donderdag, november 11, 2004

Zorgvuldigheid in de berichtgeving is geen luxe

(Mail aan VRT Radio redactie)

Vanmiddag hoor ik tijdens de Actueel uitzending over de dood van Yasser Arafat, jullie reporter in Parijs beschrijven hoe enkele orthodoxe Joden hun sympathie komen betuigen voor Arafat. "Hoewel, orthodox," zegt hij vervolgens, "ze eisen niets minder dan de ontmanteling van Israël." Een vreemde uitspraak is dat, want de orthodoxie van deze Joden is geen politieke kwestie, het is een religieuze keuze. Met andere woorden, het is niet omdat ze een orthodoxe versie van hun religie aanhangen dat ze het eens zijn met het beleid van de staat Israël, of dat ze uberhaupt het bestaansrecht van de staat Israël erkennen. Orthodoxe Joden zijn dus ook niet per sé Zionisten, de meeste van hen zijn tevreden met hun leven in de diaspora.

Het probleem is dat jullie reporter begrippen zoals orthodoxie, fundamentalisme en politiek extremisme door elkaar haalt. En dat is nefast in deze dagen waarin standpunten verharden en het gevoel overheerst dat de multiculturele samenleving mislukt is. Toen ik op 23 februari 2004, de dag waarop het Internationaal Gerechtshof zich uitsprak over de Israëlische apartheidsmuur, op de bus stapte naar Den Haag, zaten er twee orthodoxe Joden mee op de bus uit Antwerpen. Tijdens de optocht later die dag sloten ze aan bij hun geestesgenoten die van over de hele wereld naar Den Haag waren gekomen om hun afgrijzen uit te spreken tegen de Israëlische politiek. Ze wezen inderdaad het Zionisme af en wijzen op de inhumane behandeling van het Palestijnse volk door de staat Israël. Je kan een analoog verhaal vertellen over moslims en christenen. Orthodoxe moslims zijn geen fundamentalisten en deze laatsten zijn niet noodzakelijk de extremisten die de aanslagen plegen. In het Midden-Oosten zijn het integendeel vaak orthodoxe moslims die een dam opwerpen tegen de extremisten omdat ze hun religie op een meer geëngageerde manier invullen dan de gewone Mohammed in de straat.

De laatste tijd worden religie en politiek steeds meer door elkaar gehaald en dat is een gevaarlijke evolutie. Het publiek maakt een amalgaam van al deze begrippen en associeert alle (religieuze) uitingen die afwijken van het gemiddelde als gevaarlijk en extremistisch. Het bevordert bovendien de verheerlijking van dat gemiddelde dat als de norm wordt gepercipieerd en waarin men zich veilig kan terugtrekken. Alles wat afwijkt wordt afgewezen. Het aanvaarden en begrijpen van diversiteit in een complexe samenleving wordt er op die manier niet makkelijker op. De media heeft een speciale verantwoordelijkheid om begrippen juist te gebruiken en te duiden. Het argument dat jullie enkel maar de feiten weergeven gaat hier niet op. Door feiten te benoemen geef je ze een bepaalde betekenis, door andere feiten dood te zwijgen ontneem je ze betekenis. Bovendien zijn steeds meer verklaringen in de media onderhevig aan de manipulatie van betaalde spindokters die het debat een bepaalde richting uit willen duwen. En die richting is zelden diegene die de samenleving nodig heeft om vooruit te raken. Reden genoeg dus voor wat zorgvuldigheid in de berichtgeving.

Koen Stuyck

Orthodoxie, fundamentalisme en politiek extremisme zijn niet hetzelfde

(Mail aan VRT Radio redactie over Item in Actueel over dood Yasser Arafat)
Vanmiddag hoor ik tijdens de Actueel uitzending over de dood van Yasser Arafat, jullie reporter in Parijs beschrijven hoe enkele orthodoxe Joden hun sympathie komen betuigen voor Arafat. "Hoewel, orthodox," zegt hij vervolgens, "ze eisen niets minder dan de ontmanteling van Israël." Een vreemde uitspraak is dat, want de orthodoxie van deze Joden is geen politieke kwestie, het is een religieuze keuze. Met andere woorden, het is niet omdat ze een orthodoxe versie van hun religie aanhangen dat ze het eens zijn met het beleid van de staat Israël, of dat ze uberhaupt het bestaansrecht van de staat Israël erkennen. Orthodoxe Joden zijn dus ook niet per sé Zionisten, de meeste van hen zijn tevreden met hun leven in de diaspora.Het probleem is dat jullie reporter begrippen zoals orthodoxie, fundamentalisme en politiek extremisme door elkaar haalt. En dat is nefast in deze dagen waarin standpunten verharden en het gevoel overheerst dat de multiculturele samenleving mislukt is.

