maandag, mei 09, 2005

Meeroepen met Patrick De Witte

(reactie op 'de wetten,' op uitzending van De Nieuwe Wereld)
Net als Patrick De Witte hebben mijn vrouw en ik zich gisteren ongelooflijk zitten ergeren aan de uitspraken van riooljournalist José Masschelin over ‘de zaak Remmerie.’ En aan het uitblijven van enige gepaste reactie van de kant van de zg. journalist Alain Coninx, die net als zijn illustere collega’s in dat programma vervallen zijn tot loutere presentators van een amusementsprogramma.Ze zijn goed bezig, met operatie schoonwassen. "Het was geen racisme, mensen, het hele verhaal was gewoon om de frivole escapades van Remmerie te maskeren." Wat een ongelooflijke nonsens. Om even de puntjes op de i te zetten: elke daad van racisme is strafbaar, onafgezien van de motivatie die eraan ten grondslag ligt. Of de auteur van de dreigbrief dus een passionele relatie had met wie dan ook, dat doet helemaal niet ter zake. Hij stelde racistische handelingen met het oogmerk om te schaden.Voor alle zekerheid heb ik de wet op het racisme er even op nagelezen en deze leest letterlijk: "Elke handelwijze die er in bestaat om het even wie opdracht te geven tot discriminatie jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan, wordt beschouwd als een discriminatie in de zin van deze wet.. " en verder: "De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot tweehonderd frank, wanneer de tenlasteleggingen geschieden: (..) hetzij door geschriften." Lees maar na: de volledige tekst is te vinden op http://www.antiracisme.be/nl/wetten/discriminatie/belgië/racisme.htm. En laat ons dan allemaal heel hard roepen, net zoals Patrick. Tot zogenaamde journalisten als Masschelin en achternahollende paparazzi stoppen met hun nefaste stemmingmakerij.Overschot van gelijk!

Elke daad van racisme is strafbaar!

[Reactie op De Zevende Dag van 7 mei 2005]
Alain Coninx vond het gisteren niet nodig te reageren op de uitspraken van José Masschelin over ‘de zaak Remmerie.’ Dat is ongehoord. Het is niet omdat een riooljournalist zijn visie op een lopend gerechtelijk onderzoek wil opdringen aan de wereld dat je daar kritiekloos aan voorbij kan gaan. Ik dacht dat De Zevende dag nog steeds een debatprogramma was? Weer een illusie rijker. Coninx en Van Wijck zijn blijkbaar vervallen tot loutere presentatoren van een amusementsprogramma.Ondertussen werken ze wel goed mee aan operatie schoonwassen. "Het was geen racisme, mensen, het hele verhaal was gewoon om de frivole escapades van Remmerie te maskeren." Wat een ongelooflijke nonsens.

Om even de puntjes op de i te zetten: elke daad van racisme is strafbaar, onafgezien van de motivatie die eraan ten grondslag ligt. Of de auteur van de dreigbrief dus een passionele relatie had met wie dan ook, dat doet helemaal niet ter zake. Hij stelde racistische handelingen met het oogmerk om te schaden.Voor alle zekerheid heb ik de wet op het racisme er even op nagelezen en deze leest letterlijk: "Elke handelwijze die er in bestaat om het even wie opdracht te geven tot discriminatie jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan, wordt beschouwd als een discriminatie in de zin van deze wet.. " en verder: "De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot tweehonderd frank, wanneer de tenlasteleggingen geschieden: (..) hetzij door geschriften." Lees maar na: de volledige tekst is te vinden op http://www.antiracisme.be/nl/wetten/discriminatie/belgië/racisme.htm.

Een suggestie misschien: op regelmatige tijdstippen een ontluizingsperiode voor journalisten die al te veel presentator zijn geworden? Bij de radio bijvoorbeeld? Opdat ze hun eigen kop wat minder op tv zouden zien en terug wat aandacht kunnen ontwikkelen voor hun eigenlijke opdracht: kritische en interessante duiding brengen.

donderdag, april 14, 2005

Terugkeer

Een vriendin die in een tijdje in Palestina studeert stelde onlangs een hypothetische vraag: “wordt het niet tijd dat een groep moslims Andalusië terug opeist om er een zuivere moslimstaat te vestigen?” Te gek voor woorden? Natuurlijk. Maar zelfs waanideëen zijn het soms waard om nader te onderzoeken. Per slot van rekening waren de Moslims 700 jaar de heersers in Andalusië. De Israëlische wet op terugkeer is ook gebaseerd op het feit dat Joden 2000 jaar geleden gedurende 100 jaar de dominante groep waren in Palestina. En natuurlijk dat hun god dit land enkel en alleen voor hen uitgekozen heeft. Op deze manier kunnen alle moslims in de wereld: Indonesische, Afghaanse, Turkse, Sudanese, Marrokaanse, Iraakse, enz. 'teruggaan' naar hun heilige grond. Wat met de aanwezige spanjaarden? Die kunnen ze hun grond afnemen, in kampen over de grens drijven, ze desnoods opsluiten in de rest van het Iberisch schiereiland door er een muur omheen te zetten.

