vrijdag, mei 13, 2011

Elchardus komt met achterhaalde conclusies

De conclusie die Marc Elchardus trekt uit zijn onderzoek naar het zogenaamde anti-semitisme van moslimjongeren is een lichtkogel in het ijle. Met zo'n vier tendentieuze vragen kon je moeilijk een ander antwoord verwachten. "Joden zetten aan tot oorlog en geven anderen de schuld." Natuurlijk is dat een foute stelling. Het moet namelijk zijn: "Israël zet aan tot oorlog en geeft anderen de schuld." Maar natuurlijk maken veel jongeren dat onderscheid niet. Een belangrijke reden daarvoor ligt bij Israël zelf dat voortdurend hamert op zijn vermeende 'joodse identiteit' en alle terechte kritiek op zijn agressieve acties tegen de Palestijnen afwijst als zijnde antisemitisme. Hetzelfde geldt voor de Joodse lobby in het Westen die voortdurend op dezelfde nagel klopt. Het feit dat er over Israël's beleid geen consensus bestaat onder de joodse bevolking, noch in Israël, noch in de rest van de wereld, wordt door het geroep van de Zionisten vakkundig onder de mat geveegd.

Wanneer professor Elchardus een verklaring zoekt in de godsdienst van de moslimjongeren breekt mijn klomp helemaal. Wat voor een achterhaalde interpretatie is dat nu? Na de ontwikkelingen van de laatste maanden in het midden-oosten, die we nu de Arabische lente noemen, zouden we toch al beter moeten weten. Zoals islamleraar Abdelkadir Ryad zegt in het bijgaande interview, "ze zijn meer bezig met hun kleren en hun gsm dan hun godsdienst." Inderdaad, het zijn tenslotte jongeren. Maar daarnaast voelen ze zich net zo sterk aangesproken door het blijvende onrecht in Palestina en de wanhoop die er heerst door de onwil van Israël die elke opening naar vrede torpedeert.

Koen Stuyck

[Lezersbrief gestuurd naar De Standaard]

zondag, mei 08, 2011

De volgende 50 jaar zijn cruciaal

Het jaar 2061. Beeld u even in hoe de wereld er binnen vijftig jaar zou kunnen uitzien.

Slechts enkele kleine stukjes tropisch oerwoud blijven over van de ooit zo machtige rivier bekkens van Amazone, Congo en Mekong. De meeste noordelijke wouden zijn gekapt. De permafrost op de grote Russische Toendra is beginnen smelten aan een alarmerend tempo en enorme hoeveelheden CO2 kwamen vrij in de lucht. De gemiddelde mondiale temperatuur is meer dan drie graden gestegen. Vele gebieden zuchten onder de droogte en grote stormen jagen over de droge vlakten. Soorten zoals de machtige tijger en de grote olifant zijn verdwenen. Ze blijven enkel nog te bewonderen in de plaatjes van kinderboeken. Sommige minder iconische soorten zoals de Albatros en de Antilope houden stand in enkele zoo’s rond de wereld.

In de oceanen heerst een dodelijke rust. Geen vissen zwemmen door het zware water, dat vervuild is door plastic afval en olie residu’s. Alleen nog grote scholen kwallen schuimen de zeëen af. Geen vissersboten verstoren de golven. Alleen gigantische olietankers, geflankeerd door militaire patrouilleboten die het zwarte goud moeten bewaken dat ondertussen even schaars is geworden als het gele metaal zelf.

Terug naar het vaste land, waar een toenemend aantal mensen het moeilijk heeft met stijgende voedselprijzen. Er is steeds minder land geschikt voor landbouw. Waterrijke regio’s zijn opgedroogd en verworden tot schrale gebieden die enkel nog worden gebruikt om huishoudelijk en industrieel afval te dumpen. Omwille van het nijpend gebrek aan zoet water, zijn enorme ontziltingsinstallaties gebouwd aan de kust die grote steden moeten voorzien van – zeer duur – drinkwater. Aan de Afrikaanse kusten storten talloze milieuvluchtelingen zich in zee als lemmingen, om te ontsnappen aan hun lijdende continent, eens de wieg van onze menselijke beschaving.

Laat ons dit grimmig beeld verlaten voor een ander scenario, dat geïnspireerd is door WWF, Wereld Wijd Fonds voor de Natuur. Op 29 april jl., de 50e verjaardag van WWF, waarschuwde internationaal voorzitter Yolanda Kakabadse: “WWF koestert geen enkele illusie over de moeilijkheid van de taken die voor ons liggen, hoe dringend en belangrijk ze zijn, en over hoeveel hulp WWF zal nodig hebben.”

Het gezegende jaar 2061

Het is nu tien jaar geleden dat de wereld erin slaagde om de globale CO2 emissies met 90% terug te dringen, vergeleken met 1990 in de twintigste eeuw. Met een ongeziene samenwerking tussen overheden, industrie en civiele samenleving werden de strategieën van het energierapport van WWF uitgevoerd. Vele speciale initiatieven om schone energie te promoten hebben er toe geleid dat 100% van onze energie nu uit hernieuwbare bronnen komt.

Dankzij de uitvoering van WWF’s mondiale ‘nul-deforestatie maatstaf’, is de ontbossing gestopt. Sinds 2020 is alle houtkap beperkt tot speciaal daartoe aangelegde en duurzaam beheerde bossen. De originele tropische wouden zijn sindsdien volledig beschermd en kenden zelfs een lichte expansie. Inheemse volkeren die leven in deze bossen werden tot ‘bewakers van het woud’ verklaard. Vele van hen werken nu in speciaal opgerichte universiteiten die de biodiversiteit in het woud bestuderen. Vele ziekten die in de 20e eeuw nog als ongeneeslijk werden beschouwd, zijn nu behandelbaar met nieuwe medicijnen uit de ‘Wouduniversiteiten’.

Vele bedreigde diersoorten zoals de tijger, gorilla, luipaard en ijsbeer wisten te overleven en doen het ondertussen beter. Doordat hun habitat beschermd werd en beschermde gebieden met elkaar verbonden zijn via corridors kunnen de dieren zich vrij bewegen en voortplanten.

De algemeen aanvaarde en toegepaste norm in de industrie is nu ‘cradle to cradle’ wat betekent dat meer dan 90% van consumptieartikelen gemaakt worden door bio-afbreekbaar of alleszins volledig recycleerbaar materiaal, zoals meer dan vijftig jaar geleden het WWF ‘Climate Solutions Vision’ rapport vooropstelde. Die nieuwe productienorm gaf een echte boost aan de industriële ontwikkeling waardoor de werkloosheidscijfers een historisch laagtepunt bereikt hebben.

Visbedrijven, kopers en verkopers van vis hebben overal ter wereld zich verbonden tot duurzame manieren van visvangst. Ze traden toe tot het WWF “Seafood Savers Program” dat oorspronkelijk in de ‘koralendriehoek’ (de tropische wateren van Indonesië, Maleisië, Papua New Guinea, de Philippijnen, de Solomon eilanden en Oost-Timor) begon maar daarna uitbreidde naar zowat alle grote viszones toe. Door een stricte regulering, goed geplande visrechten en duurzamere manieren van visvangst hebben vele soorten zich hersteld.

Belangrijke vooruitzichten

Welk van de twee scenarios is het meest aantrekkelijk? Onafgezien van de vraag of je kinderen hebt of niet, wie wil er leven in een wereld die gevangen zit in het eerste scnenario? Een wereld die veel armer zal zijn dan diegene die we vandaag nog kennen?

Natuurlijk wil je dat niet niet. Niemand wil dat.

Het goede nieuws is: het hoeft ook zo niet te gaan. De boodschap van WWF is dat het mogelijk is die betere wereld te bereiken. Dat heeft het aangetoond onder meer in zijn Energy Report waarin het duidelijke wegen aangeeft om tegen 2050 al zijn energie te halen uit hernieuwbare bronnen.

Dat bewijst WWF ook met zijn ambiteuze ‘Climat Savers’. Dit zijn bedrijven die zich verbinden tot het behalen van een aantal verregaande doelstellingen om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, en dat volgens een strict tijdschema. Dankzij die engagementen bevinden deze bedrijven zich in het koppeleton in de race naar een lage-emissie economie. Al vijfentwintig bedrijven die stuk voor stuk leiders zijn in hun sector hebben zich aangesloten bij het ambitieuze WWF-programma.