Toen ik op 23 februari 2004, de dag waarop het Internationaal Gerechtshof zich uitsprak over de Israëlische apartheidsmuur, op de bus stapte naar Den Haag, zaten er twee orthodoxe Joden mee op de bus uit Antwerpen. Tijdens de optocht later die dag sloten ze aan bij hun geestesgenoten die van over de hele wereld naar Den Haag waren gekomen om hun afgrijzen uit te spreken tegen de Israëlische politiek. Ze wezen inderdaad het Zionisme af en wijzen op de inhumane behandeling van het Palestijnse volk door de staat Israël. Je kan een analoog verhaal vertellen over moslims en christenen. Orthodoxe moslims zijn geen fundamentalisten en deze laatsten zijn niet noodzakelijk de extremisten die de aanslagen plegen. In het Midden-Oosten zijn het integendeel vaak orthodoxe moslims die een dam opwerpen tegen de extremisten omdat ze hun religie op een meer geengageerde manier invullen dan de gewone Mohammed in de straat. De laatste tijd worden religie en politiek steeds meer door elkaar gehaald en dat is een gevaarlijke evolutie. Het publiek maakt een amalgaam van al deze begrippen en associeert alle (religieuze) uitingen die afwijken van het gemiddelde als gevaarlijk en extremistisch. Het bevordert bovendien de verheerlijking van dat gemiddelde dat als de norm wordt gepercipieerd en waarin men zich veilig kan terugtrekken. Alles wat afwijkt wordt afgewezen. Het aanvaarden en begrijpen van diversiteit in een complexe samenleving wordt er op die manier niet makkelijker op.

De media heeft een speciale verantwoordelijkheid om begrippen juist te gebruiken en te duiden. Het argument dat jullie enkel maar de feiten weergeven gaat hier niet op. Door feiten te benoemen geef je ze een bepaalde betekenis, door andere feiten dood te zwijgen ontneem je ze betekenis. Bovendien zijn steeds meer verklaringen in de media onderhevig aan de manipulatie van betaalde spindokters die het debat een bepaalde richting uit willen duwen. En die richting is zelden diegene die de samenleving nodig heeft om vooruit te raken. Reden genoeg dus voor wat zorgvuldigheid in de berichtgeving.

vrijdag, november 05, 2004

ESF Londen: een andere wereld is nodig!

ESF Londen: een andere wereld is nodig!
Een andere kijk op het Forum door Wim Merckx, provinciaal medewerker 11.11.11-BrabantWim Merckx koos voor een alternatieve route door en om het Europees Sociaal Forum heen. Dat organisatoren en deelnemers aan het forum geen homogene groep vormen blijkt ten volle uit dit verslag. Maar dat maakt de Sociale Fora ook meteen zo interessant en inspirerend. De roep naar meer structuur en collectieve stellingnames klikt steeds luider, maar hoe doe je dat in een beweging die zo divers is? Wellicht groeit er binnenkort op het Wereld Sociaal Forum toch stilaan wat consensus over tenminste een aantal grote lijnen waarover iedereen het eens is en komen er toch gezamenlijke verklaringen uit. Ondertussen vinden talrijke campagnes op de fora hun doopvont, versterken thematische netwerken zichzelf met meer stemmen en expertise enz. Maar daarover gaat dit verslag niet. Het gaat veeleer over de zoektocht aan de basis van een nieuwe, gezamenlijke democratische besluitvorming, over de botsing van ideeën waaruit stilaan een andere wereld wordt gekneed.

