het land intacter dan door statements te poneren. "Het Congo dat je hier kan zien," zo zegt Bert, "is zijn Congo," niet het werkelijke Congo. Zoals te lezen staat op één van de twee fetishen - dat zijn de 2 beeldjes die onderdeel zijn van het grote waterlijn werk - "I saw a land of milk and honey in your mind." De twee beeldjes staan voor respectievelijk de wijsheid en de reiziger. Eén van de opvallendste werken waarin dit tot uiting komt is "de koning van de Congo" oftewel 'Nzoku.' Die koning is een indrukwekkende olifant tegen de achtergrond van de Congolese wildernis. Het dier is reeds lang uitgestorven in het land. Ze werden allemaal afgeschoten in de vorige eeuw. Toch leeft de olifant voort in de herinnering van de
Congolezen zoals blijkt uit het volgende spreekwoord in het lingala: "de olifant wordt niet moe van zijn slagtanden te dragen." Mooi toch...

Zoals vorig jaar op de laatste tentoonstelling zien we vooral tekeningen en schilderijen. Het is duidelijk: de etser Bert Want wil verbreden. En tekenen is een kunstvorm die hem zoveel meer vrijheid biedt dan etsen. Hij kan zijn gevoel
onmiddellijk uitwerken, het is zoveel sneller en gevoeliger. Bert is een meester in het scheppen van een specifieke atmosfeer. Een sfeer die samenhangt met een heel eigen universum. Hij doet dat door te spelen met perspectief en door figuren en situaties creatief te combineren. Een beetje zoals dat kan op televisie. Op het schilderij le faux pasteur associeert het stille landschap onwillekeurig met "the heart of darkness," voor wie het beroemde boek van Joseph Conrad gelezen heeft. De vraatzuchtige roze vis jaagt de zwarte vissen op. Rechts bovenaan kijkt een Afrikaans beeld je onbewogen in het gezicht. Het is de 'faux pasteur,' een charlatan die hele families om de tuin leidt. Het is ook een beeld dat weergeeft hoe een Afrikaanse stam westerlingen zag.

Iets anders. Hebt u al eens gehoord van de "Smorkin' Labbit?" Het is een Japans figuurtje dat wat weg heeft van een klein konijn in Humphrey Bogaert pose met een sigaret achteloos in de mondhoek. In het land van de rijzende zon heeft het wezentje zich een prominente plaats veroverd in de media. Nu duikt het hier op in verschillende van Bert zijn doeken. Is het de kunstenaar zijn riposterend onderbewustzijn? Vecht het Europese konijn een bittere strijd uit met deze Japanse nieuwkomer? Bert weet het zelf ook niet zo goed als ik hem ernaar vraag. Maar het zou wel eens kunnen dat de 'Smorkin Labbit' carrière aan het maken is als zijn nieuwe logo.

Tenslotte: als u langs het tafeltje passeert schrik dan niet als u vanuit uw ooghoek een vervaarlijk uitziende vis uw richting op ziet bewegen. Mbenga is een zogenaamde pantserpoon, maar is verder volstrekt onschuldig. Alhoewel hij afkomstig is uit Filippijnse wateren is hij Afrikaans geadopteerd (vandaar dus zijn Congolese naam). Zijn militaire onderstel kreeg hij hier in België. Hoe hij uiteindelijk in het bezit is gekomen van Bert, dat is een raadsel dat in oktober 2008 zal onthuld worden tijdens een thematentoonstelling over geanimeerde dieren. Dat wordt een moment om naar uit te kijken!