Met miljoenen hectaren bos die de voorbije vijftig jaar beschermd werden, met ambitieuze programma’s zoals FSC (het label voor duurzaam verbouwd hout) en MSC (het label voor duurzame visvangst) en talloze andere realisaties bewijst WWF in de praktijk dat vooruitgang mogelijk en nodig is, willen de achteruitgang van de biodiversiteit en het ineenklappen van honderden eco-systemen op de wereld tegenhouden.

Back to the future…

“Op 29 april 2061 verklaarde WWF, één van grootste en meest gerespecteerde natuurbehoudorganisaties, officieel haar belangrijkste doelen verwezenlijkt. Om dit feit te vieren hebben zijn dertig miljoen leden over de hele wereld elk een boom gepland, waardoor ze samen een bos plantten ter grootte van België. WWF stond mee aan de wieg van talloze akkoorden en conventies die de wereld tot een betere plaats hebben gemaakt.” (genomen uit een nieuwsbericht van 29/04/2061 op deredactie.be)

Koen Stuyck

(Deze opinie verscheen op 8 mei op deredactie.be in het kader van een dossier over 50 jaar WWF)

dinsdag, mei 03, 2011

Earth Hour 2011: een rollercoaster

Het zal je maar overkomen: pas aan de slag bij WWF als kersverse 'press officer' en al meteen een reusachtig evenement als Earth Hour op je maagdelijk lege bureau gedropt krijgen: padaf! Het dossier van WWF Internationaal, de ellenlange lijst van de gemeenten die mee doen, stapels campagnemateriaal, evaluaties van de vorige jaren, afspraken met alle partners die meewerken aan het evenement, enzovoort. Genoeg om de meest stoïcijnse campagnevreter danig van zijn a-propos te brengen. Gelukkig heb ik al wat watertjes doorzwommen. In plaats van in paniek naar mijn schedel te grijpen en een luide angstkreet uit te stoten (eerste reactie) schuif ik snel alles aan de kant, surf gezwind naar de interne website van Earth Hour (dat heet een wiki) en begin te lezen. En onmiddellijk ben ik onder de indruk van de omvang van het evenement, en de massa aan voorbereiding die zovele mensen erin steken... Ik surf naar de landen pagina's en lees met stijgend enthousiasme de plannen van honderden WWF'ers die hun hart en ziel aan het trainen zijn in uithoudingsvermogen om er de beste Earth Hour totnogtoe van te maken.


Goed, we zijn al 'in the mood' – maar nu begint het pas. Gelukkig weet ik ook mijn pappenheimers snel te identificeren: Arvid Leyman, onze campagne man, een reus in zijn vak, die met geen geld een derde van het land in het duister kan dompelen. Isabelle André, WWF-website wizard, die met enkele muisklikken uw blik op de wereld van het WWF kan veranderen; Natascha Bertiaux, een taalwonder die elke Nederlandstalige tekst in een handomdraai omtovert in omberispelijk Frans. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Met het juiste team kan je bergen verzetten. Toch slaat de schrik me even rond het hart als blijkt dat we er dit jaar veel minder middelen voor inzetten. Minder middelen betekent: minder communiceren, minder affiches die mensen eraan kunnen herinneren dat Earth Hour eraan komt, geen leuke mascotte om nieuwe enthousiastelingen te werven (denk aan Darth Vladder, voor wie er vorig jaar bij was). Dat is even slikken. Want we willen wel groeien. Als het kan willen we dat iedereen, van groot tot klein, elke Belg, zijn nek uitsteekt voor het klimaat. En dus op 26 maart meedoet met Earth Hour. Met kloppend hart bekijk ik nog eens de lijst van gemeenten die meedoen. En wat blijkt? Verschillende gemeenten doen mee voor de eerste keer. Zou het kunnen dat Earth Hour iets is dat stilletjes vanzelf is beginnen leven? Als een kind dat op eigen benen begint te staan en eist dat er naar hem of haar geluisterd wordt. Earth Hour is nu eenmaal een actie die geniaal is in zijn eenvoud en mensen over de hele wereld samen brengt rond hetzelfde idee: de planeet is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid en we moeten er samen voor zorgen.


Wanneer ik samen met Jan Vandermosten, onze brilliante jonge klimaatspecialist en Damien Vincent, onze sympathieke CEO de politieke boodschap bespreek van Earth Hour (Belgische politici: stel eindelijk een klimaatplan op om ons naar een zero-emissie samenleving te leiden in 2050) durven we te hopen op een klein mirakel. Want het zijn jullie, en ieder van ons, die de boodschap des te luider kunnen laten klinken.


Zaterdagavond 26 mei, rond 22u op een bankje in een statige gang van het Brusselse stadhuis: we bellen naar netbeheerder Elia voor de cijfers. Hoeveel families hebben er mee gedaan? De mevrouw aan de andere kant van de lijn: "u mag gerust zeggen, 750.000 families hebben vanavond het licht uitgedaan." Wow. Damien en ik doen High Five. We did it! Of nee, pardon, u deed het...


Kortom: dank allemaal om zo enthousiast mee te doen. Mijn tijd bij het WWF is alvast goed begonnen.


Koen Stuyck


(Tekst voor editoriaal panda-magazine)

dinsdag, juni 29, 2010

Apartheid in ons schoolsysteem is niet de oplossing

De Nederlandse socioloog Jaak Dronkers stelde vast dat een grote etnische diversiteit in de klas het niveau naar beneden haalt. Zo meldt De Standaard dit weekend. Zijn oplossing: segregatie. Stop scholieren allemaal in mono-etnische scholen. In zulke scholen kunnen leerlingen, ongestoord door het anders-zijn van medescholieren, zich concentreren op de leerstof en halen ze bijgevolg betere resultaten. Dat is een zeer gevaarlijk discours. Het is bovendien een non-oplossing in een wereld waar verschil geen mogelijkheid, maar een feit is.

(Geschreven door Gunilla de Graef)

En hier tussen typ je de rest.Segregatie, als het al haalbaar zou zijn, is allerminst wenselijk. Hoe gaan kinderen uit deze mono-etnische scholen gewapend zijn om in de multi-etnische realiteit te overleven? Of gaan we die segregatie dan ook maar meteen doortrekken naar arbeidsmarkt en woonomgeving? Jaap Dronkers doet smalend over 'interculturele vriendschappen', alsof dat niet ter zake doende aspecten van het leven zijn die het leerproces eerder in de weg zitten dan wat anders. Dat getuigt van een merkwaardige wereldvreemdheid. Leren hoe de wereld in elkaar zit leer je voor een belangrijk stuk door interpersoonlijke relaties. Dat is bij uitstek zo voor kinderen en jongeren. Bij StampMedia, een persagentschap waar jongeren het nieuws maken, is net dat één van de succesfactoren die ervoor zorgen dat jongeren van allerlei origine en achtergrond zich aangesproken voelen en meewerken.

Wat het meest frapeert is het statisch karakter van Dronkers zijn verhaal. Hij stelt een feit vast: vandaag de dag legt diversiteit een zware last op scholen. Dit is ongetwijfeld zo. Maar hoe komt dat? En wat doen we nu verder hiermee? Het is immers niet de diversiteit op zich die een probleem vormt, maar wel de manier waarop we ermee omgaan. Nog steeds weigert men onder ogen te zien dat ons onderwijs grotendeels gericht blijft op die onbestaande maar zo graag geziene norm-leerling: kind uit de witte middenklasse, gemiddeld intelligent, perfect gesocialiseerd naar de doorsnee waarden en normen. En die al dan niet bewuste drang naar ‘eenvormigheid’ neemt overhand toe. Het lijkt er inderdaad sterk op dat er de laatste jaren met steeds meer fatalisme wordt gekeken naar anders-zijn of van elders-zijn. Niet alleen allochtone kinderen zijn daarvan het slachtoffer maar evengoed kinderen die leiden aan autisme-spectrum stoornissen, kinderen uit een niet normatieve gezinssituatie, of gewoon zij die wat minder goed meekunnen in ons prestatiegerichte onderwijs. Hoewel Dronkers’ pleidooi voor een meer op de noden en stijl van het kind gericht onderwijs daarbij perfect lijkt aan te sluiten, zien we dat toch liever gebeuren in een pluriforme context dan in een apartheids-structuur.

