Posts tonen met het label identiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label identiteit. Alle posts tonen

donderdag, juni 12, 2008

Schrap term allochtone gemeenschap

Aansluitend bij de vorige link, in het kader van de reeks in De Standaard "België nieuwe formule" pleit Naima Charkaoui van het Minderhedenforum ervoor om de term 'allochtone gemeenschap' te schrappen. Eén van de betere bijdragen in de reeks:
"Schrap term allochtone gemeenschap" of op de site van het Minderhedenforum.

woensdag, juni 11, 2008

Identiteit? Wij allen zijn combi’s !

Anne-Ruth Wertheim is een Nederlandse publiciste en schreef o.a. het boek "De gans eet het brood van de eenden op, mijn kindertijd in een Jappenkamp op Java." Ze las mijn recensie van Amartya Sen's boek "Identiteit en geweld" en vroeg me om haar eigen tekst te posten die ze in De Volkskrant publiceerde. In die tekst vertelt ze waarom we de loyaliteitsvraag naar groepen beter niet meer stellen. Ze doet dat met als uitgangspunt haar ervaringen als kind in de Japanse concentratiekampen tijdens de tweede wereldoorlog. In haar tekst, "identiteit? Wij zijn allen combi's!" breekt ook zij een lans voor het recht van één ieder om zijn of haar persoonlijke identiteit zelf samen te stellen.

Anne-Ruth Wertheim deed onderzoek naar racisme en werkt met het onderscheid tussen uitbuitings- of koloniaal racisme (neerzien op) en concurrentieracisme (afgunst en wantrouwen). De Engelse vertaling van dit artikel is te vinden op de website Review of International Social Questions: http://www.risq.org/article492html en http://www.risq.org/article427.html. Andere artikelen die zij schreef over racisme zijn te vinden in Opinie & Debat, NRC Handelsblad van 19 juni 2004 en in Trouw van 19 maart 2008. Op het blog van Anja Meulenbelt ontketende ze onlangs nog een hele discussie over racisme.

donderdag, april 10, 2008

Zijn joden nog een volk?

Op het blog van Anja Meulenbelt staat vandaag een wezenlijk belangrijke tekst van Yeshayahu Leibowitz. Je zou de man kunnen verwijten dat hij een nostalgicus is naar de tijd van de Stetl's toen de Joodse bevolking het bindmiddel was dat Oost-Europa bij elkaar hield. Maar zijn analyse ligt volledig in de lijn van Yakov M. Rabkin's historische oordeel in het boek "In de naam van de Thora" waarin hij de Zionistische machtsgreep binnen de joodse diaspora beklijvend beschrijft. De afkeer die de Zionisten voelden van de 'achterlijke' religieuze gebruiken waar ze vanaf wilden staan haaks tegenover de manier waarop Israël nu de extremisten van Shas en anderen voor hun kar spannen. Maar zoals dat zo vaak gaat, het doel heiligt de middelen en Zionisten gaan niets uit de weg om hun doel, de realisatie van een groot-israël te bereiken.

Toch blijft het verbazend hoe ze bijvoorbeeld met hun 'Wet op de terugkeer' blijven proberen om joden uit de diaspora aan te trekken. Je kan immers 'joden' alleen maar definiëren als een religieus begrip - ook al zijn de mensen in kwestie niet meer praktizerend. Prof. Shlomo Sand, één van de 'nieuwe historici' bracht daarover onlangs ook een interessant boek uit: "When and how the Jewish people was invented." Hij concludeert uit zijn onderzoek dat onder meer Spaanse joden geconverteerde lokale stammen waren en niet, zoals Zionisten ons willen doen geloven, de verspreide nakomelingen van een 'natie-ras' met een éénduidige oorsprong. Met andere woorden: zelfs de diaspora is een fictie. Het boek werd op 21 maart in Haaretz besproken door Ofri Ilani. De mythe staat op barsten...

vrijdag, maart 14, 2008

Amarty Sen en het gevaar van éénduidige identiteiten

De bekende Indiase econoom en Nobelprijswinnaar (1998) Amartya Sen wil wel eens buiten de lijntjes kleuren van zijn vakgebied. Sen is dan ook geen econoom van de traditionele school die het axioma (zeg maar dogma) van de rationele mens en zijn consumptiebehoeften nog steeds als meest definiërende menselijke drijfveren beschouwen. Met "Identiteit en geweld" schreef hij een grotendeels vanuit de buik geschreven, maar toch wel doorwrochte kritiek op de illusie van éénduidige identiteiten. Hij wijst op de nefaste gevolgen voor geweld en conflict in de wereld van vandaag waarin mensen meer en meer van elkaar gescheiden worden door godsdienst en cultuur. Een stimulerende denkoefening. Lezers met weinig geduld zouden zich kunnen storen aan de neiging van Sen om zijn basisthese talrijke malen te herhalen, via weliswaar telkens andere invalshoeken. Maar als je bereid bent hardop mee te denken dan neem je dat voor lief. Een rustige leesplek is warm aanbevolen.