Een jaar geleden nog maar presenteerde meester-etser Bert ons zijn eerste tekeningen en schilderijen. Ondertussen heeft hij al de nieuwe werken voor deze thematentoonstelling met pen en penseel gemaakt. In oktober 2008 belooft hij
een tentoonstelling geheel gewijd aan geanimeerde dieren zoals Mbenga. Ik denk dat deze hardwerkende kunstenaar voelt dat de jaren '40 naderen voor hem. En gezien de volkswijsheid zegt dat een mens zijn intellectuele toppunt haalt rond zijn 50ste geeft hem dat nog slechts een tiental jaar om de top van zijn kunnen te bereiken... Alhoewel, 'slechts?'Aan dit tempo hebben staat ons nog veel moois te wachten…

donderdag, juli 12, 2007

Amnesty Marokko werkt aan attitude - Portret van een kleine maar nijvere sectie


De Marokkaanse sectie van Amnesty in Rabat is klein. Met vier mensen doen ze al het werk dat het secretariaat nodig heeft. Van lobby- en campagnewerk over secretariaatswerk tot het werven en motiveren van vrijwilligers. Salah Abdellaoui is tegelijk verantwoordelijk voor de beweging en het uitwerken van de nieuwe campagnes maar hij staat ook de directeur bij in zijn representatiefunctie. Abdellaoui: "in Marokko ligt onze grootste uitdaging in de mensenrechteneducatie."

Amnesty Maroc heeft zo'n 1200 leden, verspreid over het hele land. Maar gezien het thema waarmee Amnesty zich bezighoudt vindt je die leden vooral onder de gestudeerde middenklasse. Er zijn groepen van advocaten, van dokters enz. "Helaas maken mensenrechten nog steeds geen deel uit van de bekommernissen van de mensen die aan de macht zijn in Marokko. Er is een verandering van attitude nodig," zegt Abdellaoui.

De 'niet werken in eigen land'-regel is voor Marokko geen louter principiële kwestie. De overheid wordt nog steeds sterk geassocieerd met de figuur van de koning. En men is overgevoelig voor alles wat zweemt naar kritiek op de monarch. Met de zg. 'wet op het antiterrorisme' die in mei 2003 werd aangenomen kreeg de overheid nog meer armslag om de repressie tegen ongewenste politieke dissidenten op te voeren. In de beste post-11 september traditie geeft de wet een zeer brede en onduidelijke definitie van "terrorisme." De wet verlengt de wettelijke aanhoudingstermijn (de periode dat de gevangene is aangehouden door de veiligheidsdiensten zonder aanklacht of juridische controle) tot 12 dagen in het geval van "terrorisme." Ook is het recht van de gevangene op juridische bijstand ingeperkt, terwijl tijdens deze periode de kans op marteling of slechte behandeling het grootst is. De antiterrorisme wet breidde tenslotte ook het toepassingsgebied uit van de doodstraf.

Voornaamste doelwitten van de nieuwe wet: islamitische integristen of wie daarvan wordt verdacht en natuurlijk de militanten van het zieltogende Polisario-front, Marokko's eigen regionale verzetsbeweging.

Verschillende lokale ngo's volgen de situatie op de voet: AMDH (Association Marocaine des Droits Humains), OMDH (Organisation Marocaine des droits humains) enzovoort. Dat dit niet zonder gevolg blijft bewijst het gebeurde van 1 mei 2007: 7 leden van AMDH werden opgepakt tijdens een manifestatie toen ze slogans scandeerden die kritisch waren voor het koningshuis. Op 5 en 6 juni werden nog eens 10 leden van dezelfde organisatie opgepakt tijdens een sit-in uit solidariteit met de 7 reeds opgepakte mensen. Allemaal riskeren ze verschillende jaren in de gevangenis.

"Dit soort specifieke gevallen worden rechtstreeks door Londen gedaan," zegt Abdellaoui. Wanneer delegaties een onderzoek komen voeren, is dat ook volledig los van de sectie in Rabat. Vaak weten ze op het secretariaat zelfs niet dat ze er zijn. "Wij geven hoogstens de centrale persberichten door aan de nationale pers. En de Marokkaanse overheid weet dat zeer goed, want Amnesty is zeer bekend en gerespecteerd hier." Daarom dat de Marokkaanse sectie wel kan werken rond de grote thema's en internationale campagne's: doodstraf, geweld tegen vrouwen enz. Voor deze laatste campagne haalde de sectie vorig jaar niet minder dan 100.000 handtekeningen op die ze wist af te geven aan de Eerste Minister.