Hoe gaan we die gescheiden systemen trouwens op poten zetten? Wie gaat de erwten van de bonen scheiden? Dronkers strooit kwistig met labels: ‘Marokkaan’, ‘Turk’, ‘migrant’,… . Maar wie zijn dat allemaal? Hoe verschillend is de Vlaming uit een welstellend milieu uit de Antwerpse rand van een Vlaming, balancerend op de armoedegrens, uit een landelijke gemeente in Oost-Vlaanderen? Bijna grappig wordt het als Dronkers het heeft over de islamscholen waar hij ‘Marokkanen’, ‘Turken’ en ‘Pakistani’ wil samenduwen. Alsof dat geen divers gezelschap is. Waar we mensen gaan labelen, beginnen de problemen. Amin Malouf’s verhaal van de moorddadige identiteiten wordt met de dag actueler. Dat de meeste jongeren vandaag de dag een meervoudig verhaal in zich dragen dat een gedwongen kleur bekennen niet goed verdraagt, mogen we niet terzijde laten.

Een pijnlijke passage in het interview met Jaap Dronkers betreft de manieren waarop de door hem geidentificeerde groepen reageren op tegenstand of zelfs racisme. Bij Moslims en Latino’s zou dat gelatenheid uitlokken, bij Aziaten gedrevenheid om nog beter te doen. En ook nog: Gewone’ Aziaten krikken het niveau van de klas op, ‘Islamitische‘ Aziaten halen het niveau naar beneden. Pardon? Misschien zou er eens grondig onderzoek moeten gevoerd worden naar de raciale stereotiepen die leven in de hoofden van de Vlaamse goegemeente. En naar de wisselwerking tussen die stereotiepen en een aantal discriminatoire praktijken. In zijn vorig jaar verschenen boek ‘Vreemden’ geeft Prof. Mark Elchardus heel wat interessante onderzoeksresultaten mee rond de rol van leerkrachten in het bestrijden of bevestigen van racisme en xenofoob gedrag. Elchardus is ook een ‘onderzoeker’, maar wel een die werkbare pistes naar de toekomst meegeeft. Zoals bijvoorbeeld het belang van het daadwerkelijk voorleven van waarden als openheid en verdraagzaamheid. Om deze waarden te kunnen voordoen, in plaats van ze enkel te preken, heb je precies een diverse omgeving nodig.
Of misschien kan de Standaard de stem van Jaap Dronkers eens confronteren met die van prof. Ides Nicaise (HIVA en KUL). Hij waarschuwt ons al jaren voor stereotiep denken over een zogenaamd ‘niet-onderwijsgerichte cultuur’ bij landgenoten van allochtone origine. Uit zijn onderzoek bleek dat de oorzaken voor ‘minder presteren’ evenzeer van ‘sociaal-economische’ als ‘socio-culturele’ aard zijn. Het gaat om een complex verhaal, waarbij alleen meervoudige acties antwoord kunnen bieden. Nicaise zelf noemt bv. voorschoolse stimuleringsprojecten, het écht kostenloos maken van het onderwijs, en een gewichtenregeling in de financiering van scholen.

Op het einde van het interview in de Standaard gaat het over de mogelijke recuperatie van Dronkers's onderzoek door de politiek. Alsof dat nu onze grootste zorg zou zijn. Wil iemand zich eerst eens de vraag stellen wat dit soort onderzoek en dit soort publicaties betekent voor de betrokken doelgroep? Veel leraren verdienen een medaille omdat ze dagdagelijks proberen hun werk zo goed mogelijk te doen met de beperkte middelen die ze hebben. Veel leerlingen al evenzeer. Maar dit soort onheilsboodschappen over een “niet terug te draaien evolutie” zal er niet voor zorgen dat de middelen en ruimte worden vrijgemaakt die zij nodig hebben om hun pionierswerk vrucht te doen dragen.

Deze opinie van de hand van Gunilla de Graef verscheen onder meer op Apache.be:‘Apartheid in ons schoolsysteem is niet de oplossing’

dinsdag, juni 22, 2010

Hedendaags racisme, een mengvorm die verheldering verlangt

Anne-Ruth Wertheim schreef een interessante analyse over hedendaags racisme dat ze me recent stuurde, waarvoor dank. Volgens haar is er in Nederland een verschuiving gaande van uitbuitings-(koloniaal) racisme naar cultureel (concurrentie-) racisme. Anne-Ruth betoogt in haar opiniestuk dat er een mengvorm heerst van beide soorten racisme. Die mengvorm brengt mensen in verwarring omdat het daarin niet zou gaan om lichamelijke kenmerken van de aangewezen groep maar om iets cultureels, hun religie de islam.

Anne-Ruth Wertheim: "Ik werd geboren in Indonesië toen dat nog een kolonie was van Nederland. Samen met mijn ouders, zusje en broertje woonde ik in een mooi huis en nam de wereld in mij op zoals alle kinderen dat doen - als vanzelfsprekend. Er waren altijd Indonesische bedienden om mij heen die opraapten wat ik liet vallen. De kleren die ik vuil maakte gaven ze me netjes gestreken terug. Iedere ochtend besprak mijn moeder aan de ontbijttafel met onze kokkie wat ze die dag zou koken - kokkie zelf zat ernaast op haar hurken. En als ik mee mocht boodschappen doen zag ik hoe de Chinese eigenaren van de toko’s de baas speelden over de Indonesiërs die de vloer veegden."

"Mijn wereldbeeld was opgebouwd uit drie lagen: bovenaan stonden wij blanke Nederlanders, onderaan de Indonesiërs en daar tussenin de Chinezen.
Dit wereldbeeld werd van de ene op de andere dag op z’n kop gezet toen ik zeven jaar oud was. In de Pacific woedde de Tweede Wereldoorlog en de Japanners bezetten Nederlands Indië. Ze vestigden er een wreed bewind dat drie en een half jaar zou duren en sloten ons met alle andere blanken op in kampen. We leden honger en gebrek en werden met geweld in bedwang gehouden. Ons kamp werd bewaakt door Indonesische soldaten die net als wij geslagen werden door de Japanners, maar wel genoeg te eten kregen. Nu stonden dus de Japanners bovenaan, daaronder de Indonesiërs en helemaal onderaan wij blanken."

"Halverwege de oorlog begonnen de Japanners die geallieerd waren met Nazi Duitsland, hun voorbeeld te volgen en de joden af te zonderen van de niet-joden. Mijn vader, die in een mannenkamp zat, was joods maar mijn moeder, met wie mijn zusje, broertje en ik in een vrouwenkamp zaten, niet. Wij waren dus halfjoods en de Japanners dreigden ons met geweld bij haar weg te halen. Om dat te voorkomen besloot zij zichzelf als joods te laten registreren en zo gingen wij samen naar het joodse kamp" (*)

"Toen we na de oorlog naar Nederland vertrokken had ik dus al heel wat racisme en geweld meegemaakt en had zich in mijn hoofd een warboel aan mensbeelden gevormd. Pas veel later begon ik hierin orde te scheppen. Daarbij leerde ik om te beginnen van het werk van mijn vader, de socioloog van Zuidoost Azië W.F. Wertheim."

W.F. Wertheim onderscheidde twee soorten racisme:
1. Uitbuitings- of koloniaal racisme ten aanzien van de gekoloniseerde volkeren en de zwarten tijdens de slavernij en de Apartheid. Zij werden dom en lui genoemd en niet in staat zichzelf te besturen; ze waren wel goed genoeg om het zware werk te doen voor de heersende blanke minderheid.
2. Concurrentie- of cultureel racisme ten aanzien van handelsminderheden overal op de wereld die concurreren met de gevestigde meerderheden. De Chinezen in Indonesië en ook de joden in vooroorlogs Europa werden juist sluw genoemd en ervan beschuldigd uit te zijn op de wereldheerschappij.

