Posts tonen met het label Column. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Column. Alle posts tonen

zondag, december 09, 2007

Mensenrechten zijn geen strategie

Philip Alston, de speciale rapporteur voor willekeurige executies bij de Verenigde Naties, heeft een probleem. Alston maakt deel uit van het legertje rapporteurs dat voor de VN verslag uitbrengt over mensenrechtenthema's. Alleen krijgen ze zelden of nooit toegang tot de landen die ze willen onderzoeken. Niet dat ze botweg de toegang geweigerd worden, zo ver gaat alleen de despotische stadstaat Singapore. De meeste landen blijven geplande bezoeken gewoon oneindig uitstellen. Of ze doen of hun neus bloedt en antwoorden eenvoudig niet op de vraag uit New York… En de heel geslepen leiders geven eerst met veel misbaar hun akkoord om dat daarna in alle stilte terug in te trekken.

Bovendien: de bevoegde 'Raad voor de Mensenrechten' laat betijen. Hun oprichtingsresolutie suggereert nochtans dat dit soort problemen door hen moeten opgelost worden. Blijkbaar leidt de Raad aan hetzelfde gebrek aan daadkracht als haar weinig illustere voorganger, de VN-mensenrechtencommissie. Als het erop aan komt landen op de vingers te tikken heeft de Raad voor de Mensenrechten geen enkel mechanisme om de verzoeken van de rapporteurs op te volgen. De raad wordt bevolkt door 47 mensen van evenzoveel landen die zich kandidaat gesteld hebben en verkozen zijn in de Algemene Vergadering. Daar zijn zes landen bij die zelf niet reageerden op een uitnodiging om een rapporteur te ontvangen… Overigens zijn er weinig landen voor wie het bezoek van een rapporteur géén genante statistieken zou opleveren.

Wat willen we dan eigenlijk: een Raad met een mooie naam maar die verder machteloos moet toekijken wegens totaal gepolitiseerd en het voorwerp van strategische spelletjes onder landen? Of een Raad die bestaat uit ongebonden mensen met een engagement en mandaat om te doen wat moet gebeuren? Goed, een voorstel: kandidaat-landen moeten hun vertegenwoordiger kiezen uit hun nationale parlement. Kwestie van de Raad een legitiem karakter te geven. Verder hebben de grote mensenrechtenngo’s met raadgevende bevoegdheid een vertegenwoordiger in de raad. Beslissingen worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Het hoeft niet zo moeilijk te zijn.

vrijdag, april 13, 2007

Klare taal

Godsdienst en mensenrechten, ze lijken op gespannen voet met elkaar te leven. Religies werden gekaapt door extremisten, die zich beroepen op een heilige missie om hun acties goddelijk te legitimeren. Mensenrechten zijn verworden tot een politiek instrument, de banier waarachter Westerse regeringen zich scharen wanneer ze ten strijde trekken in sterk gemediatiseerde krachtmetingen waarbij de discours langs beide kanten homerische proporties aannemen. De propaganda is als een gigantische pot vette saus die over kookt. In het mediageweld dat volgt krijgt de publieke opinie een dodelijke cocktail van begrippen over zich heen die zich in hun hoofd vermengt tot een giftig amalgaam van foute betekenissen.

De laatste jaren heeft het Amerikaanse imperium de mensenrechten aan de haak gehangen wegens niet meer bruikbaar. Hun zelf gecreëerde imago van 'hoeders van de democratie' is niet langer houdbaar - Guantánamo, Abu Ghraib, de geheime CIA vluchten - bruut geweld is nu hun credo. In de naam van de vrijheid en van hun eigen religie. Ze zijn aan elkaar gewaagd: de Islamisten van Al-Qaeda, de Soedanese president al-Bashir, de Israëlische regering Olmert, de Russische ‘nieuwe tsaar’ Poetin, de Bush-administratie. Hun taal is doorspekt met een ondoorzichtig arsenaal aan tendentieuze termen.

Orthodoxie, fundamentalisme, terrorisme en politiek extremisme zijn niet hetzelfde. Toch worden ze steeds meer door elkaar gehaald. Dat is een gevaarlijke evolutie. "Laten we ophouden de boel door elkaar te halen," zegt de Nederlandse auteur Fouad Laroui in zijn laatste boek, en hij heeft groot gelijk.
Laat ons een voorbeeld nemen aan dit onnavolgbare stukje klare taal: “Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.”

