woensdag, november 29, 2006

Nucleaire lobby misbruikt 'laboratoriumcultuur'

Dr. Gert Goeminne maakte op 29 november een punt in De Morgen dat veel te weinig gemaakt wordt. Hij stelt de 'onfeilbaarheid' van wetenschappelijke cijfers ter discussie en vooral het oneigenlijk gebruik ervan door politici en opiniemakers allerhande. Wetenschappers zoals Dr. Goeminne weten heel goed dat de resultaten van een op wetenschappelijk verantwoorde wijze gevoerd onderzoek nog steeds maar een beperkte relevantie hebben: ze zijn enkel juist binnen de controleerde grenzen van het onderzoek. Door onderzoeksresultaten onbeperkt te extrapoleren zonder rekening te houden met andere omgevingsfactoren knaag je aan de relevantie van de cijfers.

Goeminne legt de vinger op één van de pijnpunten van de moderniteit, namelijk de 'laboratoriumcultuur.' Die gaat er van uit dat je, om een probleem op te lossen, het fenomeen best uit zijn context haalt en in een steriele omgeving onder strikt gecontroleerde omstandigheden bestudeert. Dat heeft ons al veel vooruitgang opgeleverd maar ook veel ellende. Vooral omdat de resultaten vaak gepresenteerd worden als algemeen geldend. Met nefaste gevolgen: politici verschuilen zich achter cijfers om geen knopen te hoeven doorhakken; industriële lobbygroepen misbruiken wetenschappelijke cijfers voor hun eigen doelstellingen en verschuiven het algemeen belang naar de achtergrond. En tenslotte de publieke opinie die begint te twijfelen omdat diverse specialisten elkaar tegen spreken (ook al gaat het enkel om een normaal wetenschappelijk debat).

Het siert Dr. Goeminne dat hij uit zijn traditionele rol treedt en meer durft te zijn dan enkel wetenschapper. Hij neemt zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid op als intellectueel. En dat is nodig. Want onze samenleving is gebaat bij wetenschappers die zich niet voor de kar laten spannen van politici en belangengroepen. Je hoeft overigens geen wetenschapper te zijn om te weten dat opnieuw de nucleaire kaart trekken een gevaarlijke en onverantwoorde keuze is. Een beetje basiskennis en een gezond gevoel voor verhoudingen is meer dan genoeg.

dinsdag, november 28, 2006

Vergeten verhalen naar boven gehaald

De Dick Scherpenzeel Stichting in Nederland presenteerde voor de derde keer haar toptien van “Vergeten Verhalen”: gebeurtenissen die het afgelopen jaar nauwelijks konden rekenen op gedegen aandacht in de Nederlandse media, maar die te belangrijk zijn om te negeren. De toptien is samengesteld door een jury, die kon kiezen uit vele tientallen suggesties die door collega-journalisten, deskundigen en geïnteresseerd publiek werden ingediend op de website www.hetvergetenverhaal.nl.

Het zijn stuk voor stuk opmerkelijke verhalen die de media hier niet haalden. Niet verwonderlijk spant Afrika de kroon als het gaat over 'vergeten verhalen,' 'hieronder een kleine bloemlezing:

- Het World Receiver Project. In Malawi wordt geëxperimenteerd met een simpel alternatief voor internet, het World Reciever Project. Daarmee hebben ziekenhuizen in Malawi toegang tot de meest recente medische informatie over ziekten en de behandeling ervan. Het enige wat ze nodig hebben is een computer en een draagbare antenne.

- Afrika, walhalla voor de ondernemer. Het is uitstekend zakendoen in Afrika. De koopkracht groeit sterk, de economische groeicijfers van landen zoals Ghana en Tanzania zijn beter dan waar ook, en de strijd tegen de bureaucratie slaat goed aan. Het buitenlandse bedrijfsleven bloeit.

- Het nieuwe Johannesburg: een dynamische, sprankelende wereldstad. Een tiental jaar geleden nog 's werelds meest criminele stad. Niemand was zijn leven zeker bleek uit de verhalen. Nu lijkt de toon de nadere kant op te slaan. Johannesburg is opeens de verpersoonlijking van de Afrikaanse renaissance. De werkelijkheid is natuurlijk veel complexer. Wat is het echte verhaal?

- Het verhaal van een Afrikaans scheepje met illegale gelukszoekers dat, onderweg naar Spanje, weken later werd aangetroffen voor de kust van Latijns-Amerika. Alle opvarenden waren overleden.

- In de strijd tegen aids worden steeds vaker traditionele medicijnmannen en genezers ingezet- en met succes.

vrijdag, november 24, 2006

Israëlisch perspectief speelt eerste viool op Britse en Amerikaanse tv-zenders

Het Israëlische perspectief krijgt op de Britse televisie dubbel zoveel aandacht als de Palestijnse invalshoek. Dat stelde een omvangrijk wetenschappelijk onderzoek van de Media group van de Universiteit van Glasgow onomstotelijk vast in 2004. Dat had als concrete gevolg dat het Israëlische standpunt zich in de hoofden van de doorsnee kijker kon nestelen en dat Israël nog steeds met het leeuwendeel van de publieke sympathie aan de haal kan gaan.