"In het voetspoor van mijn vader verder werkend ontdekte ik dat hier in Europa en dus ook in Nederland een verschuiving gaande is. De eerste gastarbeiders kregen een portie mee van het oude, vertrouwde koloniale racisme - er werd op ze neergekeken. Dat neerkijken is - getuige de talrijke verwijzingen in het heersende racisme naar de vermeende onvermogens van immigranten - nog lang niet verdwenen. Maar nu hun kinderen en kleinkinderen beter in staat worden tot concurreren, krijgt het racisme steeds meer trekken van het concurrentieracisme en gaat het zich richten op hun culturele kenmerken. Het keert zich tegen de moslims en in wezen tegen alle niet-westerse immigranten. Deze nu heersende mengvorm is mooi af te lezen aan het taalgebruik van Wilders die neerkijken en angst aanjagen met elkaar vervlecht" **)





In bovenstaand schema geeft Anne-Ruth aan waar precies de verschillen zitten tussen de twee soorten racisme. Om te beginnen zijn ze van toepassing op totaal verschillende groepen; er is een rechtstreeks verband met de arbeid die zij verrichten en hun economische positie. In samenhang daarmee verschilt het soort vooroordelen dat in omloop wordt gebracht. In het ene geval zijn die minachtend van aard en vooral gericht op lichamelijke kenmerken, in het andere angstaanjagend en vooral gericht op culturele kenmerken. De motieven die men voor die vooroordelen aandraagt zijn volkomen in lijn met wat ze moeten rechtvaardigen: in het ene geval uitbuiting, in het andere uitsluiting.
De verbreiders van het hedendaags racisme dat vergoelijkend ‘islamofobie’ wordt genoemd, zeggen dat zij niets anders doen dan waarschuwen voor de gevaren die zij zien in de islam en dat dat niets met racisme te maken heeft. Maar het is een misvatting dat racisme alleen zou gaan over lichamelijke kenmerken die mensen bij hun geboorte meekrijgen. Ook de culturele kenmerken die mensen tijdens hun leven ontwikkelen zijn al eeuwenlang een probaat middel om groepen te belasteren en buiten te sluiten. Zowel het concurrentieracisme dat handelsminderheden overal op de wereld te verduren kregen (en nog steeds krijgen) als het antisemitisme in vooroorlogs Europa stond bol van de culturele vooroordelen en nooit ontbrak daarin het item religie.
Interessant zijn ook de motieven die mensen doen geloven in vooroordelen, maar die ze liever verborgen houden. Toegeven dat je je graag boven een andere groep verheven voelt, zal niemand gauw doen. En afgunst en jaloezie worden in onze - van concurrentie doortrokken - maatschappij verwerpelijk geacht: wie minder bezit dan een ander heeft dat aan zichzelf te wijten. Deze kapitalistische ideologie werd onlangs treffend verwoord door Mark Rutte van de VVD toen hij een hogere belasting voor de rijken smalend ‘jaloeziebelasting’ noemde. Geen wonder dus als mensen liever dan te laten blijken dat ze bang zijn voor de concurrentiekracht van immigranten, zich laten meeslepen door de aanjagers van angst voor de islam.
Tenslotte het geweld dat hoort bij ieder van de soorten racisme - ook dat verschilt hemelsbreed. Bij het uitbuitingsracisme gaat het om opstandige enkelingen die in het openbaar gestraft worden om de anderen op hun plaats te houden. De groep moet immers in staat blijven het zware werk te doen. Maar bij het culturele racisme is het geweld bedoeld om de groep in zijn geheel te doden of te verjagen. De geschiedenis heeft laten zien dat zulk massaal geweld in gang wordt gezet als er over een groep maar lang genoeg en stelselmatig angstaanjagende kwalificaties in omloop zijn geweest. Niet voor niets beroepen plegers van zulk geweld zich telkens weer op noodweer. En altijd en overal werd zo’n uitbraak van geweld voorafgegaan door een scherpere afbakening van de groep, gepaard aan zinspelingen op verdrijving en een sterkere nadruk op de herkenbaarheid van de groepsleden.
Met hun ogenschijnlijk zuiver economische vraag naar de kosten van alle niet-westerse immigranten en hun nakomelingen, hebben de verbreiders van het hedendaags racisme een groep in de schijnwerpers gezet die herkenbaar is aan zijn huidskleur. Dat belooft niet veel goeds. Maar er is nog tijd. Tijd waarin steeds meer mensen de mechanismen zullen doorzien die werkzaam zijn en kiezen voor een vreedzame toekomst.

(*) Dit verhaal vertelt Anne-Ruth in "De gans eet het brood van de eenden op, mijn kindertijd in een Jappenkamp op Java" dat op dvd te bestellen is of te downloaden via www.cmo.nl/gans

(**) Zie ook artikel in De Volkskrant van 23 januari 2009: http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/2481/Wilders%92_dodelijke_woorden

donderdag, april 29, 2010

Onafhankelijke media slaan handen in elkaar

Stampmedia stapt in een los samenwerkingsverband met MO*, Apache en REKTO:VERSO. Wow. In zee met de zware jongens en meisjes van de journalistiek: met de professionele onderzoeksjournalisten van Apache; met de buitenlandspecialisten van MO*; met de gepokt en gemazelde cultuurvreters van REKTO:VERSO. En wij, het jong gebroed van StampMedia, mogen in dat selecte clubje mee ons ei leggen? Welja… En waarom dan niet? Aan het verschil in journalistieke ambitie zal het niet liggen. Die is doorgaans torenhoog bij de gemiddelde StampMediareporter.

Er wordt gezegd dat het niet goed gaat met de media. Geruchten over de vervlakking en commercialisering van redacties doen de ronde. Journalisten met burn-outs geven massaal lezingen waarin ze kond doen van onhoudbare tijdsdruk op redacties, over marketingmanagers die keuzes opdringen rond onderwerpen, of erger nog, interveniëren in de verslaggeving. Geruchten zijn er ook over opgedraaide eindredacteurs met te veel viagra in hun bloed die koppen boven artikels zozeer ‘opwerken’ dat ze de lading van het stuk eronder niet meer dekken. Enzovoort.
Bij StampMedia weten we niet of dat allemaal klopt. We willen het ook niet weten. Want als onze reporters met media-ambities alleen maar aan de slag kunnen bij de gewaardeerde collega’s van MO*, Apache en REKTO:VERSO, dan is er slechts voor weinigen een carrière in de media weggelegd… En dat is misschien wel een boodschap waar de mediabonzen van deze wereld even een nachtje hun slaap voor moeten laten.
StampMedia levert nieuws aan iedereen. Wij zijn een media-agentschap. En onze reporters zijn stuk voor stuk jonge wolven die het goed voor hebben met de wereld. Nogal wiedes. Het zijn jongeren. Zij moeten nog een leven lang verder. En of ze nu geloven in een maakbare samenleving of niet, om die ietwat belegen uitdrukking nog eens te gebruiken, ze willen er iets van maken. Ze zijn kritisch, betrokken bij wat er gebeurt in hun straat, hun stad, hun wereld. En die wereld zou er baat bij hebben om naar hen te luisteren.
Te meer omdat StampMedia één van de weinige mediaorganisaties is waar je alle soorten mensen terugvindt. Bij ons is diversiteit geen papieren doelstelling. Brede definitie welteverstaan. Diversiteit in kleur, sociale en economische achtergrond, nationaliteit, religie, seksuele oriëntatie enzovoort. Stop dus met het (jonge) mensen aan te rekenen waar ze vandaan komen of welke beperkingen ze meeslepen en begin naar hen te luisteren. Natuurlijk, je moet investeren in opleiding en begeleiding. Maar vooral moet je hen een kans geven hun klok te laten luiden, over wat er in hun leven gebeurt en ook over hoe zij de wereld zien. Op een journalistiek verantwoorde manier, dat spreekt.
StampMedia is opgetogen met het nieuwe samenwerkingsverband. Het nieuws dat wij brengen is heel complementair aan dat onze partners. We betrachten ook dezelfde journalistieke kwaliteitsnormen. En bovendien: de journalisten van MO*, Apache en REKTO:VERSO zijn vakmensen naar ons hart. Ze werken elk voor een project dat een mens hoop geeft voor de toekomst. En dat is wat we nodig hebben. In een interview in Scoop, het Vlaams mediatijdschrift, zei de coördinator van StampMedia het nog zo: “vertrouwen van jongeren moet je koesteren.”

donderdag, januari 21, 2010

Jongeren zijn zuiplappen

De media hebben zo hun dankbare clichés. Jongeren en alcohol bijvoorbeeld. Twee begrippen met een ongemakkelijke relatie maar waarvan de veronderstelde samenhang als zoete koek door de strot van de goegemeente kan geramd worden. Succes verzekerd voor iedereen die snel en veel aandacht wil. Test-Aankoop deed het nog eens. En de media volgde.