(Art. 18 UVRM)

dinsdag, oktober 17, 2006

Auschwitz

“We'd like to go to Auschwitz.” Terwijl ik de woorden uitspreek, besef ik het surrealisme ervan. Maar de dame achter het loket knikt begrijpend. 15 zloti voor een ticketje naar de hel. Oswiecim is een stadje zoals er veel zijn op het snel veranderende Poolse platteland. Er zijn gewone huizen en gewone mensen, er zijn bushokjes en supermarkten. En er is het monsterlijke Auschwitz. Geen desolaat, getormenteerd landschap gaat het kamp vooraf, maar een drukke weg met een garage van tweedehands auto’s en een grote parking met een hotdog kraam. Op de parking veel bussen en groepen joelende scholieren.

Met een akelig gevoel in de buik lopen we het kamp binnen. Toeristen poseren voor een foto onder de 'arbeit macht frei' poort. Er wordt gepicknickt op de trappen van Mengele zijn experimenteerbarak. Beseffen deze mensen überhaupt waar ze zich bevinden? Onwillekeurig herinner ik me de Cuchi-tunnels in Zuid Vietnam waar toeristen met originele oorlogswapens kunnen schieten in een schietstand. Wapens waarmee duizenden mensen werden weggemaaid.

Van alle verbrande plekken in ons collectief geheugen is Auschwitz het ergste. En het onontkoombare feit is dat het niets bij brengt om de originele gaskamers binnen te gaan, te wandelen waar ooit werd gestrompeld, gesprekken te voeren waar ooit bevelen werden gesnauwd. Door het zo concreet te maken en mensen de kans te geven onbegeleid over het kampterrein te flaneren banaliseer je het monster. Op een plek waar mensenrechten op zo'n desastreuze manier vermorzeld zijn en de mens zijn eigen hel op aarde heeft gecreëerd mag je niets aan het toeval overlaten. Moreel is er eigenlijk geen verschil met een opslagplaats voor gevaarlijk nucleair afval. Waarom dus niet die hele plek afsluiten? Maak een schutkring van minstens 10 km en laat enkel nog dichters, politici en wetenschappers toe. Creëer vervolgens op neutrale plaatsen monumenten die de vreselijke waarheid in alle gruwel brengen, zonder iets te verbergen. Monumenten die ontzag inboezemen voor het ondenkbare lijden van zijn slachtoffers en tegelijk het besef verankeren tot wat de mens in staat is… als we niet oppassen.

(Column verschijnt in december nummer van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

dinsdag, april 11, 2006

Anorexia Statensis

Wereldwijd worden mensen onwettig opgepakt, ontvoerd, getransporteerd, gevangen gezet of uitgeleverd aan landen waar ze gefolterd of mishandeld worden. Een recent Amnesty rapport onthulde dat de CIA deze praktijken maskeert door veelvuldig gebruik te maken van private luchtvaartmaatschappijen en dekmantelbedrijven. Ondernemingen kunnen tegenwoordig alles leveren: van wapens over militaire training en bijstand tot het nodige kanonnenvlees.

De Verenigde Staten steekt alles wat het daglicht niet mag zien in privé-bedrijven. Ze ontvet zichzelf en de ranzige stukjes stopt ze discreet de geprivatiseerde wolven toe. Haar bewindvoerders willen de staat zogenaamd leniger maken. Problematisch is dat bij privé-operaties de nood aan verantwoording naar de achtergrond verdwijnt. Privatiseren wil ook zeggen: uit de publieke sfeer halen, parlementaire controle vermijden. Anorexia Statensis ligt op de loer, en dat levert situaties op waarbij individuen tussen de mazen van het recht doorvallen en in een vacuüm terecht komen waar ze geen enkele bescherming meer genieten.

