Posts tonen met het label Mensenrechten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mensenrechten. Alle posts tonen

donderdag, oktober 09, 2008

Oeigoerse onschuldigen in Guantanamo

Vanochtend lees ik in De Morgen het onwaarschijnlijke verhaal van de zeventien Oeigoeren die bijna 7 jaar vastzitten in Guantanamo, de Amerikaanse illegale vergeetput op Cuba. Voor wie het niet gelezen heeft, dit is een Kafkaïaans verhaal over mensen die de pech hadden geboren te zijn in de periferie en de speelbal werden in de 'internationale strijd tegen het terrorisme.' Oeigoeren hebben het niet onder de markt in de Chinese volksrepubliek. Zoals de meeste volkeren die onder één of andere vorm van imperialisme gebukt leven hebben de oeigoeren een verzetsbeweging. In een regio waar de dominante religie de Islam is de 'East Turkestan Islamic Movement' (ETIM) snel gekoppeld aan Al-Qaida, vooral door wie daar belang bij heeft, nl. China en de VS. Dit terzijde. De bewuste Oeigoeren kwamen op hun vlucht voor armoede en repressie in China terecht in Pakistan. Ze wachtten daar op een visum om door te reizen naar Turkije waar ze een nieuw leven wilden opbouwen. Niet onlogisch, gezien hun taal en cultuur bij de grote Turkse familie thuishoort. Deze Oeigoeren hebben ongeveer net zoveel te maken met de ETIM, als de gemiddelde Belg in de jaren '80 met de CCC.

Maar het noodlot slaat toe en de Pakistaanse families die hen opvangen bezwijken voor de Amerikaanse premies: ze leveren de Oeigoeren uit als 'terroristen' en vervolgens verdwijnen ze in de Caraïbische isoleercellen. Net zomin als al de andere 'terroristen' op Guantanamo krijgen ze enige wettige kans om zich te verdedigen, er vindt geen enkele vorm van proces plaats. Nu, zeven jaar later, blijven de Oeigoeren zeggen dat ze voor hun gevangenneming nooit gehoord hadden van de ETIM-groep. Nu oordeelde het Amerikaanse hooggerechtshof eindelijk dat het vasthouden van ontschuldigen ongrondwettelijk is en dat ze moeten vrijgelaten worden. Maar de Bush-administratie tekende beroep aan: ze wil de vrijlating uitstellen tot na deze ambtstermijn opdat de Amerikaanse burger er niet achter zou komen dat de gevangenen van Guantanamo eigenlijk geen moslimterroristen zijn maar in meerderheid onschuldigen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat ze dat nog niet zouden weten maar je weet nooit moeten ze gedacht hebben in het Witte Huis.

Helaas zijn de dramatische woorden van ex-slaaf en journalist Frederick Douglas uit zijn speech ter gelegenheid van de Amerikaanse onafhankelijkheidsdag, 4 juli 1852 nog steeds meer dan actueel: "Waar ter wereld je ook gaat of staat: bekijk alle monarchieën en despotische regimes van de Oude Wereld, reis door Zuid-Amerika en ga er op zoek naar de misbruiken. Als je ze allemaal hebt opgeteld, vergelijk het resultaat dan met de doordeweekse praktijk van deze natie. Je zult zien dat de Verenigde Staten op het vlak van walgelijke barbarij en schaamteloze hypocrisie geen enkele concurrentie moet vrezen."

Ik denk ook nog aan een cafédiscussie met wat vrienden over de stelling: "de rijken en machtigen van deze wereld behoeven geen verdediging, die verdedigen zich zelf wel. Het zijn de armen, de gewone mannen en vrouwen overal, die je moet verdedigen." Ik blijf daarbij. En overigens: de wereld zou er wel bij varen.

Lees ook: "Speciaal gezant van de Raad van Europa Dick Marty mag Guantanamo Bay niet binnen"

vrijdag, februari 01, 2008

In de bres voor Perwez Kambakhsh

Perwez Kambakhsh is een Afghaans journalist die in problemen kwam omdat hij teksten op het internet plaatste die de rol van vrouwen in de Koran onderzocht. Hij werd opgepakt, mishandeld en berecht zonder recht op juridische bescherming. Op de Amnesty site staat het hele verhaal. De krant De Morgen is een petitie gestart voor de journalist. Je kan de petitie ondertekenen op De Morgen on-line.

Het is niet de eerste keer dat via een krant opgeroepen wordt tot een petitie - denk aan één van de beroemdste gevallen, de oproep van Peter Benenson "Amnesty 1961" in de Britse krant The Observer in 1961. De aanleiding van de oproep was het oppakken van twee Portugese studenten na een heildrink op de vrijheid. Benenson was de stichter van Amnesty International. En tenslotte is de protagonist deze keer een journalist.

zondag, december 09, 2007

Mensenrechten zijn geen strategie

Philip Alston, de speciale rapporteur voor willekeurige executies bij de Verenigde Naties, heeft een probleem. Alston maakt deel uit van het legertje rapporteurs dat voor de VN verslag uitbrengt over mensenrechtenthema's. Alleen krijgen ze zelden of nooit toegang tot de landen die ze willen onderzoeken. Niet dat ze botweg de toegang geweigerd worden, zo ver gaat alleen de despotische stadstaat Singapore. De meeste landen blijven geplande bezoeken gewoon oneindig uitstellen. Of ze doen of hun neus bloedt en antwoorden eenvoudig niet op de vraag uit New York… En de heel geslepen leiders geven eerst met veel misbaar hun akkoord om dat daarna in alle stilte terug in te trekken.