Een magazine zoals Test-Aankoop pakt met de regelmaat van een klok uit met de resultaten van eigen onderzoek. Doel: het verkopen van hun magazines. In dit geval de ‘Test-Gezondheid’ van februari die binnenkort in de krantenwinkel ligt. Ze onderzochten hoe gemakkelijk jongeren aan sterke drank geraakten en stuurden vier jonge mensen (twee 14-jarigen en twee 16-jarigen) op pad om één en ander te gaan uitproberen. Het resultaat was voorspelbaar: de overgrote meerderheid van caféhouders en (nacht)winkeliers draaiden hun hand er niet voor om om de kinderen met wodka en alcoholpops te laten buitenwandelen.
In het persbericht legt Test-Aankoop uit wat de bedoeling is van het onderzoek: de laksheid van winkeliers en cafébazen aanklagen en ook de rol van de marketingsector. Deze laatste promoot alcohol via filmpjes en games en het internet. Wat is daar mis mee, hoor ik u denken. Om dat te weten (her)lees je best de kranten die vandaag massaal het bericht overnamen dat Belga schreef over het onderzoek. “Minderjarigen raken al te makkelijk aan sterkedrank”, “Minderjarigen raken probleemloos aan sterke drank” enz. Vergezeld van een leuke foto van een jong meisje met een ‘alcoholpop’ aan de lippen. De sprong van ‘jongeren komen te makkelijk aan sterke drank’ naar ‘jongeren grijpen makkelijk naar de fles’ is snel gemaakt. Vooral omdat iedereen overtuigd is van het laatste. Nochtans staat er in hetzelfde persbericht van Test-Aankoop: “ Onderzoek van de VAD, de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen, toont aan dat tieners niet op steeds jongere leeftijd beginnen met drinken, in tegenstelling tot het beeld wat vaak wordt opgehangen. In 2000 had bij de 12- tot 14-jarigen 80 % al ooit alcohol gedronken. In 2008 was dat gezakt tot 62 %. “ Deze niet onbelangrijke vaststelling haalde echter geen enkele krant.
Kijk, dat is nu één van de eigenaardigheden van clichés. Hoe vaak je ze ook herhaalt, je hebt nooit het gevoel dat je in herhaling valt. Dat is het voordeel ervan voor nieuwsmakers. Je kan scoren zonder veel moeite te doen. En lezers zijn ook tevreden, want ze voelen zich bevestigd in hun overtuiging. Even een greep uit het recente verleden. Begin oktober 2009 organiseerde ook Radio Contact en OIVO een gelijkaardig onderzoek met identieke resultaten. Het staat in haast alle kranten. In februari 2006 had OIVO al eens hetzelfde onderzocht, met weer hetzelfde resultaat. Dankbare ‘content’ voor de media.
Misschien lieten de winkeliers het wel zo makkelijk toe, omdat ze zo zelden met de vraag geconfronteerd worden? Wie zal het weten? Zou het geen goed idee zijn om eerst eens te onderzoeken hoe vaak jongeren effectief sterke drank gaan kopen voor eigen consumptie… De meeste dronken mensen die ik tegenkom in de stad zijn alvast geen jongeren onder de 18.
Pas je onderzoeksmethode aan en je komt tot andere resultaten: in plaats van strafbare zaken uit te lokken door minderjarigen op pad te sturen zou men ook volwassen en anonieme controleurs naast de kassa kunnen posteren. Je zou hen twee dingen kunnen laten noteren: hoeveel jongeren komen sterke dranken kopen en krijgen ze die dan ongestraft mee. De resultaten zouden wellicht minder spectaculair zijn, maar tenminste nuttige informatie opleveren.

zaterdag, oktober 31, 2009

Jongeren willen weten vanwaar hun leeftijdsgenoten komen

De stilte heeft nu lang genoeg geduurd. Tijd om weer on-line te zijn. En met StampMedia als nieuwe werkstek zal dat als vanzelf gebeuren. Nu mijn eerste maand als kersverse hoofdredacteur van het persagentschap dóór jongeren vóór iedereen erop zit schreef ik mijn eerste opinie: "Jongeren willen weten vanwaar hun leeftijdgenoten komen."

Oh ja, wat ik de voorbije tien maanden uitgevreten heb? Daarover binnenkort meer.

dinsdag, maart 10, 2009

Nieuw Amnesty rapport bewijst Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza

Israël schendt herhaaldelijk het oorlogsrecht en lapt de mensenrechten aan haar laars. Dat is nu onomstotelijk aangetoond in een nagelnieuw Amnesty-rapport: Fuelling Conflict. We wisten al langer dan vandaag dat Israël massaal veel militaire steun krijgt en dat er veel wapens naar Israël worden geëxporteerd, vooral van de VS, maar vanuit ook Europese landen. We wisten ook al langer dat Israël herhaaldelijk de mensenrechten en het oorlogsrecht schendt. Het Amnesty-rapport legt nu, op basis van een degelijk onderzoek en bewijzen die hun fact finding missie op het terrein verzamelde, bloot welke wapens werden gebruikt om welke schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht te plegen en waar die wapens precies vandaan kwamen.

Amnesty lanceert een online petitie om onze minister te vragen druk uit te oefenen op de VN. Die moet een volledig wapenembargo afkondigen.

Met dit rapport in de hand kan, in de nasleep van de vreselijke gebeurtenissen in Gaza, de druk worden opgevoerd voor:
* een grondig, onafhankelijk en onpartijdig onderzoek naar schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht,
* een VN Veiligheidsraad wapenembargo tegen Israël, Hamas en andere Palestijnse gewapende groepen, tot er effectieve mechanismen opgestart zijn om te verzekeren dat wapens of munitie en ander militair materiaal niet gebruikt zullen worden om zware schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht te plegen én totdat er rekenschap werd afgelegd voor oorlogsmidsaden,
* een unilaterale stopzetting van wapentransfers aan Israël, Hamas en andere gewapende groepen, tot er geen substantieel risico meer is dat deze wapens gebruikt gaan worden voor ernstige schendingen van het humanitair recht en zware mensenrechtenschendingen,
* een effectief globaal wapenhandelverdrag, dat inhoudt dat alle staten wapentransfers zullen voorkomen, waar er een substantieel risico is dat die wapens gebruikt zouden worden voor zware schendingen van het humanitair recht en de mensenrechten

maandag, maart 09, 2009

Zembla reportage: Geen geld voor Gaza

Een nieuwe reportage van de Nederlandse onderzoeksjournalisten van Zembla. Dit is onthullende journalistiek (voor wie het nog niet wist) van de bovenste plank. De (zoveelste) verwoesting van civiele infrastructuur van Gaza. Israël vernield en wij betalen. Net zoals vorige keer en de keer daarvoor en de keer daarvoor. Al 42 jaar lang. En ondertussen knijpen ze de economie dood. 90% van de bevolking is nu afhankelijk van voedselhulp. En zelfs die raakt nauwelijks binnen.

Dit is de beste Nederlandstalige reportage die ooit gemaakt is over wat er écht gebeurt in Gaza. Je kan ze bekijken op de site van Zembla. Doen en je trekt grote ogen.

vrijdag, januari 23, 2009

Wilders’ dodelijke woorden

Woensdag 21 januari besloot in Nederland het Hof van Amsterdam dat de rechter toch moet beoordelen of het Tweede Kamerlid Wilders met zijn uitspraken over moslims haat heeft gezaaid tegen een bevolkingsgroep. Omdat Kamerleden binnen het parlement onschendbaar zijn, kijkt de rechter vooral naar wat hij gezegd heeft buiten het parlement. Maar de teksten die Wilders uitsprak in het parlement zijn minstens zo interessant, vooral de manier waarop hij zijn verschillende typeringen van moslims combineert. Anne-Ruth Wertheim schreef een interessante opinie voor de Volkskrant waarin ze Wilders's discours in het Nederlandse parlement analyseert. Ze toont aan dat Wilders woorden gebruikte die aanzetten tot geweld en plaatst die praktijk in de geschiedenis van een lange traditie van haat-predikers en waartoe dat kan leiden.

dinsdag, januari 20, 2009

17 eeuwen Christelijk antisemitisme tegen Joden en nu via Joden tegen Palestijnen

Terwijl Israël in Gaza de geschiedenis aan het herhalen is las ik het boek van Dirk Verhofstadt: "PIUS XII en de vernietiging van de Joden." In dat boek kan Verhofstadt het niet laten om te beweren dat de orthodoxe Islam de plaats van het Christendom als bron van antisemitisch geweld zou hebben overgenomen. Alsof dat zou kunnen: de plaats innemen van 17 eeuwen Christelijk antisemitisme.
In het licht van de verschikkelijke gebeurtenissen in Gaza kan je overigens nog moeilijk ontkennen dat het Israëlische militarisme alle grenzen van menselijkheid ver voorbij is geschoten. In zekere zin is het Palestijnse volk nu al 60 jaar het slachtoffer van een virulente en uit de hand gelopen joodse reactie op het Christelijke antisemitisme. En behoren Palestijnen ook niet tot de semitische volkeren? Zijn we dan van plan om er nog een eeuw van genocide aan toe te voegen?Waar is dan de Europese verantwoordelijkheidszin? Want onze verantwoordelijkheid voor dit drama dat blijft duren is VERPLETTEREND. En toch gebeurt er niets. Integendeel, economische en militair-industriële banden met Israël worden alleen maar versterkt. De Europese leiders zijn een bende kortzichtige lafaards.


