Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen
Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen

maandag, mei 26, 2008

De integriteit van Chomski volgens Norman Finkelstein

De kelder van de Groene Waterman zat afgeladen vol voor Norman Finkelstein die avond van dinsdag 20 mei. Finkelstein is een joods-Amerikaans auteur die met zijn boeken de pro-Israël lobby in de V.S. en Israël zwaar op de korrel neemt. Hij verwijt hen dat ze de Nazi-Holocaust misbruiken om 40 jaar bezetting en talloze misdaden van Israël tegenover de Palestijnen goed te praten. Het feit dat iedereen die kritiek uitoefent op Israël onmiddellijk wordt bestempeld als antisemiet is een doelbewuste strategie om de aandacht af te leiden van de grond van de zaak, nl. dat de critici gelijk hebben, zo zegt Finkelstein.

Finkelstein poneert niet alleen, hij toont ook aan: "De drogredenen van het antisemitisme" (ondertitel: Israël, de VS en het misbruik van de geschiedenis) is een overweldigende opeenstapeling van bewijzen en rapporten die duidelijk maken hoe vernietigend de bezetting is en hoe Israël's antwoord op de kritiek van onafhankelijke instanties en mensenrechtenorganisaties telkens weer berust op afleidingsmanoeuvres. De auteur is een politiek wetenschapper en staat bekend voor het rigoureus en omstandigheid onderbouwen van zijn uitspraken. Aan elk boek ging jaren research vooraf. Eens hij zijn verhaal op een rij heeft gaat hij er wel keihard tegenaan. Het feit dat zijn beide ouders Holocaust overlevers waren verklaart veel van het vuur waarmee hij de 'Holocaust industrie' te lijf gaat. Maar vooral is Finkelstein een man die waarheid en rechtvaardigheid als enig constructief 'leitmotiv' naar voor schuift om internationale problemen op te lossen. Vergeleken bij de meeste politici is dat een totaal 'nieuw' uitgangspunt.

In het boek "The Holocaust Industry" (2000) toont Finkelstein aan hoe sinds 1967 (de zesdaagse oorlog) de nazi-genocide wordt misbruikt om alles goed te praten wat Israël mispeutert. Met één woord houden ze de internationale gemeenschap in een wurggreep. Zo slagen ze erin om weg te komen met het droppen van 1,4 miljoen ton aan clusterbommen droppen op Zuid-Libanon. Al kun je de internationale gemeenschap natuurlijk niet vergoeilijken: vooral de medeplichtigheid van de V.S. en de lafhartige houding van Europa. De EU dat nog steeds een associatie-akkoord met gunstige handelsvoorwaarden heeft met Israël hoewel dat land elke dag opnieuw de bepalingen van dat akkoord schendt.

In een twee hoofdstuk ontmaskert Finkelstein de eis van de joodse lobby eind jaren '90 om herstelbetalingen van Zwitserse banken zogenaamd voor "overlevers van de holocaust." Finkelstein toont overtuigend aan welke dubieuze methoden joodse lobbygroepen gebruiken om de zwitserse banken af te persen. De echte overlevers krijgen of kregen al jaren herstelbetalingen en een pensioen van de Duitse Bondsrepubliek. Van hun eigen pro-Israëlische lobby-organisaties zagen de meesten nooit een cent.

