maandag, juli 10, 2023

Essay – Hoe de transitie financieren?

Iedereen die het nieuws over de klimaat- en biodiversiteitscrisis volgt, weet: we staan voor een gigantische omwenteling. Ook de economische wereld beseft dit – ook zij leest de IPCC-rapporten en merkt ook de toenemende gevolgen in de vorm van extreme droogte, hittegolven, overstromingen en andere rampen. We moeten het dus dringend over de centen hebben.

In opdracht van het Wereld Economisch Forum berekende het studiebureau McKinsey vorig jaar hoeveel het zou kosten om tegen 2050 de wereld op net-zero te krijgen. Dat is de doelstelling van het Akkoord van Parijs (2015) om tegen dat jaar de volledige wereldeconomie te decarboniseren en alles wat niet koolstofvrij kan worden gemaakt, te compenseren door extra koolstof uit de lucht te halen.

Het cijfer

Tegen 2050 naar net-zero gaan kost volgens McKinsey 3,5 triljoen dollar per jaar. Het studiebureau voegt daaraantoe dat daarvoor een fundamentele transformatie van de mondiale economie nodig is.

Dat hadden we zelf ook wel kunnen bedenken… Om een idee te geven: die 3,5 triljoen is een stijging met 60 procent ten opzichte van het huidige investeringsniveau en staat gelijk aan de helft van de wereldwijde bedrijfswinsten, een kwart van de wereldwijde belastinginkomsten en 7 procent van de gezinsuitgaven.

Verder zal de uitstap uit fossiele brandstoffen 185 miljoen jobs kosten, maar tegelijk 200 miljoen nieuwe banen creëren. In ieder geval zal de kost van niets doen dit bedrag vele malen overtreffen, zo zegt nog het rapport.

Maar hoe geraken we in godsnaam aan zulke sommen geld?

Subsidies

Wanneer er geld nodig is, wordt er doorgaans eerst naar het laaghangend fruit gekeken. En daar ligt één dossier te blinken op de tafel van overheden wereldwijd, waarover doorgaans zedig wordt gezwegen door politieke mandatarissen of waarvan het bestaan soms carrément wordt ontkend.

Nederlandse klimaatactivisten eisen dat ING stop met de financiering van olie- en gasprojecten (foto: RTLNieuws.nl).
Nederlandse klimaatactivisten eisen dat ING stop met de financiering van olie- en gasprojecten (foto: RTLNieuws.nl).

Het duikt echter steeds meer op in rapporten en aan ronde tafels allerhande, omdat het gaat om zulk evident anachronisme dat ieder mens met gezond verstand zich de spontaan de bedenking maakt: ‘bestaat dat nog?’ Ja, mensen, het bestaat nog, en het gaat om duizelingwekkende getallen: minimum 577 biljoen dollar gingen in 2021 nog naar kolen-, gas- en olieprojecten. Het is de Wereldbank die op 15 juni 2023 met de cijfers kwam. En er is geen teken dat er intussen verbetering zou zijn.

Ook ons eigen land ontsnapt overigens niet aan het probleem. Voor het tweede jaar op rij liet de federale overheidsdienst Financiën de ‘federale inventaris voor fossiele brandstoffen’ opmaken. Daaruit blijkt dat er niet minder dan 13 miljard euro per jaar gaat naar subsidies en allerhande belastingvoordelen voor fossiele brandstoffen.

Het gaat om vrijstellingen zoals voor brandstoffen voor de binnenvaart, voor baggerwerkzaamheden, vrijstelling van accijnzen op kerosine: een van de redenen waarom uw buurvrouw die citytrip naar Barcelona zo goedkoop kon doen… Ook zijn er verlaagde dieseltarieven en aardgastarieven voor de industrie, vrijstellingen voor stookolie in gebouwen enz.

Een speciale vermelding voor tankkaarten (492 miljoen euro) en bedrijfswagens (1.947,2 miljoen euro), een uniek Belgisch fenomenen dat ook een grote aanjager is van onze fileproblematiek.

Niet alleen wordt hierdoor nog steeds de fossiele industrie gestimuleerd (ja, dus ook die bedrijven zoals Shell, die de laatste twee jaar met exorbitante winstcijfers uitpakken) en de consumptie van de brandstoffen zelf die aan de oorzaak ligt van de klimaatcrisis, maar bovendien zuigt deze praktijk inkomsten weg van armlastige overheden die ze niet kunnen inzetten voor de transitie die we zo dringend nodig hebben. Het spreekt dus vanzelf dat er dringend een afbouw en heroriëntering nodig is van deze fondsen en belastingvoordelen.

Internationale solidariteit

Naast de nationale investeringen die nodig zijn in onze geïndustrialiseerde landen, is er ook hulp nodig voor de landen in het globale Zuiden die nauwelijks hebben bijgedragen aan de broeikasemissies van de voorbije 150 jaar en die nu al het grootste slachtoffer van de klimaatcrisis zijn.

Op de jaarlijkse klimaattop van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) is de internationale klimaatfinanciering en recent ook het fonds voor verlies en schade dan ook een van de meest heikele punten. Als we niet-geïndustrialiseerde landen willen vragen om hun groeiende economie op een duurzame leest te schoeien, dan moeten ze daar de middelen toe krijgen. Ook om hun fragiele ecosystemen en hun bevolking te beschermen tegen de effecten van de klimaatverandering hebben ze middelen nodig.

Op een recente financieringstop in Parijs, georganiseerd door de Franse president Macron, riepen deelnemende wereldleiders op om private financiering een grotere rol te laten spelen. De vraag die je daarbij kan stellen, is of dat geen poging is om te ontsnappen aan de verplichting die rijke landen zich hebben opgelegd om armere landen te steunen. Zo is er van de beloofde 100 biljoen dollar per jaar vanaf 2020, nog maar 83 biljoen effectief gestort.

Out-of-the-box denken

Toen Anuna De Wever in 2019 tijdens een interview suggereerde om aan de Europese Centrale Bank (ECB) te vragen geld bij te maken om de klimaattransitie te financieren, werd dat idee grotendeels op hoongelach onthaald. Economen hadden het meteen over het gevaar op inflatie, grote onevenwichten op de markt en andere schrikbeelden.

Los van de vraag of economen nog wel over zoveel geloofwaardigheid beschikken na de economische crisis van 2008 (en zoveel andere crisissen die ze niet zagen aankomen) verdient de suggestie meer onderzoek. Tenslotte is geld slechts een afspraak, en het financieel systeem een constructie die ten dienste moet staan van de mens, en niet andersom.

Klimaatactiviste Anuna De Wever (Youth for Climate) tijdens de eerste klimaatmars op zondag 27 januari 2019 in Brussel (foto: Wikipedia).
Klimaatactiviste Anuna De Wever (Youth for Climate) tijdens de eerste klimaatmars op zondag 27 januari 2019 in Brussel (foto: Wikipedia).

Het adagium dat luistert naar de welluidende naam van een pas overleden popster, ‘There is no alternative’ klinkt intussen even versleten als de vele beloftes van de heilzame ‘onzichtbare hand’ van de markt. De markt lost niet zoveel dingen op, maar promoot alleen het recht van de sterkste, als ze niet gereguleerd wordt door sterke democratische instellingen.