Bovendien: de bevoegde 'Raad voor de Mensenrechten' laat betijen. Hun oprichtingsresolutie suggereert nochtans dat dit soort problemen door hen moeten opgelost worden. Blijkbaar leidt de Raad aan hetzelfde gebrek aan daadkracht als haar weinig illustere voorganger, de VN-mensenrechtencommissie. Als het erop aan komt landen op de vingers te tikken heeft de Raad voor de Mensenrechten geen enkel mechanisme om de verzoeken van de rapporteurs op te volgen. De raad wordt bevolkt door 47 mensen van evenzoveel landen die zich kandidaat gesteld hebben en verkozen zijn in de Algemene Vergadering. Daar zijn zes landen bij die zelf niet reageerden op een uitnodiging om een rapporteur te ontvangen… Overigens zijn er weinig landen voor wie het bezoek van een rapporteur géén genante statistieken zou opleveren.

Wat willen we dan eigenlijk: een Raad met een mooie naam maar die verder machteloos moet toekijken wegens totaal gepolitiseerd en het voorwerp van strategische spelletjes onder landen? Of een Raad die bestaat uit ongebonden mensen met een engagement en mandaat om te doen wat moet gebeuren? Goed, een voorstel: kandidaat-landen moeten hun vertegenwoordiger kiezen uit hun nationale parlement. Kwestie van de Raad een legitiem karakter te geven. Verder hebben de grote mensenrechtenngo’s met raadgevende bevoegdheid een vertegenwoordiger in de raad. Beslissingen worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Het hoeft niet zo moeilijk te zijn.

donderdag, juli 12, 2007

Amnesty Marokko werkt aan attitude - Portret van een kleine maar nijvere sectie


De Marokkaanse sectie van Amnesty in Rabat is klein. Met vier mensen doen ze al het werk dat het secretariaat nodig heeft. Van lobby- en campagnewerk over secretariaatswerk tot het werven en motiveren van vrijwilligers. Salah Abdellaoui is tegelijk verantwoordelijk voor de beweging en het uitwerken van de nieuwe campagnes maar hij staat ook de directeur bij in zijn representatiefunctie. Abdellaoui: "in Marokko ligt onze grootste uitdaging in de mensenrechteneducatie."

Amnesty Maroc heeft zo'n 1200 leden, verspreid over het hele land. Maar gezien het thema waarmee Amnesty zich bezighoudt vindt je die leden vooral onder de gestudeerde middenklasse. Er zijn groepen van advocaten, van dokters enz. "Helaas maken mensenrechten nog steeds geen deel uit van de bekommernissen van de mensen die aan de macht zijn in Marokko. Er is een verandering van attitude nodig," zegt Abdellaoui.

De 'niet werken in eigen land'-regel is voor Marokko geen louter principiële kwestie. De overheid wordt nog steeds sterk geassocieerd met de figuur van de koning. En men is overgevoelig voor alles wat zweemt naar kritiek op de monarch. Met de zg. 'wet op het antiterrorisme' die in mei 2003 werd aangenomen kreeg de overheid nog meer armslag om de repressie tegen ongewenste politieke dissidenten op te voeren. In de beste post-11 september traditie geeft de wet een zeer brede en onduidelijke definitie van "terrorisme." De wet verlengt de wettelijke aanhoudingstermijn (de periode dat de gevangene is aangehouden door de veiligheidsdiensten zonder aanklacht of juridische controle) tot 12 dagen in het geval van "terrorisme." Ook is het recht van de gevangene op juridische bijstand ingeperkt, terwijl tijdens deze periode de kans op marteling of slechte behandeling het grootst is. De antiterrorisme wet breidde tenslotte ook het toepassingsgebied uit van de doodstraf.

Voornaamste doelwitten van de nieuwe wet: islamitische integristen of wie daarvan wordt verdacht en natuurlijk de militanten van het zieltogende Polisario-front, Marokko's eigen regionale verzetsbeweging.

Verschillende lokale ngo's volgen de situatie op de voet: AMDH (Association Marocaine des Droits Humains), OMDH (Organisation Marocaine des droits humains) enzovoort. Dat dit niet zonder gevolg blijft bewijst het gebeurde van 1 mei 2007: 7 leden van AMDH werden opgepakt tijdens een manifestatie toen ze slogans scandeerden die kritisch waren voor het koningshuis. Op 5 en 6 juni werden nog eens 10 leden van dezelfde organisatie opgepakt tijdens een sit-in uit solidariteit met de 7 reeds opgepakte mensen. Allemaal riskeren ze verschillende jaren in de gevangenis.

"Dit soort specifieke gevallen worden rechtstreeks door Londen gedaan," zegt Abdellaoui. Wanneer delegaties een onderzoek komen voeren, is dat ook volledig los van de sectie in Rabat. Vaak weten ze op het secretariaat zelfs niet dat ze er zijn. "Wij geven hoogstens de centrale persberichten door aan de nationale pers. En de Marokkaanse overheid weet dat zeer goed, want Amnesty is zeer bekend en gerespecteerd hier." Daarom dat de Marokkaanse sectie wel kan werken rond de grote thema's en internationale campagne's: doodstraf, geweld tegen vrouwen enz. Voor deze laatste campagne haalde de sectie vorig jaar niet minder dan 100.000 handtekeningen op die ze wist af te geven aan de Eerste Minister.

Eén van hun grote projecten in eigen land is de humanisering van het gevangenisregime. Ze hebben een overeenkomst gemaakt met de directeur van het gevangeniswezen. Bedoeling is het geven van vorming aan gevangenisbewakers rond mensenrechten en magistraten. "Een werk op lange termijn," geeft Abdellaoui toe.

