Posts tonen met het label Klimaat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Klimaat. Alle posts tonen

maandag, juli 10, 2023

Essay – Hoe de transitie financieren?

Iedereen die het nieuws over de klimaat- en biodiversiteitscrisis volgt, weet: we staan voor een gigantische omwenteling. Ook de economische wereld beseft dit – ook zij leest de IPCC-rapporten en merkt ook de toenemende gevolgen in de vorm van extreme droogte, hittegolven, overstromingen en andere rampen. We moeten het dus dringend over de centen hebben.

In opdracht van het Wereld Economisch Forum berekende het studiebureau McKinsey vorig jaar hoeveel het zou kosten om tegen 2050 de wereld op net-zero te krijgen. Dat is de doelstelling van het Akkoord van Parijs (2015) om tegen dat jaar de volledige wereldeconomie te decarboniseren en alles wat niet koolstofvrij kan worden gemaakt, te compenseren door extra koolstof uit de lucht te halen.

Het cijfer

Tegen 2050 naar net-zero gaan kost volgens McKinsey 3,5 triljoen dollar per jaar. Het studiebureau voegt daaraantoe dat daarvoor een fundamentele transformatie van de mondiale economie nodig is.

Dat hadden we zelf ook wel kunnen bedenken… Om een idee te geven: die 3,5 triljoen is een stijging met 60 procent ten opzichte van het huidige investeringsniveau en staat gelijk aan de helft van de wereldwijde bedrijfswinsten, een kwart van de wereldwijde belastinginkomsten en 7 procent van de gezinsuitgaven.

Verder zal de uitstap uit fossiele brandstoffen 185 miljoen jobs kosten, maar tegelijk 200 miljoen nieuwe banen creëren. In ieder geval zal de kost van niets doen dit bedrag vele malen overtreffen, zo zegt nog het rapport.

Maar hoe geraken we in godsnaam aan zulke sommen geld?

Subsidies

Wanneer er geld nodig is, wordt er doorgaans eerst naar het laaghangend fruit gekeken. En daar ligt één dossier te blinken op de tafel van overheden wereldwijd, waarover doorgaans zedig wordt gezwegen door politieke mandatarissen of waarvan het bestaan soms carrément wordt ontkend.

Nederlandse klimaatactivisten eisen dat ING stop met de financiering van olie- en gasprojecten (foto: RTLNieuws.nl).
Nederlandse klimaatactivisten eisen dat ING stop met de financiering van olie- en gasprojecten (foto: RTLNieuws.nl).

Het duikt echter steeds meer op in rapporten en aan ronde tafels allerhande, omdat het gaat om zulk evident anachronisme dat ieder mens met gezond verstand zich de spontaan de bedenking maakt: ‘bestaat dat nog?’ Ja, mensen, het bestaat nog, en het gaat om duizelingwekkende getallen: minimum 577 biljoen dollar gingen in 2021 nog naar kolen-, gas- en olieprojecten. Het is de Wereldbank die op 15 juni 2023 met de cijfers kwam. En er is geen teken dat er intussen verbetering zou zijn.

Ook ons eigen land ontsnapt overigens niet aan het probleem. Voor het tweede jaar op rij liet de federale overheidsdienst Financiën de ‘federale inventaris voor fossiele brandstoffen’ opmaken. Daaruit blijkt dat er niet minder dan 13 miljard euro per jaar gaat naar subsidies en allerhande belastingvoordelen voor fossiele brandstoffen.

Het gaat om vrijstellingen zoals voor brandstoffen voor de binnenvaart, voor baggerwerkzaamheden, vrijstelling van accijnzen op kerosine: een van de redenen waarom uw buurvrouw die citytrip naar Barcelona zo goedkoop kon doen… Ook zijn er verlaagde dieseltarieven en aardgastarieven voor de industrie, vrijstellingen voor stookolie in gebouwen enz.

Een speciale vermelding voor tankkaarten (492 miljoen euro) en bedrijfswagens (1.947,2 miljoen euro), een uniek Belgisch fenomenen dat ook een grote aanjager is van onze fileproblematiek.