In de kelder zat er deze keer een flinke delegatie van het NSV (Nationalistische Studentenvereniging), compleet met petjes met leeuwenvlaggen en studentikoze lintjes in Vlaamse kleuren. Ze waren onverwacht opgedaagd nadat Finkelstein een geplande voordracht voor hun middens de avond ervoor had verzaakt. Hun aanwezigheid was voor Edith en Diane van De Groene Waterman aanleiding voor wat ongerustheid. Maar de manier waarop Finkelstein zelf de zaak aanpakte was tekenend voor zijn eerlijkheid. Toen het einde van het vragenhalfuurtje naderde en nog niemand van NSV-signatuur was rechtgestaan sprak hij de studenten daarop zelf aan. Daarop stond één van hen recht en vroeg hem wat hij vond van de Belgische wet op het revisionisme. Ik stond even versteld van de voorspelbaarheid van die vraag maar Finkelstein gaf geen krimp en zei dat hij tegen zo'n wet was. "Waarvan moet je schrik hebben?" Zei ie, "als je de holocaust goed bestudeert en het overweldigende bewijsmateriaal naast elkaar legt, dan kan iedereen die de nazi-genocide wil ontkennen heel eenvoudig en beargumenteerd onderuit gehaald worden. Als je hun twijfelachtige uitspraken verbiedt dan geef je bij de publieke opinie de indruk dat er toch iets is om over te twijfelen." Waarop hij omstandig en voor de hele zaal het NSV in zijn hemd zette door te beschrijven hoe één van hun leiders hem per mail bedreigde met rechtzaken als hij niet zou komen. Vanzelfsprekend een reden voor Finkelstein om finaal te weigeren. De man wordt in de V.S. al heel de tijd bedreigt en verloor al zijn job aan de DePaul universiteit onder druk van o.m. Alan Dershowitz, een joods Zionistisch advocaat die het 'zionistisch leerboek' "a case for Israël" schreef.

Finkelstein is een persoonlijke vriend van Noam Chomski. Hij noemt Chomski de meest integere en eerlijke vorser die hij kende. Gezien Chomski's staat van dienst als bekritiseerder van de V.S. en Israël en zijn consequente opkomst voor rechtvaardigheid kan ik me daar iets bij voorstellen. (wordt vervolgd)

Andere verslagen van Finkelstein's doortocht:
* Ook Marc-Antoon de Schryver had een gesprek met Finkelstein voor Indymedia. Dat geeft wel een stuk weer van wat de auteur op 20 mei vertelde.
* En vanzelfsprekend bracht ook Anja Meulenbelt (Nederlandse SP) verslag uit op haar blog van het debat in Nederland.

Norman Finkelstein mag Israël niet binnen

Om maar met de deur in huis te vallen, voor wie het nog niet moest weten: Norman Finkelstein is aangehouden op het vliegveld van Ben Gurion. Hij werd vorige donderdagnacht eerst een tijdje ondervraagt en vervolgens duidelijk gemaakt dat hij Israël niet binnen mocht wegens 'veiligheidsredenen.' Hij werd op een vliegtuig richting V.S. gezet. Volgens zijn advocaat kan de aangehaalde reden betekenen dat hij de staat Israël gedurende 10 jaar niet binnen mag. Een mooie geste is dat van de "enigste democratie in het midden-oosten" zoals ze zich zo graag noemen. Elke jood van overal ter wereld krijgt automatisch het Israëlische staatsburgerschap als ze dat willen, ook al hebben ze niets met het land te maken. Israël spaart kosten nog moeite om joden naar hun deel van de Levant te halen behalve... behalve als gaat om een kritikaster van het Israëlische beleid, een jood met een grote mond die zijn stem nu eens niet ten dienste van Tel Aviv stelt. Dat soort 'nestbevuilers' laten ze niet binnen.

Finkelstein ging een vriend bezoeken in Hebron. Dat vertelde hij me vorige dinsdag vóór het interview in de kelder van de Antwerpse boekhandel Groene Waterman. Hebron, dat is de Palestijnse stad op de bezette Westelijke Jordaanoever die het slachtoffer werd van een 'Azteeks' ritueel: het hart werd met veel bloed en geweld uit de stad gerukt. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd Hebron net als de rest van de Westelijke Jordaanoever bezet door Israël. Anders dan in de rest van de door Israël bezette gebieden waar Joodse kolonies illegaal opgetrokken werden rond de steden en dorpen, vestigde zich in Hebron een fanatieke joodse kolonie, midden in de oude stad. Palestijnen werden gedwongen hun huizen en winkelpanden te verlaten en op te geven. Bepaalde gedeelten van de stad zijn afgesloten met prikkeldraad en onbereikbaar voor de oorspronkelijke bewoners. Autoverkeer in de toch al nauwe straten wordt bemoeilijkt en moet vaak ver omrijden. Winkeliers moeten zich op verschillende plaatsen beschermen tegen vuil dat vanuit hoger gelegen kolonistenwoningen naar de winkelstraten wordt geloosd.