Intussen heeft Amnesty International vorig jaar een belangrijke uitbreiding van zijn zelfverklaarde 'opdracht' goedgekeurd. In plaats van de traditionele focus op burgerlijke en politieke rechten is er een uitbreiding gekomen met economische, sociale en culturele rechten. (Lees ook interview met Eva Brems, februari nummer van dit jaar). Het is een niet te onderschatten koerswijziging. Ik vroeg me af hoe dat hier in Marokko werd opgepakt. En blijkbaar was de uitbreiding voor de Marokkaanse achterban makkelijker te verteren dan in Vlaanderen. Abdellaoui:"ook wij zijn begonnen met de nieuwe opdracht rond ESC-rechten. Economische, sociale en culturele rechten, dat raakt de alledaagse leefwereld van de mensen." En vermits vele van deze rechten allerminst verworven zijn in het Marokkaanse hinterland, zagen de leden makkelijk het belang in van deze uitbreiding.

Zo veel activiteiten, dat kost geld. Wat met fondsenwerving? En hoe maakt de Marokkaanse Amnesty sectie zich bekend binnen de grenzen?
"Het belangrijkste moment waarop we elk jaar naar buiten komen is het Internationaal boekensalon in Casablanca. Daar komen 400.000 bezoekers op af. Er is ook een sterke aanwezigheid van de Marokkaanse pers," zegt Abdellaoui. Wat zijn werkmiddelen aangaat, is de sectie zoals de meeste secties in het zuiden grotendeels afhankelijk van Londen. Vanzelfsprekend aanvaard Amnesty, net als bij ons, geen enkele vorm van subsidie. En met de lidgelden springen ze ook niet ver: 100 dirham (ongeveer 10 €) voor volwassenen per jaar en 50 dirham voor jongeren. Schenkingen, dat is héél beperkt. Het is immers makkelijker om mensen te overtuigen geld te geven voor een lokale moskee dan voor een abstract onderwerp zoals mensenrechtenschendingen in verre landen. Een mogelijkheid waar we al langer op hopen is het verkrijgen van het 'statut utilité public,' een statuut dat toelaat om grote fondsenwervende activiteiten te organiseren zoals galabals e.d. Je kan dan ook fiscale attesten afleveren aan donatoren," zegt Abdellaoui. “De vorige eerste minister had enkele jaren geleden nochtans het statuut toegezegd aan Amnesty. Zo'n statuut moet gebetonneerd worden in een decreet. Maar ondertussen blijft het dossier om een onduidelijke reden geblokkeerd op het niveau van het secretariaat van de regering. Iemand die de Amnesty-werking niet echt genegen is? Wie zal het zeggen?”

vrijdag, april 13, 2007

Klare taal

Godsdienst en mensenrechten, ze lijken op gespannen voet met elkaar te leven. Religies werden gekaapt door extremisten, die zich beroepen op een heilige missie om hun acties goddelijk te legitimeren. Mensenrechten zijn verworden tot een politiek instrument, de banier waarachter Westerse regeringen zich scharen wanneer ze ten strijde trekken in sterk gemediatiseerde krachtmetingen waarbij de discours langs beide kanten homerische proporties aannemen. De propaganda is als een gigantische pot vette saus die over kookt. In het mediageweld dat volgt krijgt de publieke opinie een dodelijke cocktail van begrippen over zich heen die zich in hun hoofd vermengt tot een giftig amalgaam van foute betekenissen.

De laatste jaren heeft het Amerikaanse imperium de mensenrechten aan de haak gehangen wegens niet meer bruikbaar. Hun zelf gecreëerde imago van 'hoeders van de democratie' is niet langer houdbaar - Guantánamo, Abu Ghraib, de geheime CIA vluchten - bruut geweld is nu hun credo. In de naam van de vrijheid en van hun eigen religie. Ze zijn aan elkaar gewaagd: de Islamisten van Al-Qaeda, de Soedanese president al-Bashir, de Israëlische regering Olmert, de Russische ‘nieuwe tsaar’ Poetin, de Bush-administratie. Hun taal is doorspekt met een ondoorzichtig arsenaal aan tendentieuze termen.

Orthodoxie, fundamentalisme, terrorisme en politiek extremisme zijn niet hetzelfde. Toch worden ze steeds meer door elkaar gehaald. Dat is een gevaarlijke evolutie. "Laten we ophouden de boel door elkaar te halen," zegt de Nederlandse auteur Fouad Laroui in zijn laatste boek, en hij heeft groot gelijk.
Laat ons een voorbeeld nemen aan dit onnavolgbare stukje klare taal: “Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.”

(Art. 18 UVRM)

woensdag, maart 14, 2007

De UVRM zijn onnavolgbaar

[Reactie op commentaar op mijn Indymedia post over Amnesty's koerswijziging]

Beste Marc-Antoon,

Ten eerste: de UVRM zijn van een onnavolgbare schoonheid. En ik schrijf dat zonder een zweem van cynisme of twijfel. Ze zijn de geschreven hoop van de mensheid en wat mij betreft zonder enige twijfel de belangrijkste tekst ooit geschreven in de geschiedenis van onze soort. Klinkt dat overdreven? Lees ze er zelf even op na op de site van Vormen: http://www.vormen.org/informatie/documenten.htm

Het feit dat Amnesty zich tot voor kort enkel met politieke en burgerlijke rechten bezig hield was een pragmatische keuze. Je moet als actiegroep nu eenmaal keuzes maken. Bovendien was de wereld niet klaar voor de ESC-rechten, bij het ontstaan van de mensenrechtenbeweging. De tekst bestond dan wel, ik vermoed dat weinigen echt de draagwijdte ervan beseften. Dat maakt het des te merkwaardiger dat de UVRM toen door haast de voltallige algemene vergadering van de Verenigde Naties werden ondertekend. Veel had wellicht te maken met het moment, kort na de oorlog.