Niet alleen wordt hierdoor nog steeds de fossiele industrie gestimuleerd (ja, dus ook die bedrijven zoals Shell, die de laatste twee jaar met exorbitante winstcijfers uitpakken) en de consumptie van de brandstoffen zelf die aan de oorzaak ligt van de klimaatcrisis, maar bovendien zuigt deze praktijk inkomsten weg van armlastige overheden die ze niet kunnen inzetten voor de transitie die we zo dringend nodig hebben. Het spreekt dus vanzelf dat er dringend een afbouw en heroriëntering nodig is van deze fondsen en belastingvoordelen.

Internationale solidariteit

Naast de nationale investeringen die nodig zijn in onze geïndustrialiseerde landen, is er ook hulp nodig voor de landen in het globale Zuiden die nauwelijks hebben bijgedragen aan de broeikasemissies van de voorbije 150 jaar en die nu al het grootste slachtoffer van de klimaatcrisis zijn.

Op de jaarlijkse klimaattop van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) is de internationale klimaatfinanciering en recent ook het fonds voor verlies en schade dan ook een van de meest heikele punten. Als we niet-geïndustrialiseerde landen willen vragen om hun groeiende economie op een duurzame leest te schoeien, dan moeten ze daar de middelen toe krijgen. Ook om hun fragiele ecosystemen en hun bevolking te beschermen tegen de effecten van de klimaatverandering hebben ze middelen nodig.

Op een recente financieringstop in Parijs, georganiseerd door de Franse president Macron, riepen deelnemende wereldleiders op om private financiering een grotere rol te laten spelen. De vraag die je daarbij kan stellen, is of dat geen poging is om te ontsnappen aan de verplichting die rijke landen zich hebben opgelegd om armere landen te steunen. Zo is er van de beloofde 100 biljoen dollar per jaar vanaf 2020, nog maar 83 biljoen effectief gestort.

Out-of-the-box denken

Toen Anuna De Wever in 2019 tijdens een interview suggereerde om aan de Europese Centrale Bank (ECB) te vragen geld bij te maken om de klimaattransitie te financieren, werd dat idee grotendeels op hoongelach onthaald. Economen hadden het meteen over het gevaar op inflatie, grote onevenwichten op de markt en andere schrikbeelden.

Los van de vraag of economen nog wel over zoveel geloofwaardigheid beschikken na de economische crisis van 2008 (en zoveel andere crisissen die ze niet zagen aankomen) verdient de suggestie meer onderzoek. Tenslotte is geld slechts een afspraak, en het financieel systeem een constructie die ten dienste moet staan van de mens, en niet andersom.

Klimaatactiviste Anuna De Wever (Youth for Climate) tijdens de eerste klimaatmars op zondag 27 januari 2019 in Brussel (foto: Wikipedia).
Klimaatactiviste Anuna De Wever (Youth for Climate) tijdens de eerste klimaatmars op zondag 27 januari 2019 in Brussel (foto: Wikipedia).

Het adagium dat luistert naar de welluidende naam van een pas overleden popster, ‘There is no alternative’ klinkt intussen even versleten als de vele beloftes van de heilzame ‘onzichtbare hand’ van de markt. De markt lost niet zoveel dingen op, maar promoot alleen het recht van de sterkste, als ze niet gereguleerd wordt door sterke democratische instellingen.

Daarom is het verbazend dat er niet meer onderzoek wordt geïnvesteerd in economische oplossingen die werken. Neem nu de experimenten met lokale munten. Zo werd tijdens de economische crisis van de jaren 1930 in Zwitserland de Wirtschaftsring (WIR) opgericht door 16 bedrijfsleiders. Krediet en geld waren schaars in die moeilijke jaren. Met de nieuw opgerichte munt konden de bedrijven met elkaar handeldrijven zonder dat de schaarste aan Zwitserse franken hen dwarsboomde. De WIR bestond dus naast de Zwitserse frank.

Het systeem is tot op heden blijven bestaan en telt nu ongeveer 80.000 participerende bedrijven. Stel je voor dat zo’n munt wordt opgericht die alleen kan worden gebruikt om klimaatvriendelijke investeringen te doen.