De joodse enclave bevindt zich in de oude stad en breidt zich steeds verder uit. In 2008 situeren er zich reeds vijf afzonderlijke groepen woningen, verspreid over de binnenstad, bewoond worden door kolonisten. Zij worden constant beschermd door circa 2000 Israëlische soldaten. Het Palestijnse stadsbestuur vermoedt dat er op de duur een wig van door Israëli's bewoond gebied dwars doorheen het stadscentrum van Hebron ontstaat die territoriale aansluiting moet kunnen krijgen met Kiryat Arba, de Israëlische nederzetting in de nabije omgeving van Hebron. Deze steeds toenemende druk zorgt voor veel spanning tussen de joodse en Arabische bevolking. Doorheen de gehele stad bevinden zich Israëlische checkpoints, straten worden door militairen -vaak onaangekondigd- afgesloten, waardoor Palestijnen hun wijken soms niet in of uit kunnen. Kolonisten kunnen in het grootste deel van de stad geen voet zetten, tenzij met uitgebreide militaire bescherming.

In 1994 drong Baroeg Goldstein, een Amerikaans-Israëlische arts, gewapend de Ibrahimi Moskee binnen tijdens een gebedsstonde, schoot 29 biddende moslims dood en verwondde er 125. Sindsdien is het gebouw in twee stukken verdeeld: 1/3e voor de moslims, en 2/3e voor de orthodoxe joden, die van hun deel een synagoge maakten. Tijdens joodse feestdagen worden de moskee en de straten er rondom afgesloten voor moslims, militairen laten dan enkel joodse gelovigen en soms ook toeristen toe.

Op 26 maart 2002 werden twee leden van de internationale burgerlijke waarnemersmissie, Catherine Berruex van Zwitzerland en Turgut Cengiz van Turkije, doodgeschoten door extremistische kolonisten op één van de Israëlische apartheidswegen(*) net buiten Hebron. "Deze mensen zijn compleet geschift," zo zei Norman Finkelstein. Voor alle duidelijkheid: Finkelstein's vriend woont niet in de joodse enclave. Het is een Palestijn. Het is tenslotte Hebron.


(*) In heel de bezette gebieden bestaat een apart wegennet, de zg. 'bypass roads' die de illegale kolonies verbinden met elkaar en met Israël. Deze wegen mogen niet gebruikt worden door de Palestijnen. Apartheid? juist ja.

zondag, december 09, 2007

De machtsgreep van de apenplaneet - een gesprek met Piet De Moor

Piet de Moor is een geëngageerd man. Iemand die gaat voor zijn principes, ook al moet hij daarvoor een aantal heilige huisjes omver schoppen. Dat deed hij in 2006 met zijn zg. ‘bitterbrieven’ waarin hij de krant De Standaard en de Vlaamse media in het algemeen de mantel uitveegde om hun vermeende banalisering van extreem rechts. Ik had voor Amnesty Nieuws een gesprek met hem dat meanderde tussen het gevaar van extreem rechts, het conservatisme in Oost-Europa en de verkleuterende media.