Daarom is het verbazend dat er niet meer onderzoek wordt geïnvesteerd in economische oplossingen die werken. Neem nu de experimenten met lokale munten. Zo werd tijdens de economische crisis van de jaren 1930 in Zwitserland de Wirtschaftsring (WIR) opgericht door 16 bedrijfsleiders. Krediet en geld waren schaars in die moeilijke jaren. Met de nieuw opgerichte munt konden de bedrijven met elkaar handeldrijven zonder dat de schaarste aan Zwitserse franken hen dwarsboomde. De WIR bestond dus naast de Zwitserse frank.

Het systeem is tot op heden blijven bestaan en telt nu ongeveer 80.000 participerende bedrijven. Stel je voor dat zo’n munt wordt opgericht die alleen kan worden gebruikt om klimaatvriendelijke investeringen te doen.

Particulieren en bedrijven krijgen een bepaald minimumbedrag dat gebonden is aan een CO2-budget dat hen wordt toegekend, volgens een billijke verdeelsleutel die democratisch vastgelegd is en in lijn is met de doelstellingen van het Akkoord van Parijs.

Vermits mensen met minder financiële middelen een lagere voetafdruk hebben, krijgen zij ook een groter budget van dit klimaatgeld. Door investeringen te doen die hun voetafdruk verkleint, kan iedereen extra klimaatgeld bij krijgen. Het doel? Een race naar de bottom, dus naar een zero-emissie consumptie en productie, op zo kort mogelijke tijd, bovendien sociaal verantwoord.

Terugverdieneffecten

Een belangrijk element dat steeds over het hoofd gezien wordt, zijn de terugverdieneffecten. Die zijn legio, maar heel vaak worden de vruchten geplukt in andere sectoren dan deze die moeten afbouwen of waar de investeringen moeten gebeuren. Wantrouwige geesten zouden zelfs kunnen poneren dat bepaalde invloedrijke beroepsgroepen geen belang hebben bij de potentiële winsten.

Neem nu volksgezondheid. Een modal shift naar minder individueel gemotoriseerd verkeer en meer sportieve vormen van verplaatsing zoals de (elektrische) fiets, het openbaar vervoer gecombineerd met meer wandelen en stappen, dat alles leidt tot minder bewegingsarmoede.

Minder tot geen verbrandingsmotoren leiden tot veel minder luchtvervuiling. Resultaat: minder longproblemen, hart- en vaatziekten, enz. Gezondheidszorg, tel uit uw winst.

Duurzamere voedselgewoonten sluiten beter aan bij de voedseldriehoek en zijn dus ook gezonder: veel minder (maar beter) vlees en veel minder hoog bewerkte producten, ten voordele van meer verse groenten en fruit. Onderzoek wijst uit dat ten opzichte van het standaard voedselmandje van de Belg, de CO2-voetafdruk met de helft kan verminderen als mensen overschakelen naar een duurzaam voedselmandje. Ook hier zijn de gezondheidswinsten groot: minder allergieën, een stop aan de obesitasepidemie, minder darmkanker.

Investeringen in natuur dichtbij mensen, dragen dan weer bij tot de mentale gezondheid. Zo hanteert de veel besproken natuurherstelwet onder meer de 3-30-300-regel. Dat wil zeggen dat vanuit elk huis uitzicht moet zijn op minstens drie bomen, dat er 30 procent groen is in elke wijk en dat het maximum 300 meter wandelen is tot aan het dichtstbijzijnde park of groene ruimte. Onderzoek na onderzoek wijst op positieve effecten op de mentale gezondheid van mensen.

Investeringen in natuur dichtbij mensen dragen bij tot de mentale gezondheid (foto: Luc Viatour).
Investeringen in natuur dichtbij mensen dragen bij tot de mentale gezondheid (foto: Luc Viatour).

Andere terugverdieneffecten zijn deze die te maken hebben met onze energievoorziening. Als je geen olie of gas meer moet aankopen, dan is dat een evidente kost die wegvalt. Door zelf of in regionaal (Europees) verband energie te produceren, ben je veel minder afhankelijk van de wereldmarktprijzen en van dubieuze regimes. Dat geeft ruimte om te investeren in een sterker en stabieler netwerk, voorzien van de nodige opslagcapaciteiten.

Door de terugverdieneffecten voor de gehele samenleving mee te nemen in het gehele investeringsplan kunnen de kosten van de transitie beter gespreid worden en kan het draagvlak toenemen tot in alle geledingen van de samenleving.

Besluit: het wordt tijd voor een totaalplan dat anomalieën zoals schadelijke subsidies afbouwt, dat terugverdieneffecten meeneemt en dat innovatieve economische oplossingen bedenkt die fit for purpose zijn en niet enkel uitgaan van de winst voor enkelen, maar de vooruitgang voor de hele samenleving.


Deze tekst verscheen in de CIMIC nieuwsbrief van juni 2023.

zaterdag, april 22, 2023

Europa in het oog van de klimaatstorm: burgers zijn niet geholpen met achterhoedegevechten.

“In plaats van te jammeren over een verondersteld gebrek aan draagvlak, zullen politici als een gek moeten werken aan het creëren van het nodige draagvlak”, schrijft Koen Stuyck van WWF naar aanleiding van een nieuw rapport van het Copernicus Instituut over staat van het klimaat.

In 2022 beleefde Europa zijn heetste zomer ooit gemeten. Daarbij waren intense hittegolven, extreme droogte en uitgestrekte bosbranden aan de orde van de dag. Dat bevestigt het Copernicus Instituut met zijn jaarlijkse Europese rapport over de staat van het klimaat.

Een van de belangrijkste gebeurtenissen voor Europa in 2022 was de grote droogte. Tijdens de winter van 2021-2022 kende een groot deel van Europa minder sneeuwdagen dan gemiddeld, met in veel gebieden wel 30 dagen minder. In het voorjaar lag de neerslag in een groot deel van het continent onder het gemiddelde, met in mei de laagste neerslag ooit gemeten. Het gebrek aan wintersneeuw en de hoge zomertemperaturen leidden tot een recordverlies aan ijs van gletsjers in de Alpen, wat neerkomt op een verlies van meer dan 5 kubieke km ijs.

De lage neerslaghoeveelheden, die de hele zomer aanhielden, veroorzaakten samen met de uitzonderlijke hittegolven ook een wijdverspreide en langdurige droogte die verschillende sectoren trof, zoals de landbouw, het riviertransport en de energiesector. Denk aan de Rijn die nog nooit zo laag stond waardoor schepen hun ladingen niet meer vervoerd kregen. Of de Franse kerncentrales die niet meer genoeg koelwater kregen en noodgedwongen stil moesten gezet worden.

Nog even wat cijfers: de vochtigheidsgraad van de grond was de 2e laagste in de laatste 50 jaar. De algemene waterstand van rivieren in heel Europa was de 2e laagste ooit, waarbij 2022 het 6e achtereenvolgende jaar was met lager dan normale waterstanden.