Alhoewel de berichtgeving rond Palestina op de BBC wellicht licht verbeterd is, zeker tegenover de Verenigde Staten, blijft de studie interessant omdat ze niet alleen de kwantiteit van de berichtgeving over Israël en Palestina onderzocht. Ook het kwalitatieve woordgebruik en de interpretatie van de Britse kijker kwamen op de rooster te liggen van de onderzoekers. Daartoe namen ze 200 nieuwsprogramma's onder de loep sinds het begin van de tweede intifada. En ze ondervroegen meer dan 800 mensen, gewone tv-kijkers én media professionelen. Ik heb enkele conclusies vertaald en op onze MediaWatch blog http://palestinaindemedia.blogspot.com gezet.

In de Verenigde Staten is het nog slechter gesteld met de berichtgeving, zoals blijkt uit de aangrijpende reportage "Peace, Propaganda & The Promised Land" van Bathsheba Ratzkoff and Sut Jhally (kwam uit op 22/4/2006). Een documentaire die iedereen zou moeten zien, omdat ze de kracht van het medium ten volle gebruikt om de realiteit bloot te leggen. 'Show, don't tell' is een adagium voor schrijvers maar als je het écht kan laten zien, dan is extra commentaar overbodig. Het ene na het andere voorbeeld laat zien hoe de media in de Verenigde Staten systematisch de misdaden van Israël verdoezelen en het lijden in Palestina negeren. Daardoor is er ook geen sympathie bij het kiezerspubliek dat uitsluitend op het tv-nieuws vertrouwt voor zijn informatie over de regio.

Het begint allemaal met het 'Hasbara project,' opgezet na het drama van Sabra en Chatila in 1982. Deze Palestijnse tragedie in Zuid-Libanon werd door de Israëlische leiding ervaren als een "communicatief trauma." Om de nieuwsstromen beter te controleren werd een initiatief opgestart onder de naam "Hasbara Project," een professionele propaganda machine voor de Israëlische zaak. In de Verenigde Staten zelf werd en wordt AIPAC - "the American Israel Public Affairs Committee" - door iedereen erkend als de machtigste lobbygroep in Washington. AIPAC cirkelt al sinds de jaren '50 rond het centrum van de macht in de VS. Ze hebben ondertussen ook behoorlijk wat zitjes in het Amerikaanse congres ingepalmd en bepalen mee de politieke strategiën in het Witte Huis. Overigens situeren pro-Israël politici zich allerminst uitsluitend in het kamp van de republikeinen - lees "Een Christelijke zioniste als voorzitter van het Amerikaans parlement."

Merkwaardig genoeg laten de invloed van Hasbara en de Zionistische lobby zich sterker voelen in de VS dan in Israël zelf. Kritische geluiden over de bezetting en het gedrag van de IOF (Israëlische bezettingsmacht) zal je eerder in de Israëlische media opvangen dan op de Amerikaanse tv-stations. Enkele vaststellingen uit de reportage: slechts 4% van de nieuwsuitzendingen vermelden de bezetting. De taal die gehanteerd wordt is systematisch gemanipuleerd in het voordeel van Israël: enerzijds omschrijft de Amerikaanse nieuwslezer Palestijns geweld steeds als "aanvallen," wat terrorisme suggereert, terwijl hij, bij Israëlisch geweld, het houdt op "response", "retaliation" of "Israël strikes back." Anderzijds is er een duidelijk verschil in nieuwswaarde: vallen er Israëlische slachtoffers dan komen die uitgebreid in het nieuws, met tranerige reportages over de families. Tijdens periodes waarin enkel Palestijnse slachtoffers vallen, ook al gaat het om tientallen doden, dan hoor je de hele tijd niets en spreekt men achteraf over een "periode van relatieve kalmte."

De illegale bezetting wordt zo verpakt in de retoriek van 'de strijd tegen het terrorisme,' wat vooral voor het Amerikaans publiek de link legt met 9/11 en aldus het Israëlische geweld legitimeert. Gezien het feit dat de zenders het dagelijks geweld van de IOF nauwelijks tonen blijven de kijkers onkundig van de echte machtsverhoudingen en de oorzaken. Zo weet de Israëlische propagandamachine heel effectief het beeld hoog te houden van een bedreigde staat die zich voortdurend moet verdedigen tegen terroristische aanvallen van een vijandig volk, de Palestijnen. De stem van de Israëlische vredesbeweging komt nagenoeg niet aan bod.

Deze reportage ontmaskert ook de mythe van de neutraliteit van de Verenigde Staten. Ze doet dat vakkundig en methodisch. En dat is nodig. Want die mythe wordt vooral door de media in stand gehouden: zo kwamen de 33 veto's waarmee de VS resoluties van de VN tegen Israëlische acties probeerde te blokkeren nauwelijks in het nieuws. Over het duizelingwekkende bedrag van meer dan 100 milliard $ steun (6 milliard per jaar) dat de VS sinds 1949 aan Israël geeft wordt evenmin iets gezegd. Het grootste deel van die steun wordt uitgegeven aan wapens en heeft er voor gezorgd dat de kleine staat Israël de 4e grootste militaire macht ter wereld is en bovendien beschikt over een (illegale) voorraad van naar schatting 200 kernbommen. Voor de landen in het Midden-Oosten klinkt de Westerse kritiek op de zogenaamde nucleaire ambities dan ook bijzonder hypocriet maar ook dit is voor een kijker van het Amerikaanse tv-nieuws onbekend terrein.