Ik voeg hieronder nog eens Artikel 25 toe, ter illustratie:
1. Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder begrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte,invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

donderdag, maart 08, 2007

De beweging voor een andere globalisering krijgt er een belangrijke steunpilaar bij

Amnesty International staat voor een grote uitdaging. De grootste mensenrechtenbeweging ter wereld heeft recent beslist haar oude 'mandaat' uit te breiden. De traditionele focus op burgerlijke en politieke rechten blijft, maar nu komen daar de 'Economische, Sociale en Culturele rechten' bij. Tijdens een interview met voorzitster Eva Brems van Amnesty Vlaanderen bleek dat de gevolgen van deze - in mensenrechtenkringen lang aangekondigde - beleidswijziging niet min zijn. Ten eerste voor de supertanker Amnesty zelf, ze zullen immers verplicht zijn hun tien miljoen vrijwilligers wereldwijd klaar te stomen en te vormen voor de nieuwe opdracht. Maar vooral zal dit op termijn een belangrijke versterking betekenen voor de hele andersglobaliseringsbeweging.

Wanneer een organisatie zoals Amnesty zich gaat bezig houden met het armoedeprobleem - het campagnethema van 2008 luidt: "armoede als schending van mensenrechten" - dan heeft dat belangrijke implicaties voor het dominante economische discours. Tot nu toe waren zg. ESC-rechten het domein van een aantal ontwikkelingsorganisaties die het armoedeprobleem definieerden als een schending van mensenrechten. Een arme Afrikaan die verstoken blijft van een degelijke gezondheidszorg, die nergens een deftig onderwijs kan genieten en die bovendien belet wordt in zijn economische ontwikkeling, deze Afrikaan wordt geschonden in zijn basisrechten. Amnesty onderschrijft die stelling nu.

Nog belangrijker echter is het onontkoombare feit dat Amnesty zich zelf nu ook verplicht om standpunt in te nemen over de oorzaken van deze massale schending van mensenrechten. En dan kan je niet anders als het in vraag stellen van de neoliberale hervormingen die in de jaren '90 werden opgedrongen door Wereldbank, IMF en de Westerse donoren. Privatisering en deregulering, het vleugellam maken van de reeds armlastige staat enz. Dergelijke recepten hebben hun failliet bewezen. Een economisch paradijs bouw je nu eenmaal niet op een sociaal kerkhof. (Cynici en mensen die dat beleid van dichtbij hebben gevolgd zeggen overigens niet zonder reden dat het belang van de arme landen nooit een bezorgdheid was. In werkelijkheid ging het om het openbreken van de markten in het zuiden voor Westerse multinationals...)

Ondanks die analyse blijft het 'marktdenken' als paradigma het economisch beleid op internationaal vlak domineren - de Europese en Noord-Amerikaanse delegaties op de besprekingen binnen de wereldhandelsorganisatie blijven koppig hun belangen voorop stellen. Maar stilaan komen ze alleen te staan met hun bekrompen voorstellen. Op termijn zal de koerswijziging van Amnesty, een organisatie met raadgevende bevoegdheid bij de VN, helpen om het armoedeprobleem uit de ideologische sfeer te halen en de analyse van veel groepen uit de andersglobaliseringsbeweging a.h.w. legitimeren.

Armoede kán pragmatisch aangepakt worden met een beleid dat uitgaat van basisrechten van mensen. Landen moeten kunnen gestraft worden als ze de basisrechten van hun bevolking schenden. Maar diezelfde landen moeten ook de middelen krijgen om hun bevolking te voeden, te huisvesten, te laten ontwikkelen enzovoort. Al die zaken volgen uit elkaar. Het erkennen van economisch, sociaal en culturele rechten voor alle mensen op deze wereld is een definitieve stap om onze mondiale beschavingsgraad op te krikken.


Het interview waarvan sprake verscheen in het maart nummer van Amnesty Nieuws, het ledenblad van Amnesty Vlaanderen. De uitgebreide versie daarvan is ook terug te vinden onder http://www.amnesty.be/amnestynieuws

woensdag, februari 21, 2007

Speciaal gezant van de Raad van Europa Dick Marty mag Guantanamo Bay niet binnen

Dick Marty is lid van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa. Hij is o.m. voorzitter van het mensenrechtencomité. Voor de parlementaire vergadering van de Raad onderzoekt hij de geheime aanhoudingen en onwettige overbrengingen (zeg maar ontvoeringen) van aangehoudenen naar Guantanamo Bay, de Amerikaanse basis op Cuba.
In oktober 2006 vroeg hij aan de VS toestemming om de gevangenis te bezoeken samen met de Speciale rapporteur van de VN Manfred Nowak. Deze laatste heeft als exclusief werkterrein marteling. Hun doel was het ondervragen van gevangenen, inclusief diegenen waarvan door president Bush werd toegegeven (september 2006) dat ze eerder werden vastgehouden in geheime gevangenissen in Europa.
"Als ik niet vrij kan spreken met gevangenen - zoals ik begrijp uit het Amerikaanse antwoord - dan is zo'n bezoek nutteloos, zei Marty. "Ik geloof niet in parlementair toerisme op kosten van de belastingbetaler. Ik ben teleurgesteld in deze weigering van de VS maar mijn onderzoek stopt niet..."