Wetenschappers die bosbranden monitoren noteerden significante toenames in koolstof emissies door de vele branden tijdens de zomer van 2022. De totale geschatte emissies over het hele continent waren de hoogste sinds 2007. Frankrijk, Spanje, Duitsland en Slovenië beleefden hun hoogste emissies door bosbranden voor minstens de laatste 20 jaar terwijl zuid-west Europa hun grootste brandseizoen ooit kenden.

 

IN HET NOORDPOOLGEBIED GAAT HET NOG SNELLER

Het Noordpoolgebied ondergaat drastische klimaatveranderingen.  De temperaturen zijn er veel sneller gestegen dan in het grootste deel van de rest van de wereld. 2022 was het zesde warmste jaar ooit voor het hele Noordpoolgebied en het vierde warmste jaar voor de Arctische landgebieden. Een van de meest getroffen Arctische gebieden in 2022 was Spitsbergen, dat de warmste zomer ooit beleefde, met in sommige gebieden temperaturen van meer dan 2,5°C boven het gemiddelde.

In 2022 kende ook Groenland extreme klimaatomstandigheden, waaronder uitzonderlijke hitte en regenval in september, een jaargetijde waarin sneeuw meer gebruikelijk is. De gemiddelde temperaturen in die maand waren tot 8°C hoger dan gemiddeld (de hoogste in de geschiedenis) en het eiland werd getroffen door drie verschillende hittegolven. Deze combinatie veroorzaakte het smelten van de ijskap, waarbij op het hoogtepunt van de eerste hittegolf ten minste 23% van de ijskap was aangetast.

 

STOP DE ACHTERHOEDEGEVECHTEN

In die zin was het stemgedrag van N-VA en zijn geestesgenoten van het Vlaams Belang bij de stemming voor de nieuwe Europese klimaatwet deze week een triest laagtepunt. Door telkens tegen te stemmen of zich te onthouden verzaken deze partijen aan hun verantwoordelijkheid. Dat deden ze overigens ook bij de stemming over het sociaal klimaatfonds, dat klimaatvriendelijke steunmaatregelen voor gezinnen moet financieren. Tot zover de zogenaamd sociale bekommernissen van de genoemde partijen. Want in werkelijkheid helpen ze burgers niet met hun achterhoedegevechten.

Laat me even het voorbeeld van de grenstaks of ‘CBAM’ aanhalen. Ook daar onthielden N-VA en VB zich. Deze taks zal aan niet EU-bedrijven opgelegd worden wanneer ze hun producten willen invoeren in de Europese markt, kwestie van onze eigen bedrijven niet te zeer te benadelen. Tijdelijk dan, want het is een kwestie van tijd tot andere landen een dergelijke koolstoftaks invoeren voor hun economieën. Ze gaan dat moeten doen, want de druk van de internationale gemeenschap om te handelen zal steeds groter worden, en nog belangrijker, de klimaat-gerelateerde calamiteiten gaan elkaar steeds sneller opvolgen.

Met andere woorden: de kosten zullen de pan uitswingen: voor de landbouw en hun mislukte oogsten, voor de verzekeraars die het niet meer trekken (na de waterbom in Wallonië kwamen er al geluiden uit de Belgische verzekeringssector dat ze dat geen 2e maal zullen kunnen betalen), voor gezinnen en bedrijven die zullen kampen met watertekorten. Of voor de ca. 200 miljoen klimaatvluchtelingen (schatting VN) die, aan ongewijzigd beleid, tegen 2050 hun thuis zullen ontvluchten.

 

VOORBEREIDE LANDEN OF REGIO’S ZWAAR IN HET VOORDEEL

Welke landen zullen zwaar in het voordeel zijn in dergelijke context? Juist: landen met bedrijven en inwoners die voorbereid zijn, en die dus hun uitstoot hebben teruggedrongen, die niet meer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, die energie-efficiënter zijn, die hebben geïnvesteerd in een circulaire economie, in broodnodig natuurherstel, in een gezonde waterhuishouding. Landen die, met al deze maatregelen, hun weerbaarheid fors hebben verhoogd en hun impact binnen de grenzen van de planeet gebracht hebben.

In plaats van te jammeren over een verondersteld gebrek aan draagvlak, zullen politici als een gek moeten werken aan het creëren van het nodige draagvlak. Door eindelijk eerlijk te zijn over wat ons te wachten staat als we niet versnellen, maar ook door de immense voordelen die voor het grijpen liggen niet langer te verzwijgen: minder luchtvervuiling, minder lawaai, minder bewegingsarmoede, meer kwaliteitsvolle natuur dichtbij ons, meer veiligheid en preventieve gezondheidszorg.

Eerlijk, wie kan daar nu tegen zijn?

 

(Dit opiniestuk verscheen op het online magazine Architectura en eerder op Knack.be.)

maandag, maart 20, 2023

Klimaatpanel IPCC publiceert syntheserapport: oplossingen zijn er en worden steeds beter

Vandaag publiceert het Intergouvernementeel klimaatpanel van de Verenigde Naties zijn lang aangekondigde syntheserapport. Daarin wordt alle huidige wetenschappelijke kennis rond de klimaatverandering en haar effecten op mens en natuur samengevat.

Alleen al het eerste deel steunt op meer dan 14.000 wetenschappelijke studies. Na een uitgebreid consultatieproces werd het goedgekeurd door 195 landen, nagenoeg de hele wereld. Conclusie: de toestand is ernstig en we moeten dringend versnellen. Het goede nieuws blijft gelukkig: de oplossingen zijn er en die worden ook steeds beter.

De data die onze klimaatmodellen schragen komen vandaag van overal op de planeet, van de hoogste toppen in de Himalaya tot de Marianentrog in de diepte van de Stille Oceaan. Samen geven ze een grimmig beeld. Overal smelten gletsjers met een snelheid ongezien gedurende de laatste tweeduizend jaar, gletsjers die de bron vormen voor watersystemen waarvan honderden miljoenen mensen afhankelijk zijn voor hun drinkwater en levensonderhoud. Met dat water worden talloze landbouwgebieden bevloeid en industriële processen aan de gang gehouden.

Ondertussen is het aantal extreme weerfenomenen sterk toegenomen, in frequentie en intensiteit. Sinds 2008 zijn meer dan 20 miljoen mensen per jaar in eigen land op de vlucht gemoeten voor weer-gerelateerde rampen. Tussen 3,3 en 3,6 miljard mensen wonen nu in gebieden die extra kwetsbaar zijn voor de effecten van klimaatverandering. Zoals we in de zomer van 2021 hebben gezien is ook ons eigen land kwetsbaar; voor overstromingen, maar ook voor hittegolven en droogte.

De mondiale emissies van alle door de mens uitgestoten broeikasgassen tussen 2010 en 2019 waren hoger dan enige periode in de geschiedenis van de mensheid: in 2019 kwam dit uit op 59 gigaton CO2-equivalenten, dat is 12 procent hoger dan in 2010 en liefst 54 procent hoger dan in 1990. Als we de temperatuur nog willen beperken tot 1,5 graad rest ons een beperkt budget van 500 gigaton. In het huidige tempo hebben we nog nauwelijks acht jaar voor dat budget op is. We moeten dus zo snel mogelijk de knik maken en emissies afbouwen.