Recent kwam er weer een nieuw boek uit van Norman Finkelstein "De drogreden van het antisemitisme. Israël, de VS en het misbruik van de geschiedenis," waarin hij het probleem van de Israëlische propaganda ook weer wordt aankaart. Ook Joris luyendijk had het in zijn boek "Het zijn net mensen" hierover en de gevolgen voor de Westerse berichtgeving. De vraag is of de waarheid ooit zijn weg zal vinden naar het grote publiek in de VS. Zij hebben immers de sleutel in handen. Het Amerikaanse publiek moet zijn regering onder druk zetten om echt iets te veranderen en Israël van zijn ramkoers te doen afzien.

woensdag, november 22, 2006

De Israëlische kolonies: ook niet privé grond is illegaal ingepalmd

In de Morgen van vandaag citeert u uit een rapport van het Israëlische Shalom Achshav. De vredesorganisatie ontmaskert daarin bijna 40% van de Israëlische kolonies als gestolen private grond van Palestijnen. Het is goed dat u melding maakt van dit onderzoek. Maar met uw conclusie "bijna 40% grond Israëlische kolonies hoort toe aan Palestijnen" gaat u te kort door de bocht.

Het klopt dat het voor ongeveer 40% gaat om voormalige privégrond van Palestijnen. Maar de overige 60% is evengoed illegaal, want ingepalmd door de Israëlische bezettingsmacht. Het is niet omdat het geen strict privégrond is dat Israël het recht heeft om de grond zomaar in te palmen. Bovendien wordt veel meer grond ingenomen dan enkel voor de kolonies zelf. Zo zijn er de talrijke 'by-pass roads,' het zwaar bewaakte netwerk van wegen enkel voor kolonisten. Elk van die wegen is verboden voor Palestijnen, ze hebben aan beide kanten bufferstroken van 50 tot 75 meter waarin niet mag worden gebouwd. Dan is er de 680 kilometer lange muur die volledig op Palestijns grondgebied werd gebouwd, en die met een bufferzone van 30 tot 100 meter breed enorme stukken vruchtbare Palestijnse grond opslokt. Of de talrijke legerbasissen van waaruit het Israëlische leger de repressie op de Palestijnse bevolking organiseert. Enz.

'By-pass roads', 'checkpoints' en de muur: ze delen de bezette gebieden op in ware 'bantustans,' dat wil zeggen kleine openlucht gevangenissen waarin de Palestijnse bevolking op alle mogelijke manieren gewurgd wordt.
Tussen januari en augustus 2005 alleen heeft Israël meer dan 150 militaire orders uitgevaardigd voor de confiscatie van 1.335 hectare grond op de bezette westelijke Jordaanoever.

Niet alleen de privé rechten van individuele Palestijnse landeigenaars worden geschonden, ook het collectieve recht op land van het Palestijnse volk wordt dagelijks verder ondermijnd.

Reportage "Dit is mijn kamp"

Proficiat Canvas! Eindelijk nog eens een reportage die een menselijke beeld geeft van het - mensonwaardige - leven in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Het leven in de bezette gebieden krijgt daardoor een gezicht. De miserie aan de Israëlische checkpoints, het leven in een regelrechte openlucht gevangenis. Het willekeurig geweld van de bezetter ook. En de vele slachtoffers die daardoor vallen aan Palestijnse kant en die doorgaans verdwijnen in anonieme statistieken. Verder ook het voortdurend inpalmen van Palestijns land en het oprukken van de apartheidsmuur.

Het helpt natuurlijk dat, sinds het eenzijdig stoppen van de zelfmoordaanslagen, ondertussen meer dan anderhalf jaar geleden, er nauwelijks nog Israëlische slachtoffers gevallen zijn, wiens leed breed kan uitgesmeerd worden in de internationale pers. De honderden dode Palestijnen daarentegen worden algemeen gezien als 'collateral damage' van de Israëlische 'strijd tegen terreur.' Met deze reportage hebben kijkers eindelijk nog eens kunnen vaststellen van waar de echte terreur komt.

dinsdag, november 07, 2006

Onderteken mee de brief voor Karel De Gucht!

Geen tijd om te posten de laatste weken: campagnetijd hé. Vandaag stuur ik toch weer een oproep rond voor een nieuwe briefschrijfactie voor Palestina. Het is onvoorstelbaar hoe de IDF (Israeli Defense Force) in Gaza nu al maanden ongestraft aan het moorden is. Onderteken alsjeblief mee de brief voor Karel De Gucht. Europa moet iets doen.
De lethargie van de publieke opinie in Israël zelf blijft stuitend. De reacties op de uitspraken van extreem rechts Vice-premier Avgodor Lieberman (hij wil de Arabische Israëli's weg uit Israël en nog ander fraais) komen los maar ze zijn zo hypocriet als de pest, zeker uit de mond van Ehud Olmert. Lees ook de reacties in de media op onze MediaWatch site http://palestinaindemedia.blogspot.com.

donderdag, oktober 26, 2006

Vredespelgrimage naar Israël en de bezette gebieden

Nog een andere collega, Marnix Vermaercke, zit in Palestina met een observatiemissie, georganiseerd door Pax Christy en Broederlijk Delen. Hun verslagen kunnen niet anders dan beklijvend zijn. Feiten en beelden spreken voor zich.