vrijdag, oktober 15, 2004

Ze geven er geen zak om

Nationale feestdagen in China zijn een feest voor schoolkinderen. In plaats van een saai dagje vrij krijgen ze een wel heel speciale schooluitstap aangeboden. Het zijn gastjes tussen zes en zeventien jaar jong. Met honderden tegelijk worden ze naar een plek gevoerd waar reeds duizenden mensen staan te wachten. Ze luisteren naar de voorgelezen beschuldigingen van gevangenen. De aantijgingen zijn moord, overval en ontvoeringen. Ter plaatse, in het openbaar, worden zes gevangenen veroordeeld, naar een executieplaats gebracht en omgebracht met de kogel.
Dat alles, nog steeds voor de ogen van de kinderen en de talloze andere toeschouwers. Dit gebeurde tijdens een herfstfestival eind september in de provincie Hunan. Ruim duizend mensen werden tussen oktober en december omgebracht door de overheid.

Enkele maanden ervoor nam een redacteur van Amnesty Nieuws een interview af in Peking. Zijn gesprekspartner was de directeur van een Europese ngo die al jaren de politieke ontwikkelingen volgt in het land. Maar we mochten het artikel niet publiceren, de contactpersoon in kwestie kwam terug op zijn openhartige toon tijdens het interview. Er stond teveel gevoelige informatie in de tekst. Ging het dan over staatsgeheimen? Neen, het ging om een algemene analyse van de toestand sinds de gebeurtenissen op het plein van de Hemelse Vrede, 10 jaar geleden. Onze redacteur krijgt de raad om voorzichtig om te springen met internet want de Chinese overheid heeft de controle opgevoerd. Zelfs sms’jes worden naar verluidt nu onderschept en op ‘gevaarlijke woorden’ nagekeken.

Eind september kwam ook een delegatie terug van Darfur. We worden
allemaal al meer dan een jaar rond onze oren geslagen met de ellendige omstandigheden van de vluchtelingen, met al die bijna dode levens.
Onze topvrouw, Irene Khan, heeft het over de ontiegelijke traagheid waarmee de crises wordt aangepakt.

Kinderen in China of kinderen in Darfur. Ze geven er geen zak om, de Westerse mogendheden. En voor die Afrikaantjes nog minder, de Chinese, dat zijn nog goedkope arbeidskrachten. It’s the economy, stupid.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

woensdag, mei 12, 2004

Schuld

Moederschap. Het weegt. Er rust een de-facto eindverantwoordelijkheid op je voor de kinderen. Je schuldgevoel is steevast groter. Wanneer je even geen tijd hebt voor hen, wanneer ze naar de crèche gaan, wanneer je je werkstress mee naar huis neemt… Ik moet denken aan een film uit de vroege jaren zeventig waarin een man een weddingschap aangaat met zijn thuiswerkende vrouw en vervolgens het huishouden overneemt voor een jaar. De man verliest zijn weddingschap en zet zijn vrouw in de bloemetjes. Moraal van het verhaal: een huishouden met 3 kinderen runnen en elke avond op tijd een warm bord op de tafel, het is een dagtaak op zich, en één die minstens evenveel kunde en organisatietalent vereist als de bureaujob van manlief. Mooi zo, maar dat was de vroege jaren ’70, en slechts één ouder ging werken. En vooral, ik zie ze nog bevestigend knikken na die film, die lieve moeders van toen. Maar intussen vergaten ze wel hun jongetjes anders op te voeden.

Ach, die jongetjes van toen, vrije vogels, levend in boomhutten en luchtkastelen, zonder zorgen of verantwoordelijkheden, aangepast aan een leven als voetzoeker in de steppe. Soms waren het gekwetste vogeltjes, maar ook dan klapperden ze dapper hun vleugeltjes in de wind, om snel weer het gevaar uit hun ingebeelde verhalen te trotseren.