Anorexia Statensis

Wereldwijd worden mensen onwettig opgepakt, ontvoerd, getransporteerd, gevangen gezet of uitgeleverd aan landen waar ze gefolterd of mishandeld worden. Een recent Amnesty rapport onthulde dat de CIA deze praktijken maskeert door veelvuldig gebruik te maken van private luchtvaartmaatschappijen en dekmantelbedrijven. Ondernemingen kunnen tegenwoordig alles leveren: van wapens over militaire training en bijstand tot het nodige kanonnenvlees.

De Verenigde Staten steekt alles wat het daglicht niet mag zien in privé-bedrijven. Ze ontvet zichzelf en de ranzige stukjes stopt ze discreet de geprivatiseerde wolven toe. Haar bewindvoerders willen de staat zogenaamd leniger maken. Problematisch is dat bij privé-operaties de nood aan verantwoording naar de achtergrond verdwijnt. Privatiseren wil ook zeggen: uit de publieke sfeer halen, parlementaire controle vermijden. Anorexia Statensis ligt op de loer, en dat levert situaties op waarbij individuen tussen de mazen van het recht doorvallen en in een vacuüm terecht komen waar ze geen enkele bescherming meer genieten.

Een bijeffect is dat de bedrijven waar de bewindslieden preferentiële relaties mee hebben bevoordeeld worden wanneer ze de doorgaans vette opdrachten in de wacht slepen. Ze hebben er tenslotte hard genoeg voor gelobbyd... Het corrumperende karakter van al dit soort contracten is dan weer nefast voor het geloof in de politiek. En daarmee in het scheppen van een internationaal rechtskader dat mensenrechtenschendingen aanklaagt én de macht heeft om de schenders te veroordelen.

Ze willen ons een beeld opdringen van een staat die door het uitbesteden van militaire operaties sneller en efficiënter kan reageren op crisissen. Wel, ik geloof er niet in. Elk mens met een beetje gezond verstand voelt aan wat een linke soep dat is. Wat we nodig hebben is méér internationale samenwerking van sterke staten. Er is geen andere weg. Als we tenminste de publieke ruimte willen beschermen en de democratische controle willen behouden over zulke thema’s als conflictbeheersing en terrorismebestrijding.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

maandag, oktober 17, 2005

Oorlog wordt hot

De nieuwssite hotzone.yahoo stuurt oorlogsverslaggever Kevin Sites de wereld in. Op een jaar tijd moet hij zowat alle conflictgebieden afreizen en verslag uitbrengen van op het terrein. Hij zal werk hebben. Het aantal conflicten is fors toegenomen de laatste jaren: 14 internationale conflicten, 17 burgeroorlogen, 28 zware interne conflicten, 13 grensconflicten. Dat zijn samen 72 broeihaarden van constant geweld. Het gemiddelde tijdens de koude oorlog was 35.

Wat doet de wereld eraan? Tenzij er belangrijke geostrategische of economische belangen in het geding zijn hanteren de grootmachten een pure verrotingsstrategie. En vaak is die perverse houding, eigenlijk een politieke obsceniteit van formaat, nog lucratief ook. Je krijgt het effect dat conflicten zelfbedruipend worden. Heel eigen dynamieken ontstaan, waarin terreur, uitbuiting en slavenarbeid een essentiële rol spelen. Winsten van gestolen grondstoffen maken deze gebieden tot zwarte gaten voor de internationale wapenindustrie. Het overaanbod aan wapens in de armoedige straten van sommige kapotgeschoten Afrikaanse steden is legendarisch.

Dat mensenrechten hier onder druk staan is een understatement. Slachtoffers kunnen er niet op terugvallen, daders blijven ongestraft, het recht van de sterkste regeert. De conventie van Geneve en het internationale oorlogsrecht worden steeds driester met voeten getreden. Elke vorm van staatscontrole is dan ook verdampt. In normale omstandigheden heeft geweld een zekere rechtvaardiging nodig. Chronische oorlogsgebieden functioneren letterlijk op geweld. Uit die spiraal geraken kan alleen door inmenging van buitenaf.