Het is onwaarschijnlijk hoe deze anomalie blijft voortduren. De huidige Amerikaanse regering behoudt zich het recht voor om mensen gedurende onbepaalde tijd in een soort vagevuur te dumpen, een illegale vergeetput van ongewenste personen. Geen duidelijke aanklacht, geen enkele vorm van proces, laat staan een procedure waarmee de betrokkenen zich kunnen verdedigen. Al vijf jaar (sinds begin 2002) bestaat deze toestand en daarmee geeft de VS zijn goedkeuring aan vergelijkbare praktijken in minder democratische régimes overal ter wereld.

Voorlopig rapport van Dick Marty, Juni 2006
Resolutie over het onwettig karakter van de gevangenhouding door de VS in Guantánamo Bay

dinsdag, april 11, 2006

Anorexia Statensis

Wereldwijd worden mensen onwettig opgepakt, ontvoerd, getransporteerd, gevangen gezet of uitgeleverd aan landen waar ze gefolterd of mishandeld worden. Een recent Amnesty rapport onthulde dat de CIA deze praktijken maskeert door veelvuldig gebruik te maken van private luchtvaartmaatschappijen en dekmantelbedrijven. Ondernemingen kunnen tegenwoordig alles leveren: van wapens over militaire training en bijstand tot het nodige kanonnenvlees.

De Verenigde Staten steekt alles wat het daglicht niet mag zien in privé-bedrijven. Ze ontvet zichzelf en de ranzige stukjes stopt ze discreet de geprivatiseerde wolven toe. Haar bewindvoerders willen de staat zogenaamd leniger maken. Problematisch is dat bij privé-operaties de nood aan verantwoording naar de achtergrond verdwijnt. Privatiseren wil ook zeggen: uit de publieke sfeer halen, parlementaire controle vermijden. Anorexia Statensis ligt op de loer, en dat levert situaties op waarbij individuen tussen de mazen van het recht doorvallen en in een vacuüm terecht komen waar ze geen enkele bescherming meer genieten.

Anorexia Statensis

Wereldwijd worden mensen onwettig opgepakt, ontvoerd, getransporteerd, gevangen gezet of uitgeleverd aan landen waar ze gefolterd of mishandeld worden. Een recent Amnesty rapport onthulde dat de CIA deze praktijken maskeert door veelvuldig gebruik te maken van private luchtvaartmaatschappijen en dekmantelbedrijven. Ondernemingen kunnen tegenwoordig alles leveren: van wapens over militaire training en bijstand tot het nodige kanonnenvlees.

De Verenigde Staten steekt alles wat het daglicht niet mag zien in privé-bedrijven. Ze ontvet zichzelf en de ranzige stukjes stopt ze discreet de geprivatiseerde wolven toe. Haar bewindvoerders willen de staat zogenaamd leniger maken. Problematisch is dat bij privé-operaties de nood aan verantwoording naar de achtergrond verdwijnt. Privatiseren wil ook zeggen: uit de publieke sfeer halen, parlementaire controle vermijden. Anorexia Statensis ligt op de loer, en dat levert situaties op waarbij individuen tussen de mazen van het recht doorvallen en in een vacuüm terecht komen waar ze geen enkele bescherming meer genieten.

Een bijeffect is dat de bedrijven waar de bewindslieden preferentiële relaties mee hebben bevoordeeld worden wanneer ze de doorgaans vette opdrachten in de wacht slepen. Ze hebben er tenslotte hard genoeg voor gelobbyd... Het corrumperende karakter van al dit soort contracten is dan weer nefast voor het geloof in de politiek. En daarmee in het scheppen van een internationaal rechtskader dat mensenrechtenschendingen aanklaagt én de macht heeft om de schenders te veroordelen.

Ze willen ons een beeld opdringen van een staat die door het uitbesteden van militaire operaties sneller en efficiënter kan reageren op crisissen. Wel, ik geloof er niet in. Elk mens met een beetje gezond verstand voelt aan wat een linke soep dat is. Wat we nodig hebben is méér internationale samenwerking van sterke staten. Er is geen andere weg. Als we tenminste de publieke ruimte willen beschermen en de democratische controle willen behouden over zulke thema’s als conflictbeheersing en terrorismebestrijding.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

maandag, januari 02, 2006

Raak me aan als ik dood ben: Interview Barbara Acuna

Laatst veroordeelde minderjarige in de VS ontsnapt nipt aan terechtstelling

Barbara Acuna is een gewone Amerikaanse vrouw met een gewoon gezin. Ze woont in een gewone buitenwijk in een Texaanse stad. Ze staat erop dat we haar leven niet als iets buitengewoon omschrijven. Alleen overkwam haar wel iets heel dramatisch. Haar zoon werd ter dood veroordeeld. Hij was 17. Robert Acuna was de laatste minderjarige in de VS op ‘death row.’

Toen Robert Acuna werd beschuldigd van een dubbele moord, maakte de openbare aanklager in een tv-interview meteen duidelijk dat ze voor de doodstraf zouden pleiten, hoewel de officiële papieren daartoe pas vier maanden later werden ondertekend. Dit is courant in Texas en vóór het Amerikaanse Hooggerechtshof de doodstraf voor minderjarigen ongrondwettelijk verklaarde, overkwam het ook 17-jarigen. Het zien van dat interview maakte bij Barbara Acuna het besef wakker dat iets niet klopte in deze rechtszaak.