Dertig jaar later worden moeders van nu dagelijks afgeblaft, van de weg gereden, gediscrimineerd op de werkvloer omwille van hun vermogen nageslacht op de wereld te zetten. Of nog erger: ze worden mishandeld en verkracht, onder druk gezet om nog meer te presteren. Verplicht om hun gevoelens te verbijten. En dan gaat het voor één keer niet over gebieden vol oorlog en armoede. Het gaat over ons. Hier.
Het is godgeklaagd. Ik kan er niet meer tegen. Als ik zo geen angst had voor de verantwoordelijkheid liet ik me ombouwen. Uit solidariteit.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

maandag, januari 12, 2004

Nostalgie volgens Gabriël Garcia Marquez

Zo ongeorganiseerd zijn als ik heeft het voordeel dat elk tijdsblok dat zich onverwacht presenteert zonder invulling kortstondig als een onbeschreven blad kan blijven drijven op het spiegelend oppervlak van een ondoorzichtige vijver in een stadspark dat doodstil ligt in de koude novemberlucht waar de stank van de stad berijmd hangt tussen kale bomen. Het gevoel is kortstondig omdat na het begin van de lichte euforie een stoet van mogelijke opdrachten zich aandient die met hun gedrum meer verwarring stichten dan berekening kan oplossen. Eerst wat eerst komt: eten. Een drukke taverne in het hartje van de Europese wijk in Brussel. Aan de lange tafel in het midden is plaats. Honger verwekt overmoed en ik bestel te veel. (..)

De recencent van De Morgen (Boekenbijlage van vandaag) heeft het over de nostalgie van Marquez, die met zijn nieuwste roman nog eens de tragisch-romantische tour opgaat. Volgens de beroemde auteur "is nostalgie rondjes draaien, steeds weer variaties bedenken op wat ooit al gezegd is." Dat mag zeker waar wezen, maar wat doe je met het gegeven dat nostalgie uiteindelijk neerkomt op een verdichting van niet meer dan enkele schaarse momenten van geluk, een bijeenharken van sprankels onuitgesproken verwachtingen. Ons poëtisch geheugen dat wanhopig een scène construeert, korte emotionele lijnen uitzet, een geforceerde sfeer tracht op te roepen die nooit bestaan heeft. De Nostalgie mag dan al een schaars geklede dame zijn die zich naast je in het plushe van een ouderswetse theaterzetel heeft genesteld, daar op de buhne loopt alles voortdurend mis. Het verhaal klinkt hol en de acteurs vallen snel door de mand. Te snel.

maandag, april 14, 2003

Kind in tijden van oorlog

Kind, mijn kind, hoeveel kan een ouder van je houden? Je strekt je vrijgevochten armpjes uit in de lege witte ruimte. Nauwelijks bekomen van je reis uit het ongewisse beland je in het ongerijmde van een grenzeloze wereld waar problemen worden opgelost door geweld. Congo, Tsjetsjenië, Colombia, het houdt niet op. Terwijl jij je eerste oogopslagen werpt heeft het keizerrijk zijn zevenmijlslaarzen aangetrokken en is over Irak gaan heen staan. Het draagt een veel te wijde jas en zingt de valse loftrompet van de rechtvaardigheid.

In de krant verhalen over overvolle ziekenhuizen, op internet circuleren bloederige foto’s van uiteengereten lichamen, van kinderen die al hun ledematen én hun ouders verloren. Een bom die inslaat op het hotel waar de hele internationale media haar basis heeft, balans: drie doden. Geruchten over doorgestoken kaart steken onvermijdelijk de kop op. Niemand is verbaasd.
Op datzelfde moment brengen zogenaamde ‘embedded journalists’ verslag vanachter de schutskoepel boven op een oprukkende tank. Ze hanteren een absurd jargon dat alle realiteitszin verloren heeft en lijken hun rol als vaandeldragers van de oorlogsmachine volledig geassimileerd te hebben.

Hoe leg je het uit? Tja, hoe legden mijn ouders het uit, eind jaren 60? Toen was die dezelfde oorlogsmachine elders massagraven aan het delven. De Amerikaanse oorlog in Vietnam was reeds verschillende jaren achter de rug toen mijn ontluikend historisch bewustzijn de puzzelstukjes bij elkaar begon te zoeken. Neen, wij dachten niet de laatsten te zijn die hun levensweg zouden moeten starten in tijden van slagveld. De waan van de maakbaarheid was niet meer aan ons besteed. Was er sinds Vietnam niet een dozijn andere oorlogen geweest? En toch leeft altijd de hoop…

Kind, oh kind, jij onvolgroeid wezen uit Utopia, je hebt ons zoveel te leren. Jou hulpeloosheid mag symbool staan voor de collectieve onkunde van een internationale gemeenschap. Kunnen we je verbergen voor deze waanzin?