Bovendien heeft de natuur niet minder dan 54 procent van alle door de mens veroorzaakte emissies van de laatste tien jaar opgenomen, zo becijferde het WWF: 31 procent door land gebaseerde natuur zoals planten, dieren en grond, de andere 23 procent is opgenomen door de oceaan. Diezelfde natuur wordt echter nog steeds op grote schaal vernietigd door ontbossing of omzetting in monoculturen en andere menselijke infrastructuur. De oceaan blijven we leegvissen en vervuilen. We zagen de tak af waarop we zitten.

Het is dan ook verbijsterend om vast te stellen dat er nog steeds 900 miljard euro naar subsidies gaat voor fossiele brandstoffen (in eigen land ook meer dan 10 miljard per jaar, zoals recentelijk becijferd door minister Khattabi) of dat de honderden miljarden die vandaag de kassa’s binnenstromen van de fossiele industrie ingezet zullen worden om nieuwe bronnen aan te boren en de wereld blijvend vast te zetten in nieuwe fossiele infrastructuur.

En toch. In haast alle sectoren zijn er oplossingen om de uitstoot met de helft terug te brengen tegen 2030. Tussen 2010 en 2019 zijn de kosten van zonne-energie en batterijtechnologieën met liefst 85 procent teruggevallen. Als het gaat om aanpassing aan de effecten van klimaatverandering: op natuur gebaseerde oplossingen, zoals herstellen van natte gebieden, rivieren hun natuurlijke loop teruggeven of herbebossen, zijn goedkoper en duurzamer dan harde infrastructuur en technische ingrepen.

Al die bestaande oplossingen hebben dit met elkaar gemeen: ze zijn nu inzetbaar, ze zijn niet duur en bieden op korte termijn grote voordelen zoals energie-onafhankelijkheid, schonere lucht, meer biodiversiteit en mogelijkheden voor een gezondere levenstijl.

En zowel voor energie (Net-Zero Industry Act) als voor natuur (Nature Restauration Law) zit er een forse rugwind vanuit Europa aan te komen. We hebben alles om de tanker te keren.

Deze opinie verscheen op de website van De Morgen.

Als we een klimaatramp willen vermijden, is onmiddellijk meer actie nodig

'Hopelijk zal deze nieuwe waarschuwing opnieuw een belangrijke sprong voorwaarts inluiden, of eerder een reeks van sprongen’, schrijft Koen Stuyck van WWF. Hij reageert op het syntheserapport van het IPCC. Daarin wordt gesteld dat de uitstoot van broeikasgassen onmiddellijk moet dalen, willen we de opwarming van het klimaat onder de 1,5°C houden.

Het synthese-rapport van het Intergouvernementeel klimaatpanel van de Verenigde Naties dat vandaag gepubliceerd werd, kan niet duidelijker zijn. We stevenen af op een klimaatramp als we onze emissies van broeikasgassen niet snel en drastisch terugschroeven en uiterlijk in 2050 tot netto nul terugbrengen. Dat we dat vandaag onvoldoende doen, daarover is de wetenschap heel duidelijk. Als we de tussentijdse doelen die uitgezet worden in dit rapport, namelijk -43% tegen 2030, 60% tegen 2035 en 69% reductie tegen 2040, willen halen, dan moeten we onmiddellijk veel grotere actie ondernemen dan we vandaag doen.

Bescherm de buffercapaciteit van onze natuur

Beperken van de opwarming tot 1,5° zal de risico’s op onomkeerbare klimaatveranderingen met veel verlies en schade voor mens en ecosystemen beheersbaar houden. Gaan we erover, dan nemen extreme weersfenomenen hand over hand toe in frequentie en intensiteit. Ecosystemen die nu reeds fel onder druk staan dreigen in te storten. Denk aan het Amazonewoud dat degradeert tot een netto-uitstoter van CO2 (voor delen daarvan gebeurt dat nu al, stelden biologen vast in het gerenommeerde vaktijdschrift Nature). En dat terwijl we die natuur hard nodig hebben. Het IPCC rapport toont ook aan dat planten, dieren, grond en de oceaan samen de laatste tien jaar 54% van de door de mens veroorzaakte CO2 emissies heeft geabsorbeerd. De natuur beschermt ons tegen al te grote impact, door emissies op te nemen maar ook weer gerelateerde extremen op te vangen en te bufferen. Als we echter aan het huidige tempo doorgaan met ontbossen en de oceaan laten verzuren en vervuilen dan zal die buffercapaciteit daar onvermijdelijk onder lijden.

Dit synthese rapport van de 6e beoordelingscyclus geeft niet alleen wetenschappelijke conclusies weer van de mondiale wetenschappelijke gemeenschap. Na een week van doorlichting en een marathononderhandeling tijdens het voorbije weekend hebben de 195 landen die lid zijn van het IPCC de samenvatting van het rapport, dat zelf duizenden bladzijden telt, goedgekeurd. Dat betekent dat de hele wereld de conclusies van het rapport erkent en aanvaard. In het verleden hebben de rapporten van de 5e beoordelingscyclus (2013-14) geleid tot het akkoord van Parijs. Het speciale rapport over de globale opwarming van 1,5° (2018) heeft klimaatdoelen in vele landen beïnvloed. Grote landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben een doel van netto-nul broeikasgassen in 2050 in hun nationale wetgeving ingeschreven.

Rennen, niet wandelen

Hopelijk zal deze nieuwe waarschuwing opnieuw een belangrijke sprong voorwaarts inluiden, of eerder een reeks van sprongen. Het is alvast een schot voor de boeg van de onderhandelaars die op de volgende klimaattop in december het ambitieniveau moeten optrekken. Ook in eigen land zijn we nog aan het wandelen terwijl we moeten rennen. Onze uitstoot is sinds 1990 met 24 % gedaald, maar om de Europese doelstellingen te halen moeten we tegen 2030 aan -47% zitten. Dat betekent dat we op krap 8 jaar bijna het dubbele aan reducties moeten halen dan wat we de vorige 32 jaar hebben gerealiseerd.

Het goede nieuws is dat we met bestaande oplossingen de klus kunnen klaren, en dat die bovendien steeds goedkoper worden. De kost van zonne-energie en batterijen is op 10 jaar tijd met maar liefst 85% gedaald. Als het gaat over aanpassen aan de effecten van klimaatverandering blijken natuur gebaseerde oplossingen zoals laten hermeanderen van rivieren en herbebossen vele malen goedkoper, duurzamer en effectiever dan traditionele harde infrastructuur. Ook in de circulaire economie zijn er veel nieuwe oplossingen die zich aandienen. Maar er moet dringend opgeschaald worden – op alle niveaus.