Particulieren en bedrijven krijgen een bepaald minimumbedrag dat gebonden is aan een CO2-budget dat hen wordt toegekend, volgens een billijke verdeelsleutel die democratisch vastgelegd is en in lijn is met de doelstellingen van het Akkoord van Parijs.

Vermits mensen met minder financiële middelen een lagere voetafdruk hebben, krijgen zij ook een groter budget van dit klimaatgeld. Door investeringen te doen die hun voetafdruk verkleint, kan iedereen extra klimaatgeld bij krijgen. Het doel? Een race naar de bottom, dus naar een zero-emissie consumptie en productie, op zo kort mogelijke tijd, bovendien sociaal verantwoord.

Terugverdieneffecten

Een belangrijk element dat steeds over het hoofd gezien wordt, zijn de terugverdieneffecten. Die zijn legio, maar heel vaak worden de vruchten geplukt in andere sectoren dan deze die moeten afbouwen of waar de investeringen moeten gebeuren. Wantrouwige geesten zouden zelfs kunnen poneren dat bepaalde invloedrijke beroepsgroepen geen belang hebben bij de potentiële winsten.

Neem nu volksgezondheid. Een modal shift naar minder individueel gemotoriseerd verkeer en meer sportieve vormen van verplaatsing zoals de (elektrische) fiets, het openbaar vervoer gecombineerd met meer wandelen en stappen, dat alles leidt tot minder bewegingsarmoede.

Minder tot geen verbrandingsmotoren leiden tot veel minder luchtvervuiling. Resultaat: minder longproblemen, hart- en vaatziekten, enz. Gezondheidszorg, tel uit uw winst.

Duurzamere voedselgewoonten sluiten beter aan bij de voedseldriehoek en zijn dus ook gezonder: veel minder (maar beter) vlees en veel minder hoog bewerkte producten, ten voordele van meer verse groenten en fruit. Onderzoek wijst uit dat ten opzichte van het standaard voedselmandje van de Belg, de CO2-voetafdruk met de helft kan verminderen als mensen overschakelen naar een duurzaam voedselmandje. Ook hier zijn de gezondheidswinsten groot: minder allergieën, een stop aan de obesitasepidemie, minder darmkanker.

Investeringen in natuur dichtbij mensen, dragen dan weer bij tot de mentale gezondheid. Zo hanteert de veel besproken natuurherstelwet onder meer de 3-30-300-regel. Dat wil zeggen dat vanuit elk huis uitzicht moet zijn op minstens drie bomen, dat er 30 procent groen is in elke wijk en dat het maximum 300 meter wandelen is tot aan het dichtstbijzijnde park of groene ruimte. Onderzoek na onderzoek wijst op positieve effecten op de mentale gezondheid van mensen.

Investeringen in natuur dichtbij mensen dragen bij tot de mentale gezondheid (foto: Luc Viatour).
Investeringen in natuur dichtbij mensen dragen bij tot de mentale gezondheid (foto: Luc Viatour).

Andere terugverdieneffecten zijn deze die te maken hebben met onze energievoorziening. Als je geen olie of gas meer moet aankopen, dan is dat een evidente kost die wegvalt. Door zelf of in regionaal (Europees) verband energie te produceren, ben je veel minder afhankelijk van de wereldmarktprijzen en van dubieuze regimes. Dat geeft ruimte om te investeren in een sterker en stabieler netwerk, voorzien van de nodige opslagcapaciteiten.

Door de terugverdieneffecten voor de gehele samenleving mee te nemen in het gehele investeringsplan kunnen de kosten van de transitie beter gespreid worden en kan het draagvlak toenemen tot in alle geledingen van de samenleving.

Besluit: het wordt tijd voor een totaalplan dat anomalieën zoals schadelijke subsidies afbouwt, dat terugverdieneffecten meeneemt en dat innovatieve economische oplossingen bedenkt die fit for purpose zijn en niet enkel uitgaan van de winst voor enkelen, maar de vooruitgang voor de hele samenleving.


Deze tekst verscheen in de CIMIC nieuwsbrief van juni 2023.

zaterdag, april 22, 2023

Europa in het oog van de klimaatstorm: burgers zijn niet geholpen met achterhoedegevechten.