PIUS XII en de vernietiging van de Joden

Met dit lijvige boek doet Verhofstadt nog meer dan alleen de positie van de 'oorlogspaus' Pius XII ten opzichte van het misdadige nazi-régime en zijn wandaden duiden en aanklagen. Hij maakt meteen het proces van de katholieke kerk die een eeuwenlange traditie heeft van virulent antisemitisme. Het is goed dat die allesbehalve fraaie, en bij uitstek Europese geschiedenis nog eens wordt aangehaald. En verder is dit een ijzingwekkend overzicht van waartoe de mens in de jaren '30 en '40 in staat is gebleken. Zowel volk als leiders hebben elke notie van rechtvaardigheid en humanitaire solidariteit massaal naast zich neergelegd, en niet alleen in nazi-Duitsland. De uitzonderlijke inspanningen van vele individuën die moedige verzetsdaden pleegden niet te na gesproken, zij bevestigden vooral de regel.

Lees de volledige recensie.
De bespreking verscheen ook op Uit-Pers.

maandag, januari 05, 2009

Luc De Vos op terzake

Terzake vanavond. Militarist Luc de Vos geeft zijn visie op het 'offensief' van de IDF (het Israëlische leger) in Gaza. Hij heeft het over "de aanvaardbaarheid van slachtoffers" die bij het leger van een beschaafd land kleiner zou zijn. Ja, van hun eigen mensen misschien. Het is om heel hard bij te huilen. En wat bedoelt De Vos eigenlijk wanneer hij zegt dat in Gaza elke burger een geweer vanonder zijn jas kan halen? Dat ze maar meteen iedereen moeten neerknallen? Tja, dat doen ze nu ook al. Vrouwen en kinderen inclusief. Mijnheer De Vos, met uw soort aan het woord om de Israëlische propagandamachine na te praten, kunnen we alleen nog maar meer ellende verwachten...

vrijdag, december 19, 2008

Laatste dag op 11.11.11

Het is zover. Na 7,5 jaar heb ik voor de laatste maal de deur van 11.11.11 achter me dicht gedaan. Tijd voor iets nieuws. Maar eerst een korte vakantie met mijn gezin.
To be continued...

dinsdag, december 02, 2008

Dringende oproep!

Op 4 december moet het Europees Parlement stemmen over een protocol dat de banden tussen de EU en Israël nog nauwer aanhaalt dan ze nu al zijn via het associatie-akkoord en het Europees Nabuurschapsbeleid. Lees ter info de tekst over de laatste stand van zaken op website van Vrede: Dodelijke stilte

Geen enkel land buiten de Europese Unie kan tot nu genieten van een dergelijk privilege. Dit terwijl Israël een moordende wurggreep handhaaft rond Gaza (zie http://www.vrede.be/nieuw_view.php?id=1400) en een kolonisatie- en annexatiepolitiek voert in de Westelijke Jordaanoever. WIJ ZEGGEN GENOEG!!!!!

Mogen we u vragen onderstaande oproep naar onze Europarlementsleden (kopieer, verander en/of stuur verder door). In andere landen zijn gelijkaardige spoedmailacties opgezet. Met uw hulp kunnen we het Europese wanbeleid rond Israël misschien eindelijk eens stoppen.

*************************************************************************************
Geacht Parlementslid,



Op 4 december zal er aan het Europees Parlement een protocol ter stemming worden voorgelegd over de deelname van Israël aan communautaire programma’s van de Europese Unie. De aangekondigde stemming is een gevolg van een eerdere beslissing van de Europese Unie van 16 juni om de relaties met Israël in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid op te waarderen. Als het protocol goedgekeurd wordt heeft Israël een grote toegang tot een hele reeks wetenschappelijke, technische en academische programma’s.



De stemming vindt plaats op het ogenblik dat Israël de Gaza-strook een compleet embargo heeft opgelegd, een collectieve strafmaatregel die in de Vierde Conventie van Genève als oorlogsmisdaad staat geclassificeerd. Als het protocol wordt goedgekeurd dan geeft het Europees Parlement verder legitimiteit aan een bezettingsmacht die alle tot nu gesloten akkoorden over de bevriezing van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever met de voeten treedt. Een goedkeuring zou ook van weinig respect getuigen voor de uitspraak van het Internationaal gerechtshof in Den Haag over het illegaal karakter van de muur die in de bezette Westelijke Jordaanoever is opgetrokken.



In het laatste rapport voor de VN-Mensenrechtenraad, stelde de Speciale Rapporteur voor de Situatie van de Mensenrechten in de Palestijnse Gebieden, dat “Israël de instrumenten handhaaft en uitbreidt, die het ernstigst de mensenrechten schenden zoals militaire invallen, nederzettingen, de scheidingsmuur, beperkingen op de bewegingsvrijheid, de Judaïsering van Jeruzalem en de huizenvernietiging.”



Als de Europese Unie in de toekomst geloofwaardig wil zijn in haar strijd voor de mensenrechten en het respect voor het internationaal recht, dan moet het Europees Parlement dat ook tot uitdrukking brengen in de stemming over dit protocol.



Wij vragen dat u in het belang van de mensenrechten en het internationaal recht niet uw goedkeuring geeft aan dit protocol zodat op die manier een duidelijk signaal wordt gegeven dat Israël eerst haar internationale verplichtingen moet nakomen



Hoogachtend,


****
Je vind contactgegevens van de Europarlementsleden via deze link. Mevrouw Annemie Neyts is lid van de Commissie Buitenlandse Zaken van het EP en was rechtstreeks betrokken bij de tot standkoming van de tekst van het protocol. Na een recente reis aan Israël en de Palestijnse gebieden was ze kritisch over Israëls praktijken in de bezette gebieden. Het is belangrijk, haar hieraan te herinneren en uw appreciatie hierover te uiten. Haar reactieformulier staat hier: :
Annemie NEYTS-UYTTEBROECK

Verwar orthodoxie niet met extremisme

Een interessante discussie op het allochtonenweblog:
Verwar orthodoxie niet met extremisme - een heel terechte opmerking. Aanleiding was de speech van Ahmed Marcouch.

woensdag, november 05, 2008

Obama, de morning after.

[Reactie op "Obama blogging uit New York" van Gie Goris]

Beste Gie,

Bedankt voor je 'morning after'-dosis realiteitszin. Het was nodig. Zelfs voor een nuchtere Europeaan is het moeilijk onbewogen te blijven bij het enthousiasme van de gewone Amerikaan en de draagwijdte en de betekenis van Obama's overwinning. Onwillekeurig moet ik terugdenken aan de Zuid-Afrikaanse omwentelling in 1994. Ik was toen zelf kort na de machtsoverdracht aan Mandela in het land en de hoop hing als een electrische lading in de lucht. Wel wil ik absoluut de twee figuren - Obama en Mandela - niet vergelijken. Mandela was een echte luis in de pels van het reactionaire apartheidsregime. Ik denk dat Barack Obama ideologisch veel meer op de lijn zit van een Amerikaanse traditie. Als hij het in zijn overwinningsspeech heeft over de droom van de 'founding fathers' verwijst hij dan naar de letterlijke tekst van de onafhankelijkheidsverklaring met de beroemde en inspirerende zin "all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness?" Of heeft hij het over het elitaire project dat eerst en vooral de status quo wil bewaren en ten allen prijze de belangen van een kleine elite wil vrijwaren? In de VS is de geschiedenis altijd al een kweekbodem voor pattriotisme geweest en dat pattriotisme verzekert de steun van de middenklasse voor het regime. Het tweepartijensysteem is daar een essentieel element van, omdat het de illusie van keuze creeërt.
Wat er nu gebeurt kan je dan ook plaatsen in de traditie - de middenklasse is door de financiële crisis rechtstreeks geraakt en kiest voor de man die verandering belichaamt. Dat effect gecombineerd met een onderklasse aan armen die zich voor het eerst in zeer lange tijd (wellicht zelfs voor het eerst) aangesproken voelt door het charisma en de kleur van Obama.
Nu goed, toch maar hopen dat de man iets zal doen voor de 24 miljoen extreem armen in zijn land, dat hij het militarisme van de States afzwakt (onwaarschijnlijk) en het multilateralisme weer gaat belijden. Gaat hij zijn eerdere uitspraak over Jeruzalem (die noemde hij "de hoofdstad van Israël") tegen spreken? Zal hij zijn klimaatplannen echt uitvoeren? Enzovoort enzovoort.
Laat ons hopen dat we ditmaal echt een leidersfiguur hebben aan het stuur van de VS die van deze crisistijd een kantelmoment wil maken, ten goede.