Voor Europa na de oorlog luidde het Amerikaanse Marshallplan een lange periode van economische groei en welvaart in. De wereld zou gebaat zijn met een massale investering- en reguleringsgolf die onze samenlevingen gezonder, rechtvaardiger, veiliger en weerbaarder maakt tegen klimaatschokken, want al die laatste voordelen krijgen we er gratis bij.

Deze opinie verscheen op Knack.

donderdag, februari 09, 2023

Biodiversiteit en bedrijven: a match made in heaven.

Volgens een studie van het Wereld Economisch Forum is 44 biljoen dollar aan waardecreatie afhankelijk van de biodiversiteit. Zonder die natuur en de ecosysteemdiensten die ze levert zou een substantieel deel van de economie haar grondvesten kwijt zijn. De tijd dat natuur een luxeproduct was, een ‘nice-to-have’, is dus definitief voorbij.


Er was een tijd, nog niet zo lang geleden, dat natuur en biodiversiteit iets was voor tijdens het weekend. We weten allemaal uit persoonlijke ervaring dat wandelen in een bos een genot is, dat zwemmen in een wilde rivier opwindend is, dat genieten van een woest landschap vanop een bergtop je geest opent … Ondertussen bevestigde de wetenschap ons buikgevoel in talloze studies: tijd doorbrengen in of dicht bij natuur is uitermate gezond en een goede remedie tegen stress, niet alleen tijdens de jaarlijkse vakantie, maar heel het jaar door, in ons dagelijkse leven. Een bedrijf heeft vanzelfsprekend veel te winnen bij werknemers die zich goed en gezond voelen. Het zal dus lonen om de zorg voor natuur en biodiversiteit te integreren in zijn (personeels- en ander) beleid.

Dat is echter slechts een eerste vaststelling. Uit het planetaire-grenzen-model van het Stockholm Resilience Centre weten we dat we op het vlak van biodiversiteit alle grenzen zwaar aan het overschrijden zijn. Kortom, de tijd dat natuur een luxeproduct was, een ‘nice-to-have’, is definitief voorbij. Het is nu tijd om de zorg voor natuur opnieuw in ons leven te integreren, ook tijdens weekdagen, wanneer we aan het werk zijn. Omdat de natuur ons niet alleen van schone lucht voorziet, maar ook van voedsel, zoet water, medicijnen en grondstoffen. Onze economie draait erop. Ons leven hangt ervan af. Het is existentieel.

In dat licht kwam het laatste Living Planet Report van WWF met een ontnuchterende conclusie: de populaties van gewervelde dieren zijn sinds 1970 met 69 procent afgenomen. Dat betekent dat de natuur in een hartverscheurend tempo wordt vernietigd. Want samen met de dieren verdwijnen ook de bossen, de waterrijke gebieden, de savannes, gezonde riviersystemen ... En dat verergert dan weer de klimaatverandering: ontbossing en de omzetting van andere natuurgebieden zijn de tweede grootste bron van uitstoot, na het verbranden van fossiele brandstoffen. Bovendien verdwijnen met die gebieden ook belangrijke buffers tegen de effecten van de klimaatverandering: mangrovewouden bieden kustbescherming, tropische bossen nemen onze broeikasgassen op en zijn een bron van medicijnen.

In eigen land zorgt het verdwijnen van natte gebieden voor een afname van onze capaciteit om overtollig water op te vangen, te zuiveren en drinkwater vast te houden. Onze rivieren die zoet water leveren voor onze landbouw en onze industrie dreigen droog te vallen tijdens lange droogteperiodes. Onze natuur in het algemeen absorbeert een deel van de CO2 die we uitstoten, biedt mogelijkheden tot recreatie en ontspanning en helpt ons de schokken van de klimaatverandering op te vangen (denk aan het hitte-eilandeffect in onze steden). Als we haar tenminste de kans geven.

Een waarde van 44 biljoen dollar, dat is ‘too big to fail’

Volgens een studie van het Wereld Economisch Forum is 44 biljoen dollar aan waardecreatie afhankelijk van de biodiversiteit. Zonder die natuur en de ecosysteemdiensten die ze levert zou een substantieel deel van de economie haar grondvesten kwijt zijn.

Biodiversiteitsgerelateerde risico’s zoals hierboven omschreven komen dus als een golf op ons af, en voor de bedrijfswereld vertaalt zich dat in talloze risico’s die we in vier categorieën kunnen onderbrengen. Ten eerste de fysieke risico’s – stormschade aan bedrijfsgebouwen en ondergelopen magazijnen bijvoorbeeld. Of nog: afgebrande plantages, watertekorten die bedrijfsprocessen in gevaar brengen enzovoort. Ten tweede reputatierisico’s: bijvoorbeeld wanneer bedrijfsprocessen bijdragen tot lokale vervuiling of wanneer de grondstoffen uit het productieproces blijken voort te komen uit ontboste gebieden of met de inzet van onderbetaalde arbeidskrachten. Ten derde: toenemende wetgeving die allerlei rapportering over impact en afhankelijkheden zal opleggen. Na het biodiversiteitsakkoord van Montreal zit er heel wat nieuwe regelgeving aan te komen, zoals een verplichting voor grote bedrijven en financiële instellingen om hun risico’s te onderzoeken en hun impact en afhankelijkheden van de natuur openbaar te maken. Europa komt intussen met de Sustainable Finance Disclosure Regulation en de Corporate Sustainability Reporting Directive. Een voorbereid bedrijf is er twee waard. Ten vierde zijn er marktrisico’s, zoals plotse stijgingen van de prijzen op de internationale markten door klimaat- of biodiversiteitsgerelateerde risico’s.

WWF lanceert biodiversiteitsrisicofilter

Op de COP15 in Montreal is afgesproken om tegen 2030 de afnemende trend van de biodiversiteit te keren en terug meer natuur te hebben dan vandaag. Om een duurzame en gezonde toekomst te verzekeren, moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen. Niet het minst de bedrijven, wiens toekomst ervan afhangt; meer dan ze vooralsnog beseffen. Net als bij klimaatgerelateerde risico’s geldt: kennis is goud, meten is weten en wie proactief is, wint.

WWF wil bedrijven helpen om risico’s in te schatten en hen handvaten geven om hun voetafdruk op de biodiversiteit drastisch te verkleinen en indien mogelijk zelfs positief te maken. Bedrijven kunnen nu gratis gebruikmaken van de nieuwe biodiversiteitsrisicofilter, naar het model van de waterrisicofilter, die al langer bestond. Elk bedrijf kan gratis een account aanmaken. Als je vervolgens je gegevens oplaadt, krijg je een analyse van de risico’s die je bedrijf loopt, gebaseerd op de locatie en de aard van je activiteiten.

De impact en afhankelijkheden van biodiversiteit creëren zowel risico’s als opportuniteiten – die begrijpen zal bedrijven en financiële instellingen helpen om de juiste actie te ondernemen, zodat ze kunnen bijdragen aan de oplossing in plaats van aan het probleem.