Schrijver De Moor ziet vele parallellen tussen het discours van extreem rechtse partijen in Vlaanderen en het totalitarisme, dat hij al jarenlang bestudeert. Zijn favoriete biotoop is het naoorlogse oost- en midden Europa. Hij schreef er verschillende boeken over. De Moor is een journalist die, moest hij werkzaam zijn in pakweg Colombia of Iran, hoog zou scoren op de lange lijst dissidenten waarvoor Amnesty briefschrijvers over heel de wereld in hun pen kruipen. Wat is volgens hem de aantrekkingskracht van het extreemrechtse discours? Zouden mensen ondertussen nog niet beter moeten weten? “Het is eigen aan de mens dat je bij elke generatie opnieuw moet beginnen. Maar je kan steeds leren uit de geschiedenis. Vandaar dat contact tussen de generaties belangrijk is. Als je geen transmissie hebt naar het verleden en je leidt aan de perceptie van ‘wij kunnen alles’ dan zijn anderen alleen maar lastig.”

Lees het volledige interview

donderdag, juli 12, 2007

Amnesty Marokko werkt aan attitude - Portret van een kleine maar nijvere sectie


De Marokkaanse sectie van Amnesty in Rabat is klein. Met vier mensen doen ze al het werk dat het secretariaat nodig heeft. Van lobby- en campagnewerk over secretariaatswerk tot het werven en motiveren van vrijwilligers. Salah Abdellaoui is tegelijk verantwoordelijk voor de beweging en het uitwerken van de nieuwe campagnes maar hij staat ook de directeur bij in zijn representatiefunctie. Abdellaoui: "in Marokko ligt onze grootste uitdaging in de mensenrechteneducatie."

Amnesty Maroc heeft zo'n 1200 leden, verspreid over het hele land. Maar gezien het thema waarmee Amnesty zich bezighoudt vindt je die leden vooral onder de gestudeerde middenklasse. Er zijn groepen van advocaten, van dokters enz. "Helaas maken mensenrechten nog steeds geen deel uit van de bekommernissen van de mensen die aan de macht zijn in Marokko. Er is een verandering van attitude nodig," zegt Abdellaoui.

De 'niet werken in eigen land'-regel is voor Marokko geen louter principiële kwestie. De overheid wordt nog steeds sterk geassocieerd met de figuur van de koning. En men is overgevoelig voor alles wat zweemt naar kritiek op de monarch. Met de zg. 'wet op het antiterrorisme' die in mei 2003 werd aangenomen kreeg de overheid nog meer armslag om de repressie tegen ongewenste politieke dissidenten op te voeren. In de beste post-11 september traditie geeft de wet een zeer brede en onduidelijke definitie van "terrorisme." De wet verlengt de wettelijke aanhoudingstermijn (de periode dat de gevangene is aangehouden door de veiligheidsdiensten zonder aanklacht of juridische controle) tot 12 dagen in het geval van "terrorisme." Ook is het recht van de gevangene op juridische bijstand ingeperkt, terwijl tijdens deze periode de kans op marteling of slechte behandeling het grootst is. De antiterrorisme wet breidde tenslotte ook het toepassingsgebied uit van de doodstraf.

Voornaamste doelwitten van de nieuwe wet: islamitische integristen of wie daarvan wordt verdacht en natuurlijk de militanten van het zieltogende Polisario-front, Marokko's eigen regionale verzetsbeweging.

Verschillende lokale ngo's volgen de situatie op de voet: AMDH (Association Marocaine des Droits Humains), OMDH (Organisation Marocaine des droits humains) enzovoort. Dat dit niet zonder gevolg blijft bewijst het gebeurde van 1 mei 2007: 7 leden van AMDH werden opgepakt tijdens een manifestatie toen ze slogans scandeerden die kritisch waren voor het koningshuis. Op 5 en 6 juni werden nog eens 10 leden van dezelfde organisatie opgepakt tijdens een sit-in uit solidariteit met de 7 reeds opgepakte mensen. Allemaal riskeren ze verschillende jaren in de gevangenis.