Kris Berwouts blogt vanuit Congo

Mijn collega Kris Berwouts is regio-coördinator voor de Grote Meren. Hij is momenteel in Congo als observator voor de verkiezingen en coördineert een groep van 100 Europese observatoren uit de 'civiele maatschappij' zoals dat heet. Met andere woorden het middenveld, voornamelijk dan Europese ngo's die met ontwikkelingssamenwerking bezig zijn maar ook academici enz. Bij De Standaard vonden ze die positie interessant genoeg om een gelegenheidsblog van Kris op hun site te plaatsen: http://standaard.typepad.com/congokiest.
Ga zeker eens kijken. Zijn start was wat stroef maar hij wordt steeds onderhoudender.

dinsdag, oktober 17, 2006

Auschwitz

“We'd like to go to Auschwitz.” Terwijl ik de woorden uitspreek, besef ik het surrealisme ervan. Maar de dame achter het loket knikt begrijpend. 15 zloti voor een ticketje naar de hel. Oswiecim is een stadje zoals er veel zijn op het snel veranderende Poolse platteland. Er zijn gewone huizen en gewone mensen, er zijn bushokjes en supermarkten. En er is het monsterlijke Auschwitz. Geen desolaat, getormenteerd landschap gaat het kamp vooraf, maar een drukke weg met een garage van tweedehands auto’s en een grote parking met een hotdog kraam. Op de parking veel bussen en groepen joelende scholieren.

Met een akelig gevoel in de buik lopen we het kamp binnen. Toeristen poseren voor een foto onder de 'arbeit macht frei' poort. Er wordt gepicknickt op de trappen van Mengele zijn experimenteerbarak. Beseffen deze mensen überhaupt waar ze zich bevinden? Onwillekeurig herinner ik me de Cuchi-tunnels in Zuid Vietnam waar toeristen met originele oorlogswapens kunnen schieten in een schietstand. Wapens waarmee duizenden mensen werden weggemaaid.

Van alle verbrande plekken in ons collectief geheugen is Auschwitz het ergste. En het onontkoombare feit is dat het niets bij brengt om de originele gaskamers binnen te gaan, te wandelen waar ooit werd gestrompeld, gesprekken te voeren waar ooit bevelen werden gesnauwd. Door het zo concreet te maken en mensen de kans te geven onbegeleid over het kampterrein te flaneren banaliseer je het monster. Op een plek waar mensenrechten op zo'n desastreuze manier vermorzeld zijn en de mens zijn eigen hel op aarde heeft gecreëerd mag je niets aan het toeval overlaten. Moreel is er eigenlijk geen verschil met een opslagplaats voor gevaarlijk nucleair afval. Waarom dus niet die hele plek afsluiten? Maak een schutkring van minstens 10 km en laat enkel nog dichters, politici en wetenschappers toe. Creëer vervolgens op neutrale plaatsen monumenten die de vreselijke waarheid in alle gruwel brengen, zonder iets te verbergen. Monumenten die ontzag inboezemen voor het ondenkbare lijden van zijn slachtoffers en tegelijk het besef verankeren tot wat de mens in staat is… als we niet oppassen.

(Column verschijnt in december nummer van Amnesty Vlaanderen - zie voor meer artikels en columns over mensenrechten: http://amnestynieuws.blogspot.com)

donderdag, oktober 12, 2006

Cordon sanitaire fnuikt debat volgens Ger Groot?

[Reactie op forum van Radio 1]

Wat Ger Groot vandaag in Lopende Zaken zei klopt niet. Het Cordon Sanitaire zou volgens publicist Groot het debat over de standpunten van het VB fnuiken. Dat doet het niet. Je kan moeilijk beweren dat de tenoren van het VB geen toegang hebben tot het publieke forum. Integendeel, sinds de eerste zwarte zondag, 12 verkiezingen geleden alweer, bestoken ze de publieke opinie haast onophoudelijk met hun propaganda. Ze doen dat uitermate professioneel en mét belastingsgeld - het VB geeft het meeste geld uit aan hun communicatie-, zeg maar propagandacampagnes van alle Vlaamse politieke partijen.

De wet op het racisme hebben ze met hun haatcampagnes meermaals en systematisch overtreden, het heeft tot vorig jaar geduurd voor ze daar eindelijk voor zijn veroordeeld. Die uitspraak heeft uiteindelijk officieel vastgesteld dat het VB een racistische, xenofobe partij is die bovendien facistoïde methoden gebruikt om haar electoraat te beïnvloeden: o.m. door het in twijfel trekken van rechtstaat, het verdacht maken van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, het suggereren van fraude bij verkiezingen (zonder ooit iets hard te maken of een officieel onderzoek te vragen).Met andere woorden: onze samenleving is al permissief genoeg naar het VB: mogen we hen dan ook van de macht houden alsjeblief? Het cordon sanitaire is nog steeds een democratisch initiatief en een legitieme daad van bescherming van de democratie. Of hebben we nog niet genoeg meegemaakt in het verleden? Het belangrijkste verschil tussen nu en de jaren '30 van de vorige eeuw is dat de samenleving vandaag een grens heeft getrokken. Als Ger Groot denkt dat enkel sociologische omgevingsfactoren voldoende zijn om facistische en autoritaire figuren van de macht te houden dan vrees ik dat hij het menselijke vermogen tot banalisering van het kwaad onderschat.
Tenslotte: de culturele elite zou er volgens Groot een naïeve opvatting op na houden. Wat bedoelt hij daarmee? Omdat ze denken dat ze kiezers weg kunnen houden van het VB? Kan zijn, maar het kan ook zijn dat ze gewoon voor hun mening uitkomen. Net zoals het VB overigens.En ja, ik durf zonder enige schroom te zeggen dat het facisme verachtelijk is en ik voel me wel degelijk moreel superieur tegenover mensen die zich, bewust of onbewust, tot dergelijke partij bekennen.