Onze premier Verhofstadt meende recent ook een steentje te moeten bijdragen tot het debat. In de Israëlische krant Ha’aretz bevestigt hij het bestaan van de staat Israël als een Joodse staat, ook al betekent zulks dat Arabische Israëli gediscrimineerd worden. Hij bevestigt daarmee dat een Jood die van pakweg de Fiji-eilanden komt onmiddellijk Israëlisch burgerschap kan krijgen. Dat betekent concreet dat hij grond mag kopen in heel het land, inbegrepen in één van de illegale kolonies die Israël met brute macht neerpoot in bezet Palestijns gebied. Een Palestijn met een Israëlisch paspoort mag echter geen grond kopen in zijn eigen hoofdstad, Tel Aviv. Want de in 1950 gestemde “wet op het eigendom van de afwezigen” heeft 93% van de grond “onvervreembaar eigendom van het hele Joodse volk” gemaakt. Mijnheer Verhofstadt, ik vraag u: is een democratie die enkel geldt voor een deel van het volk wel een democratie? En moet een Europees land zulke ‘democratie’ dan steunen?

Terugkeer

Een vriendin die in een tijdje in Palestina studeert stelde onlangs een hypothetische vraag: “wordt het niet tijd dat een groep moslims Andalusië terug opeist om er een zuivere moslimstaat te vestigen?” Te gek voor woorden? Natuurlijk. Maar zelfs waanideëen zijn het soms waard om nader te onderzoeken. Per slot van rekening waren de Moslims 700 jaar de heersers in Andalusië. De Israëlische wet op terugkeer is ook gebaseerd op het feit dat Joden 2000 jaar geleden gedurende 100 jaar de dominante groep waren in Palestina. En natuurlijk dat hun god dit land enkel en alleen voor hen uitgekozen heeft. Op deze manier kunnen alle moslims in de wereld: Indonesische, Afghaanse, Turkse, Sudanese, Marrokaanse, Iraakse, enz. 'teruggaan' naar hun heilige grond. Wat met de aanwezige spanjaarden? Die kunnen ze hun grond afnemen, in kampen over de grens drijven, ze desnoods opsluiten in de rest van het Iberisch schiereiland door er een muur omheen te zetten.

Onze premier Verhofstadt meende recent ook een steentje te moeten bijdragen tot het debat. In de Israëlische krant Ha’aretz bevestigt hij het bestaan van de staat Israël als een Joodse staat, ook al betekent zulks dat Arabische Israëli gediscrimineerd worden. Hij bevestigt daarmee dat een Jood die van pakweg de Fiji-eilanden komt onmiddellijk Israëlisch burgerschap kan krijgen. Dat betekent concreet dat hij grond mag kopen in heel het land, inbegrepen in één van de illegale kolonies die Israël met brute macht neerpoot in bezet Palestijns gebied. Een Palestijn met een Israëlisch paspoort mag echter geen grond kopen in zijn eigen hoofdstad, Tel Aviv. Want de in 1950 gestemde “wet op het eigendom van de afwezigen” heeft 93% van de grond “onvervreembaar eigendom van het hele Joodse volk” gemaakt. Mijnheer Verhofstadt, ik vraag u: is een democratie die enkel geldt voor een deel van het volk wel een democratie? En moet een Europees land zulke ‘democratie’ dan steunen?

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

woensdag, april 13, 2005

Totale vertwijfeling toen het Westen zich terugtrok

United Artists: Hotel Rwanda

Hotel Rwanda. Wie de film nog niet zag, haast zich best naar de filmzaal. De commentaren liegen er niet om: “de meest indrukwekkende film in zijn soort sinds Schindler’s list.” Een krachtig document dat het verhaal vertelt van Paul Rusesabagina, in 1994 manager van een luxe hotel in de Rwandese hoofdstad Kigali. In het heetst van de strijd slaagt hij erin om 1200 mensen te redden van de machetes. Wij waren op de avant-première in Brussel. Vooraf hadden we een gesprek met de echte Paul Rusesabagina én met Terry George, de bevlogen regisseur van de film.

Hotel Rwanda is een film met een missie. Wat hoopt u ermee te bereiken?
T.G.: “Ten eerste hoop ik dat mensen de zaal verlaten met het gevoel dat ze, net zoals Paul, kunnen protesteren tegen het slechte in deze wereld. Ten tweede moeten we het Westen beschamen, in de hoop dat de internationale gemeenschap volgende keer haar verantwoordelijkheid opneemt.”

Hoe kwam u op het idee om met Amnesty samen te werken voor Hotel Rwanda?
T.G.: “Ik ken de persattaché van het Amnesty kantoor in Los Angeles. Twee jaar geleden hebben we samen gewerkt aan de video voor de John Lennon song Imagine (die tijdens de mensenrechtendag in 2003 overal werd gespeeld voor Amnesty, nvdr.). Amnesty wil Hotel Rwanda gebruiken om de situatie in de DR Congo en Darfour te belichten.”

Cynisme

In de film geeft een Italiaanse cameraman een staaltje weg van journalistiek cynisme wanneer hij Paul met zijn voeten op de grond zet: “Ik vrees dat mensen mijn beelden zullen zien op het nieuws, dat ze even zullen stoppen met avondeten en zeggen hoe erg de beelden zijn, en dat ze vervolgens verder eten, de beelden reeds vergeten.” Deelt u die mening?
T.G.: “De uitdaging is mensen zover te brengen dat ze het er precies niet bij laten. Niet zoals onze politici die keer op keer hun ogen sloten: Cambodja, Irak, Rwanda en nu Sudan. Bij een recente missie naar Darfour is Paul meegegaan samen met een nieuwsploeg van het populaire Amerikaanse programma Nightline. Daarmee krijgt de problematiek de aandacht die het anders nooit zou gehad hebben. Nu willen we hetzelfde trachten te bereiken in Europa.”

