Posts tonen met het label oorlog en vrede. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oorlog en vrede. Alle posts tonen

vrijdag, maart 14, 2008

Amarty Sen en het gevaar van éénduidige identiteiten

De bekende Indiase econoom en Nobelprijswinnaar (1998) Amartya Sen wil wel eens buiten de lijntjes kleuren van zijn vakgebied. Sen is dan ook geen econoom van de traditionele school die het axioma (zeg maar dogma) van de rationele mens en zijn consumptiebehoeften nog steeds als meest definiërende menselijke drijfveren beschouwen. Met "Identiteit en geweld" schreef hij een grotendeels vanuit de buik geschreven, maar toch wel doorwrochte kritiek op de illusie van éénduidige identiteiten. Hij wijst op de nefaste gevolgen voor geweld en conflict in de wereld van vandaag waarin mensen meer en meer van elkaar gescheiden worden door godsdienst en cultuur. Een stimulerende denkoefening. Lezers met weinig geduld zouden zich kunnen storen aan de neiging van Sen om zijn basisthese talrijke malen te herhalen, via weliswaar telkens andere invalshoeken. Maar als je bereid bent hardop mee te denken dan neem je dat voor lief. Een rustige leesplek is warm aanbevolen.

Identiteit en geweld sluit aan op de analyse van KifKif in het recente boek "cultu(u)renpolitiek." Als ondertitel schrijft Amarty Sen "de illusie van het lot," waarmee hij bedoelt, het lot van een gepercipieerde éénduidige identiteit. Ook Sen waarschuwt in zijn essay uit 2006 voor het nefaste effect wanneer je mensen vast timmert op één identiteit. De analogie met cultuur en 'de strijd tussen beschavingen' is duidelijk. In een wereld die tegen sneltreinvaart verstedelijkt en waar grote massa's mensen van verschillende achtergronden samen hun weg moeten zoeken is de zogenaamde 'culturele identiteit' een krachtig concept. Het referentiekader dat mensen gebruiken om anderen een plaats te geven werkt als een soort tabel van Mendeljev. Sen heeft het o.m. over de rol van keuze in identiteit en de sociale context die verschillend kan zijn. Ik moest spontaan denken aan het model van 'de roos van Leary,' dat binnen de groepsdynamica grafisch voorstelt hoe onze rol binnen een groep kan variëren naargelang de omstandigheden dat vereisen. Van leidend en wedijverend over helpend of aanvallend tot verontschuldigend of meegaand. Natuurlijk gaat het bij het model van Leary enkel over sociale dynamieken en komt de rol van de diverse persoonlijkheden in een groep niet aan bod. Maar de analogie is er wel.

Lees verder

Een samenvatting van deze recensie verscheen ook op de site van het E-Zine Uitpers.

donderdag, maart 06, 2008

Colombia smoort onderhandelingen

[reactie op commentaar op Radio1 forum van programma De Ochtend, n.a.v. stukje over Colombia en de moord op Farc commandant]

Het ging vanochtend niet over een evaluatie van de Farc in Colombia. Ieder waarnemer is het erover eens dat de actie van het Colombiaanse leger om de tweede commandant van de Farc dood te schieten op zijn minst slechte timing was. Uitgerekend wanneer er belangrijke gesprekken plaatsvinden die kunnen leiden tot de vrijlating van onder meer Ingrid Betancourt gaan ze Paul Reyes uitschakelen. Reyes was voor Franse diplomaten de contactpersoon in de onderhandeling over de vrijlating van de belangrijkste FARC-gijzelaar Betancourt.

De Colombiaanse president Uribe is met zijn agressieve militaire benadering nog niet veel verder gekomen in het oplossen van de 'langst durende burgeroorlog ter wereld.' Al moet gezegd dat hij de rechtse paramilitaire doodsescaders min of meer onder controle heeft gekregen. De terreur van deze doodsescaders was veel groter dan van de Farc. De 'bijdrage' van de Verenigde Staten bestaat al jaren uit het massaal geld pompen in het Colombiaanse leger. Kwestie van het conflict verder in stand te houden... Dat is dan ook de VS ten voeten uit.

woensdag, maart 05, 2008

Kosovo de nieuwste Amerikaanse kolonie?