In de Nederlandse politiek denkt Groot niet anders. Lees ook Citaat van Ger Groot uit: "De politiek kan niet zonder de vraag: wat is een goede samenleving?"door Ger Groot, NRC 31-12-2005

maandag, oktober 09, 2006

Eindelijk! De fascisten zijn gestopt.

Eindelijk ! De fascisten zijn gestopt. En nog wel bij ons in Borgerhout, waar hun wieg stond. Hadden we champagne in huis gehad gisteravond, dan hadden we die gekraakt. Maar we waren te opgewonden om van achter het televisiescherm vandaan te komen en met onze vreugde naar de dichtsbijzijnde nachtwinkel te lopen.
Tekenend is dat het eerste scherm waarop dat cijfer verscheen nog haast ongemerkt passeerde (er stond toen nog zelfs -1,5% voor de stad als geheel). Wij hapten alleszins naar adem, mijn vrouw en ik grepen elkaar vast: het leek erop dat de dag was gered - maar zou het geen vergissing zijn? In de beste VB-traditie insinueerde G. Annemans fraude, maar het resultaat stond er: na twaalf (12!) overwinningen op rij zijn ze niet alleen gestopt in Borgerhout, ze gaan achteruit met 4,4%! Dat is zonder meer fantastisch. De verklaring waar het VB mee kwam aandraven, nl. dat de instroom van 'vreemdelingen' daaraan schuldig zou zijn slaat overigens op niets. Zoals De Morgen vanochtend ook meldde, slechts 1.045 nieuwe kiezers lieten zich registreren in Antwerpen, dat is slechts 0,33% van de stemmen. Neen. De voornaamste oorzaak is dat meer mensen in Borgerhout tot het inzicht komen dat het hier goed leven is. En dat ze het gevaar van extreem rechts onderkenden. Wat De Winter en co de 'autochtone vlucht' noemen is al een tijdje geleden gekeerd. Net als wij kiezen de laatste jaren vele jonge gezinnen voor Borgerhout, zowel autochtone als allochtone gezinnen. En er leeft een grote bereidheid om samen de bestaande problemen aan te pakken want als je alles optelt: onze veerkracht en onze positieve energie en onze wil tot samenleven is groter dan hun intrieste haat.

Ja, wij weten ook wel dat het VB overal elders nog steeds vooruit gaat en dat voorzichtigheid geboden is. En nee, er staat nog steeds geen echte rem op het vergif van De Winter en co. Maar de bijna 4,5% achteruitgang in Borgerhout is een geschenk voor ieder weldenkend mens en biedt sinds lang wat hoop voor Vlaanderen. Mogen we dus heel even euforisch zijn?

donderdag, september 28, 2006

Beelden uit het Midden-Oosten: “Het zijn net mensen” van Joris Luyendijk

Dit is een belangrijk boek. Vooral omdat Joris Luyendijk de euvele moed had om de journalistieke praktijk van het correspondentschap in het Midden-Oosten in zijn hemd te zetten. Hij doet dat door zeer eerlijk en open de praktische problemen te beschrijven die hij als correspondent ervoer en de confrontatie met zijn eigen twijfels niet uit de weg te gaan. Hij durft het aan die twijfels tot in zijn uiterste consequenties door te drijven, waarmee hij uiteindelijk de relevantie van zijn job in twijfel trekt én de pertinente vraag opwerpt of een deugdelijke nieuwsgaring wel mogelijk is in het Midden-Oosten. Dit boek veroorzaakt behoorlijk wat deining in Nederland en wellicht zal Luyendijk als ‘nestbevuiler’ niet zo snel nog bij zijn ex-collega’s aan de deur moeten komen. Na vijf jaar hield hij het sowieso voor bekeken. De specifieke invalshoek maakt dat ook Midden-Oosten specialisten dit boek wellicht zullen kunnen waarderen. Ben je als doorsnee consument van het dagelijkse buitenlandnieuws op zoek naar een pepmiddel voor je kritisch vermogen? Dan is dit boek het gedroomde medicijn.

In dit boek beschrijft de auteur zijn ervaringen als nieuwbakken correspondent Midden-Oosten voor de Nederlandse NRC, de Volkskrant, het Radio 1 Journaal en het NOS Journaal. Van hem werd verwacht dat hij de hele regio volgde vanuit Caïro. Een opdracht die hem al snel deed stoten op de grenzen van de media in een land als Egypte. Als er een bomaanslag plaats vind in een buitenwijk van Caïro dan zul je dat sneller vernemen via de Westerse persbureaus dan op de nationale radio. Als journalist kan je wel de gewone Egyptenaar vragen stellen maar je kan niet extrapoleren want er bestaan geen officiële gegevens. Luyendijk’s boude stelling is dat de normale journalistieke praktijk eenvoudigweg niet mogelijk is in een dictatuur. Veel van de tv-correspondenten verworden snel tot “presentatoren ter plaatse.” Dat wil zeggen dat ze vanuit hun redactie worden opgebeld met het nieuws van de dag, wat ze vervolgens samenvatten en herhalen voor de camera met achter hen de skyline van een Arabische stad. De consequenties voor ons beeld van het Midden-Oosten zijn niet min: wat wij te horen of te lezen krijgen is bijna uitsluitend wat de internationale persbureaus interessant vinden om te brengen.