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

maandag, april 15, 2002

Varkentje

“Het loopt uit de hand,” zegt de ene diplomaat tegen de andere. Waarop de andere enigszins geërgerd zijn krant een halve decimeter laat zakken, “wat loopt er uit de hand? Begin weer niet over de protesten. Dat zootje ongeregeld weet niet waarover het gaat en volgende week is deze poppenkast weer voorbij. De slottekst is toch al geregeld.”

De twee blanke mannen, een Europeaan en een Noord-Amerikaan, zitten in de lobby van een 5-sterren hotel in Monterrey, een stad in het noorden van Mexico. De Europeaan houdt voet bij stuk: “onze ministers voelen de hete adem van de antiglobalisten in hun nek, ze vrezen dat het kiezerspubliek niet zal begrijpen waarom deze conferentie geen nieuw geld oplevert voor de ontwikkelingslanden. Ze denken dat de ontevredenheid zal toenemen.”
“Hoezo, ontevredenheid?” De Noord-Amerikaan, die een aanzienlijk deel van de 800-koppige delegatie diplomaten uit de VS aanvoert, neemt een formele toon aan en declameert: “ons standpunt is en blijft dat financiering van ontwikkeling een fictie is: enkel vrije wereldhandel zal de ontwikkelingslanden vooruit helpen en armoede doen verdwijnen. “Overigens,” voegt hij er zonder zweem van ironie aan toe, “hebben jullie stevig mee gewerkt om deze slottekst goed te keuren…”

Een kleine pauze markeert wat het einde van het gesprek zou kunnen zijn. De Europese diplomaat voelt zich enigszins opgelaten. En alhoewel hij het antwoord van zijn gesprekspartner al kent gooit hij het toch over een andere boeg: “in Europa wint de stelling veld dat armoede een voedingsbodem is voor terrorisme.” Waarop de Noord-Amerikaan fulmineert: “Nonsens! Dat is nog nergens bewezen en bovendien, dat varkentje zal het Pentagon wel wassen. En begin niet met dat gezwets over een Internationaal Tribunaal, want daar doen we niet aan mee.” En na een korte pauze: “ach, laat ze dan wat unilaterale initiatieven nemen, een beetje schuldherschikking hier, wat meer hulp onder bevriende naties daar, het helpt niet maar het staat goed in een perscommuniqué.” Dat laatste zegt hij met haast onverholen minachting, enkel ingehouden door zijn afgemeten diplomatieke etiquette.

De twee vrienden gaan uit elkaar, elk naar hun vergaderingen, de Europeaan met gemengde gevoelens, zijn gesprekspartner met een triomferende glimlach op het gezicht.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

woensdag, maart 01, 2000

De geest van Koning Leopold II, en de plundering van de Congo; Adam Hochschild

De moslim filosoof Ibn Chaldoen schreef het reeds in de 14e eeuw: “Zij die veroverd zijn, willen de veroveraars altijd nabootsen in zijn voornaamste kenmerken – in zijn kleding, zijn ambachten en in al zijn onderscheidende eigenheden en gebruiken.” Hochschild eindigt zijn boek met de parallel tussen Mobutu en de ‘zwarte koning’ Leopold II, meer dan een eeuw vroeger. De eerste, Afrikaans dictator eerste klasse, werd op de troon geholpen door het postkoloniale België, de V.S. en de Verenigde Naties. Die historische putsch ging ten koste van legitiem verkozen leider Patrice Lumumba en van het Kongolese volk. Op het hoogtepunt van zijn macht schafte Mobutu zich een protserige villa aan, nota bene vlak bij de villa die Leopold bouwde aan de Franse Côte d’Azur. Op dat ogenblik was hij één van de rijkste mensen ter wereld (ook net als de Belgische koning eertijds) met een geschat vermogen van 4 miljard dollar.

Lees verder.