T.G.: “Van de politieke kant bekeken gaat het over niet meer of minder dan institutioneel racisme. Het leven in Afrika is gewoon veel minder waard dan in de rest van de wereld. En die discriminatie moet stoppen. Wat houdt ons tegen om er in Sudan dezelfde middelen tegenaan te gooien als op andere plaatsen?

Mr. Rusesabagina, geeft de film volgens u een goed begrip van wat er gebeurd is?
P.R.:“Hangt er vanaf wat je bedoeld. Het objectief van de film was niet zozeer om echt de genocide te laten zien. Wel wat er gebeurd is in het hotel des Milles Collines. Alhoewel er genoeg gesuggereerd wordt van de gebeurtenissen in de straten van Kigali. In feite gaat het erom mensen te doen beseffen dat er ook nog mensen waren die andere mensen hielpen.”
T.G.: “Het mooie aan de persoon van Paul is dat hij erg veel van de meesten van ons weg heeft: hij is een geraffineerd man uit de middenklasse met een mooi gezin die in een vreselijke situatie terecht komt. Hij ziet zichzelf geplaatst voor aartsmoeilijke keuzes.”

Was het moeilijk voor u om de film te helpen maken?
P.R.: “Niet echt. Voor de film had ik al veel contacten met journalisten. Dat maakt dat ik wist welke aspecten in mijn verhaal belangrijk waren. De mediamensen hadden het verhaal van de Milles Collines al gehoord kort na de dramatische gebeurtenissen in 1994. Ze vroegen aan het overblijvende personeel in het hotel wat er was gebeurd, hoe het kon dat het hotel en zijn bewoners zo weinig had geleden. Allen verwezen ze naar mij. En ze zijn beginnen zoeken. Tot ze mij terugvonden hier in België...”

Deze film vertelt het verhaal over de moed van één man, een typisch Westers uitgangspunt. Is dit uw manier om de missie over te brengen?
T.G.: “Mijn eerste plicht is om een stuk entertainment te brengen. Je moet eerst mensen willen laten komen kijken. De film is eerder een springplank naar meer kennis over het gebeurde dan een echte studie of een verhaal over wat er gebeurde. Maar film is een zeer krachtig medium: mijn grote voorbeelden in deze zijn “Schindlers list,” de “Killing Fields” over Cambodja en “Missing” over Chili.”

Over de genocide zelf. Voelde u die aankomen?
P.R.: “Er waren al slachtingen geweest op verschillende plaatsen in het land. Rond Kigali stikte het van de vluchtelingen. De toenmalige president (Juvenal Habyarimana, nvdr.) had zelf ook een militie opgericht die opposanten uitmoordde. Iedereen had schrik. Veel mensen waren reeds buiten de stad gaan wonen. Op 4 augustus werd een vredesbestand getekend met de rebellen. En dan kwam de V.N. met soldaten om de vrede te bewaren. Dat was een teken van hoop voor ons. Het moment dat de internationale gemeenschap haar handen van het Rwandese wespennest af haalde was er één van totale vertwijfeling voor iedereen.” (In de film een onvergetelijk beeld wanneer Paul met zijn Afrikaanse gasten achterblijft in de regen terwijl Franse soldaten alle Westerlingen naar de luchthaven escorteren).

Déja-vu

U bent pas terug gegaan, vele jaren later, samen met Terry George. Was het land veranderd volgens u?
P.R.: “Er was niets ten goede veranderd. De wegen waren nog steeds kapot, nergens werkte de electriciteit enz. De situatie is weer net zo penibel als net voor de genocide... Ook reeds toen ik definitief vertrok in 1996 begon ik in te zien dat alle machthebbers op elkaar lijken.”

Vandaag wil president Kagamé de begrippen Hutu en Tutsi van de aardbodem doen verdwijnen. Vind u dat een goed idee?
P.R.: “Dat men Hutu en Tutsi niet meer op het paspoort zet is een prima idee. Maar het zijn nog steeds mensen die mensen gedood hebben. Een oplossing zal er pas echt komen als we allemaal aanvaarden wie we zijn. Je moet mensen laten praten met elkaar, ze rond één tafel zetten.”

Krijgt u een déjà-vu gevoel bij wat er in Darfour gebeurd?
P.R.: “Helemaal. Alles wat daar gebeurt volgt hetzelfde verloop als in Rwanda. Er zijn nu 2 miljoen inheemse vluchtelingen in Soedan. Het conflict is twee jaar aan de gang. In Darfour schieten helicopters van de overheid vanuit de lucht op weerloze vluchtelingen. Dat is perfect vergelijkbaar met de militie van Habyarimana. Ze gaan zelfs de waterputten vergiftigen van de geviseerde bevolking. Dat is je reinste etnische zuivering!”