Vond je dat het proces eerlijk verliep?
“Ik was naar twee advocaten gestapt (de procedure voor de doodstraf is veel zwaarder en vereist twee advocaten voor de verdediging, nvdr), maar ze vertelden me koudweg dat ik hun niet kon betalen. Alleen al voor de advocaten moest ik 35.000 $ neertellen en dan moet je nog een team huren dat bestaat uit een detective, een psychiater en een ‘specialist in verzachtende omstandigheden’. De kost is astronomisch voor mensen met een gemiddeld loon. Maar dat was slechts het begin. Zodra de procureur beslist voor de doodstraf te pleiten, begint de ‘machine van de dood’ te draaien. Bij Robert werd de hele procedure op een drafje afgehandeld: men wist dat er een uitspraak van het Hooggerechtshof in de lucht hing die de doodstraf voor minderjarige daders zou afschaffen. Gemiddeld duurt een zaak twee jaar; Robert was echter acht maanden later al veroordeeld. Indien het proces pas begonnen was ná de uitspraak van het Hooggerechtshof over de doodstraf voor minderjarigen, dan was alles heel anders verlopen. De jury zou uit andere mensen bestaan hebben en één advocaat was voldoende geweest.”

De rol van de jury

Wat was de rol van de jury in het proces?
“Die was zeer belangrijk. Bij de keuze van de juryleden wordt gekeken naar een aantal criteria. Zo worden enkel mensen geselecteerd die vóór de doodstraf zijn. Universitaire studies hebben uitgewezen dat dergelijke jury’s de neiging hebben strenge straffen uit te spreken. In het geval van Robert wisten ze ook dat het om een minderjarige verdachte ging.”

Wanneer kreeg je hulp van buitenaf?
“Toen bleek dat de officier van justitie voor de doodstraf ging en er haast mee wou maken, ben ik als een gek beginnen bellen naar alle tegenstanders van de doodstraf. Amnesty zag onmiddellijk de ernst van de situatie in en zette een ‘urgent action’ op. Ze schreven brieven naar de procureur om hem aan te zetten te wachten met de procesgang tot na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Een collectief van advocaten die tegen de doodstraf zijn nam de zaak ter harte. Ze stelden vragen aan de twee advocaten die ons waren toegewezen door de rechtbank. Maar deze laatsten deden niets met de aanbevelingen. De aangestelde specialisten deden evenmin veel. Ze lieten de zaak op hun beloop, waardoor de procureur zowat vrij spel had. De eerste keer dat iemand van ons gezin werd ondervraagd over Robert, was de rechtszaak al bezig. Niet veel later maakte Robert kennis met ‘death row.’

‘Total senses deprivation’

Hoe is het leven in de dodencel?
“Zes maanden zat Robert op death row, tot zijn straf werd omgezet in levenslang na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Er is geen ‘vervroegde vrijlating’ zoals die in België bestaat. Gelukkig zijn z’n omstandigheden nu beter. Death row betekent 23 uur per dag opgesloten zitten in een kleine cel, met niets meer dan een klein radiootje als afleiding. Geen telefoongesprekken, je bent van iedereen gescheiden. Het uurtje per dag dat je buiten mag, krijg je handboeien aan en word je vergezeld door twee bewakers die je behandelen als hun eigendom. ‘Total senses deprivation’, dat is de enigszins klinische term voor dit onmenselijke régime. De gevangene mag aan geen enkele zintuiglijke prikkeling worden blootgesteld. Eenmaal per week mag je bezoek ontvangen. Je wordt dan naar een klein kamertje geleid dat door kogelvrij glas gescheiden wordt van de bezoekersruimte. Praten met je bezoek - maximum 2 mensen - doe je via een telefoontoestel. Voor je iets kan zeggen, moet je je op de rug geboeide handen door een kleine opening in de stalen deur steken, zodat de bewaker je handen kan losmaken. Er is geen enkele vorm van fysiek contact mogelijk. Dat gaat zo door, tot aan je geprogrammeerde dood.”

Wat zijn jouw argumenten tegen de doodstraf?“
Ten eerste is de doodstraf gewoon niet noodzakelijk. Mensen kunnen opgesloten worden of opgenomen in een instelling voor geestesgestoorden. We hoeven ze niet om te brengen. Rechtvaardigheid is geen wraak, doodstraf wel. De doodstraf is een onvoorstelbare geestelijke marteling, zowel voor de betrokkene en als voor zijn familie. Mensen zijn mensen, het zijn geen wegwerpvoorwerpen.”

Wat zeg je tegen voorstanders van de doodstraf?
“Ik probeer ze niet te overtuigen. Ik wil ieders mening respecteren. Ik probeer hen te wijzen op enkele feiten die ze misschien niet kennen, vertel hen wat ik weet. Argumenten als "Het is veel duurder om ze te laten leven" ontkracht ik: de hele procedure die leidt naar de doodstraf is vele malen duurder dan een levenslange gevangenisstraf. Ook andere argumenten haal ik aan: gekleurde mensen hebben statistisch gezien veel meer kans op de doodstraf.”

Iedereen verdient een tweede kans

In maart 2005 kwam dan de langverwachte uitspraak van het hooggerechtshof. Wat voelden jullie toen?

"We wisten dat het zou komen, maar niet op welke dag. Natuurlijk waren we zeer gelukkig. Robert was opgelucht maar tegelijk verdrietig dat de uitspraak niet vroeger was gekomen. Voor velen vóór hem was het te laat, mensen bij wie een redelijke twijfel bestond over hun schuld. Tijdens die zes maanden had hij verschillende mensen zien vertrekken. Ze schuifelden langs de gang voorbij, met hun boeien aan, het hoofd gebogen.”

Denk je dat organisaties zoals Amnesty een verschil kunnen maken?

"Robert zou nog steeds op zijn dood wachten als Amnesty er niet was geweest. Ze hebben jaren gelobbyt bij het verbond van Amerikaanse Advocaten om de stemming in het voordeel van de afschaffing van de doodstraf te keren. De internationale druk heeft ongetwijfeld geholpen om tenminste de doodstraf voor minderjarigen af te schaffen. Als iedereen echt samen aan hetzelfde zeil trekt en eist dat de overheid stopt met het doden van haar eigen burgers, dan kunnen we de doodstraf echt naar de geschiedenis verwijzen.”