Deze tekst verscheen op de nieuwssite Susanova.

donderdag, november 29, 2018

Mijn tijd op de trein is onvervalste qualitytime

Wanneer de NMBS tevredenheidscijfers publiceert, kun je er donder op zeggen dat de reacties niet zullen uitblijven. Want met die tevredenheid zit het voorspelbaar niet goed. De stiptheid is weer achteruitgegaan en de treinen zitten vaak overvol. Zelf neem ik al meer dan twintig jaar bijna dagelijks de trein Antwerpen-Brussel. Ik mag er niet aan denken om die verplaatsing met de auto te moeten doen.

Van zodra ik 's ochtends van de fiets op die trein stap, daalt er een rust neer over mijn geest. Ik ga zitten, oortjes in en laptop open, af en toe naar buiten kijken, terwijl we de files op de Antwerpse ring voorbijzoeven, en er is tijd om dingen te doen of niet te doen. Ook al is het maar vijftig minuutjes, het is mijn tijd en die pakt niemand me af, tenzij ik dat zelf wil. Onvervalste qualitytime dus, om te lezen, na te denken of te werken als ik wil.

De laatste acht jaar neem ik voor andere verplaatsingen tijdens werktijd ook regelmatig een trein om dan het laatste stuk van mijn traject te doen met een Cambio-wagen of plooifiets. Het is verbazend tot in welke uithoeken van dit land je allemaal geraakt. Vanzelfsprekend worden al die verplaatsingen betaald door mijn werkgever, als het binnen de werktijd is. En werken doe je toch onderweg.

Minder uitstoot

Regelmatig moet je rechtstaan, dat klopt. Maar ook dan kun je de krant of een boek lezen, of door je berichten scrollen. Om maar te zeggen: die ritten op en neer, ze zijn steevast productief, ook al heb ik niets geproduceerd.

Ook de vertragingen zijn vaak lastig, maar regelingen treffen kan ook telefonisch of via WhatsApp. En ondertussen heb je toch ook weer, klein detail, ettelijke kilo's CO2-uitstoot vermeden, elke dag opnieuw. Willen we dus die vervelende trein alsjeblieft ook eens afzetten tegen het alternatief, namelijk slopende, niet-productieve autoritten, tussen duizenden anderen voortkruipend over dichtslibbende wegen, met hoge fijnstofconcentraties in de stuurcabine en de wetenschap dat je het klimaat mee naar de verdoemenis helpt.

We zitten in een mondiale crisis. En we moeten onze mobiliteit dringend vergroenen. De trein is een belangrijke oplossing, laat ons die omarmen. Iedere partij die dat echt wil doen, kan rekenen op mijn stem.

Wat ik in die twintig jaar overigens ook gemerkt heb, is de toenemende vriendelijkheid van het treinpersoneel. Geen idee of dat het gevolg is van een bewust beleid. Natuurlijk is er ook de occasionele conducteur die wat soberder is met zijn of haar glimlach, we zijn tenslotte allemaal mensen. Maar als iemand een bloemetje verdient in dit verhaal, dan zijn zij het. En dat ondanks stijgende reizigersaantallen, budgetten die onder druk staan en een minister die in geen velden of wegen te bekennen is. Il faut le faire.

vrijdag, november 23, 2018

Onze belangrijkste levensbron in gevaar


Elk levend organisme op de planeet heeft water nodig om te overleven. Vooral zoet water is essentieel voor het menselijk leven en een fundamentele hulpbron voor natuur en economie. Water heeft ook het vermogen om te inspireren en te kalmeren, om ons die cruciale verbinding met de natuur te geven. Zoet water is een van de meest waardevolle bronnen van onze planeet en er is geen oneindige voorraad van. Ondanks de immense rol die het speelt in het leven van mensen en in de natuur, is slechts 1% van het water in de wereld zoet en toegankelijk. En die 1% wordt bedreigd.
Overal leggen klimaatverandering, bevolkingsgroei en veranderende consumptiepatronen een steeds grotere druk op onze zoetwaterecosystemen, zoals rivieren, meren en natte gebieden, resulterend in het grootste verlies aan dieren in het wild op de planeet. Volgens het ‘Living Planet Report’ van WWF 2016 is de overvloed aan zoetwatersoorten sinds de jaren zeventig met een kolossale 81% gekrompen. Ook wij mensen vertrouwen op rivieren voor onze watervoorziening en voor sanitaire doeleinden, en zoetwaterecosystemen bieden een verscheidenheid aan recreatieve en gezondheidsvoordelen. Wanneer ze gezond zijn helpen moerasgebieden ook bij het aanpassen en verzachten van de gevolgen van klimaatverandering, omdat ze koolstof opslaan en zorgen voor een betere beheersing van overstromingen.
In de EU ondervinden zoetwaterecosystemen de grootste verslechtering en afname van de biodiversiteit tot nu toe. Verontreiniging, vernietiging van leefgebieden en overmatig gebruik van water zijn urgente kwesties, voornamelijk aangedreven door landbouw, waterkracht, waterkering en navigatie. Landbouw is een van de grootste boosdoeners omdat het veel water gebruikt voor irrigatie en rivieren vervuilt met nitraten en pesticiden. Moerasgebieden worden drooggelegd om ruimte te maken voor bouwland, terwijl rivieren worden gebaggerd en bedijkt. Samen met de druk die wordt uitgeoefend door waterkracht, waterkering en scheepvaart, betekent dit dat nog niet de helft van alle rivieren, meren en watergebieden in de EU momenteel als gezond wordt beschouwd.
Europa kent nochtans de meest vooruitstrevende waterwetgeving ter wereld. Ze wordt echter niet voldoende toegepast door de lidstaten. Bovendien loopt er nu een bevraging van de wet vanwege de Europese Commissie. WWF vreest dat sommige lidstaten misbruik maken van de gelegenheid om de wet te verzwakken. Vandaar dat we iedereen oproepen om de Europese Commissie te vragen de wet sterk te houden. Onderteken de petitie op www.wwf.be en bescherm ons zoet water!


(deze opinie verscheen in het Belang Van Limburg op 13/10/2018)

vrijdag, maart 03, 2017

Dagen zonder vlees is een uiting van collectieve verantwoordelijkheid

In de Morgen van 2 maart klaagt Hendrik Vandamme over wat hij noemt het ‘vermanend vingertje’ van de Dagen Zonder Vlees campagne. De voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat hanteert een moraliserende toon wanneer hij het heeft over ‘hippe heren en dames’ en ‘klimaatvasten als het nieuwe dogma’. Wat we nodig hebben is een sector die bezorgdheden ernstig neemt, geen achterhoedegevechten.

Mijnheer Vandamme voelt zich in de hoek gedrumd en dat is begrijpelijk, maar het heeft weinig zin om in het publieke debat jezelf terug te trekken in de loopgraven van het oude gelijk. Zeker niet wanneer de samenleving een voortschrijdend inzicht ontwikkelt als gevolg van toenemende signalen uit de wetenschappelijke wereld dat we tegen onze ecologische grenzen aanbotsen. Mensen begrijpen dat we iets moeten doen, er ontstaat m.a.w. een gevoel van collectieve verantwoordelijkheid en dat moeten we koesteren. De dagen zonder vlees afdoen als een modeverschijnsel of een nieuw dogma is een achterhoedegevecht en lost het probleem niet op.