donderdag, oktober 09, 2008

Oeigoerse onschuldigen in Guantanamo

Vanochtend lees ik in De Morgen het onwaarschijnlijke verhaal van de zeventien Oeigoeren die bijna 7 jaar vastzitten in Guantanamo, de Amerikaanse illegale vergeetput op Cuba. Voor wie het niet gelezen heeft, dit is een Kafkaïaans verhaal over mensen die de pech hadden geboren te zijn in de periferie en de speelbal werden in de 'internationale strijd tegen het terrorisme.' Oeigoeren hebben het niet onder de markt in de Chinese volksrepubliek. Zoals de meeste volkeren die onder één of andere vorm van imperialisme gebukt leven hebben de oeigoeren een verzetsbeweging. In een regio waar de dominante religie de Islam is de 'East Turkestan Islamic Movement' (ETIM) snel gekoppeld aan Al-Qaida, vooral door wie daar belang bij heeft, nl. China en de VS. Dit terzijde. De bewuste Oeigoeren kwamen op hun vlucht voor armoede en repressie in China terecht in Pakistan. Ze wachtten daar op een visum om door te reizen naar Turkije waar ze een nieuw leven wilden opbouwen. Niet onlogisch, gezien hun taal en cultuur bij de grote Turkse familie thuishoort. Deze Oeigoeren hebben ongeveer net zoveel te maken met de ETIM, als de gemiddelde Belg in de jaren '80 met de CCC.

Maar het noodlot slaat toe en de Pakistaanse families die hen opvangen bezwijken voor de Amerikaanse premies: ze leveren de Oeigoeren uit als 'terroristen' en vervolgens verdwijnen ze in de Caraïbische isoleercellen. Net zomin als al de andere 'terroristen' op Guantanamo krijgen ze enige wettige kans om zich te verdedigen, er vindt geen enkele vorm van proces plaats. Nu, zeven jaar later, blijven de Oeigoeren zeggen dat ze voor hun gevangenneming nooit gehoord hadden van de ETIM-groep. Nu oordeelde het Amerikaanse hooggerechtshof eindelijk dat het vasthouden van ontschuldigen ongrondwettelijk is en dat ze moeten vrijgelaten worden. Maar de Bush-administratie tekende beroep aan: ze wil de vrijlating uitstellen tot na deze ambtstermijn opdat de Amerikaanse burger er niet achter zou komen dat de gevangenen van Guantanamo eigenlijk geen moslimterroristen zijn maar in meerderheid onschuldigen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat ze dat nog niet zouden weten maar je weet nooit moeten ze gedacht hebben in het Witte Huis.

Helaas zijn de dramatische woorden van ex-slaaf en journalist Frederick Douglas uit zijn speech ter gelegenheid van de Amerikaanse onafhankelijkheidsdag, 4 juli 1852 nog steeds meer dan actueel: "Waar ter wereld je ook gaat of staat: bekijk alle monarchieën en despotische regimes van de Oude Wereld, reis door Zuid-Amerika en ga er op zoek naar de misbruiken. Als je ze allemaal hebt opgeteld, vergelijk het resultaat dan met de doordeweekse praktijk van deze natie. Je zult zien dat de Verenigde Staten op het vlak van walgelijke barbarij en schaamteloze hypocrisie geen enkele concurrentie moet vrezen."

Ik denk ook nog aan een cafédiscussie met wat vrienden over de stelling: "de rijken en machtigen van deze wereld behoeven geen verdediging, die verdedigen zich zelf wel. Het zijn de armen, de gewone mannen en vrouwen overal, die je moet verdedigen." Ik blijf daarbij. En overigens: de wereld zou er wel bij varen.

Lees ook: "Speciaal gezant van de Raad van Europa Dick Marty mag Guantanamo Bay niet binnen"

donderdag, september 25, 2008

Sheherazades weblog van Fatima Mernissi

Hardcover | 255 Pagina's | Uitgeverij De Geus
ISBN10: 9044508857 | ISBN13: 9789044508857

In dit boek uit 2006 van Fatima Mernissi dat pas vertaald werd in het Nederlands geeft de Marokkaanse sociologe blijk van een aanstekelijk optimisme. Ze schreef dit boek enerzijds om Marokkaanse jongeren een hart onder de riem te steken en anderzijds om westerse toeristen te laten zien dat Marokko meer te bieden heeft dan oude Keizersteden en woestijnlandschappen. Spijtig genoeg is 'Sheherazades weblog' niet zo goed geschreven als haar andere boeken. De kans op ergernissen is ook niet gering gezien haar nogal stoeferig kokketeren met de prijzen die ze kreeg. Ook het hoge gehalte aan voluntarisme waarmee ze de mensen die ze aan het woord laat op een voetstuk plaatst heeft soms iets gênant. Uit de tekst blijkt gelukkig dat al deze mensen die iets bijzonders hebben gerealiseerd meestal beter weten dan zij hoe de wereld in elkaar zit en met meer realiteitszin hun ding doen. Daarom heeft haar bij wijle essayistisch betoog over de veronderstelde link tussen satellietschotels, traditionele tapijtweverij, internet en civiele maatschappij vooral een documentaire waarde. Een boek om wel degelijk in je reistas te steken als je Marokko bezoekt. En oh ja, neem dan vooral ook "het verboden dakterras" of één van Mernissi's andere boeken mee.

Fatima Mernissi gelooft dat satellietschotels de traditie van het verhaal terug hebben gegeven aan het volk. Ze verwijst daarmee naar nieuwe Arabische soaps die regelmatig heikele onderwerpen aansnijden en grenzen verleggen in de conservatieve samenlevingen van de Maghreb. Een stelling waarmee nogal gemakkelijk wordt geschermd, maar het is natuurlijk niet het volk dat de scenario's van dergelijke verhalen schrijft. Het valt echter niet te ontkennen dat soapseries zaken kunnen losmaken. De auteur heeft het ook over de fameuze Moudawana, de vooruitstrevende Marokkaanse familiewet die in 2004 gestemd werd. Ze vermeldt er echter niet bij dat de wet nauwelijks wordt toegepast, enerzijds omdat rechters onwillig zijn en anderzijds omdat arme plattelandsvrouwen, die er het meest baat bij hebben, de wet niet kennen. Het is een lang proces omdat de weerstanden groot zijn. Volgens de coördinator van Badès, een marokkaanse ngo uit Al-Hoceima, kan het nog 15 jaar duren voor de wet echt ingeburgerd is.


Burgerinitiatieven en democratie

Toch beweegt er heel wat in de Marokkaanse maatschappij. En dat heeft niet weinig te maken met het volkse verlangen naar meer inspraak. Net zoals Amartya Sen verwijst Mernissi naar voorbeelden uit de Afrikaanse geschiedenis om aan te tonen dat de democratie geen "bijna unieke genetische eigenschap is van de Europeanen en hun Griekse voorouders," dat m.a.w. de bewering dat democratie alleen in Europa kon ontstaan een volbloed mythe is. Eén van haar argumenten is het feit dat de Marokkaanse overheid jarenlang de oprichting van verenigingen tegenhield. "Samenwerkende burgers, daar houden despoten niet van die het monopolie van de macht aan de top van de hiërarchie willen behouden." De democratische verzuchting van het volk om een zeg te hebben in het beleid kan ook lang onderdrukt worden door onwillige heersers. Alexis de Tocqueville zei het al in de 19e eeuw: "Het despotisme, dat van nature al angstig is aangelegd, zal er om zich veilig te voelen alles aan doen om mensen te isoleren: een despoot vergeeft zijn burgers tamelijk eenvoudig dat ze hem niet zien zitten, als ze elkaar ook maar niet zien zitten."

Ter illustratie haalt Mernissi vele burgerinitiatieven aan. Die ontstaan overal in het land en maken met hun democratiserende en educatieve werking dat mannen en vrouwen nader tot elkaar groeien. "Solidariteit heeft een nieuw gevoel voor eigenwaarde, niet alleen aan wie geholpen wordt maar ook aan de mensen die zich inzetten." Om zeker te zijn dat we haar goed begrijpen voegt ze er aan toe: "Ga nu niet roepen dat de solidariteit voort komt uit de solidariteit van familieclans, want dan zou u de revolutionaire draagwijdte van deze explosieve groei aan burgerzin ontgaan!"