Kevin Sites laat systematisch en direct oorlogslachtoffers aan het woord, een jaar lang. En dat ie gelezen wordt bewijzen de vele reacties. Maar elke week laat hij slachtoffers achter zich, op naar het volgende rampgebied. En a rato van 1 conflict per week komt hij er überhaupt niet. Wat we nodig hebben zijn niet één maar 72 oorlogsjournalisten die de conflicten uit de vergetelheid halen, beklijvende beelden op de netvliezen van politici branden, perverse machtsrelaties blootleggen. Onafhankelijke verslaggevers die de stem van de slachtoffers tot in de Westerse hoofdsteden kunnen doen weerklinken.

Oorlog wordt hot

De nieuwssite hotzone.yahoo stuurt oorlogsverslaggever Kevin Sites de wereld in. Op een jaar tijd moet hij zowat alle conflictgebieden afreizen en verslag uitbrengen van op het terrein. Hij zal werk hebben. Het aantal conflicten is fors toegenomen de laatste jaren: 14 internationale conflicten, 17 burgeroorlogen, 28 zware interne conflicten, 13 grensconflicten. Dat zijn samen 72 broeihaarden van constant geweld. Het gemiddelde tijdens de koude oorlog was 35.

Wat doet de wereld eraan? Tenzij er belangrijke geostrategische of economische belangen in het geding zijn hanteren de grootmachten een pure verrotingsstrategie. En vaak is die perverse houding, eigenlijk een politieke obsceniteit van formaat, nog lucratief ook. Je krijgt het effect dat conflicten zelfbedruipend worden. Heel eigen dynamieken ontstaan, waarin terreur, uitbuiting en slavenarbeid een essentiële rol spelen. Winsten van gestolen grondstoffen maken deze gebieden tot zwarte gaten voor de internationale wapenindustrie. Het overaanbod aan wapens in de armoedige straten van sommige kapotgeschoten Afrikaanse steden is legendarisch.

Dat mensenrechten hier onder druk staan is een understatement. Slachtoffers kunnen er niet op terugvallen, daders blijven ongestraft, het recht van de sterkste regeert. De conventie van Geneve en het internationale oorlogsrecht worden steeds driester met voeten getreden. Elke vorm van staatscontrole is dan ook verdampt. In normale omstandigheden heeft geweld een zekere rechtvaardiging nodig. Chronische oorlogsgebieden functioneren letterlijk op geweld. Uit die spiraal geraken kan alleen door inmenging van buitenaf.

Kevin Sites laat systematisch en direct oorlogslachtoffers aan het woord, een jaar lang. En dat ie gelezen wordt bewijzen de vele reacties. Maar elke week laat hij slachtoffers achter zich, op naar het volgende rampgebied. En a rato van 1 conflict per week komt hij er überhaupt niet. Wat we nodig hebben zijn niet één maar 72 oorlogsjournalisten die de conflicten uit de vergetelheid halen, beklijvende beelden op de netvliezen van politici branden, perverse machtsrelaties blootleggen. Onafhankelijke verslaggevers die de stem van de slachtoffers tot in de Westerse hoofdsteden kunnen doen weerklinken.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

donderdag, april 14, 2005

Terugkeer

Een vriendin die in een tijdje in Palestina studeert stelde onlangs een hypothetische vraag: “wordt het niet tijd dat een groep moslims Andalusië terug opeist om er een zuivere moslimstaat te vestigen?” Te gek voor woorden? Natuurlijk. Maar zelfs waanideëen zijn het soms waard om nader te onderzoeken. Per slot van rekening waren de Moslims 700 jaar de heersers in Andalusië. De Israëlische wet op terugkeer is ook gebaseerd op het feit dat Joden 2000 jaar geleden gedurende 100 jaar de dominante groep waren in Palestina. En natuurlijk dat hun god dit land enkel en alleen voor hen uitgekozen heeft. Op deze manier kunnen alle moslims in de wereld: Indonesische, Afghaanse, Turkse, Sudanese, Marrokaanse, Iraakse, enz. 'teruggaan' naar hun heilige grond. Wat met de aanwezige spanjaarden? Die kunnen ze hun grond afnemen, in kampen over de grens drijven, ze desnoods opsluiten in de rest van het Iberisch schiereiland door er een muur omheen te zetten.