Eén van hun grote projecten in eigen land is de humanisering van het gevangenisregime. Ze hebben een overeenkomst gemaakt met de directeur van het gevangeniswezen. Bedoeling is het geven van vorming aan gevangenisbewakers rond mensenrechten en magistraten. "Een werk op lange termijn," geeft Abdellaoui toe.

Intussen heeft Amnesty International vorig jaar een belangrijke uitbreiding van zijn zelfverklaarde 'opdracht' goedgekeurd. In plaats van de traditionele focus op burgerlijke en politieke rechten is er een uitbreiding gekomen met economische, sociale en culturele rechten. (Lees ook interview met Eva Brems, februari nummer van dit jaar). Het is een niet te onderschatten koerswijziging. Ik vroeg me af hoe dat hier in Marokko werd opgepakt. En blijkbaar was de uitbreiding voor de Marokkaanse achterban makkelijker te verteren dan in Vlaanderen. Abdellaoui:"ook wij zijn begonnen met de nieuwe opdracht rond ESC-rechten. Economische, sociale en culturele rechten, dat raakt de alledaagse leefwereld van de mensen." En vermits vele van deze rechten allerminst verworven zijn in het Marokkaanse hinterland, zagen de leden makkelijk het belang in van deze uitbreiding.

Zo veel activiteiten, dat kost geld. Wat met fondsenwerving? En hoe maakt de Marokkaanse Amnesty sectie zich bekend binnen de grenzen?
"Het belangrijkste moment waarop we elk jaar naar buiten komen is het Internationaal boekensalon in Casablanca. Daar komen 400.000 bezoekers op af. Er is ook een sterke aanwezigheid van de Marokkaanse pers," zegt Abdellaoui. Wat zijn werkmiddelen aangaat, is de sectie zoals de meeste secties in het zuiden grotendeels afhankelijk van Londen. Vanzelfsprekend aanvaard Amnesty, net als bij ons, geen enkele vorm van subsidie. En met de lidgelden springen ze ook niet ver: 100 dirham (ongeveer 10 €) voor volwassenen per jaar en 50 dirham voor jongeren. Schenkingen, dat is héél beperkt. Het is immers makkelijker om mensen te overtuigen geld te geven voor een lokale moskee dan voor een abstract onderwerp zoals mensenrechtenschendingen in verre landen. Een mogelijkheid waar we al langer op hopen is het verkrijgen van het 'statut utilité public,' een statuut dat toelaat om grote fondsenwervende activiteiten te organiseren zoals galabals e.d. Je kan dan ook fiscale attesten afleveren aan donatoren," zegt Abdellaoui. “De vorige eerste minister had enkele jaren geleden nochtans het statuut toegezegd aan Amnesty. Zo'n statuut moet gebetonneerd worden in een decreet. Maar ondertussen blijft het dossier om een onduidelijke reden geblokkeerd op het niveau van het secretariaat van de regering. Iemand die de Amnesty-werking niet echt genegen is? Wie zal het zeggen?”

vrijdag, april 27, 2007

Si le vent soulève le sable

Eén van de vele juweeltjes die deze week in Turnout op OPEN DOEK te zien waren was "Si le vent soulève le sable" over een gezin uit de Sahel dat door de droogte wordt weggedreven uit hun dorp. Terwijl de woestijn de aarde aanvreet blijft het droge seizoen duren. Water is er niet meer. Het vee sterft. En er dreigt oorlog. De meerderheid van de inwoners volgen hun instinct en vertrekken naar het Zuiden. Rahne, de enige geletterde dorpsbewoner, beslist om samen met zijn vrouw Mouna en hun drie kinderen naar het Oosten te trekken. Een paar schapen, geiten en de kameel Chamelle vormen hun enige bron van rijkdom. Onder een verwoestende zon reizen Rahne en de zijnen door vijandige gebied, een tocht zonder einde waarbij ze vaak het pad van de dood kruisen. Naast de cinematografische rijkdom prachtige acteerprestaties van Issaka Sawadogo en Carole Karemera. Het scenario is fictie maar is door Marion Hänsel zo geloofwaardig in beeld gebracht dat het na deze film gezien te hebben nog erg moeilijk is het verhaal van Afrikaanse vluchtelingen in uit die regio in twijfel te trekken.