Luyendijk slaat ook al snel aan het analyseren. Hij gaat in op een aantal technische mechanismen die eigen zijn aan tv-verslaggeving en die in het nadeel spelen van elke journalist die het Midden-Oosten conflict diepgaand wil behandelen. Zo beschrijft hij de “wet van de schaar.” Een basismechanisme uit de televisiejournalistiek die de werkelijkheid op tv reduceert tot wat filmbaar is. In het conflict Israël-Palestina weet de superieure Israëlische propagandamachine het medium perfect te manipuleren. Een ander heikel punt in de verslaggeving is het woordgebruik en Luyendijk stelt zichzelf luidop de vraag of onpartijdigheid wel mogelijk is: “Is het Palestijnse geweld het werk van terroristen of verzetstrijders?” of “Israëlische politici die een geweldloze oplossing zoeken zijn ‘duiven,’ hun Palestijnse tegenvoeters ‘gematigd,’ implicerend dat alle Palestijnen fanatiekelingen zijn.” Enz.

De conclusie op het einde van hoofdstuk 9 kan dienen als conclusie voor het hele boek. Hier analyseert Luyendijk de onderhandelingen rond de Oslo akkoorden en de manier waarop de afhandeling ervan in de internationale media kwam: rampzalig voor het Palestijnse kamp. Hij sprak hierover met diverse prominente Palestijnse stemmen van buiten de autoriteiten. Hun conclusie: het falende mediabeleid was een rechtstreeks gevolg van de autoritaire opzet van de Palestijnse Autoriteiten. “Het was allemaal logisch, en ik begreep weer beter waarom Israël en westerse regeringen, alle retoriek ten spijt, graag zakendoen met dictators: één sterke man is eenvoudig te controleren en klem te zetten dan een democratisch gekozen leider. En als zo’n dictator het in een mediaoorlog tegen je opneemt, stuurt hij niet zijn beste mensen het veld in.” En zo is de cirkel rond.

(deze recensie verschijnt in nr. 381 van het tweemaandelijks tijdschrift Vrede - een uitgebreidere versie met extra bedenkingen komt op het Webzine Uit-pers maar het is nu ook al te lezen op mijn recensie-blog)

dinsdag, september 12, 2006

Op 11 september 2011 de verklaring?

We hebben in de herdenkingsgolf rond de aanslagen op het WTC op 11 september veel kunnen lezen over de zeer diverse samenzweringstheorieen die 'nine-eleven' tot onderwerp hebben, en dan vooral de rol van de Amerikaanse overheid. In die verbale drukte neemt de Amerikaanse prof. David Ray Griffin een aparte plaats in. Hij verzamelde een enorme hoeveelheid informatie rond de gebeurtenissen en laat die voor zichzelf spreken. Uitgeverij Lemniscaat brengt het boek over enkele weken uit in Nederland. En, tamelijk uniek: het volledige boek, inclusief dvd, kan nu al gratis via deze website worden gedownload.
Link: http://www.11september.nu

Wat er ook van zij, als de feiten die in dit boek worden aangehaald juist zijn - en waarom zouden ze niet kloppen als ze door niemand met autoriteit ontkend zijn - dan is er nog maar eens reden genoeg om om je zwaar zorgen te maken over het régime in Washington. Het doorslaggevende argument kan je gewoon niet omheen: waarom is er nog steeds geen onafhankelijke onderzoekscommissie aangesteld om 9-11 te onderzoeken en een verklaring te geven voor alle vragen?

ZOals dat steeds gaat, ooit zal alles uitkomen. Vermoedelijk zal Bush junior zijn tijd nog wel uitzingen in het Witte Huis maar een volgende president zal de zaak toch niet langer kunnen stilhouden. Ik gok op 9/11/2011, als het eerste decennium van het post-9-11 tijdperk voorbij is. Ondertussen zullen er wellicht weer nieuwe fronten in de 'oorlog tegen terreur' geopend zijn, zullen miljarden dollars Amerikaans belastingsgeld vergooid zijn aan wapentuig, zal het aantal burgerdoden overal ter wereld weer de pan uitswingen.

vrijdag, september 08, 2006

Vernissage “Owl Stretching Time” van Bert Want


[Inleidend woord op vernissage “Owl Stretching Time” van BERT WANT op donderdag 7 september 2006]

Beste vrienden en kunstliefhebbers,


Ik ben vereerd deze tentoonstelling van Bert Want te mogen inleiden. Het is steeds een avontuur om zijn nieuw werk te bekijken.
Velen van u stonden hier bij vorige gelegenheden ook. Samen met mij hebben jullie het werk van Bert Want zien evolueren. Als er één constante is in het verhaal van Bert, dan is het zijn kunst. En dan vooral de constante kwaliteit van zijn werk, dat ondanks de stormen in zijn persoonlijk leven alleen maar beter wordt.