Tapijten en het internet

Nog een opmerkelijke vaststelling van de auteur: "de kolonisatie (hoe wreed die ook was) heeft ertoe bijgedragen dat we beter naar onszelf zijn gaan kijken, dankzij de blik van de buitenstaander." En nog: "In Marokko hebben we buitenlanders nodig gehad, zoals die van generaal Lyautey, die een decreet ondertekende dat onder meer een staatsstempel instelde om de kwaliteit en authenticiteit van het Marokkaanse tapijt moest waarborgen." Het tapijt speelde een belangrijke rol in de herontdekking van het verleden en terwijl in het traditionele Marokko werd neergekeken op alle volkskunsten was er dus een buitenlander nodig om de waarde van de tapijtkunst te erkennen en daarmee de strategische rol van de plattelandsvrouwen als hoeder van het erfgoed. Natuurlijk kwam het de Fransen heel goed uit dat de gekoloniseerde mannen hun vrouwen sluierden. Zich losmaken van de traditie werd door de kolonisator als een bedreiging gezien. Dus werkten ze ook de bestendiging van de traditionele man-vrouw verhoudingen in de hand.

Maar tapijten zijn meer dan enkel een stuk volkscultuur en een uitdrukkingsmiddel voor analfabete vrouwen. Mernissi grijpt terug naar de oude reiziger Odysseus en de legende van de draad van zijn vrouw Penelope. Als Penelope niet was blijven weven tijdens zijn eindeloze reis, dan was Odysseus bezweken voor de charmes van Calypso, de wispelturige godin die verliefd was op de beroemde reiziger. Terwijl vrijers haar belaagden, haar zoon Telemachus bedreigd werd en ze jaren geen nieuws hoorde over haar man, volhardde Penelope en redde daarmee haar man en haar huwelijk. De belangrijkste functie van een mythe: hoe ons leven op orde krijgen in de chaos om ons heen. En dat doen duizenden Marokkaanse vrouwen net zoals Penelope, weven om grip te krijgen op de wereld om hen heen. Zo weven vele van deze vrouwen ware kunstwerken en kunnen ze zich een behoorlijk en consistent inkomen verwerven. De cijfers bewijzen het: in de jaren '80 was Marokko wereldwijd de vijfde producent van handgeknoopte tapijten, net na veel grotere landen als Iran, India, pakistan en China. Daarmee is meteen de moderne mythe ontmaskerd van de zogenaamde improductiviteit van vrouwen.

Tijdens haar gesprekken met de weefsters contempleert Mernissi de kracht van gewone mensen (vrouwen) die nog niet gemoderniseerd zijn. Mernissi voert verschillende vrouwen op, zoals Chaïbia Talal, de Marokkaanse schilderes die met haar heel eigen 'naïeve' stijl furore maakte over de hele wereld en de weg vrij maakte voor vele andere vrouwelijke kunstenaars. Chaïba was een meisje uit de laagste en armste milieus in Casablanca. Ze werd op haar dertiende uitgehuwelijkt en moest op haar 15e, na de dood van haar man, zichzelf met een kind in de armen alleen zien te redden in Casablanca. Mernissi heeft naar eigen zeggen nooit begrepen waarom je moet kiezen tussen traditie en moderniteit. Een nogal vreemde opmerking voor iemand die zelf carrière heeft gemaakt in de academische wereld en als gelauwerde schrijfster Marokko een nieuw gezicht heeft gegeven in het buitenland. Volgens haar is dit één van de geheimen van de nieuwe Arabische generaties, zij voelen zich thuis in de schijnbare tweespalt tussen traditie en moderniteit. Het is een mooie voorstelling van zaken maar uiteindelijk niet uniek voor Arabische jongeren. Niet alleen zijn de mogelijkheden tot kennisverwerving en interactie van het internet revolutionair, ze waren ook nooit zo bereikbaar en goedkoop. Ten bewijze de enorme groei van de Blogosfeer op het Afrikaanse continent van de laatste jaren. Dat jongeren met weinig kansen uit arme landen zich hierop gooien is gewoon een bewijs van hun gezond verstand. De combinatie van satelliettv, internet en burgerinitiatieven hebben jongeren uit het dal gehaald. Dat zeggen jonge kunstenaars zelf in de woestijnstad Zagora, één van de plekken waar Mernissi op zoek gaat naar de nieuwe initiatieven. Ze richtten hun eigen atelier op en boorden via het web een wereldwijde clandisie van reizigers aan.

Traditionele tapijtmotieven bevatten vaak pictogrammen uit een verloren taal, tekens die deel uitmaken van het Tinifagh, dat werd gesproken door de berbers, de Toeareg van de Sahara. Socioloog Abdelkebir Khatibi onderzocht deze oude uitdrukkingsvorm en concludeert dat het gaat om "een beeldende talisman van de vrouw." Fatima Mernissi legt een haast spiritueel verband tussen de digitale communicatietechnologie en de traditionele tapijtweverijen. In beide gevallen wordt een web geweven, letterlijk en in overdrachtelijke zin. Ik zou daar aan toevoegen: cultuurproductie is een complex proces van abstrahering van persoonlijke en collectieve ervaringen waarbij het beste uit de menselijke natuur geactiveerd wordt: gevoeligheid, concentratie, liefde en spiritualiteit. De taalvormen en de vormentaal die daar uit komen is van oneindige variëteit, net als de natuur zelf. De mens creëert voortdurend nieuwe platformen voor culturele uitingen maar vernietigt er ook regelmatig. Als een taal verloren gaat (gemiddeld één keer per twee weken verdwijnt één van de 6000 bekende talen) betekent dat een haast onherstelbaar verloren gaan van unieke menselijke ervaringen. Elke kunst- of ambachtsvorm die dat proces tegengaat is waardevol.

Sheherazades weblog bulkt van de interessante contacten inclusief bijhorende telefoonnummers en e-mail adressen. Het boek wordt bovendien vergezeld van een dringende oproep om deze mensen te contacteren en hen te ontmoeten. Fatima Mernissi moedigt elk reiziger en toerist aan om zich te verdiepen in lokale cultuur en bvb een cursus Amazigh te volgen. Dat is de berbertaal die een ware Renaissance doormaakt en die je nu zelf kan leren in het centrum Tariq ibn Ziad in de hoofdstad Rabat. Uit zo'n ontmoetingen hoopt Mernissi dat mensen nader tot elkaar komen. Wellicht wil ze vooral meewerken aan de opstand van een nieuwe economische sector die haar land mee naar de voorhoede kan stuwen van de felgeplaagde Maghreb, maar dat is dan ook een zeer eerbaar doel.

woensdag, september 03, 2008

De ziel reist te voet

Enkele maanden geleden stelde Walter Lotens zijn nieuwe boek voor in het ViaVia reiscafé in Antwerpen. Ik kende Walter van zijn vorige boeken en van wat onderling mailverkeer i.v.m. duurzaam toerisme, een thema waar we beide mee begaan zijn. Ik las zijn nieuwe boek "de ziel reist te voet" en besprak het voor Uit-pers.

Walter Lotens is een eigenzinnig auteur. Hij reist de wereld rond of schrijft beschouwingen over het fenomeen reizen vanuit zijn geliefde Paramaribo. In zijn vorig boek, het essay over reizen "Ticket naar Shangri-La" doet hij dat op een abstract, spiritueel niveau. Zijn blik is weifelend en eerder pessimistisch over de in sommige kringen geroemde kansen op intercultureel contact die het internationale toerisme zou moeten bieden. Met "De ziel reist te voet" gooit Lotens het over een andere boeg. Hij wil weten welke positieve initiatieven er bestaan en inventariseert. Allerlei bevlogen gesprekpartners passeren de revue: coördinatoren van duurzaam-toerisme initiatieven, uitwisselingsstudenten, reizigers die zichzelf omscholen tot ontwikkelingshelpers, ambtenaren die te maken hebben met stedenbanden. Zijn conclusie na al die gesprekken zet hij meteen op de cover van zijn boek: De ziel reist te voet. Een op het eerste zicht nogal filosofische gedachtekronkel die wel goed uitdrukt waar het over gaat: de emotionele verwerking van een interculturele ervaring gebeurt met vertraging. Waarom dan nog dit boek lezen? Omdat in deze, net zoals in goede literatuur, het proces minstens even belangrijk is als de ontknoping. En al vertoont Lotens regelmatig de neiging om wat onnodig academisch jargon te gebruiken, hij weet bij zijn gesprekspartners toch intrigerende verhalen te ontlokken die maken dat dit al bij al een hoopvol boek is geworden.

Lees verder