Laat ons echter vooral klaar en duidelijk stellen dat het niet de bedoeling is om een van de belangrijkste actoren in ons voedselsysteem, namelijk de boeren, in de hoek te drummen. Het gaat immers om het hele voedselsysteem, dat onder invloed van een uitsluitend economische benadering heeft geleid tot een doorgedreven intensifiëring op mondiale schaal, zonder rekening te houden met de consequenties voor de planeet. We moeten de feiten onder ogen zien: volgens de cijfers van de FAO is 75% van de mondiale uitstoot van broeikasgassen door de landbouw te wijten aan de veehouderij. Het gaat dan voornamelijk om de uitstoot van methaan gassen door de dieren en de productie van gewassen die als basis dienen voor veevoeder. Met name in Zuid-Amerika worden natuurgebieden op grote schaal omgezet in plantages van voornamelijk soja. Een heel belangrijk onderscheid daarbij is het verschil tussen soja voor humane consumptie en deze voor dierlijke consumptie. De sojaburger of tofu die een bewuste burger nuttigt is gemaakt van soja uit onder meer Canada en de Verenigde Staten die beantwoord aan heel andere eisen.  

Ook Belgische dieren worden massaal bijgevoederd met Braziliaanse soja: niet minder dan 93% van de soja die Europa invoert gaat naar het veevoeder – wat maakt dat de gemiddelde Europeaan zonder ooit zelf sojaproducten te kopen 61 kilogram soja verorbert per jaar. Het heeft overigens geen pas dat mijnheer Vandamme de Belgische productie probeert te minimaliseren - als klein land waren we in 2016 de 9e producent van rundsvlees en de 7e producent van kippenvlees in Europa (cijfers Eurostat). Een groot deel van dat vlees wordt vanzelfsprekend uitgevoerd. 

Dagen Zonder Vlees en hun partners vragen niemand om nooit meer vlees te eten. Het gaat over verminderen. Ons huidige consumptiepatroon is gekenmerkt door overconsumptie. Onze planeet is echter eindig. Wat we vragen is om kwaliteit te verkiezen boven kwantiteit: we moeten het aantal dieren verminderen in ons land, de afhankelijkheid van de boeren van buitenlandse toevoer  verminderen en de aankoop van soja beperken tot gecertificeerde duurzame soja (RTRS of ProTerra).


In Nederland zijn vandaag al initiatieven zoals ‘Kippen en Varken van morgen’ actief aan het timmeren aan grotere duurzaamheid van de veestapel. Met dergelijke initiatieven kan de sector het voortouw nemen en laten zien dat het de bezorgdheid van het publiek die zijn producten afneemt ernstig neemt.

donderdag, januari 19, 2017

Natuur en landbouw, beiden wortels aan dezelfde boom

In de Standaard van 18 januari trekt conservatiebioloog Olivier Honnay een hoge muur op tussen landbouw en natuur in Vlaanderen – wellicht onbedoeld bestendigt hij daarmee een versleten consensus tussen industriële landbouw en politiek die dringend moet doorbroken worden.
De grenzen tussen natuur en landbouw komen voort uit de menselijke drang naar efficiëntie, orde en utilitair denken, waarmee de moderniteit ons opgezadeld heeft. Onder impuls van economische schaalvoordelen en winstbejag heeft de mens vervolgens alle externe kosten van die praktijk buiten de winstcijfers kunnen houden. Net omdat de winsten zo groot waren konden we alle kosten van onze buitensporige voetafdruk exporteren en verbruiken we met zijn allen niet minder dan 6x de oppervlakte van België (Living Planet rapport WWF, 2016). Helaas zijn die grenzen er niet in de echte (natuurlijke) wereld. Ook al krijgen onze schaarse natuurgebieden een beschermde status, ze worden nog steeds vervuild door de afvalstromen van de conventionele landbouw: eutrofiëring van water, verdwijnen van nitrofobe planten en een explosie van nitrofiele planten zoals brandnetels die andere biodiversiteit in de verdediging dwingen. Op die manier bedreigen we ook de ecosysteemfuncties van die natuurgebieden: zoetwaterwinning en opslaan van koolstof om maar twee van de belangrijkste te noemen.

De oproep van mijnheer Honnay om de landbouw in Vlaanderen verder te intensifiëren geeft dan ook het verkeerde signaal. Het heersende model produceert naast zijn doelgewassen vooral ecologische woestijnen. Een feit dat in de tropen overigens nog veel harder inhakt op de natuur. Net omdat de bodem vaak armer is en de kracht van de zon veel groter, zijn ecologisch verantwoorde systemen een must. Alles opentrekken en intensief verbouwen is een recept voor problemen.

Om terug te komen naar eigen land: dat biodiversiteit meer gebaat zou zijn bij intensieve landbouw dan biologische is een bijzonder vreemde manier om de wankelende consensus goed te praten. De impact is immers kleiner, en biologische boeren zijn vaker ontvankelijk voor flankerende maar belangrijke maatregelen zoals het aanleggen van hagen en groene bermen. In die zin is de rol van de biologische landbouw in ons land, naast het werken aan een beter ecologisch evenwicht, ook dat van een incubator en koploper. Bio is niet de magische formule maar een stap in de goede richting. Voorstanders van intensieve landbouw moeten blij zijn dat ze duurzamere landbouwpraktijken kunnen integreren die hun ecologische collega’s getest hebben. Beleidsmakers zouden de biologische landbouw moeten behandelen en stimuleren zoals een Vlaamse ‘Sylicon valley van de landbouw.’

Mijnheer Honnay’s bekommernis om de bestaande natuurgebieden in Vlaanderen niet nog verder te laten wegsmelten op deze opwarmende planeet, delen we vanzelfsprekend. Praten over ruimte zonder andere aspecten van onze ruimtelijke ordening te vermelden is echter geen oplossing. Wat met grote shoppingcentra buiten de stads of dorpskernen, of onze hardnekkige neiging om te groot te wonen met tuinen die wel groen zijn maar helemaal niet biodivers? Wat we nodig hebben is een integrale visie op natuur, geen honinggraat van hokjesdenken.


donderdag, maart 26, 2015

Conservatieven zijn er in elke gemeenschap

het betoog van Yumi Ng in De Morgen vandaag is het beste bewijs dat denken in groepen een zinloze en contraproductieve oefening is. Omdat zij het gevoel heeft dat ze het gemaakt heeft, dat ze ondanks tegenkanting en racisme in de samenleving zich een weg vooruit heeft geknokt, dat ze het allemaal zelf heeft gedaan, behoudt ze zich het recht voor om dat eens goed te zeggen. Tot zover geen probleem. Maar om daar nu een bewijs in te zoeken dat zulks te wijten is aan het Chinese arbeidsethos en de afwezigheid van een machocultuur? En om dan meteen onkiese vergelijkingen te gaan maken met andere bevolkingsgroepen op basis van platte gemeenplaatsen?


Volgens mevrouw Ng maakt De Wever een fout door te veralgemenen over de Berbers maar tegelijk veralgemeent ze zelf naar hartelust.