Ik moest bij het bekijken terugdenken aan het boek van John Reader (Africa, a biography of a continent). Reader schetst in zijn boek een ontluisterend en episch beeld van het onherbergzame Afrika en de vele problemen die zijn inwoners steeds gehad hebben om te overleven. En dan te bedenken dat de klimaatproblemen die Afrikanen in de toekomst op hun nek gaan krijgen - waarvoor ze zelf niet verantwoordelijk zijn - het nog veel moeilijker zullen krijgen...

vrijdag, februari 09, 2007

De actualiteit van de koloniale geschiedenis

[Lezersbrief aan MO* over "'U bent mij vergeten, I presume?" in MO* nr.40]

Antropologe Bambi Ceuppens raakt een gevoelige snaar met haar oproep voor een wetenschappelijke revisie van het Belgische koloniale verleden in Congo. Ik hoop van harte dat haar oproep gehoord wordt. Het is ongehoord hoe dit stuk geschiedenis nog steeds onder de mat wordt geschoven. Het boek van Hochschild mag dan wel eenzijdig zijn, het had tenminste de verdienste dat de heersende omerta rond de koloniale geschiedenis doorbroken werd. Dat wil zeggen dat voor het brede publiek de mythe van de 'beschaving brengende Europeaan' aan het wankelen kon worden gebracht. In de praktijk blijft ons beeld van de Afrikaan echter absoluut achaïsch... Dat heb ik als (ex-)reisbegeleider meermaals moeten vaststellen. De vele conflicten op het continent dragen daar natuurlijk toe bij. Begrijpen wie van deze conflicten profiteert en wat de oorzaken zijn is één ding. Lees de diverse rapporten van mensenrechtenorganisaties en andere bronnen er op na en je hebt al een goed idee van de economische belangen die spelen. Een degelijk en grootschalig historisch onderzoek waar Afrikanen bij betrokken worden is nog wat anders. De resultaten van zo'n onderzoek kunnen ons geschiedenisonderwijs grondig beïnvloeden. Terecht. Want om het racisme uit ons collectief bewustzijn te bannen moeten we dringend 19e eeuwse overtuigingen naar de geschiedenisboekjes verbannen.

woensdag, april 13, 2005

Totale vertwijfeling toen het Westen zich terugtrok

United Artists: Hotel Rwanda

Hotel Rwanda. Wie de film nog niet zag, haast zich best naar de filmzaal. De commentaren liegen er niet om: “de meest indrukwekkende film in zijn soort sinds Schindler’s list.” Een krachtig document dat het verhaal vertelt van Paul Rusesabagina, in 1994 manager van een luxe hotel in de Rwandese hoofdstad Kigali. In het heetst van de strijd slaagt hij erin om 1200 mensen te redden van de machetes. Wij waren op de avant-première in Brussel. Vooraf hadden we een gesprek met de echte Paul Rusesabagina én met Terry George, de bevlogen regisseur van de film.

Hotel Rwanda is een film met een missie. Wat hoopt u ermee te bereiken?
T.G.: “Ten eerste hoop ik dat mensen de zaal verlaten met het gevoel dat ze, net zoals Paul, kunnen protesteren tegen het slechte in deze wereld. Ten tweede moeten we het Westen beschamen, in de hoop dat de internationale gemeenschap volgende keer haar verantwoordelijkheid opneemt.”