"Dit soort specifieke gevallen worden rechtstreeks door Londen gedaan," zegt Abdellaoui. Wanneer delegaties een onderzoek komen voeren, is dat ook volledig los van de sectie in Rabat. Vaak weten ze op het secretariaat zelfs niet dat ze er zijn. "Wij geven hoogstens de centrale persberichten door aan de nationale pers. En de Marokkaanse overheid weet dat zeer goed, want Amnesty is zeer bekend en gerespecteerd hier." Daarom dat de Marokkaanse sectie wel kan werken rond de grote thema's en internationale campagne's: doodstraf, geweld tegen vrouwen enz. Voor deze laatste campagne haalde de sectie vorig jaar niet minder dan 100.000 handtekeningen op die ze wist af te geven aan de Eerste Minister.

Eén van hun grote projecten in eigen land is de humanisering van het gevangenisregime. Ze hebben een overeenkomst gemaakt met de directeur van het gevangeniswezen. Bedoeling is het geven van vorming aan gevangenisbewakers rond mensenrechten en magistraten. "Een werk op lange termijn," geeft Abdellaoui toe.

Intussen heeft Amnesty International vorig jaar een belangrijke uitbreiding van zijn zelfverklaarde 'opdracht' goedgekeurd. In plaats van de traditionele focus op burgerlijke en politieke rechten is er een uitbreiding gekomen met economische, sociale en culturele rechten. (Lees ook interview met Eva Brems, februari nummer van dit jaar). Het is een niet te onderschatten koerswijziging. Ik vroeg me af hoe dat hier in Marokko werd opgepakt. En blijkbaar was de uitbreiding voor de Marokkaanse achterban makkelijker te verteren dan in Vlaanderen. Abdellaoui:"ook wij zijn begonnen met de nieuwe opdracht rond ESC-rechten. Economische, sociale en culturele rechten, dat raakt de alledaagse leefwereld van de mensen." En vermits vele van deze rechten allerminst verworven zijn in het Marokkaanse hinterland, zagen de leden makkelijk het belang in van deze uitbreiding.

Zo veel activiteiten, dat kost geld. Wat met fondsenwerving? En hoe maakt de Marokkaanse Amnesty sectie zich bekend binnen de grenzen?
"Het belangrijkste moment waarop we elk jaar naar buiten komen is het Internationaal boekensalon in Casablanca. Daar komen 400.000 bezoekers op af. Er is ook een sterke aanwezigheid van de Marokkaanse pers," zegt Abdellaoui. Wat zijn werkmiddelen aangaat, is de sectie zoals de meeste secties in het zuiden grotendeels afhankelijk van Londen. Vanzelfsprekend aanvaard Amnesty, net als bij ons, geen enkele vorm van subsidie. En met de lidgelden springen ze ook niet ver: 100 dirham (ongeveer 10 €) voor volwassenen per jaar en 50 dirham voor jongeren. Schenkingen, dat is héél beperkt. Het is immers makkelijker om mensen te overtuigen geld te geven voor een lokale moskee dan voor een abstract onderwerp zoals mensenrechtenschendingen in verre landen. Een mogelijkheid waar we al langer op hopen is het verkrijgen van het 'statut utilité public,' een statuut dat toelaat om grote fondsenwervende activiteiten te organiseren zoals galabals e.d. Je kan dan ook fiscale attesten afleveren aan donatoren," zegt Abdellaoui. “De vorige eerste minister had enkele jaren geleden nochtans het statuut toegezegd aan Amnesty. Zo'n statuut moet gebetonneerd worden in een decreet. Maar ondertussen blijft het dossier om een onduidelijke reden geblokkeerd op het niveau van het secretariaat van de regering. Iemand die de Amnesty-werking niet echt genegen is? Wie zal het zeggen?”

maandag, januari 02, 2006

Raak me aan als ik dood ben: Interview Barbara Acuna

Laatst veroordeelde minderjarige in de VS ontsnapt nipt aan terechtstelling

Barbara Acuna is een gewone Amerikaanse vrouw met een gewoon gezin. Ze woont in een gewone buitenwijk in een Texaanse stad. Ze staat erop dat we haar leven niet als iets buitengewoon omschrijven. Alleen overkwam haar wel iets heel dramatisch. Haar zoon werd ter dood veroordeeld. Hij was 17. Robert Acuna was de laatste minderjarige in de VS op ‘death row.’