Identiteit en geweld sluit aan op de analyse van KifKif in het recente boek "cultu(u)renpolitiek." Als ondertitel schrijft Amarty Sen "de illusie van het lot," waarmee hij bedoelt, het lot van een gepercipieerde éénduidige identiteit. Ook Sen waarschuwt in zijn essay uit 2006 voor het nefaste effect wanneer je mensen vast timmert op één identiteit. De analogie met cultuur en 'de strijd tussen beschavingen' is duidelijk. In een wereld die tegen sneltreinvaart verstedelijkt en waar grote massa's mensen van verschillende achtergronden samen hun weg moeten zoeken is de zogenaamde 'culturele identiteit' een krachtig concept. Het referentiekader dat mensen gebruiken om anderen een plaats te geven werkt als een soort tabel van Mendeljev. Sen heeft het o.m. over de rol van keuze in identiteit en de sociale context die verschillend kan zijn. Ik moest spontaan denken aan het model van 'de roos van Leary,' dat binnen de groepsdynamica grafisch voorstelt hoe onze rol binnen een groep kan variëren naargelang de omstandigheden dat vereisen. Van leidend en wedijverend over helpend of aanvallend tot verontschuldigend of meegaand. Natuurlijk gaat het bij het model van Leary enkel over sociale dynamieken en komt de rol van de diverse persoonlijkheden in een groep niet aan bod. Maar de analogie is er wel.

Lees verder

Een samenvatting van deze recensie verscheen ook op de site van het E-Zine Uitpers.

maandag, februari 25, 2008

Don't hate, Educate!

Don't hate, Educate! En vervolgens, na een nogal lange maar mooi vormgegeven intro: "Welcome to ZeroNet, where we Un-learn stereotypes & Re-learn each other..."
Achter die veelbelovende slogan schuilt een mooie website die Islamitische en Westerse culturen dichter bij elkaar wil brengen door convergerende cultuuruitingen in de schijnwerpers te zetten. Zo kan je leren dat er vergelijkbare uitdrukkingen bestaan in vele talen. Er zijn ook gemeenschappelijke projecten rond culturele uitwisseling. De initiatiefnemers noemen het een "cross-cultureel project." Ze zochten ook naar iets dat je de grootste gift van de Islamitische cultuur aan de mensheid zou kunnen noemen, er ze kwamen uit op het cijfer 0 - of Zero in het Engels. Het belangrijkste cijfer in het numerische systeem, zonder hetwelke er geen sprake zou zijn van handel, technologie, krediet kaarten, auto's, vliegtuigen, video spelletjes enz.

Het lijkt allemaal wat soft maar het is een verdienstelijke poging om toenadering te zoeken zonder in het offensief te gaan en zonder 'harde' polariserende argumenten uit politiek en economie. En bovenal is het een verbluffend mooie website.

maandag, februari 04, 2008

Van Istendael en Barnard doen hoofddoekendebat ontsporen

De manier waarop Geert Van Istendael en Benno Barnard het hoofddoekendebat binnen stormen is allesbehalve constructief. Wat voor zin heeft het om in dit debat stereotiepe beschuldigingen te uiten aan het adres van 'de Islam' met behulp van dan nog grotendeels verzonnen associaties? De twee auteurs stigmatiseren weer maar eens een paar miljard moslims door de gemeenplaatsen op elkaar te smijten.

Door het debat zo op de spits te drijven worden moslima's verplicht een keuze te maken en hun moslim zijn extra te benadrukken. Alsof hun identiteit louter wordt bepaald door hun religie. Alsof deze vrouwen niet ook andere overtuigingen kunnen koesteren... Misschien komen ze wel uit een seculiere familietraditie en kiezen ze uit pure frustratie voor een hoofddoek, of misschien zijn ze geïnteresseerd in het Soefisme en kan wat de imam zegt hun gestolen worden? Velen van hen hebben ook complexe affiniteiten met het land en de cultuur van hun voorouders. En wat met hun professionele interesses voor een vakgebied?
Hoe kunnen zij zich weerbaar opstellen tegenover conservatieve tendenzen binnen hun geloofsgemeenschap als onze samenleving hen voortdurend precies in die hoek drijft?