Hoe kwam u op het idee om met Amnesty samen te werken voor Hotel Rwanda?
T.G.: “Ik ken de persattaché van het Amnesty kantoor in Los Angeles. Twee jaar geleden hebben we samen gewerkt aan de video voor de John Lennon song Imagine (die tijdens de mensenrechtendag in 2003 overal werd gespeeld voor Amnesty, nvdr.). Amnesty wil Hotel Rwanda gebruiken om de situatie in de DR Congo en Darfour te belichten.”

Cynisme

In de film geeft een Italiaanse cameraman een staaltje weg van journalistiek cynisme wanneer hij Paul met zijn voeten op de grond zet: “Ik vrees dat mensen mijn beelden zullen zien op het nieuws, dat ze even zullen stoppen met avondeten en zeggen hoe erg de beelden zijn, en dat ze vervolgens verder eten, de beelden reeds vergeten.” Deelt u die mening?
T.G.: “De uitdaging is mensen zover te brengen dat ze het er precies niet bij laten. Niet zoals onze politici die keer op keer hun ogen sloten: Cambodja, Irak, Rwanda en nu Sudan. Bij een recente missie naar Darfour is Paul meegegaan samen met een nieuwsploeg van het populaire Amerikaanse programma Nightline. Daarmee krijgt de problematiek de aandacht die het anders nooit zou gehad hebben. Nu willen we hetzelfde trachten te bereiken in Europa.”

T.G.: “Van de politieke kant bekeken gaat het over niet meer of minder dan institutioneel racisme. Het leven in Afrika is gewoon veel minder waard dan in de rest van de wereld. En die discriminatie moet stoppen. Wat houdt ons tegen om er in Sudan dezelfde middelen tegenaan te gooien als op andere plaatsen?

Mr. Rusesabagina, geeft de film volgens u een goed begrip van wat er gebeurd is?
P.R.:“Hangt er vanaf wat je bedoeld. Het objectief van de film was niet zozeer om echt de genocide te laten zien. Wel wat er gebeurd is in het hotel des Milles Collines. Alhoewel er genoeg gesuggereerd wordt van de gebeurtenissen in de straten van Kigali. In feite gaat het erom mensen te doen beseffen dat er ook nog mensen waren die andere mensen hielpen.”
T.G.: “Het mooie aan de persoon van Paul is dat hij erg veel van de meesten van ons weg heeft: hij is een geraffineerd man uit de middenklasse met een mooi gezin die in een vreselijke situatie terecht komt. Hij ziet zichzelf geplaatst voor aartsmoeilijke keuzes.”

Was het moeilijk voor u om de film te helpen maken?
P.R.: “Niet echt. Voor de film had ik al veel contacten met journalisten. Dat maakt dat ik wist welke aspecten in mijn verhaal belangrijk waren. De mediamensen hadden het verhaal van de Milles Collines al gehoord kort na de dramatische gebeurtenissen in 1994. Ze vroegen aan het overblijvende personeel in het hotel wat er was gebeurd, hoe het kon dat het hotel en zijn bewoners zo weinig had geleden. Allen verwezen ze naar mij. En ze zijn beginnen zoeken. Tot ze mij terugvonden hier in België...”

Deze film vertelt het verhaal over de moed van één man, een typisch Westers uitgangspunt. Is dit uw manier om de missie over te brengen?
T.G.: “Mijn eerste plicht is om een stuk entertainment te brengen. Je moet eerst mensen willen laten komen kijken. De film is eerder een springplank naar meer kennis over het gebeurde dan een echte studie of een verhaal over wat er gebeurde. Maar film is een zeer krachtig medium: mijn grote voorbeelden in deze zijn “Schindlers list,” de “Killing Fields” over Cambodja en “Missing” over Chili.”