En waarom toch? Wat hebben ze erbij te winnen?
P.R.: “Het schijnt dat er veel olie zit in de provincie Darfour... (diepe zucht). Het is steeds hetzelfde. Men is nu een tweede genocide aan het maken. En het Westen doet weer niets.”

Vind u dat de wereld überhaupt iets geleerd heeft sinds 1994?
T.G.: “We hebben nog steeds de VN Vredesmacht niet hervormd. De MONUC in Oost-Congo is een totale mislukking, ze zijn er niet in geslaagd de interhamwe te ontwapenen, noch stabiliteit te brengen in het gebied. Ik heb gesproken met vele activisten. Wat we nodig hebben is een internationale politiemacht, geen kleine legertjes zonder mandaat of middelen...”

vrijdag, januari 14, 2005

Bedrijven kunnen Rik Remmerie prijs winnen

[Reactie op petitie voor Rik Remmerie]
Bedrijven hebben een uiterst belangrijke rol te spelen in de emancipatie van Vlaanderens achtergestelde minderheden. Dat een bedrijf dat effectief moeite doet in deze zin nu afgedreigd wordt door één of enkele idioten is ongehoord. Eigenlijk zou er een jaarlijkse prijsvraag moeten ingevoerd worden voor bedrijven die een positieve rol spelen in deze. Als naam voor de prijsvraag zou ik zeggen: de Rik Remmerie prijs!

donderdag, januari 13, 2005

Wat Amnesty wil

[reactie op een lezersbrief in Amnesty NIeuws,het ledenblad van Amnesty Vlaanderen]

Geachte Pia,

Bedankt voor je reactie op het laatste nummer van Amnesty Nieuws. Het is fijn te merken dat ons ledenblad grondig gelezen wordt. Graag wil ik dan ook even doorgaan op je opmerkingen.Eerst en vooral kan ik (en waarschijnlijk kunnen al onze redacteurs dat) me volledig vinden in je laatste paragraaf: ze verdienen onze hoop, al die slachtoffers van mensenrechtenschendingen overal ter wereld. En het klopt ook dat positiviteit en daadkracht krachtige middelen zijn. Maar het ene gevoel dat mensen in beweging brengt is verontwaardiging. Dat is het wat Peter Benenson en de zijnen beroerde bij de eerste Amnesty actie. Ze konden eenvoudig niet lijdzaam toezien hoe twee Portugese studenten werden opgepakt enkel en alleen omdat ze een dronk op de vrijheid uitbrachten. Het is diezelfde gemeende en eerlijke verontwaardiging die Amnesty leden overal ter wereld in beweging brengt en naar hun pen doet grijpen.

Dat neemt niet weg dat het niet allemaal kommer en kwel is. De wereld evolueert en we behalen ook resultaten. We proberen met het ledenblad dan ook een balans te houden: in een aantal artikels brengen we positieve evoluties en menselijke verhalen. In het december nummer lezen we dat zelfs bejaarde dictators stilaan hun onschendbaarheid verliezen, of dat er stappen gezet worden in de richting van een mijnenvrije wereld. Of we lezen over het engagement van een beiaardier voor Amnesty. In andere artikels kaarten we problemen aan die onze aandacht vragen, zoals de mensenrechtensituatie in de Europese Unie. Een oplossing geven voor het geformuleerde probleem, dat is vaak niet zo eenvoudig gezien de complexiteit van het gegeven. Uit het artikel blijkt wel dat Amnesty de situatie op de voet volgt en haar aanbevelingen op papier zet.

Met andere woorden, jullie en wij allemaal (Amnesty leden) zijn een deel van de oplossing, want met hoe meer we zijn, hoe groter de druk op regeringen om de eigen grondrechten effectief in de praktijk te brengen.De rubrieken Column en In de Marge tenslotte zijn commentaarstukjes en dus altijd wat scherper geformuleerd. Deze rubrieken zijn a.h.w. uitgevonden om de verontwaardiging in al zijn geweld van het blad te doen spatten. Voor nuance en antwoorden moet je hier meestal niet zijn. De geboden ruimte laat overigens ook niet toe om de aangeklaagde feiten uit te werken en oplossingen voor te stellen.Dat het soms allemaal wat te veel wordt voor een goed menend mens, dat gebeurt iedereen van ons regelmatig. En neen, we hoeven onszelf niet met een reusachtig schuldcomplex op te zadelen. Anderzijds moeten we onze kop ook niet in het zand steken voor de realiteit: de belangrijkste beslissingscentra op deze planeet liggen nog steeds in wat we gemeenzaam 'het westen' noemen: Europa en Noord-Amerika. De beslissingen die hier genomen worden zijn lang niet altijd positief voor de menselijke vooruitgang al wordt er veel lippendienst bewezen aan zaken zoals mensenrechten. Als we het dus hebben over de Westerse mogendheden, dan gaat het over een ideologisch en economisch systeem dat luistert naar de belangen van eender wie geld en macht bezit, een systeem dat diep geworteld is in onze contreien. Om nu al de concrete mensen die daarin een rol spelen kwaadaardig te noemen, daar gaat het niet om. Buiten die politieke leiders die echt bloed aan de handen hebben kan je mensen in beslissingscentra hoogstens een gebrek aan verantwoordelijkheid aanwrijven. Wat Amnesty wil, is het systeem veranderen: democratische controle inbouwen, respect voor mensenrechten op alle niveaus doen ingang vinden, daders verantwoording laten afleggen, eender waar ter wereld... het zou al lang een evidentie moeten zijn.