Link: "WAAROM WIJ HET HOOFDDOEKENVERBOD VERDEDIGEN"

maandag, januari 14, 2008

Cultu(u)renpolitiek

Met het boek "Cultu(u)renpolitiek" heeft KifKif een behoorlijk gedocumenteerde en onderbouwde kritiek afgeleverd op de 'culturalisering' van alle problemen waar onze samenleving vandaag de dag mee te maken heeft. Met andere woorden, problemen komen voort uit de 'cultuur' van de betrokken mensen. Of nog: uit de onaangepastheid van de cultuur in kwestie. Meer specifiek richtten Ico Maly en zijn gelegenheidsredactie hun pijlen op het misbruik van die culturele logica door de politiek. Het is een kritiek die niets te vroeg komt, want ook al bewijst de realiteit op het terrein, zowel in binnen- als buitenland, het failliet van dat discours, er wordt nog steeds kwistig gebruik van gemaakt... door de politieke klasse en in de samenleving, waarvan die eerste groep steeds vaker meent de spreekbuis te moeten zijn. En dat laatste heeft alles te maken met de enorme mediatisering van het debat.

De 'culturalisering' van het politiek debat is een evolutie die zowel in eigen land als mondiaal aan de orde is en die bijzonder gevaarlijke consequenties heeft, zeggen Ico Maly en zijn ploeg. Ik ben het daar grotendeels mee eens. En het is goed dat de boodschap van Huntington (De botsing van beschavingen, 1993) en Fukuyama (Het einde van de geschiedenis, 1992) nog eens goed worden geduid. Je zou nog andere ideologische historici aan het rijtje kunnen toevoegen: W.W. Rostow bvb. met zijn "Stages of economic Growth." Allen hebben gemeen dat ze fan zijn van het 'Westerse moderne model.' en neerkijken op alles wat als 'achterlijk' ("Backwardness") wordt gepercipieerd.

In dit hele verhaal speelt de media een belangrijke rol. Meer nog: zonder de gewillige medewerking van de media zou deze evolutie gewoon niet mogelijk zijn. Want ondanks het massale gebruik van internet als communicatiemedium blijven de traditionele media de belangrijkste manier om op een massale manier aan ideëenverspreiding te doen. Het culturaliserend debat biedt overwerkte journalisten een eenvoudig kader om hun berichtgeving in te plaatsen. Voor hun bazen, de mediabonzen en hun rechtstreekse handlangers nl. de marketeers, is zulk culturaliserend kader een geschenk uit de hemel. In deze tijden van enerzijds de groeiende verstrengeling tussen redacties en de commerciële afdelingen en anderzijds innovatieve marketingstrategieën zoals contextgevoelige reclame lenen culturele verklaringsmodellen zich veel beter tot de integratie met onderhuidse reclame. Het nieuwe 'grote verhaal' brengt bovendien mensen in de juiste 'state of mind' om gepolijste beelden van de reclamejongens en -meisjes als het ware op te zuigen.

Op dit culturaliserend interpretatiekader is ondertussen een hele sector gegroeid van professionals die zich gespecialiseerd hebben in interculturele communicatie. Moeten de mensen in deze sector zich nu bedreigd voelen door deze kritiek? Reeds in het eerste hoofdstuk haastten Jan Zienkowski en Ico Maly zich te verklaren dat ze de notie cultuur niet willen afschaffen. Ze willen de tendens om cultuur als een objectief en allesverklarend fenomeen voor te stellen aan de kaak stellen. Volgens hen kan cultuur hoogstens een categorie zijn in de globale betekenisgeving van taal en macht zoals die op het publieke forum gebruikt wordt.