Ik ben er wat laat mee - de actualiteit heeft het onderwerp weer achter ons gelaten. Kosovo verklaarde zich op 17 februari eenzijdig onafhankelijk. Maar de vraag blijft of al de etnische minderheden in het oude Kosovo de zelfde rechten gaan genieten als dewelke ze hadden onder het oude Joegoslavië en zelfs onder het Servische bewind. Want die minderheden dat zijn er nogal wat: Bosniaks, Goran, Roma, Turken, Ashkali, Egyptenaren (!) en natuurlijk de Serviërs. Allen leefden redelijk vreedzaam samen met de Albanese meerderheid. Die vreedzame samenleving kwam ten einde met de komst van de Albanese nationalistische verzetsbeweging UCK en vooral met de Amerikaanse plannen met het gebied. De fameuze pijplijn met de Kaspische zee die via Albanië-Macedonië-Bulgarije een alternatief traject moet vormen voor de Europese pijplijn langs Oostenrijk en dan het enorme Camp Bondsteel dat sinds eind jaren '90 over die route moet waken... Kan het nog duidelijker?

Ik herinner me nog de bombardementen die Clinton tijdens de laatste jaren van de oorlog over Servië joeg. Was dat nu echt nodig vroeg ik me toen af. En ook toen viel voor een aantal waarnemers de puzzelstukjes al in elkaar. Vooral de link met het eeuwige Halliburton (het bedrijf van Dick Cheney) dat de contracten voor onder meer de opbouw van Camp Bondsteel al ruim op voorhand op zak had.

Ik blijf mijn twijfels hebben bij elke staat die op etnische breuklijnen is gegrondvest, kijk naar Israël... Maar voor de Amerikaanse belangen moet nog steeds alles wijken. Lenora Foerstel van Global Research citeert in haar interessante analyse "Yugoslavia, Camp Bondsteel and the Caspian Sea" Chalmers Johnson, auteur van “America’s Empire of Bases,” waarin die zegt: “Once upon a time, you could trace the spread of imperialism by counting up colonies,” says Johnson. “America’s version of the colony is the military base.” Voor Foerstel is Kosovo een soort Amerikaanse kolonie. Het zou de nieuwbakken Kosovaren wel eens zuur kunnen opbreken.

maandag, oktober 17, 2005

Oorlog wordt hot

De nieuwssite hotzone.yahoo stuurt oorlogsverslaggever Kevin Sites de wereld in. Op een jaar tijd moet hij zowat alle conflictgebieden afreizen en verslag uitbrengen van op het terrein. Hij zal werk hebben. Het aantal conflicten is fors toegenomen de laatste jaren: 14 internationale conflicten, 17 burgeroorlogen, 28 zware interne conflicten, 13 grensconflicten. Dat zijn samen 72 broeihaarden van constant geweld. Het gemiddelde tijdens de koude oorlog was 35.

Wat doet de wereld eraan? Tenzij er belangrijke geostrategische of economische belangen in het geding zijn hanteren de grootmachten een pure verrotingsstrategie. En vaak is die perverse houding, eigenlijk een politieke obsceniteit van formaat, nog lucratief ook. Je krijgt het effect dat conflicten zelfbedruipend worden. Heel eigen dynamieken ontstaan, waarin terreur, uitbuiting en slavenarbeid een essentiële rol spelen. Winsten van gestolen grondstoffen maken deze gebieden tot zwarte gaten voor de internationale wapenindustrie. Het overaanbod aan wapens in de armoedige straten van sommige kapotgeschoten Afrikaanse steden is legendarisch.

Dat mensenrechten hier onder druk staan is een understatement. Slachtoffers kunnen er niet op terugvallen, daders blijven ongestraft, het recht van de sterkste regeert. De conventie van Geneve en het internationale oorlogsrecht worden steeds driester met voeten getreden. Elke vorm van staatscontrole is dan ook verdampt. In normale omstandigheden heeft geweld een zekere rechtvaardiging nodig. Chronische oorlogsgebieden functioneren letterlijk op geweld. Uit die spiraal geraken kan alleen door inmenging van buitenaf.

Kevin Sites laat systematisch en direct oorlogslachtoffers aan het woord, een jaar lang. En dat ie gelezen wordt bewijzen de vele reacties. Maar elke week laat hij slachtoffers achter zich, op naar het volgende rampgebied. En a rato van 1 conflict per week komt hij er überhaupt niet. Wat we nodig hebben zijn niet één maar 72 oorlogsjournalisten die de conflicten uit de vergetelheid halen, beklijvende beelden op de netvliezen van politici branden, perverse machtsrelaties blootleggen. Onafhankelijke verslaggevers die de stem van de slachtoffers tot in de Westerse hoofdsteden kunnen doen weerklinken.