Het eerste dat bekenden met Bert’s werk zal opvallen is dat bij het nieuwe werk weinig etsen zijn. In plaats van de mono- of duochrome lijntekeningen die we van hem kennen blaken de figuren nu van een uitbundige kleurenrijkdom. De tijdelijke afwezigheid van zijn pers dwong Bert om zich te storten op een ander medium: dat van pen en penseel. Wil dat zeggen dat we nu geen nieuwe etsen meer krijgen te zien van Bert, zo vroeg ik hem? Neen, de meester-graficus kan zijn ding niet zomaar loslaten. Maar, waar tekeningen en schilderijen vroeger slechts voorbereidingen waren voor de etsen, nu zijn ze veel meer dan dat.


Naar eigen zeggen was het een hele verassing voor hem dat zijn wereld zich ook op deze wijze laat manifesteren. Meer nog: zoals jullie straks zelf kunnen vaststellen nam de expressiviteit een hoge vlucht in zijn werk. Want hoe mooi het ambacht van de etser ook is, er moeten regels gevolgd worden. Je hangt vast aan materialen en zuurtijden en drukprocessen. Op papier of canvas ben je veel meer baas van wat je maakt. Tweede belangrijk verschil: bij etsen is kleur een ondersteunend element. Bij schilderijen wordt kleur veel belangrijker dan de zwarte lijn. En dat zie je onmiddellijk in zijn werk. Maar vergis je niet: het zijn geen schilderijen in de gewone zin van het woord. De figuratieve lijnenrijkdom is gebleven. Bert Want schildert dan ook als een etser: hij tekent met verf. Met piepkleine penseeltjes bouwt hij lijntje per lijntje zijn werk op. Die techniek, dames en heren, is heel bijzonder.

***

Enkele jaren geleden bij een vorige vernissage gewijd aan Bert’s werk heb ik het al eens gehad over geschiedenis als één van de bepalende invloeden in zijn werk. Dat is niet veranderd. De figuren die in zijn werken de hoofdrol spelen zijn nog steeds geïnspireerd op historische personages. Zo bijvoorbeeld Gordon, de eertijds beroemde Britse gouverneur van Soedan. Hij komt verschillende malen terug in Bert zijn werk, onder verschillende gedaantes. Op “Gordon of Kartoum” lijkt hij sterk op een tragisch kijkende oude jachthond. Of zoals de hoofdfiguur uit “the lady with the koreander.” Daar moet iets mee zijn. Iedereen die Bert persoonlijk kent weet dat hij een diepgeworteld afgrijzen heeft voor het kruid in kwestie (koreander). Afgezien daarvan heeft de figuur een reuzesnor en een monocle, wat voor een dame van stand eerder vreemd is. Laat u bovendien niet vangen door het formeel uitziende Chinese tekstballonnetje. Wat ze zegt is: “oude konijnen die nog geen seks hebben gehad.” Deze twijfelachtige vaststelling schijnt bedacht te zijn door een dichteres-vluchtelinge die haar zorgen wegschilderde in het beoefenen van de hoge kunst der kalligrafie. Het was op een zomerkamp voor asielzoekers dat dit werk ontstond. Bert is er gaan koken als vrijwilliger. Ah, vandaar de koreander! Inderdaad. Onder het tekstballonnetje schreven andere asielzoekers “ik houd van u,” respectievelijk in het Chinees, Arabisch, Afghaans en Thaïs.


Tekst, er zijn nauwelijks werken te vinden zonder. Maar beste mensen, voor u zich afvraagt wat al die teksten betekenen en de kunstenaar met vragen overstelpt, tekst is een vormelijk onderdeel in Bert’s werk. Het gaat hem niet om de betekenis. Wat niet wegneemt dat de tekst als element in de compositie wel iets uitdrukt… In de figuratieve sprookjeswereld die Bert schept tracht hij je steeds weer mee te slepen in een verhaal. Een verhaal dat uitdrukking krijgt in een situatieschets, waar allerlei zaken samenkomen, die op één of andere manier een historisch beeld oproepen. De hoofdpersonages zijn meestal dieren, kleine knaagdieren en insecten, die hij prominent op de voorgrond plaatst. Vertegenwoordigers van wat je het woekerende leven zou kunnen noemen, die je trots maar door de plotse aandacht ook ietwat onwennig aankijken.

Bert gaat graag op reis. Zijn doeken en etsen laten zich lezen als het logboek van een imaginaire 18e eeuwse ontdekkingsreis. Een logboek vol geheimzinnige aantekeningen en humoristische kanttekeningen. Net zoals voor een roman zoekt hij elementen die om één of andere reden een rol kunnen spelen in het verhaal dat hij wil vertellen. Vaak neemt dat verhaal absurde wendingen maar de tentoonstelling kreeg niet voor niets de naam “owl stretching time” naar de eerste film van Monty Python.

Beste kunstliefhebbers, kijk uw ogen uit vanavond, en als u een uniek stuk kunst in huis wil halen, aarzel niet uw kans te wagen. Voor Bert: ik hoop nog veel vernissages van jou te zien.
Ik dank u.

Gratis nieuwsbrief van MO* en IPS

Het mondiaal magazine MO* en IPS Vlaanderen starten binnenkort een nieuwe mondiale nieuwssite. Ze hebben nu reeds een gratis nieuwsbrief waarop je kan inschrijven. Je kan kiezen tussen 4 thema's: milieu, ontwikkeling, globalisering en wereldscan. Met dit laatste E-Zine krijg je onderbelicht wereldnieuws, politieke hotspots of belangrijke evoluties in vergeten conflicten.