Voor Amnesty verdient iedereen een tweede kans, maar zeker kinderen. Minderjarigen onderkennen nog niet altijd de gevolgen van hun daden. De kans dat ze hun leven verbeteren is veel groter dan bij een volwassene. Ze mogen dan ook niet op dezelfde manier bestraft worden. Het Kinderrechtenverdrag verbiedt overigens elke wrede en onmenselijke straf voor minderjarigen. De doodstraf tegen minderjarige daders was dit jaar het centrale thema van de Schrijf-ze-VRIJdag van Amnesty Vlaanderen.

maandag, oktober 17, 2005

Oorlog wordt hot

De nieuwssite hotzone.yahoo stuurt oorlogsverslaggever Kevin Sites de wereld in. Op een jaar tijd moet hij zowat alle conflictgebieden afreizen en verslag uitbrengen van op het terrein. Hij zal werk hebben. Het aantal conflicten is fors toegenomen de laatste jaren: 14 internationale conflicten, 17 burgeroorlogen, 28 zware interne conflicten, 13 grensconflicten. Dat zijn samen 72 broeihaarden van constant geweld. Het gemiddelde tijdens de koude oorlog was 35.

Wat doet de wereld eraan? Tenzij er belangrijke geostrategische of economische belangen in het geding zijn hanteren de grootmachten een pure verrotingsstrategie. En vaak is die perverse houding, eigenlijk een politieke obsceniteit van formaat, nog lucratief ook. Je krijgt het effect dat conflicten zelfbedruipend worden. Heel eigen dynamieken ontstaan, waarin terreur, uitbuiting en slavenarbeid een essentiële rol spelen. Winsten van gestolen grondstoffen maken deze gebieden tot zwarte gaten voor de internationale wapenindustrie. Het overaanbod aan wapens in de armoedige straten van sommige kapotgeschoten Afrikaanse steden is legendarisch.

Dat mensenrechten hier onder druk staan is een understatement. Slachtoffers kunnen er niet op terugvallen, daders blijven ongestraft, het recht van de sterkste regeert. De conventie van Geneve en het internationale oorlogsrecht worden steeds driester met voeten getreden. Elke vorm van staatscontrole is dan ook verdampt. In normale omstandigheden heeft geweld een zekere rechtvaardiging nodig. Chronische oorlogsgebieden functioneren letterlijk op geweld. Uit die spiraal geraken kan alleen door inmenging van buitenaf.

Kevin Sites laat systematisch en direct oorlogslachtoffers aan het woord, een jaar lang. En dat ie gelezen wordt bewijzen de vele reacties. Maar elke week laat hij slachtoffers achter zich, op naar het volgende rampgebied. En a rato van 1 conflict per week komt hij er überhaupt niet. Wat we nodig hebben zijn niet één maar 72 oorlogsjournalisten die de conflicten uit de vergetelheid halen, beklijvende beelden op de netvliezen van politici branden, perverse machtsrelaties blootleggen. Onafhankelijke verslaggevers die de stem van de slachtoffers tot in de Westerse hoofdsteden kunnen doen weerklinken.

woensdag, april 13, 2005

Totale vertwijfeling toen het Westen zich terugtrok

United Artists: Hotel Rwanda

Hotel Rwanda. Wie de film nog niet zag, haast zich best naar de filmzaal. De commentaren liegen er niet om: “de meest indrukwekkende film in zijn soort sinds Schindler’s list.” Een krachtig document dat het verhaal vertelt van Paul Rusesabagina, in 1994 manager van een luxe hotel in de Rwandese hoofdstad Kigali. In het heetst van de strijd slaagt hij erin om 1200 mensen te redden van de machetes. Wij waren op de avant-première in Brussel. Vooraf hadden we een gesprek met de echte Paul Rusesabagina én met Terry George, de bevlogen regisseur van de film.

Hotel Rwanda is een film met een missie. Wat hoopt u ermee te bereiken?
T.G.: “Ten eerste hoop ik dat mensen de zaal verlaten met het gevoel dat ze, net zoals Paul, kunnen protesteren tegen het slechte in deze wereld. Ten tweede moeten we het Westen beschamen, in de hoop dat de internationale gemeenschap volgende keer haar verantwoordelijkheid opneemt.”

Hoe kwam u op het idee om met Amnesty samen te werken voor Hotel Rwanda?
T.G.: “Ik ken de persattaché van het Amnesty kantoor in Los Angeles. Twee jaar geleden hebben we samen gewerkt aan de video voor de John Lennon song Imagine (die tijdens de mensenrechtendag in 2003 overal werd gespeeld voor Amnesty, nvdr.). Amnesty wil Hotel Rwanda gebruiken om de situatie in de DR Congo en Darfour te belichten.”

Cynisme

In de film geeft een Italiaanse cameraman een staaltje weg van journalistiek cynisme wanneer hij Paul met zijn voeten op de grond zet: “Ik vrees dat mensen mijn beelden zullen zien op het nieuws, dat ze even zullen stoppen met avondeten en zeggen hoe erg de beelden zijn, en dat ze vervolgens verder eten, de beelden reeds vergeten.” Deelt u die mening?
T.G.: “De uitdaging is mensen zover te brengen dat ze het er precies niet bij laten. Niet zoals onze politici die keer op keer hun ogen sloten: Cambodja, Irak, Rwanda en nu Sudan. Bij een recente missie naar Darfour is Paul meegegaan samen met een nieuwsploeg van het populaire Amerikaanse programma Nightline. Daarmee krijgt de problematiek de aandacht die het anders nooit zou gehad hebben. Nu willen we hetzelfde trachten te bereiken in Europa.”