“In plaats van te jammeren over een verondersteld gebrek aan draagvlak, zullen politici als een gek moeten werken aan het creëren van het nodige draagvlak”, schrijft Koen Stuyck van WWF naar aanleiding van een nieuw rapport van het Copernicus Instituut over staat van het klimaat.

In 2022 beleefde Europa zijn heetste zomer ooit gemeten. Daarbij waren intense hittegolven, extreme droogte en uitgestrekte bosbranden aan de orde van de dag. Dat bevestigt het Copernicus Instituut met zijn jaarlijkse Europese rapport over de staat van het klimaat.

Een van de belangrijkste gebeurtenissen voor Europa in 2022 was de grote droogte. Tijdens de winter van 2021-2022 kende een groot deel van Europa minder sneeuwdagen dan gemiddeld, met in veel gebieden wel 30 dagen minder. In het voorjaar lag de neerslag in een groot deel van het continent onder het gemiddelde, met in mei de laagste neerslag ooit gemeten. Het gebrek aan wintersneeuw en de hoge zomertemperaturen leidden tot een recordverlies aan ijs van gletsjers in de Alpen, wat neerkomt op een verlies van meer dan 5 kubieke km ijs.

De lage neerslaghoeveelheden, die de hele zomer aanhielden, veroorzaakten samen met de uitzonderlijke hittegolven ook een wijdverspreide en langdurige droogte die verschillende sectoren trof, zoals de landbouw, het riviertransport en de energiesector. Denk aan de Rijn die nog nooit zo laag stond waardoor schepen hun ladingen niet meer vervoerd kregen. Of de Franse kerncentrales die niet meer genoeg koelwater kregen en noodgedwongen stil moesten gezet worden.

Nog even wat cijfers: de vochtigheidsgraad van de grond was de 2e laagste in de laatste 50 jaar. De algemene waterstand van rivieren in heel Europa was de 2e laagste ooit, waarbij 2022 het 6e achtereenvolgende jaar was met lager dan normale waterstanden.

Wetenschappers die bosbranden monitoren noteerden significante toenames in koolstof emissies door de vele branden tijdens de zomer van 2022. De totale geschatte emissies over het hele continent waren de hoogste sinds 2007. Frankrijk, Spanje, Duitsland en Slovenië beleefden hun hoogste emissies door bosbranden voor minstens de laatste 20 jaar terwijl zuid-west Europa hun grootste brandseizoen ooit kenden.

 

IN HET NOORDPOOLGEBIED GAAT HET NOG SNELLER

Het Noordpoolgebied ondergaat drastische klimaatveranderingen.  De temperaturen zijn er veel sneller gestegen dan in het grootste deel van de rest van de wereld. 2022 was het zesde warmste jaar ooit voor het hele Noordpoolgebied en het vierde warmste jaar voor de Arctische landgebieden. Een van de meest getroffen Arctische gebieden in 2022 was Spitsbergen, dat de warmste zomer ooit beleefde, met in sommige gebieden temperaturen van meer dan 2,5°C boven het gemiddelde.

In 2022 kende ook Groenland extreme klimaatomstandigheden, waaronder uitzonderlijke hitte en regenval in september, een jaargetijde waarin sneeuw meer gebruikelijk is. De gemiddelde temperaturen in die maand waren tot 8°C hoger dan gemiddeld (de hoogste in de geschiedenis) en het eiland werd getroffen door drie verschillende hittegolven. Deze combinatie veroorzaakte het smelten van de ijskap, waarbij op het hoogtepunt van de eerste hittegolf ten minste 23% van de ijskap was aangetast.

 

STOP DE ACHTERHOEDEGEVECHTEN

In die zin was het stemgedrag van N-VA en zijn geestesgenoten van het Vlaams Belang bij de stemming voor de nieuwe Europese klimaatwet deze week een triest laagtepunt. Door telkens tegen te stemmen of zich te onthouden verzaken deze partijen aan hun verantwoordelijkheid. Dat deden ze overigens ook bij de stemming over het sociaal klimaatfonds, dat klimaatvriendelijke steunmaatregelen voor gezinnen moet financieren. Tot zover de zogenaamd sociale bekommernissen van de genoemde partijen. Want in werkelijkheid helpen ze burgers niet met hun achterhoedegevechten.