Onze premier Verhofstadt meende recent ook een steentje te moeten bijdragen tot het debat. In de Israëlische krant Ha’aretz bevestigt hij het bestaan van de staat Israël als een Joodse staat, ook al betekent zulks dat Arabische Israëli gediscrimineerd worden. Hij bevestigt daarmee dat een Jood die van pakweg de Fiji-eilanden komt onmiddellijk Israëlisch burgerschap kan krijgen. Dat betekent concreet dat hij grond mag kopen in heel het land, inbegrepen in één van de illegale kolonies die Israël met brute macht neerpoot in bezet Palestijns gebied. Een Palestijn met een Israëlisch paspoort mag echter geen grond kopen in zijn eigen hoofdstad, Tel Aviv. Want de in 1950 gestemde “wet op het eigendom van de afwezigen” heeft 93% van de grond “onvervreembaar eigendom van het hele Joodse volk” gemaakt. Mijnheer Verhofstadt, ik vraag u: is een democratie die enkel geldt voor een deel van het volk wel een democratie? En moet een Europees land zulke ‘democratie’ dan steunen?

Terugkeer

Een vriendin die in een tijdje in Palestina studeert stelde onlangs een hypothetische vraag: “wordt het niet tijd dat een groep moslims Andalusië terug opeist om er een zuivere moslimstaat te vestigen?” Te gek voor woorden? Natuurlijk. Maar zelfs waanideëen zijn het soms waard om nader te onderzoeken. Per slot van rekening waren de Moslims 700 jaar de heersers in Andalusië. De Israëlische wet op terugkeer is ook gebaseerd op het feit dat Joden 2000 jaar geleden gedurende 100 jaar de dominante groep waren in Palestina. En natuurlijk dat hun god dit land enkel en alleen voor hen uitgekozen heeft. Op deze manier kunnen alle moslims in de wereld: Indonesische, Afghaanse, Turkse, Sudanese, Marrokaanse, Iraakse, enz. 'teruggaan' naar hun heilige grond. Wat met de aanwezige spanjaarden? Die kunnen ze hun grond afnemen, in kampen over de grens drijven, ze desnoods opsluiten in de rest van het Iberisch schiereiland door er een muur omheen te zetten.

Onze premier Verhofstadt meende recent ook een steentje te moeten bijdragen tot het debat. In de Israëlische krant Ha’aretz bevestigt hij het bestaan van de staat Israël als een Joodse staat, ook al betekent zulks dat Arabische Israëli gediscrimineerd worden. Hij bevestigt daarmee dat een Jood die van pakweg de Fiji-eilanden komt onmiddellijk Israëlisch burgerschap kan krijgen. Dat betekent concreet dat hij grond mag kopen in heel het land, inbegrepen in één van de illegale kolonies die Israël met brute macht neerpoot in bezet Palestijns gebied. Een Palestijn met een Israëlisch paspoort mag echter geen grond kopen in zijn eigen hoofdstad, Tel Aviv. Want de in 1950 gestemde “wet op het eigendom van de afwezigen” heeft 93% van de grond “onvervreembaar eigendom van het hele Joodse volk” gemaakt. Mijnheer Verhofstadt, ik vraag u: is een democratie die enkel geldt voor een deel van het volk wel een democratie? En moet een Europees land zulke ‘democratie’ dan steunen?

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

vrijdag, oktober 15, 2004

Ze geven er geen zak om

Nationale feestdagen in China zijn een feest voor schoolkinderen. In plaats van een saai dagje vrij krijgen ze een wel heel speciale schooluitstap aangeboden. Het zijn gastjes tussen zes en zeventien jaar jong. Met honderden tegelijk worden ze naar een plek gevoerd waar reeds duizenden mensen staan te wachten. Ze luisteren naar de voorgelezen beschuldigingen van gevangenen. De aantijgingen zijn moord, overval en ontvoeringen. Ter plaatse, in het openbaar, worden zes gevangenen veroordeeld, naar een executieplaats gebracht en omgebracht met de kogel.
Dat alles, nog steeds voor de ogen van de kinderen en de talloze andere toeschouwers. Dit gebeurde tijdens een herfstfestival eind september in de provincie Hunan. Ruim duizend mensen werden tussen oktober en december omgebracht door de overheid.