Oorlog wordt hot

De nieuwssite hotzone.yahoo stuurt oorlogsverslaggever Kevin Sites de wereld in. Op een jaar tijd moet hij zowat alle conflictgebieden afreizen en verslag uitbrengen van op het terrein. Hij zal werk hebben. Het aantal conflicten is fors toegenomen de laatste jaren: 14 internationale conflicten, 17 burgeroorlogen, 28 zware interne conflicten, 13 grensconflicten. Dat zijn samen 72 broeihaarden van constant geweld. Het gemiddelde tijdens de koude oorlog was 35.

Wat doet de wereld eraan? Tenzij er belangrijke geostrategische of economische belangen in het geding zijn hanteren de grootmachten een pure verrotingsstrategie. En vaak is die perverse houding, eigenlijk een politieke obsceniteit van formaat, nog lucratief ook. Je krijgt het effect dat conflicten zelfbedruipend worden. Heel eigen dynamieken ontstaan, waarin terreur, uitbuiting en slavenarbeid een essentiële rol spelen. Winsten van gestolen grondstoffen maken deze gebieden tot zwarte gaten voor de internationale wapenindustrie. Het overaanbod aan wapens in de armoedige straten van sommige kapotgeschoten Afrikaanse steden is legendarisch.

Dat mensenrechten hier onder druk staan is een understatement. Slachtoffers kunnen er niet op terugvallen, daders blijven ongestraft, het recht van de sterkste regeert. De conventie van Geneve en het internationale oorlogsrecht worden steeds driester met voeten getreden. Elke vorm van staatscontrole is dan ook verdampt. In normale omstandigheden heeft geweld een zekere rechtvaardiging nodig. Chronische oorlogsgebieden functioneren letterlijk op geweld. Uit die spiraal geraken kan alleen door inmenging van buitenaf.

Kevin Sites laat systematisch en direct oorlogslachtoffers aan het woord, een jaar lang. En dat ie gelezen wordt bewijzen de vele reacties. Maar elke week laat hij slachtoffers achter zich, op naar het volgende rampgebied. En a rato van 1 conflict per week komt hij er überhaupt niet. Wat we nodig hebben zijn niet één maar 72 oorlogsjournalisten die de conflicten uit de vergetelheid halen, beklijvende beelden op de netvliezen van politici branden, perverse machtsrelaties blootleggen. Onafhankelijke verslaggevers die de stem van de slachtoffers tot in de Westerse hoofdsteden kunnen doen weerklinken.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

woensdag, april 13, 2005

Totale vertwijfeling toen het Westen zich terugtrok

United Artists: Hotel Rwanda

Hotel Rwanda. Wie de film nog niet zag, haast zich best naar de filmzaal. De commentaren liegen er niet om: “de meest indrukwekkende film in zijn soort sinds Schindler’s list.” Een krachtig document dat het verhaal vertelt van Paul Rusesabagina, in 1994 manager van een luxe hotel in de Rwandese hoofdstad Kigali. In het heetst van de strijd slaagt hij erin om 1200 mensen te redden van de machetes. Wij waren op de avant-première in Brussel. Vooraf hadden we een gesprek met de echte Paul Rusesabagina én met Terry George, de bevlogen regisseur van de film.

Hotel Rwanda is een film met een missie. Wat hoopt u ermee te bereiken?
T.G.: “Ten eerste hoop ik dat mensen de zaal verlaten met het gevoel dat ze, net zoals Paul, kunnen protesteren tegen het slechte in deze wereld. Ten tweede moeten we het Westen beschamen, in de hoop dat de internationale gemeenschap volgende keer haar verantwoordelijkheid opneemt.”

Hoe kwam u op het idee om met Amnesty samen te werken voor Hotel Rwanda?
T.G.: “Ik ken de persattaché van het Amnesty kantoor in Los Angeles. Twee jaar geleden hebben we samen gewerkt aan de video voor de John Lennon song Imagine (die tijdens de mensenrechtendag in 2003 overal werd gespeeld voor Amnesty, nvdr.). Amnesty wil Hotel Rwanda gebruiken om de situatie in de DR Congo en Darfour te belichten.”