Wat internationaal wellicht het gevaarlijkste is aan het culturaliserende discours is de vervreemding van het (Westerse) publiek. John met de pet uit Iowa leeft met de overtuiging dat moslims irrationele fanatici zijn die om één of andere onbegrijpelijke reden iets hebben tegen zijn land. De doorgedreven mediatisering van het officiële discours via overwegend commerciële mediakanalen leiden tot een chronisch tekort aan onafhankelijke berichtgeving. Want dat officiële discours verbergt natuurlijk wel een reeël beleid, met (veel) geld van de Amerikaanse belastingbetaler, met in de luwte gesloten handelsakkoorden, met militaire contracten en steun voor bevriende régimes enz. Régimes die op hun beurt weinig gelegen laten liggen aan de ontwikkelingskansen van hun bevolking. Het overwicht van de professionele public relations in de communicatiestromen is dusdanig dat democratische controle op het buitenlands beleid haast onbestaande wordt of in ieder geval te marginaal om rekening mee te houden. Ja, de VS heeft zijn unieke wet op de openbaarheid van bestuur. En die maakt dat je alle officiële beslissingen vrij kan opvragen. Maar wie maakt daarvan gebruik? Enkele journalisten van de New York Times, onder andere. Een krant die gelezen wordt door hoop en al een half miljoen mensen. Op een kiezerspubliek van 220 miljoen, te verdelen onder slechts 2 partijen maakt dat niets uit.

Link: Walter Lotens besprak dit boek al voor Uit-Pers.

donderdag, november 11, 2004

Zorgvuldigheid in de berichtgeving is geen luxe

(Mail aan VRT Radio redactie)

Vanmiddag hoor ik tijdens de Actueel uitzending over de dood van Yasser Arafat, jullie reporter in Parijs beschrijven hoe enkele orthodoxe Joden hun sympathie komen betuigen voor Arafat. "Hoewel, orthodox," zegt hij vervolgens, "ze eisen niets minder dan de ontmanteling van Israël." Een vreemde uitspraak is dat, want de orthodoxie van deze Joden is geen politieke kwestie, het is een religieuze keuze. Met andere woorden, het is niet omdat ze een orthodoxe versie van hun religie aanhangen dat ze het eens zijn met het beleid van de staat Israël, of dat ze uberhaupt het bestaansrecht van de staat Israël erkennen. Orthodoxe Joden zijn dus ook niet per sé Zionisten, de meeste van hen zijn tevreden met hun leven in de diaspora.

Het probleem is dat jullie reporter begrippen zoals orthodoxie, fundamentalisme en politiek extremisme door elkaar haalt. En dat is nefast in deze dagen waarin standpunten verharden en het gevoel overheerst dat de multiculturele samenleving mislukt is. Toen ik op 23 februari 2004, de dag waarop het Internationaal Gerechtshof zich uitsprak over de Israëlische apartheidsmuur, op de bus stapte naar Den Haag, zaten er twee orthodoxe Joden mee op de bus uit Antwerpen. Tijdens de optocht later die dag sloten ze aan bij hun geestesgenoten die van over de hele wereld naar Den Haag waren gekomen om hun afgrijzen uit te spreken tegen de Israëlische politiek. Ze wezen inderdaad het Zionisme af en wijzen op de inhumane behandeling van het Palestijnse volk door de staat Israël. Je kan een analoog verhaal vertellen over moslims en christenen. Orthodoxe moslims zijn geen fundamentalisten en deze laatsten zijn niet noodzakelijk de extremisten die de aanslagen plegen. In het Midden-Oosten zijn het integendeel vaak orthodoxe moslims die een dam opwerpen tegen de extremisten omdat ze hun religie op een meer geëngageerde manier invullen dan de gewone Mohammed in de straat.

De laatste tijd worden religie en politiek steeds meer door elkaar gehaald en dat is een gevaarlijke evolutie. Het publiek maakt een amalgaam van al deze begrippen en associeert alle (religieuze) uitingen die afwijken van het gemiddelde als gevaarlijk en extremistisch. Het bevordert bovendien de verheerlijking van dat gemiddelde dat als de norm wordt gepercipieerd en waarin men zich veilig kan terugtrekken. Alles wat afwijkt wordt afgewezen. Het aanvaarden en begrijpen van diversiteit in een complexe samenleving wordt er op die manier niet makkelijker op. De media heeft een speciale verantwoordelijkheid om begrippen juist te gebruiken en te duiden. Het argument dat jullie enkel maar de feiten weergeven gaat hier niet op. Door feiten te benoemen geef je ze een bepaalde betekenis, door andere feiten dood te zwijgen ontneem je ze betekenis. Bovendien zijn steeds meer verklaringen in de media onderhevig aan de manipulatie van betaalde spindokters die het debat een bepaalde richting uit willen duwen. En die richting is zelden diegene die de samenleving nodig heeft om vooruit te raken. Reden genoeg dus voor wat zorgvuldigheid in de berichtgeving.

Koen Stuyck