Enkele maanden ervoor nam een redacteur van Amnesty Nieuws een interview af in Peking. Zijn gesprekspartner was de directeur van een Europese ngo die al jaren de politieke ontwikkelingen volgt in het land. Maar we mochten het artikel niet publiceren, de contactpersoon in kwestie kwam terug op zijn openhartige toon tijdens het interview. Er stond teveel gevoelige informatie in de tekst. Ging het dan over staatsgeheimen? Neen, het ging om een algemene analyse van de toestand sinds de gebeurtenissen op het plein van de Hemelse Vrede, 10 jaar geleden. Onze redacteur krijgt de raad om voorzichtig om te springen met internet want de Chinese overheid heeft de controle opgevoerd. Zelfs sms’jes worden naar verluidt nu onderschept en op ‘gevaarlijke woorden’ nagekeken.

Eind september kwam ook een delegatie terug van Darfur. We worden
allemaal al meer dan een jaar rond onze oren geslagen met de ellendige omstandigheden van de vluchtelingen, met al die bijna dode levens.
Onze topvrouw, Irene Khan, heeft het over de ontiegelijke traagheid waarmee de crises wordt aangepakt.

Kinderen in China of kinderen in Darfur. Ze geven er geen zak om, de Westerse mogendheden. En voor die Afrikaantjes nog minder, de Chinese, dat zijn nog goedkope arbeidskrachten. It’s the economy, stupid.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

woensdag, mei 12, 2004

Schuld

Moederschap. Het weegt. Er rust een de-facto eindverantwoordelijkheid op je voor de kinderen. Je schuldgevoel is steevast groter. Wanneer je even geen tijd hebt voor hen, wanneer ze naar de crèche gaan, wanneer je je werkstress mee naar huis neemt… Ik moet denken aan een film uit de vroege jaren zeventig waarin een man een weddingschap aangaat met zijn thuiswerkende vrouw en vervolgens het huishouden overneemt voor een jaar. De man verliest zijn weddingschap en zet zijn vrouw in de bloemetjes. Moraal van het verhaal: een huishouden met 3 kinderen runnen en elke avond op tijd een warm bord op de tafel, het is een dagtaak op zich, en één die minstens evenveel kunde en organisatietalent vereist als de bureaujob van manlief. Mooi zo, maar dat was de vroege jaren ’70, en slechts één ouder ging werken. En vooral, ik zie ze nog bevestigend knikken na die film, die lieve moeders van toen. Maar intussen vergaten ze wel hun jongetjes anders op te voeden.

Ach, die jongetjes van toen, vrije vogels, levend in boomhutten en luchtkastelen, zonder zorgen of verantwoordelijkheden, aangepast aan een leven als voetzoeker in de steppe. Soms waren het gekwetste vogeltjes, maar ook dan klapperden ze dapper hun vleugeltjes in de wind, om snel weer het gevaar uit hun ingebeelde verhalen te trotseren.

Dertig jaar later worden moeders van nu dagelijks afgeblaft, van de weg gereden, gediscrimineerd op de werkvloer omwille van hun vermogen nageslacht op de wereld te zetten. Of nog erger: ze worden mishandeld en verkracht, onder druk gezet om nog meer te presteren. Verplicht om hun gevoelens te verbijten. En dan gaat het voor één keer niet over gebieden vol oorlog en armoede. Het gaat over ons. Hier.
Het is godgeklaagd. Ik kan er niet meer tegen. Als ik zo geen angst had voor de verantwoordelijkheid liet ik me ombouwen. Uit solidariteit.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

maandag, april 14, 2003

Kind in tijden van oorlog

Kind, mijn kind, hoeveel kan een ouder van je houden? Je strekt je vrijgevochten armpjes uit in de lege witte ruimte. Nauwelijks bekomen van je reis uit het ongewisse beland je in het ongerijmde van een grenzeloze wereld waar problemen worden opgelost door geweld. Congo, Tsjetsjenië, Colombia, het houdt niet op. Terwijl jij je eerste oogopslagen werpt heeft het keizerrijk zijn zevenmijlslaarzen aangetrokken en is over Irak gaan heen staan. Het draagt een veel te wijde jas en zingt de valse loftrompet van de rechtvaardigheid.