Cynisme

In de film geeft een Italiaanse cameraman een staaltje weg van journalistiek cynisme wanneer hij Paul met zijn voeten op de grond zet: “Ik vrees dat mensen mijn beelden zullen zien op het nieuws, dat ze even zullen stoppen met avondeten en zeggen hoe erg de beelden zijn, en dat ze vervolgens verder eten, de beelden reeds vergeten.” Deelt u die mening?
T.G.: “De uitdaging is mensen zover te brengen dat ze het er precies niet bij laten. Niet zoals onze politici die keer op keer hun ogen sloten: Cambodja, Irak, Rwanda en nu Sudan. Bij een recente missie naar Darfour is Paul meegegaan samen met een nieuwsploeg van het populaire Amerikaanse programma Nightline. Daarmee krijgt de problematiek de aandacht die het anders nooit zou gehad hebben. Nu willen we hetzelfde trachten te bereiken in Europa.”

T.G.: “Van de politieke kant bekeken gaat het over niet meer of minder dan institutioneel racisme. Het leven in Afrika is gewoon veel minder waard dan in de rest van de wereld. En die discriminatie moet stoppen. Wat houdt ons tegen om er in Sudan dezelfde middelen tegenaan te gooien als op andere plaatsen?

Mr. Rusesabagina, geeft de film volgens u een goed begrip van wat er gebeurd is?
P.R.:“Hangt er vanaf wat je bedoeld. Het objectief van de film was niet zozeer om echt de genocide te laten zien. Wel wat er gebeurd is in het hotel des Milles Collines. Alhoewel er genoeg gesuggereerd wordt van de gebeurtenissen in de straten van Kigali. In feite gaat het erom mensen te doen beseffen dat er ook nog mensen waren die andere mensen hielpen.”
T.G.: “Het mooie aan de persoon van Paul is dat hij erg veel van de meesten van ons weg heeft: hij is een geraffineerd man uit de middenklasse met een mooi gezin die in een vreselijke situatie terecht komt. Hij ziet zichzelf geplaatst voor aartsmoeilijke keuzes.”

Was het moeilijk voor u om de film te helpen maken?
P.R.: “Niet echt. Voor de film had ik al veel contacten met journalisten. Dat maakt dat ik wist welke aspecten in mijn verhaal belangrijk waren. De mediamensen hadden het verhaal van de Milles Collines al gehoord kort na de dramatische gebeurtenissen in 1994. Ze vroegen aan het overblijvende personeel in het hotel wat er was gebeurd, hoe het kon dat het hotel en zijn bewoners zo weinig had geleden. Allen verwezen ze naar mij. En ze zijn beginnen zoeken. Tot ze mij terugvonden hier in België...”

Deze film vertelt het verhaal over de moed van één man, een typisch Westers uitgangspunt. Is dit uw manier om de missie over te brengen?
T.G.: “Mijn eerste plicht is om een stuk entertainment te brengen. Je moet eerst mensen willen laten komen kijken. De film is eerder een springplank naar meer kennis over het gebeurde dan een echte studie of een verhaal over wat er gebeurde. Maar film is een zeer krachtig medium: mijn grote voorbeelden in deze zijn “Schindlers list,” de “Killing Fields” over Cambodja en “Missing” over Chili.”

Over de genocide zelf. Voelde u die aankomen?
P.R.: “Er waren al slachtingen geweest op verschillende plaatsen in het land. Rond Kigali stikte het van de vluchtelingen. De toenmalige president (Juvenal Habyarimana, nvdr.) had zelf ook een militie opgericht die opposanten uitmoordde. Iedereen had schrik. Veel mensen waren reeds buiten de stad gaan wonen. Op 4 augustus werd een vredesbestand getekend met de rebellen. En dan kwam de V.N. met soldaten om de vrede te bewaren. Dat was een teken van hoop voor ons. Het moment dat de internationale gemeenschap haar handen van het Rwandese wespennest af haalde was er één van totale vertwijfeling voor iedereen.” (In de film een onvergetelijk beeld wanneer Paul met zijn Afrikaanse gasten achterblijft in de regen terwijl Franse soldaten alle Westerlingen naar de luchthaven escorteren).