Toen Robert Acuna werd beschuldigd van een dubbele moord, maakte de openbare aanklager in een tv-interview meteen duidelijk dat ze voor de doodstraf zouden pleiten, hoewel de officiële papieren daartoe pas vier maanden later werden ondertekend. Dit is courant in Texas en vóór het Amerikaanse Hooggerechtshof de doodstraf voor minderjarigen ongrondwettelijk verklaarde, overkwam het ook 17-jarigen. Het zien van dat interview maakte bij Barbara Acuna het besef wakker dat iets niet klopte in deze rechtszaak.

Vond je dat het proces eerlijk verliep?
“Ik was naar twee advocaten gestapt (de procedure voor de doodstraf is veel zwaarder en vereist twee advocaten voor de verdediging, nvdr), maar ze vertelden me koudweg dat ik hun niet kon betalen. Alleen al voor de advocaten moest ik 35.000 $ neertellen en dan moet je nog een team huren dat bestaat uit een detective, een psychiater en een ‘specialist in verzachtende omstandigheden’. De kost is astronomisch voor mensen met een gemiddeld loon. Maar dat was slechts het begin. Zodra de procureur beslist voor de doodstraf te pleiten, begint de ‘machine van de dood’ te draaien. Bij Robert werd de hele procedure op een drafje afgehandeld: men wist dat er een uitspraak van het Hooggerechtshof in de lucht hing die de doodstraf voor minderjarige daders zou afschaffen. Gemiddeld duurt een zaak twee jaar; Robert was echter acht maanden later al veroordeeld. Indien het proces pas begonnen was ná de uitspraak van het Hooggerechtshof over de doodstraf voor minderjarigen, dan was alles heel anders verlopen. De jury zou uit andere mensen bestaan hebben en één advocaat was voldoende geweest.”

De rol van de jury

Wat was de rol van de jury in het proces?
“Die was zeer belangrijk. Bij de keuze van de juryleden wordt gekeken naar een aantal criteria. Zo worden enkel mensen geselecteerd die vóór de doodstraf zijn. Universitaire studies hebben uitgewezen dat dergelijke jury’s de neiging hebben strenge straffen uit te spreken. In het geval van Robert wisten ze ook dat het om een minderjarige verdachte ging.”

Wanneer kreeg je hulp van buitenaf?
“Toen bleek dat de officier van justitie voor de doodstraf ging en er haast mee wou maken, ben ik als een gek beginnen bellen naar alle tegenstanders van de doodstraf. Amnesty zag onmiddellijk de ernst van de situatie in en zette een ‘urgent action’ op. Ze schreven brieven naar de procureur om hem aan te zetten te wachten met de procesgang tot na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Een collectief van advocaten die tegen de doodstraf zijn nam de zaak ter harte. Ze stelden vragen aan de twee advocaten die ons waren toegewezen door de rechtbank. Maar deze laatsten deden niets met de aanbevelingen. De aangestelde specialisten deden evenmin veel. Ze lieten de zaak op hun beloop, waardoor de procureur zowat vrij spel had. De eerste keer dat iemand van ons gezin werd ondervraagd over Robert, was de rechtszaak al bezig. Niet veel later maakte Robert kennis met ‘death row.’