Nog eens dank voor de reactie. Ik blijf zitten met het verontrustende gevoel dat dit bericht geen volledig antwoord biedt. Maar dat is het lot van iedere hoofdredacteur tegenover terechte bekommernissen van betrokken lezers. We zullen toch trachten ze in rekening te brengen.

donderdag, november 11, 2004

Zorgvuldigheid in de berichtgeving is geen luxe

(Mail aan VRT Radio redactie)

Vanmiddag hoor ik tijdens de Actueel uitzending over de dood van Yasser Arafat, jullie reporter in Parijs beschrijven hoe enkele orthodoxe Joden hun sympathie komen betuigen voor Arafat. "Hoewel, orthodox," zegt hij vervolgens, "ze eisen niets minder dan de ontmanteling van Israël." Een vreemde uitspraak is dat, want de orthodoxie van deze Joden is geen politieke kwestie, het is een religieuze keuze. Met andere woorden, het is niet omdat ze een orthodoxe versie van hun religie aanhangen dat ze het eens zijn met het beleid van de staat Israël, of dat ze uberhaupt het bestaansrecht van de staat Israël erkennen. Orthodoxe Joden zijn dus ook niet per sé Zionisten, de meeste van hen zijn tevreden met hun leven in de diaspora.

Het probleem is dat jullie reporter begrippen zoals orthodoxie, fundamentalisme en politiek extremisme door elkaar haalt. En dat is nefast in deze dagen waarin standpunten verharden en het gevoel overheerst dat de multiculturele samenleving mislukt is. Toen ik op 23 februari 2004, de dag waarop het Internationaal Gerechtshof zich uitsprak over de Israëlische apartheidsmuur, op de bus stapte naar Den Haag, zaten er twee orthodoxe Joden mee op de bus uit Antwerpen. Tijdens de optocht later die dag sloten ze aan bij hun geestesgenoten die van over de hele wereld naar Den Haag waren gekomen om hun afgrijzen uit te spreken tegen de Israëlische politiek. Ze wezen inderdaad het Zionisme af en wijzen op de inhumane behandeling van het Palestijnse volk door de staat Israël. Je kan een analoog verhaal vertellen over moslims en christenen. Orthodoxe moslims zijn geen fundamentalisten en deze laatsten zijn niet noodzakelijk de extremisten die de aanslagen plegen. In het Midden-Oosten zijn het integendeel vaak orthodoxe moslims die een dam opwerpen tegen de extremisten omdat ze hun religie op een meer geëngageerde manier invullen dan de gewone Mohammed in de straat.

De laatste tijd worden religie en politiek steeds meer door elkaar gehaald en dat is een gevaarlijke evolutie. Het publiek maakt een amalgaam van al deze begrippen en associeert alle (religieuze) uitingen die afwijken van het gemiddelde als gevaarlijk en extremistisch. Het bevordert bovendien de verheerlijking van dat gemiddelde dat als de norm wordt gepercipieerd en waarin men zich veilig kan terugtrekken. Alles wat afwijkt wordt afgewezen. Het aanvaarden en begrijpen van diversiteit in een complexe samenleving wordt er op die manier niet makkelijker op. De media heeft een speciale verantwoordelijkheid om begrippen juist te gebruiken en te duiden. Het argument dat jullie enkel maar de feiten weergeven gaat hier niet op. Door feiten te benoemen geef je ze een bepaalde betekenis, door andere feiten dood te zwijgen ontneem je ze betekenis. Bovendien zijn steeds meer verklaringen in de media onderhevig aan de manipulatie van betaalde spindokters die het debat een bepaalde richting uit willen duwen. En die richting is zelden diegene die de samenleving nodig heeft om vooruit te raken. Reden genoeg dus voor wat zorgvuldigheid in de berichtgeving.

Koen Stuyck

Orthodoxie, fundamentalisme en politiek extremisme zijn niet hetzelfde

(Mail aan VRT Radio redactie over Item in Actueel over dood Yasser Arafat)
Vanmiddag hoor ik tijdens de Actueel uitzending over de dood van Yasser Arafat, jullie reporter in Parijs beschrijven hoe enkele orthodoxe Joden hun sympathie komen betuigen voor Arafat. "Hoewel, orthodox," zegt hij vervolgens, "ze eisen niets minder dan de ontmanteling van Israël." Een vreemde uitspraak is dat, want de orthodoxie van deze Joden is geen politieke kwestie, het is een religieuze keuze. Met andere woorden, het is niet omdat ze een orthodoxe versie van hun religie aanhangen dat ze het eens zijn met het beleid van de staat Israël, of dat ze uberhaupt het bestaansrecht van de staat Israël erkennen. Orthodoxe Joden zijn dus ook niet per sé Zionisten, de meeste van hen zijn tevreden met hun leven in de diaspora.Het probleem is dat jullie reporter begrippen zoals orthodoxie, fundamentalisme en politiek extremisme door elkaar haalt. En dat is nefast in deze dagen waarin standpunten verharden en het gevoel overheerst dat de multiculturele samenleving mislukt is.