Laat me even het voorbeeld van de grenstaks of ‘CBAM’ aanhalen. Ook daar onthielden N-VA en VB zich. Deze taks zal aan niet EU-bedrijven opgelegd worden wanneer ze hun producten willen invoeren in de Europese markt, kwestie van onze eigen bedrijven niet te zeer te benadelen. Tijdelijk dan, want het is een kwestie van tijd tot andere landen een dergelijke koolstoftaks invoeren voor hun economieën. Ze gaan dat moeten doen, want de druk van de internationale gemeenschap om te handelen zal steeds groter worden, en nog belangrijker, de klimaat-gerelateerde calamiteiten gaan elkaar steeds sneller opvolgen.

Met andere woorden: de kosten zullen de pan uitswingen: voor de landbouw en hun mislukte oogsten, voor de verzekeraars die het niet meer trekken (na de waterbom in Wallonië kwamen er al geluiden uit de Belgische verzekeringssector dat ze dat geen 2e maal zullen kunnen betalen), voor gezinnen en bedrijven die zullen kampen met watertekorten. Of voor de ca. 200 miljoen klimaatvluchtelingen (schatting VN) die, aan ongewijzigd beleid, tegen 2050 hun thuis zullen ontvluchten.

 

VOORBEREIDE LANDEN OF REGIO’S ZWAAR IN HET VOORDEEL

Welke landen zullen zwaar in het voordeel zijn in dergelijke context? Juist: landen met bedrijven en inwoners die voorbereid zijn, en die dus hun uitstoot hebben teruggedrongen, die niet meer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, die energie-efficiënter zijn, die hebben geïnvesteerd in een circulaire economie, in broodnodig natuurherstel, in een gezonde waterhuishouding. Landen die, met al deze maatregelen, hun weerbaarheid fors hebben verhoogd en hun impact binnen de grenzen van de planeet gebracht hebben.

In plaats van te jammeren over een verondersteld gebrek aan draagvlak, zullen politici als een gek moeten werken aan het creëren van het nodige draagvlak. Door eindelijk eerlijk te zijn over wat ons te wachten staat als we niet versnellen, maar ook door de immense voordelen die voor het grijpen liggen niet langer te verzwijgen: minder luchtvervuiling, minder lawaai, minder bewegingsarmoede, meer kwaliteitsvolle natuur dichtbij ons, meer veiligheid en preventieve gezondheidszorg.

Eerlijk, wie kan daar nu tegen zijn?

 

(Dit opiniestuk verscheen op het online magazine Architectura en eerder op Knack.be.)

maandag, maart 20, 2023

Klimaatpanel IPCC publiceert syntheserapport: oplossingen zijn er en worden steeds beter

Vandaag publiceert het Intergouvernementeel klimaatpanel van de Verenigde Naties zijn lang aangekondigde syntheserapport. Daarin wordt alle huidige wetenschappelijke kennis rond de klimaatverandering en haar effecten op mens en natuur samengevat.

Alleen al het eerste deel steunt op meer dan 14.000 wetenschappelijke studies. Na een uitgebreid consultatieproces werd het goedgekeurd door 195 landen, nagenoeg de hele wereld. Conclusie: de toestand is ernstig en we moeten dringend versnellen. Het goede nieuws blijft gelukkig: de oplossingen zijn er en die worden ook steeds beter.

De data die onze klimaatmodellen schragen komen vandaag van overal op de planeet, van de hoogste toppen in de Himalaya tot de Marianentrog in de diepte van de Stille Oceaan. Samen geven ze een grimmig beeld. Overal smelten gletsjers met een snelheid ongezien gedurende de laatste tweeduizend jaar, gletsjers die de bron vormen voor watersystemen waarvan honderden miljoenen mensen afhankelijk zijn voor hun drinkwater en levensonderhoud. Met dat water worden talloze landbouwgebieden bevloeid en industriële processen aan de gang gehouden.