Over de genocide zelf. Voelde u die aankomen?
P.R.: “Er waren al slachtingen geweest op verschillende plaatsen in het land. Rond Kigali stikte het van de vluchtelingen. De toenmalige president (Juvenal Habyarimana, nvdr.) had zelf ook een militie opgericht die opposanten uitmoordde. Iedereen had schrik. Veel mensen waren reeds buiten de stad gaan wonen. Op 4 augustus werd een vredesbestand getekend met de rebellen. En dan kwam de V.N. met soldaten om de vrede te bewaren. Dat was een teken van hoop voor ons. Het moment dat de internationale gemeenschap haar handen van het Rwandese wespennest af haalde was er één van totale vertwijfeling voor iedereen.” (In de film een onvergetelijk beeld wanneer Paul met zijn Afrikaanse gasten achterblijft in de regen terwijl Franse soldaten alle Westerlingen naar de luchthaven escorteren).

Déja-vu

U bent pas terug gegaan, vele jaren later, samen met Terry George. Was het land veranderd volgens u?
P.R.: “Er was niets ten goede veranderd. De wegen waren nog steeds kapot, nergens werkte de electriciteit enz. De situatie is weer net zo penibel als net voor de genocide... Ook reeds toen ik definitief vertrok in 1996 begon ik in te zien dat alle machthebbers op elkaar lijken.”

Vandaag wil president Kagamé de begrippen Hutu en Tutsi van de aardbodem doen verdwijnen. Vind u dat een goed idee?
P.R.: “Dat men Hutu en Tutsi niet meer op het paspoort zet is een prima idee. Maar het zijn nog steeds mensen die mensen gedood hebben. Een oplossing zal er pas echt komen als we allemaal aanvaarden wie we zijn. Je moet mensen laten praten met elkaar, ze rond één tafel zetten.”

Krijgt u een déjà-vu gevoel bij wat er in Darfour gebeurd?
P.R.: “Helemaal. Alles wat daar gebeurt volgt hetzelfde verloop als in Rwanda. Er zijn nu 2 miljoen inheemse vluchtelingen in Soedan. Het conflict is twee jaar aan de gang. In Darfour schieten helicopters van de overheid vanuit de lucht op weerloze vluchtelingen. Dat is perfect vergelijkbaar met de militie van Habyarimana. Ze gaan zelfs de waterputten vergiftigen van de geviseerde bevolking. Dat is je reinste etnische zuivering!”

En waarom toch? Wat hebben ze erbij te winnen?
P.R.: “Het schijnt dat er veel olie zit in de provincie Darfour... (diepe zucht). Het is steeds hetzelfde. Men is nu een tweede genocide aan het maken. En het Westen doet weer niets.”

Vind u dat de wereld überhaupt iets geleerd heeft sinds 1994?
T.G.: “We hebben nog steeds de VN Vredesmacht niet hervormd. De MONUC in Oost-Congo is een totale mislukking, ze zijn er niet in geslaagd de interhamwe te ontwapenen, noch stabiliteit te brengen in het gebied. Ik heb gesproken met vele activisten. Wat we nodig hebben is een internationale politiemacht, geen kleine legertjes zonder mandaat of middelen...”

woensdag, maart 01, 2000

De geest van Koning Leopold II, en de plundering van de Congo; Adam Hochschild

De moslim filosoof Ibn Chaldoen schreef het reeds in de 14e eeuw: “Zij die veroverd zijn, willen de veroveraars altijd nabootsen in zijn voornaamste kenmerken – in zijn kleding, zijn ambachten en in al zijn onderscheidende eigenheden en gebruiken.” Hochschild eindigt zijn boek met de parallel tussen Mobutu en de ‘zwarte koning’ Leopold II, meer dan een eeuw vroeger. De eerste, Afrikaans dictator eerste klasse, werd op de troon geholpen door het postkoloniale België, de V.S. en de Verenigde Naties. Die historische putsch ging ten koste van legitiem verkozen leider Patrice Lumumba en van het Kongolese volk. Op het hoogtepunt van zijn macht schafte Mobutu zich een protserige villa aan, nota bene vlak bij de villa die Leopold bouwde aan de Franse Côte d’Azur. Op dat ogenblik was hij één van de rijkste mensen ter wereld (ook net als de Belgische koning eertijds) met een geschat vermogen van 4 miljard dollar.

Lees verder.