Toen ik op 23 februari 2004, de dag waarop het Internationaal Gerechtshof zich uitsprak over de Israëlische apartheidsmuur, op de bus stapte naar Den Haag, zaten er twee orthodoxe Joden mee op de bus uit Antwerpen. Tijdens de optocht later die dag sloten ze aan bij hun geestesgenoten die van over de hele wereld naar Den Haag waren gekomen om hun afgrijzen uit te spreken tegen de Israëlische politiek. Ze wezen inderdaad het Zionisme af en wijzen op de inhumane behandeling van het Palestijnse volk door de staat Israël. Je kan een analoog verhaal vertellen over moslims en christenen. Orthodoxe moslims zijn geen fundamentalisten en deze laatsten zijn niet noodzakelijk de extremisten die de aanslagen plegen. In het Midden-Oosten zijn het integendeel vaak orthodoxe moslims die een dam opwerpen tegen de extremisten omdat ze hun religie op een meer geengageerde manier invullen dan de gewone Mohammed in de straat. De laatste tijd worden religie en politiek steeds meer door elkaar gehaald en dat is een gevaarlijke evolutie. Het publiek maakt een amalgaam van al deze begrippen en associeert alle (religieuze) uitingen die afwijken van het gemiddelde als gevaarlijk en extremistisch. Het bevordert bovendien de verheerlijking van dat gemiddelde dat als de norm wordt gepercipieerd en waarin men zich veilig kan terugtrekken. Alles wat afwijkt wordt afgewezen. Het aanvaarden en begrijpen van diversiteit in een complexe samenleving wordt er op die manier niet makkelijker op.

De media heeft een speciale verantwoordelijkheid om begrippen juist te gebruiken en te duiden. Het argument dat jullie enkel maar de feiten weergeven gaat hier niet op. Door feiten te benoemen geef je ze een bepaalde betekenis, door andere feiten dood te zwijgen ontneem je ze betekenis. Bovendien zijn steeds meer verklaringen in de media onderhevig aan de manipulatie van betaalde spindokters die het debat een bepaalde richting uit willen duwen. En die richting is zelden diegene die de samenleving nodig heeft om vooruit te raken. Reden genoeg dus voor wat zorgvuldigheid in de berichtgeving.

vrijdag, november 05, 2004

ESF Londen: een andere wereld is nodig!

ESF Londen: een andere wereld is nodig!
Een andere kijk op het Forum door Wim Merckx, provinciaal medewerker 11.11.11-BrabantWim Merckx koos voor een alternatieve route door en om het Europees Sociaal Forum heen. Dat organisatoren en deelnemers aan het forum geen homogene groep vormen blijkt ten volle uit dit verslag. Maar dat maakt de Sociale Fora ook meteen zo interessant en inspirerend. De roep naar meer structuur en collectieve stellingnames klikt steeds luider, maar hoe doe je dat in een beweging die zo divers is? Wellicht groeit er binnenkort op het Wereld Sociaal Forum toch stilaan wat consensus over tenminste een aantal grote lijnen waarover iedereen het eens is en komen er toch gezamenlijke verklaringen uit. Ondertussen vinden talrijke campagnes op de fora hun doopvont, versterken thematische netwerken zichzelf met meer stemmen en expertise enz. Maar daarover gaat dit verslag niet. Het gaat veeleer over de zoektocht aan de basis van een nieuwe, gezamenlijke democratische besluitvorming, over de botsing van ideeën waaruit stilaan een andere wereld wordt gekneed.

vrijdag, oktober 15, 2004

Ze geven er geen zak om

Nationale feestdagen in China zijn een feest voor schoolkinderen. In plaats van een saai dagje vrij krijgen ze een wel heel speciale schooluitstap aangeboden. Het zijn gastjes tussen zes en zeventien jaar jong. Met honderden tegelijk worden ze naar een plek gevoerd waar reeds duizenden mensen staan te wachten. Ze luisteren naar de voorgelezen beschuldigingen van gevangenen. De aantijgingen zijn moord, overval en ontvoeringen. Ter plaatse, in het openbaar, worden zes gevangenen veroordeeld, naar een executieplaats gebracht en omgebracht met de kogel.
Dat alles, nog steeds voor de ogen van de kinderen en de talloze andere toeschouwers. Dit gebeurde tijdens een herfstfestival eind september in de provincie Hunan. Ruim duizend mensen werden tussen oktober en december omgebracht door de overheid.

Enkele maanden ervoor nam een redacteur van Amnesty Nieuws een interview af in Peking. Zijn gesprekspartner was de directeur van een Europese ngo die al jaren de politieke ontwikkelingen volgt in het land. Maar we mochten het artikel niet publiceren, de contactpersoon in kwestie kwam terug op zijn openhartige toon tijdens het interview. Er stond teveel gevoelige informatie in de tekst. Ging het dan over staatsgeheimen? Neen, het ging om een algemene analyse van de toestand sinds de gebeurtenissen op het plein van de Hemelse Vrede, 10 jaar geleden. Onze redacteur krijgt de raad om voorzichtig om te springen met internet want de Chinese overheid heeft de controle opgevoerd. Zelfs sms’jes worden naar verluidt nu onderschept en op ‘gevaarlijke woorden’ nagekeken.