Ondertussen is het aantal extreme weerfenomenen sterk toegenomen, in frequentie en intensiteit. Sinds 2008 zijn meer dan 20 miljoen mensen per jaar in eigen land op de vlucht gemoeten voor weer-gerelateerde rampen. Tussen 3,3 en 3,6 miljard mensen wonen nu in gebieden die extra kwetsbaar zijn voor de effecten van klimaatverandering. Zoals we in de zomer van 2021 hebben gezien is ook ons eigen land kwetsbaar; voor overstromingen, maar ook voor hittegolven en droogte.

De mondiale emissies van alle door de mens uitgestoten broeikasgassen tussen 2010 en 2019 waren hoger dan enige periode in de geschiedenis van de mensheid: in 2019 kwam dit uit op 59 gigaton CO2-equivalenten, dat is 12 procent hoger dan in 2010 en liefst 54 procent hoger dan in 1990. Als we de temperatuur nog willen beperken tot 1,5 graad rest ons een beperkt budget van 500 gigaton. In het huidige tempo hebben we nog nauwelijks acht jaar voor dat budget op is. We moeten dus zo snel mogelijk de knik maken en emissies afbouwen.

Bovendien heeft de natuur niet minder dan 54 procent van alle door de mens veroorzaakte emissies van de laatste tien jaar opgenomen, zo becijferde het WWF: 31 procent door land gebaseerde natuur zoals planten, dieren en grond, de andere 23 procent is opgenomen door de oceaan. Diezelfde natuur wordt echter nog steeds op grote schaal vernietigd door ontbossing of omzetting in monoculturen en andere menselijke infrastructuur. De oceaan blijven we leegvissen en vervuilen. We zagen de tak af waarop we zitten.

Het is dan ook verbijsterend om vast te stellen dat er nog steeds 900 miljard euro naar subsidies gaat voor fossiele brandstoffen (in eigen land ook meer dan 10 miljard per jaar, zoals recentelijk becijferd door minister Khattabi) of dat de honderden miljarden die vandaag de kassa’s binnenstromen van de fossiele industrie ingezet zullen worden om nieuwe bronnen aan te boren en de wereld blijvend vast te zetten in nieuwe fossiele infrastructuur.

En toch. In haast alle sectoren zijn er oplossingen om de uitstoot met de helft terug te brengen tegen 2030. Tussen 2010 en 2019 zijn de kosten van zonne-energie en batterijtechnologieën met liefst 85 procent teruggevallen. Als het gaat om aanpassing aan de effecten van klimaatverandering: op natuur gebaseerde oplossingen, zoals herstellen van natte gebieden, rivieren hun natuurlijke loop teruggeven of herbebossen, zijn goedkoper en duurzamer dan harde infrastructuur en technische ingrepen.

Al die bestaande oplossingen hebben dit met elkaar gemeen: ze zijn nu inzetbaar, ze zijn niet duur en bieden op korte termijn grote voordelen zoals energie-onafhankelijkheid, schonere lucht, meer biodiversiteit en mogelijkheden voor een gezondere levenstijl.

En zowel voor energie (Net-Zero Industry Act) als voor natuur (Nature Restauration Law) zit er een forse rugwind vanuit Europa aan te komen. We hebben alles om de tanker te keren.

Deze opinie verscheen op de website van De Morgen.

Als we een klimaatramp willen vermijden, is onmiddellijk meer actie nodig

'Hopelijk zal deze nieuwe waarschuwing opnieuw een belangrijke sprong voorwaarts inluiden, of eerder een reeks van sprongen’, schrijft Koen Stuyck van WWF. Hij reageert op het syntheserapport van het IPCC. Daarin wordt gesteld dat de uitstoot van broeikasgassen onmiddellijk moet dalen, willen we de opwarming van het klimaat onder de 1,5°C houden.

Het synthese-rapport van het Intergouvernementeel klimaatpanel van de Verenigde Naties dat vandaag gepubliceerd werd, kan niet duidelijker zijn. We stevenen af op een klimaatramp als we onze emissies van broeikasgassen niet snel en drastisch terugschroeven en uiterlijk in 2050 tot netto nul terugbrengen. Dat we dat vandaag onvoldoende doen, daarover is de wetenschap heel duidelijk. Als we de tussentijdse doelen die uitgezet worden in dit rapport, namelijk -43% tegen 2030, 60% tegen 2035 en 69% reductie tegen 2040, willen halen, dan moeten we onmiddellijk veel grotere actie ondernemen dan we vandaag doen.