‘Total senses deprivation’

Hoe is het leven in de dodencel?
“Zes maanden zat Robert op death row, tot zijn straf werd omgezet in levenslang na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Er is geen ‘vervroegde vrijlating’ zoals die in België bestaat. Gelukkig zijn z’n omstandigheden nu beter. Death row betekent 23 uur per dag opgesloten zitten in een kleine cel, met niets meer dan een klein radiootje als afleiding. Geen telefoongesprekken, je bent van iedereen gescheiden. Het uurtje per dag dat je buiten mag, krijg je handboeien aan en word je vergezeld door twee bewakers die je behandelen als hun eigendom. ‘Total senses deprivation’, dat is de enigszins klinische term voor dit onmenselijke régime. De gevangene mag aan geen enkele zintuiglijke prikkeling worden blootgesteld. Eenmaal per week mag je bezoek ontvangen. Je wordt dan naar een klein kamertje geleid dat door kogelvrij glas gescheiden wordt van de bezoekersruimte. Praten met je bezoek - maximum 2 mensen - doe je via een telefoontoestel. Voor je iets kan zeggen, moet je je op de rug geboeide handen door een kleine opening in de stalen deur steken, zodat de bewaker je handen kan losmaken. Er is geen enkele vorm van fysiek contact mogelijk. Dat gaat zo door, tot aan je geprogrammeerde dood.”

Wat zijn jouw argumenten tegen de doodstraf?“
Ten eerste is de doodstraf gewoon niet noodzakelijk. Mensen kunnen opgesloten worden of opgenomen in een instelling voor geestesgestoorden. We hoeven ze niet om te brengen. Rechtvaardigheid is geen wraak, doodstraf wel. De doodstraf is een onvoorstelbare geestelijke marteling, zowel voor de betrokkene en als voor zijn familie. Mensen zijn mensen, het zijn geen wegwerpvoorwerpen.”

Wat zeg je tegen voorstanders van de doodstraf?
“Ik probeer ze niet te overtuigen. Ik wil ieders mening respecteren. Ik probeer hen te wijzen op enkele feiten die ze misschien niet kennen, vertel hen wat ik weet. Argumenten als "Het is veel duurder om ze te laten leven" ontkracht ik: de hele procedure die leidt naar de doodstraf is vele malen duurder dan een levenslange gevangenisstraf. Ook andere argumenten haal ik aan: gekleurde mensen hebben statistisch gezien veel meer kans op de doodstraf.”

Iedereen verdient een tweede kans

In maart 2005 kwam dan de langverwachte uitspraak van het hooggerechtshof. Wat voelden jullie toen?

"We wisten dat het zou komen, maar niet op welke dag. Natuurlijk waren we zeer gelukkig. Robert was opgelucht maar tegelijk verdrietig dat de uitspraak niet vroeger was gekomen. Voor velen vóór hem was het te laat, mensen bij wie een redelijke twijfel bestond over hun schuld. Tijdens die zes maanden had hij verschillende mensen zien vertrekken. Ze schuifelden langs de gang voorbij, met hun boeien aan, het hoofd gebogen.”

Denk je dat organisaties zoals Amnesty een verschil kunnen maken?

"Robert zou nog steeds op zijn dood wachten als Amnesty er niet was geweest. Ze hebben jaren gelobbyt bij het verbond van Amerikaanse Advocaten om de stemming in het voordeel van de afschaffing van de doodstraf te keren. De internationale druk heeft ongetwijfeld geholpen om tenminste de doodstraf voor minderjarigen af te schaffen. Als iedereen echt samen aan hetzelfde zeil trekt en eist dat de overheid stopt met het doden van haar eigen burgers, dan kunnen we de doodstraf echt naar de geschiedenis verwijzen.”

Voor Amnesty verdient iedereen een tweede kans, maar zeker kinderen. Minderjarigen onderkennen nog niet altijd de gevolgen van hun daden. De kans dat ze hun leven verbeteren is veel groter dan bij een volwassene. Ze mogen dan ook niet op dezelfde manier bestraft worden. Het Kinderrechtenverdrag verbiedt overigens elke wrede en onmenselijke straf voor minderjarigen. De doodstraf tegen minderjarige daders was dit jaar het centrale thema van de Schrijf-ze-VRIJdag van Amnesty Vlaanderen.