Eind september kwam ook een delegatie terug van Darfur. We worden
allemaal al meer dan een jaar rond onze oren geslagen met de ellendige omstandigheden van de vluchtelingen, met al die bijna dode levens.
Onze topvrouw, Irene Khan, heeft het over de ontiegelijke traagheid waarmee de crises wordt aangepakt.

Kinderen in China of kinderen in Darfur. Ze geven er geen zak om, de Westerse mogendheden. En voor die Afrikaantjes nog minder, de Chinese, dat zijn nog goedkope arbeidskrachten. It’s the economy, stupid.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

woensdag, mei 12, 2004

Schuld

Moederschap. Het weegt. Er rust een de-facto eindverantwoordelijkheid op je voor de kinderen. Je schuldgevoel is steevast groter. Wanneer je even geen tijd hebt voor hen, wanneer ze naar de crèche gaan, wanneer je je werkstress mee naar huis neemt… Ik moet denken aan een film uit de vroege jaren zeventig waarin een man een weddingschap aangaat met zijn thuiswerkende vrouw en vervolgens het huishouden overneemt voor een jaar. De man verliest zijn weddingschap en zet zijn vrouw in de bloemetjes. Moraal van het verhaal: een huishouden met 3 kinderen runnen en elke avond op tijd een warm bord op de tafel, het is een dagtaak op zich, en één die minstens evenveel kunde en organisatietalent vereist als de bureaujob van manlief. Mooi zo, maar dat was de vroege jaren ’70, en slechts één ouder ging werken. En vooral, ik zie ze nog bevestigend knikken na die film, die lieve moeders van toen. Maar intussen vergaten ze wel hun jongetjes anders op te voeden.

Ach, die jongetjes van toen, vrije vogels, levend in boomhutten en luchtkastelen, zonder zorgen of verantwoordelijkheden, aangepast aan een leven als voetzoeker in de steppe. Soms waren het gekwetste vogeltjes, maar ook dan klapperden ze dapper hun vleugeltjes in de wind, om snel weer het gevaar uit hun ingebeelde verhalen te trotseren.

Dertig jaar later worden moeders van nu dagelijks afgeblaft, van de weg gereden, gediscrimineerd op de werkvloer omwille van hun vermogen nageslacht op de wereld te zetten. Of nog erger: ze worden mishandeld en verkracht, onder druk gezet om nog meer te presteren. Verplicht om hun gevoelens te verbijten. En dan gaat het voor één keer niet over gebieden vol oorlog en armoede. Het gaat over ons. Hier.
Het is godgeklaagd. Ik kan er niet meer tegen. Als ik zo geen angst had voor de verantwoordelijkheid liet ik me ombouwen. Uit solidariteit.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

maandag, januari 12, 2004

Nostalgie volgens Gabriël Garcia Marquez

Zo ongeorganiseerd zijn als ik heeft het voordeel dat elk tijdsblok dat zich onverwacht presenteert zonder invulling kortstondig als een onbeschreven blad kan blijven drijven op het spiegelend oppervlak van een ondoorzichtige vijver in een stadspark dat doodstil ligt in de koude novemberlucht waar de stank van de stad berijmd hangt tussen kale bomen. Het gevoel is kortstondig omdat na het begin van de lichte euforie een stoet van mogelijke opdrachten zich aandient die met hun gedrum meer verwarring stichten dan berekening kan oplossen. Eerst wat eerst komt: eten. Een drukke taverne in het hartje van de Europese wijk in Brussel. Aan de lange tafel in het midden is plaats. Honger verwekt overmoed en ik bestel te veel. (..)

De recencent van De Morgen (Boekenbijlage van vandaag) heeft het over de nostalgie van Marquez, die met zijn nieuwste roman nog eens de tragisch-romantische tour opgaat. Volgens de beroemde auteur "is nostalgie rondjes draaien, steeds weer variaties bedenken op wat ooit al gezegd is." Dat mag zeker waar wezen, maar wat doe je met het gegeven dat nostalgie uiteindelijk neerkomt op een verdichting van niet meer dan enkele schaarse momenten van geluk, een bijeenharken van sprankels onuitgesproken verwachtingen. Ons poëtisch geheugen dat wanhopig een scène construeert, korte emotionele lijnen uitzet, een geforceerde sfeer tracht op te roepen die nooit bestaan heeft. De Nostalgie mag dan al een schaars geklede dame zijn die zich naast je in het plushe van een ouderswetse theaterzetel heeft genesteld, daar op de buhne loopt alles voortdurend mis. Het verhaal klinkt hol en de acteurs vallen snel door de mand. Te snel.

maandag, april 14, 2003

Kind in tijden van oorlog

Kind, mijn kind, hoeveel kan een ouder van je houden? Je strekt je vrijgevochten armpjes uit in de lege witte ruimte. Nauwelijks bekomen van je reis uit het ongewisse beland je in het ongerijmde van een grenzeloze wereld waar problemen worden opgelost door geweld. Congo, Tsjetsjenië, Colombia, het houdt niet op. Terwijl jij je eerste oogopslagen werpt heeft het keizerrijk zijn zevenmijlslaarzen aangetrokken en is over Irak gaan heen staan. Het draagt een veel te wijde jas en zingt de valse loftrompet van de rechtvaardigheid.