Bescherm de buffercapaciteit van onze natuur

Beperken van de opwarming tot 1,5° zal de risico’s op onomkeerbare klimaatveranderingen met veel verlies en schade voor mens en ecosystemen beheersbaar houden. Gaan we erover, dan nemen extreme weersfenomenen hand over hand toe in frequentie en intensiteit. Ecosystemen die nu reeds fel onder druk staan dreigen in te storten. Denk aan het Amazonewoud dat degradeert tot een netto-uitstoter van CO2 (voor delen daarvan gebeurt dat nu al, stelden biologen vast in het gerenommeerde vaktijdschrift Nature). En dat terwijl we die natuur hard nodig hebben. Het IPCC rapport toont ook aan dat planten, dieren, grond en de oceaan samen de laatste tien jaar 54% van de door de mens veroorzaakte CO2 emissies heeft geabsorbeerd. De natuur beschermt ons tegen al te grote impact, door emissies op te nemen maar ook weer gerelateerde extremen op te vangen en te bufferen. Als we echter aan het huidige tempo doorgaan met ontbossen en de oceaan laten verzuren en vervuilen dan zal die buffercapaciteit daar onvermijdelijk onder lijden.

Dit synthese rapport van de 6e beoordelingscyclus geeft niet alleen wetenschappelijke conclusies weer van de mondiale wetenschappelijke gemeenschap. Na een week van doorlichting en een marathononderhandeling tijdens het voorbije weekend hebben de 195 landen die lid zijn van het IPCC de samenvatting van het rapport, dat zelf duizenden bladzijden telt, goedgekeurd. Dat betekent dat de hele wereld de conclusies van het rapport erkent en aanvaard. In het verleden hebben de rapporten van de 5e beoordelingscyclus (2013-14) geleid tot het akkoord van Parijs. Het speciale rapport over de globale opwarming van 1,5° (2018) heeft klimaatdoelen in vele landen beïnvloed. Grote landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben een doel van netto-nul broeikasgassen in 2050 in hun nationale wetgeving ingeschreven.

Rennen, niet wandelen

Hopelijk zal deze nieuwe waarschuwing opnieuw een belangrijke sprong voorwaarts inluiden, of eerder een reeks van sprongen. Het is alvast een schot voor de boeg van de onderhandelaars die op de volgende klimaattop in december het ambitieniveau moeten optrekken. Ook in eigen land zijn we nog aan het wandelen terwijl we moeten rennen. Onze uitstoot is sinds 1990 met 24 % gedaald, maar om de Europese doelstellingen te halen moeten we tegen 2030 aan -47% zitten. Dat betekent dat we op krap 8 jaar bijna het dubbele aan reducties moeten halen dan wat we de vorige 32 jaar hebben gerealiseerd.

Het goede nieuws is dat we met bestaande oplossingen de klus kunnen klaren, en dat die bovendien steeds goedkoper worden. De kost van zonne-energie en batterijen is op 10 jaar tijd met maar liefst 85% gedaald. Als het gaat over aanpassen aan de effecten van klimaatverandering blijken natuur gebaseerde oplossingen zoals laten hermeanderen van rivieren en herbebossen vele malen goedkoper, duurzamer en effectiever dan traditionele harde infrastructuur. Ook in de circulaire economie zijn er veel nieuwe oplossingen die zich aandienen. Maar er moet dringend opgeschaald worden – op alle niveaus.

Voor Europa na de oorlog luidde het Amerikaanse Marshallplan een lange periode van economische groei en welvaart in. De wereld zou gebaat zijn met een massale investering- en reguleringsgolf die onze samenlevingen gezonder, rechtvaardiger, veiliger en weerbaarder maakt tegen klimaatschokken, want al die laatste voordelen krijgen we er gratis bij.

Deze opinie verscheen op Knack.