Déja-vu

U bent pas terug gegaan, vele jaren later, samen met Terry George. Was het land veranderd volgens u?
P.R.: “Er was niets ten goede veranderd. De wegen waren nog steeds kapot, nergens werkte de electriciteit enz. De situatie is weer net zo penibel als net voor de genocide... Ook reeds toen ik definitief vertrok in 1996 begon ik in te zien dat alle machthebbers op elkaar lijken.”

Vandaag wil president Kagamé de begrippen Hutu en Tutsi van de aardbodem doen verdwijnen. Vind u dat een goed idee?
P.R.: “Dat men Hutu en Tutsi niet meer op het paspoort zet is een prima idee. Maar het zijn nog steeds mensen die mensen gedood hebben. Een oplossing zal er pas echt komen als we allemaal aanvaarden wie we zijn. Je moet mensen laten praten met elkaar, ze rond één tafel zetten.”

Krijgt u een déjà-vu gevoel bij wat er in Darfour gebeurd?
P.R.: “Helemaal. Alles wat daar gebeurt volgt hetzelfde verloop als in Rwanda. Er zijn nu 2 miljoen inheemse vluchtelingen in Soedan. Het conflict is twee jaar aan de gang. In Darfour schieten helicopters van de overheid vanuit de lucht op weerloze vluchtelingen. Dat is perfect vergelijkbaar met de militie van Habyarimana. Ze gaan zelfs de waterputten vergiftigen van de geviseerde bevolking. Dat is je reinste etnische zuivering!”

En waarom toch? Wat hebben ze erbij te winnen?
P.R.: “Het schijnt dat er veel olie zit in de provincie Darfour... (diepe zucht). Het is steeds hetzelfde. Men is nu een tweede genocide aan het maken. En het Westen doet weer niets.”

Vind u dat de wereld überhaupt iets geleerd heeft sinds 1994?
T.G.: “We hebben nog steeds de VN Vredesmacht niet hervormd. De MONUC in Oost-Congo is een totale mislukking, ze zijn er niet in geslaagd de interhamwe te ontwapenen, noch stabiliteit te brengen in het gebied. Ik heb gesproken met vele activisten. Wat we nodig hebben is een internationale politiemacht, geen kleine legertjes zonder mandaat of middelen...”

maandag, april 14, 2003

Kind in tijden van oorlog

Kind, mijn kind, hoeveel kan een ouder van je houden? Je strekt je vrijgevochten armpjes uit in de lege witte ruimte. Nauwelijks bekomen van je reis uit het ongewisse beland je in het ongerijmde van een grenzeloze wereld waar problemen worden opgelost door geweld. Congo, Tsjetsjenië, Colombia, het houdt niet op. Terwijl jij je eerste oogopslagen werpt heeft het keizerrijk zijn zevenmijlslaarzen aangetrokken en is over Irak gaan heen staan. Het draagt een veel te wijde jas en zingt de valse loftrompet van de rechtvaardigheid.

In de krant verhalen over overvolle ziekenhuizen, op internet circuleren bloederige foto’s van uiteengereten lichamen, van kinderen die al hun ledematen én hun ouders verloren. Een bom die inslaat op het hotel waar de hele internationale media haar basis heeft, balans: drie doden. Geruchten over doorgestoken kaart steken onvermijdelijk de kop op. Niemand is verbaasd.
Op datzelfde moment brengen zogenaamde ‘embedded journalists’ verslag vanachter de schutskoepel boven op een oprukkende tank. Ze hanteren een absurd jargon dat alle realiteitszin verloren heeft en lijken hun rol als vaandeldragers van de oorlogsmachine volledig geassimileerd te hebben.

Hoe leg je het uit? Tja, hoe legden mijn ouders het uit, eind jaren 60? Toen was die dezelfde oorlogsmachine elders massagraven aan het delven. De Amerikaanse oorlog in Vietnam was reeds verschillende jaren achter de rug toen mijn ontluikend historisch bewustzijn de puzzelstukjes bij elkaar begon te zoeken. Neen, wij dachten niet de laatsten te zijn die hun levensweg zouden moeten starten in tijden van slagveld. De waan van de maakbaarheid was niet meer aan ons besteed. Was er sinds Vietnam niet een dozijn andere oorlogen geweest? En toch leeft altijd de hoop…

Kind, oh kind, jij onvolgroeid wezen uit Utopia, je hebt ons zoveel te leren. Jou hulpeloosheid mag symbool staan voor de collectieve onkunde van een internationale gemeenschap. Kunnen we je verbergen voor deze waanzin?

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)