In de krant verhalen over overvolle ziekenhuizen, op internet circuleren bloederige foto’s van uiteengereten lichamen, van kinderen die al hun ledematen én hun ouders verloren. Een bom die inslaat op het hotel waar de hele internationale media haar basis heeft, balans: drie doden. Geruchten over doorgestoken kaart steken onvermijdelijk de kop op. Niemand is verbaasd.
Op datzelfde moment brengen zogenaamde ‘embedded journalists’ verslag vanachter de schutskoepel boven op een oprukkende tank. Ze hanteren een absurd jargon dat alle realiteitszin verloren heeft en lijken hun rol als vaandeldragers van de oorlogsmachine volledig geassimileerd te hebben.

Hoe leg je het uit? Tja, hoe legden mijn ouders het uit, eind jaren 60? Toen was die dezelfde oorlogsmachine elders massagraven aan het delven. De Amerikaanse oorlog in Vietnam was reeds verschillende jaren achter de rug toen mijn ontluikend historisch bewustzijn de puzzelstukjes bij elkaar begon te zoeken. Neen, wij dachten niet de laatsten te zijn die hun levensweg zouden moeten starten in tijden van slagveld. De waan van de maakbaarheid was niet meer aan ons besteed. Was er sinds Vietnam niet een dozijn andere oorlogen geweest? En toch leeft altijd de hoop…

Kind, oh kind, jij onvolgroeid wezen uit Utopia, je hebt ons zoveel te leren. Jou hulpeloosheid mag symbool staan voor de collectieve onkunde van een internationale gemeenschap. Kunnen we je verbergen voor deze waanzin?

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

maandag, april 15, 2002

Varkentje

“Het loopt uit de hand,” zegt de ene diplomaat tegen de andere. Waarop de andere enigszins geërgerd zijn krant een halve decimeter laat zakken, “wat loopt er uit de hand? Begin weer niet over de protesten. Dat zootje ongeregeld weet niet waarover het gaat en volgende week is deze poppenkast weer voorbij. De slottekst is toch al geregeld.”

De twee blanke mannen, een Europeaan en een Noord-Amerikaan, zitten in de lobby van een 5-sterren hotel in Monterrey, een stad in het noorden van Mexico. De Europeaan houdt voet bij stuk: “onze ministers voelen de hete adem van de antiglobalisten in hun nek, ze vrezen dat het kiezerspubliek niet zal begrijpen waarom deze conferentie geen nieuw geld oplevert voor de ontwikkelingslanden. Ze denken dat de ontevredenheid zal toenemen.”
“Hoezo, ontevredenheid?” De Noord-Amerikaan, die een aanzienlijk deel van de 800-koppige delegatie diplomaten uit de VS aanvoert, neemt een formele toon aan en declameert: “ons standpunt is en blijft dat financiering van ontwikkeling een fictie is: enkel vrije wereldhandel zal de ontwikkelingslanden vooruit helpen en armoede doen verdwijnen. “Overigens,” voegt hij er zonder zweem van ironie aan toe, “hebben jullie stevig mee gewerkt om deze slottekst goed te keuren…”

Een kleine pauze markeert wat het einde van het gesprek zou kunnen zijn. De Europese diplomaat voelt zich enigszins opgelaten. En alhoewel hij het antwoord van zijn gesprekspartner al kent gooit hij het toch over een andere boeg: “in Europa wint de stelling veld dat armoede een voedingsbodem is voor terrorisme.” Waarop de Noord-Amerikaan fulmineert: “Nonsens! Dat is nog nergens bewezen en bovendien, dat varkentje zal het Pentagon wel wassen. En begin niet met dat gezwets over een Internationaal Tribunaal, want daar doen we niet aan mee.” En na een korte pauze: “ach, laat ze dan wat unilaterale initiatieven nemen, een beetje schuldherschikking hier, wat meer hulp onder bevriende naties daar, het helpt niet maar het staat goed in een perscommuniqué.” Dat laatste zegt hij met haast onverholen minachting, enkel ingehouden door zijn afgemeten diplomatieke etiquette.

De twee vrienden gaan uit elkaar, elk naar hun vergaderingen, de Europeaan met gemengde gevoelens, zijn gesprekspartner met een triomferende glimlach op het gezicht.

(Column verscheen in ledenblad van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

woensdag, maart 01, 2000

De geest van Koning Leopold II, en de plundering van de Congo; Adam Hochschild

De moslim filosoof Ibn Chaldoen schreef het reeds in de 14e eeuw: “Zij die veroverd zijn, willen de veroveraars altijd nabootsen in zijn voornaamste kenmerken – in zijn kleding, zijn ambachten en in al zijn onderscheidende eigenheden en gebruiken.” Hochschild eindigt zijn boek met de parallel tussen Mobutu en de ‘zwarte koning’ Leopold II, meer dan een eeuw vroeger. De eerste, Afrikaans dictator eerste klasse, werd op de troon geholpen door het postkoloniale België, de V.S. en de Verenigde Naties. Die historische putsch ging ten koste van legitiem verkozen leider Patrice Lumumba en van het Kongolese volk. Op het hoogtepunt van zijn macht schafte Mobutu zich een protserige villa aan, nota bene vlak bij de villa die Leopold bouwde aan de Franse Côte d’Azur. Op dat ogenblik was hij één van de rijkste mensen ter wereld (ook net als de Belgische koning eertijds) met een geschat vermogen van 4 miljard dollar.

Lees verder.