T.G.: “Van de politieke kant bekeken gaat het over niet meer of minder dan institutioneel racisme. Het leven in Afrika is gewoon veel minder waard dan in de rest van de wereld. En die discriminatie moet stoppen. Wat houdt ons tegen om er in Sudan dezelfde middelen tegenaan te gooien als op andere plaatsen?

Mr. Rusesabagina, geeft de film volgens u een goed begrip van wat er gebeurd is?
P.R.:“Hangt er vanaf wat je bedoeld. Het objectief van de film was niet zozeer om echt de genocide te laten zien. Wel wat er gebeurd is in het hotel des Milles Collines. Alhoewel er genoeg gesuggereerd wordt van de gebeurtenissen in de straten van Kigali. In feite gaat het erom mensen te doen beseffen dat er ook nog mensen waren die andere mensen hielpen.”
T.G.: “Het mooie aan de persoon van Paul is dat hij erg veel van de meesten van ons weg heeft: hij is een geraffineerd man uit de middenklasse met een mooi gezin die in een vreselijke situatie terecht komt. Hij ziet zichzelf geplaatst voor aartsmoeilijke keuzes.”

Was het moeilijk voor u om de film te helpen maken?
P.R.: “Niet echt. Voor de film had ik al veel contacten met journalisten. Dat maakt dat ik wist welke aspecten in mijn verhaal belangrijk waren. De mediamensen hadden het verhaal van de Milles Collines al gehoord kort na de dramatische gebeurtenissen in 1994. Ze vroegen aan het overblijvende personeel in het hotel wat er was gebeurd, hoe het kon dat het hotel en zijn bewoners zo weinig had geleden. Allen verwezen ze naar mij. En ze zijn beginnen zoeken. Tot ze mij terugvonden hier in België...”

Deze film vertelt het verhaal over de moed van één man, een typisch Westers uitgangspunt. Is dit uw manier om de missie over te brengen?
T.G.: “Mijn eerste plicht is om een stuk entertainment te brengen. Je moet eerst mensen willen laten komen kijken. De film is eerder een springplank naar meer kennis over het gebeurde dan een echte studie of een verhaal over wat er gebeurde. Maar film is een zeer krachtig medium: mijn grote voorbeelden in deze zijn “Schindlers list,” de “Killing Fields” over Cambodja en “Missing” over Chili.”

Over de genocide zelf. Voelde u die aankomen?
P.R.: “Er waren al slachtingen geweest op verschillende plaatsen in het land. Rond Kigali stikte het van de vluchtelingen. De toenmalige president (Juvenal Habyarimana, nvdr.) had zelf ook een militie opgericht die opposanten uitmoordde. Iedereen had schrik. Veel mensen waren reeds buiten de stad gaan wonen. Op 4 augustus werd een vredesbestand getekend met de rebellen. En dan kwam de V.N. met soldaten om de vrede te bewaren. Dat was een teken van hoop voor ons. Het moment dat de internationale gemeenschap haar handen van het Rwandese wespennest af haalde was er één van totale vertwijfeling voor iedereen.” (In de film een onvergetelijk beeld wanneer Paul met zijn Afrikaanse gasten achterblijft in de regen terwijl Franse soldaten alle Westerlingen naar de luchthaven escorteren).

Déja-vu

U bent pas terug gegaan, vele jaren later, samen met Terry George. Was het land veranderd volgens u?
P.R.: “Er was niets ten goede veranderd. De wegen waren nog steeds kapot, nergens werkte de electriciteit enz. De situatie is weer net zo penibel als net voor de genocide... Ook reeds toen ik definitief vertrok in 1996 begon ik in te zien dat alle machthebbers op elkaar lijken.”

Vandaag wil president Kagamé de begrippen Hutu en Tutsi van de aardbodem doen verdwijnen. Vind u dat een goed idee?
P.R.: “Dat men Hutu en Tutsi niet meer op het paspoort zet is een prima idee. Maar het zijn nog steeds mensen die mensen gedood hebben. Een oplossing zal er pas echt komen als we allemaal aanvaarden wie we zijn. Je moet mensen laten praten met elkaar, ze rond één tafel zetten.”

Krijgt u een déjà-vu gevoel bij wat er in Darfour gebeurd?
P.R.: “Helemaal. Alles wat daar gebeurt volgt hetzelfde verloop als in Rwanda. Er zijn nu 2 miljoen inheemse vluchtelingen in Soedan. Het conflict is twee jaar aan de gang. In Darfour schieten helicopters van de overheid vanuit de lucht op weerloze vluchtelingen. Dat is perfect vergelijkbaar met de militie van Habyarimana. Ze gaan zelfs de waterputten vergiftigen van de geviseerde bevolking. Dat is je reinste etnische zuivering!”

En waarom toch? Wat hebben ze erbij te winnen?
P.R.: “Het schijnt dat er veel olie zit in de provincie Darfour... (diepe zucht). Het is steeds hetzelfde. Men is nu een tweede genocide aan het maken. En het Westen doet weer niets.”

Vind u dat de wereld überhaupt iets geleerd heeft sinds 1994?
T.G.: “We hebben nog steeds de VN Vredesmacht niet hervormd. De MONUC in Oost-Congo is een totale mislukking, ze zijn er niet in geslaagd de interhamwe te ontwapenen, noch stabiliteit te brengen in het gebied. Ik heb gesproken met vele activisten. Wat we nodig hebben is een internationale politiemacht, geen kleine legertjes zonder mandaat of middelen...”