IPS is de Vlaamse poot van een internationaal nieuwsagentschap dat nieuws brengt uit het zuiden of met een zuiderse invalshoek. Van het buitenland nieuws dat in de Vlaamse kranten verschijnt komen heel wat berichten van IPS.

donderdag, september 07, 2006

Owl stretching time in Art Gallery 100

Een detaïl uit het nieuwste werk van Bert Want, dat ik vanavond inleidt op de vernissage in Art Gallery 100 in Antwerpen. Je kan de tentoonstelling "owl stretching time" gaan bekijken tot 10 oktober. Heel erg aanbevolen voor wie hem nog niet kent. Voor de anderen ook natuurlijk. Morgen zet ik de speech op dit blog.

woensdag, september 06, 2006

Media-oorlog bereidt invasie Iran voor

Neoconservatieven voeren oorlogsretoriek tegen Iran op (IPS, vandaag). Ongelooflijk maar waar. De media oorlog is volop bezig. De Neocons willen duidelijk het strijdperk in voor George W. Bush president af is binnen enkele jaren. Je kan het allemaal wel weer af doen als complottheoriën zonder grond, maar de recente geschiedenis bewijst dat ze het menen.

dinsdag, september 05, 2006

Het zijn net mensen

Ben een onwaarschijnlijk boek aan het lezen. Aan begonnen met een kritische ingesteldheid maar met stijgend enthousiasme. "Het zijn net mensen" van Joris Luyendijk. Eind deze week volgt een link naar mijn bespreking voor het magazine van Vrede en het E-Zine van Uitpers.

maandag, september 04, 2006

Herstructurering bij De Persgroep

De persgroep wordt geherstructureerd. Eén van de slachtoffers is De Morgen directeur Wim Coessens. Het gaat vooral over de ondersteunende diensten, zegt Christian Van Thillo in een vraaggesprek in de zaterdagkrant. Natuurlijk gaat het daarover. Logistieke, financiële en marketingdiensten kan je samen voegen. Redacties kan je niet samen voegen, dat gaat in tegen alle wetten van diezelfde marketing. Want dan verliezen ze hun identiteit en meteen hun lezers. Stel je voor: Het Laatste Nieuws en De Morgen samen: gruwel...

Van Thillo is niet gek, neen, en waarschijnlijk heeft hij geen Berlusconi-ambities, al weet je nooit met media-tycoons. Dat hij De Morgen als onafhankelijke titel wil laten, daar twijfel ik niet aan, maar dat wil niet zeggen dat het nieuwe management op termijn niet gaat morrelen aan de redacties en in de nieuwsgaring ook bepaalde zaken wil gaan centraliseren. Denk aan wat er bij de VUM gebeurde: Peter Vandermeersch die overkoepelend hoofdredacteur voor de hele groep werd (lees De teloorgang van de buitenlandredacties). Nu ja, het Laatste Nieuws heeft sowieso geen buitenlandredactie meer en de beste definitie voor wat de grootste Vlaamse tabloid brengt heet nu ook al 'gebroken botten, bloed en sperma.' Maar dat De Morgen af en toe ook een graantje wil meepikken van het aantrekkelijke van dat mechanisme staat eveneens buiten kijf: vooral op de eindredactie bezondigen ze zich al snel aan het plaatsen van uit hun verband gerukte koppen. Of aan het kleven van beladen labels op triviale nieuwsfeitjes (De Morgen maakt 'brandstichting' van onschuldig ongeluk).

Maar goed. Ik lees mijn krant nog steeds graag, zolang die kleine ergernissen niet de overhand halen. Aan de journalisten zal het meestal niet liggen, zolang zij tenminste zelf het nieuws kunnen brengen. Voor hoe lang echter nog?

vrijdag, augustus 25, 2006

The Hours

Vanavond nog eens "The Hours" gezien. Sommige films blijven de moeite waard om een tweede maal te bekijken. Afgezien van het horror gevoel dat me nog steeds bekruipt bij Noord-Amerikaanse 'suburbs' uit de jaren '50 van de vorige eeuw en dat onmiddellijk herkenbaar is... afgezien van dit 'madeleine-effect' was me vooral de tragiek van Virginia Woolf en van Richard bijgebleven.

Na het lezen van de bespreking op Digg wil ik die professionele mening zo snel mogelijk vergeten ook al brengt ze me interessante wetenswaardigheden bij zoals de bijkleuring van de scenes uit de drie verhaallijnen. Recenties lees je best op voorhand, nooit naderhand, tenzij voor onbenullige films. Ze kunnen je kijkervaring grondig vergallen, al is het maar door ze te verknippen in een hoop losliggende observaties.

Wat voor een genie moet je zijn om een verhaal te schrijven dat zo goed het menselijk drama weergeeft van twee zo verschillende vrouwen, Laura Brown in 1954 in een Noord-Amerikaanse buitenwijk en Clarissa Vaughan in 2001 in het bij uitstek urbane biotoop van New York City. Twee vrouwen uit totaal verschillende werelden met totaal verschillende levens. Het klopt dat de individuele mannen niet als monsters worden voorgesteld maar dat het leven wordt gedomineerd door een masculiene ordening.
De vraag blijft: hoe die patstelling te doorbreken? Want eerlijk toegegeven, als er iets is wat het vermogen in zich draagt de mens gelukkiger te maken, dan is het de oplossing van het man-vrouw enigma. Daartegenover is de condition humaine en het raadsel van de dood klein bier.