In de krant verhalen over overvolle ziekenhuizen, op internet circuleren bloederige foto’s van uiteengereten lichamen, van kinderen die al hun ledematen én hun ouders verloren. Een bom die inslaat op het hotel waar de hele internationale media haar basis heeft, balans: drie doden. Geruchten over doorgestoken kaart steken onvermijdelijk de kop op. Niemand is verbaasd.
Op datzelfde moment brengen zogenaamde ‘embedded journalists’ verslag vanachter de schutskoepel boven op een oprukkende tank. Ze hanteren een absurd jargon dat alle realiteitszin verloren heeft en lijken hun rol als vaandeldragers van de oorlogsmachine volledig geassimileerd te hebben.

Hoe leg je het uit? Tja, hoe legden mijn ouders het uit, eind jaren 60? Toen was die dezelfde oorlogsmachine elders massagraven aan het delven. De Amerikaanse oorlog in Vietnam was reeds verschillende jaren achter de rug toen mijn ontluikend historisch bewustzijn de puzzelstukjes bij elkaar begon te zoeken. Neen, wij dachten niet de laatsten te zijn die hun levensweg zouden moeten starten in tijden van slagveld. De waan van de maakbaarheid was niet meer aan ons besteed. Was er sinds Vietnam niet een dozijn andere oorlogen geweest? En toch leeft altijd de hoop…

Kind, oh kind, jij onvolgroeid wezen uit Utopia, je hebt ons zoveel te leren. Jou hulpeloosheid mag symbool staan voor de collectieve onkunde van een internationale gemeenschap. Kunnen we je verbergen voor deze waanzin?

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

maandag, april 15, 2002

Varkentje

“Het loopt uit de hand,” zegt de ene diplomaat tegen de andere. Waarop de andere enigszins geërgerd zijn krant een halve decimeter laat zakken, “wat loopt er uit de hand? Begin weer niet over de protesten. Dat zootje ongeregeld weet niet waarover het gaat en volgende week is deze poppenkast weer voorbij. De slottekst is toch al geregeld.”

De twee blanke mannen, een Europeaan en een Noord-Amerikaan, zitten in de lobby van een 5-sterren hotel in Monterrey, een stad in het noorden van Mexico. De Europeaan houdt voet bij stuk: “onze ministers voelen de hete adem van de antiglobalisten in hun nek, ze vrezen dat het kiezerspubliek niet zal begrijpen waarom deze conferentie geen nieuw geld oplevert voor de ontwikkelingslanden. Ze denken dat de ontevredenheid zal toenemen.”
“Hoezo, ontevredenheid?” De Noord-Amerikaan, die een aanzienlijk deel van de 800-koppige delegatie diplomaten uit de VS aanvoert, neemt een formele toon aan en declameert: “ons standpunt is en blijft dat financiering van ontwikkeling een fictie is: enkel vrije wereldhandel zal de ontwikkelingslanden vooruit helpen en armoede doen verdwijnen. “Overigens,” voegt hij er zonder zweem van ironie aan toe, “hebben jullie stevig mee gewerkt om deze slottekst goed te keuren…”

Een kleine pauze markeert wat het einde van het gesprek zou kunnen zijn. De Europese diplomaat voelt zich enigszins opgelaten. En alhoewel hij het antwoord van zijn gesprekspartner al kent gooit hij het toch over een andere boeg: “in Europa wint de stelling veld dat armoede een voedingsbodem is voor terrorisme.” Waarop de Noord-Amerikaan fulmineert: “Nonsens! Dat is nog nergens bewezen en bovendien, dat varkentje zal het Pentagon wel wassen. En begin niet met dat gezwets over een Internationaal Tribunaal, want daar doen we niet aan mee.” En na een korte pauze: “ach, laat ze dan wat unilaterale initiatieven nemen, een beetje schuldherschikking hier, wat meer hulp onder bevriende naties daar, het helpt niet maar het staat goed in een perscommuniqué.” Dat laatste zegt hij met haast onverholen minachting, enkel ingehouden door zijn afgemeten diplomatieke etiquette.

De twee vrienden gaan uit elkaar, elk naar hun vergaderingen, de Europeaan met gemengde gevoelens, zijn gesprekspartner met een triomferende glimlach op het gezicht.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)