De Chinese gemeenschap is niet als groep naar hier gekomen, het waren over het algemeen ondernemende individuen of families die om uiteenlopende redenen en via allerlei omwegen naar hier zijn gekomen. Dat is vaak zo in de Chinese diaspora. Zelf heb ik Chinese vrienden in Maleisië. Ze stammen uit een oude ondernemende familie, die nog voor de culturele revolutie het moederland verlaten hebben om een graantje mee te pikken van de drukke handelsroutes in Zuid-Oost Azië. Mijn vriendin is een succesvolle architecte, net als haar man, en ze boeren goed. Ook al is er in hun familie ook wel een broer en een neef die aan lager wal geraakt zijn. Over hen zal je echter buitenskamers niet horen praten. En wat met de honderden miljoenen doodarme en laaggeletterde Chinezen die achterbleven op het continent. Wat voor cliché's kunnen we kwijt over hun cultuur als groep - weze het Hanchinezen, Oeigoeren, Nepalezen of andere...

Als je iets kan zeggen over mensen van Berberse afkomst is dat ze als gemeenschap geen al te beste start gekregen hebben. Toen hun grootvaders begin jaren '60 naar hier kwamen uit het Rif gebergte, was dat in het kader van een overeenkomst tussen België en Marokko. Ze waren afkomstig uit een achtergestelde en oproerige regio en de toenmalige dictator-koning Hasan II was ze liever kwijt dan rijk. Voor de Belgische overheid moesten het liefst analfabeten zijn, die zijn minder mondig en zullen niet zo snel een vakbond oprichten. De deal was duidelijk.

Even goed kan je zeggen dat de Berbers een moedig volk waren dat een legitieme strijd voerde tegen de eeuwenlange economische en militaire onderdrukking door de Arabische elite in de hoofdstad. Wanneer er echter brood op de plank moet komen, er geen werk is en vaders een aanbod krijgen om goed geld te gaan verdienen in een ver land in het noorden was hun keuze logisch. Omdat ons land nooit enige omkadering voorzag van deze arbeidsmigranten, ook niet na de sluiting van de mijnen, kregen de generaties erna te maken met kansarmoede.

Dat is nu allemaal geschiedenis. En het kan geen kwaad dat al deze zaken nog eens verklaard worden. Moeten we daarom echter hun nakomelingen blijven opzadelen met deze giftige mix van veralgemeningen en cliche's? Het zou goed zijn dat iedereen zich eens zou beperken tot het bekritiseren van de eigen groep. Als zoon van mijn ouders heb ik het verdomde recht om mijn vader en moeder zaliger de grond in te boren zoveel ik wil of zelf kan verdragen. Maar de ouders van mijn vrouw: Neen. Laat staan die van mijn buren. Dat behoort uitsluitend hun toe. Wat we moeten bekritiseren zijn vermolmde structuren, valse ideologieën en slecht beleid.

Dat blijkt echter een boodschap die conservatieven moeilijk begrijpen. En die zijn er in elke gemeenschap: Achmed Aboutaleb. Zuhal Demir. Yumi Ng. Herinnert u zich nog Ayaan Hirsi ALi? 

(Deze bijdrage verschijnt 26 maart op demorgen.be)

maandag, januari 26, 2015

De kop is er af. De eerste uitnodigingen voor mijn boekvoorstelling in Antwerpen zijn vertrokken. Op de boekwebsite golemhetboek.eu vindt je alles over Golem.




woensdag, oktober 29, 2014

Waarom geen witte Piet met stijl haar?

Er was een vertegenwoordiger nodig van het blanke establishment aan mediatenoren om twee weken geleden de knuppel in het Belgische hoenderhok te gooien: Peter Vandermeersch zat midden in de storm die door Nederland raast over ZwartePiet. Natuurlijk kon hij niet anders dan de vraag opwerpen naar zijn eigen land toe, zoals hij deed in zijn opinie in De Standaard. Dat was hij aan zijn job en zijn reputatie verplicht. Als hij echter zei dat de discussie hier niet woedt dan bedoelde hij dat ze nog niet boven de waterlijn van de blanke opiniemakers was uitgekomen. Onder de radar van de gewone media was de discussie wel degelijk aan het gisten, en gisteren met de actie van Movement X in Antwerpen konden ook de gewone media er niet meer om heen.

Waarom zouden we onze tradities eigenlijk niet kritisch kunnen evalueren en aanpassen? Moeten we echt absoluut vast houden aan een archaïsche traditie die weerzin en onbehagen oproept bij een groot deel van onze samenleving? ZwartePiet is een symbool. En symbolen hebben grote betekenis in elke menselijke samenleving. Diegene die dan zeggen dat dit een 'nonissue' is begrijpen niet hoe symbolen werken. Natuurlijk voelen de meeste blanke autochtonen zich niet aangesproken door het probleem van het beeld dat de vrolijke zwarte krullenbol met opgezette lippen oproept bij een groot deel van onze medeburgers. Ze hebben daar een grote blinde vlek, of zo u wil een dode hoek, en schrikken dan hard wanneer naast hen op de weg plots een boze chauffeur opduikt, en nog één, en nog één... Waarvan komen die allemaal plots? En waarom zagen we dat niet aankomen? Omdat (1) tradities zoals zwarte piet diep in ons geworteld zijn, in een verleden dat we niet meer willen kennen en dat we nog steeds maar schoorvoetend aanvaarden, nl. de koloniale erfenis en alles wat de dominante cultuur ons sinds toen heeft ingelepeld. En (2) omdat deze blinde vlek deel uitmaakt van onze jeugdherinneringen en die beschouwen we als zodanig onaantastbaar dat we elke kritiek bij voorbaat afwijzen.

Ook al oordeelde het Centrum voor Gelijke kansen en racismebestrijding recent dat er "geen sprake is van een strafbare vorm van racisme" omdat "de uitbeelding van Sinterklaas en Zwarte Piet niet gepaard gaat met strafbare racistische uitspraken of handelingen", dat is natuurlijk een hoogst betwistbare stelling. Alsof de ongelijke verhouding (in positie en capaciteiten) tussen Sinterklaas en zijn Pieten niet vingerdik bovenop het beeld ligt dat we elk jaar eind november meekrijgen bij de intrede van de goedheilig man. Het feit dat we daar geen expliciete verklaringen bij krijgen werkt de kracht van het beeld alleen maar in de hand.

Het wordt hoog tijd dat we onze blinde vlekken gaan erkennen, dat we aannemen dat, wanneer een deel van onze eigen samenleving het zegt, dat er inderdaad een impliciet racisme schuilt in één van onze meest kinderlijke tradities, dat ze daarin gelijk hebben om de eenvoudige reden dat zij die blinde vlek niet hebben. Met andere woorden, ook al vinden wij blanke autochtonen dat er vandaag geen sprake meer is van racisme, we hebben ongelijk. En is het toegeven van je eigen ongelijk niet één van de meest pedagogische en liefdevolle dingen die je kan doen voor je kinderen? Is het erkennen van het feit dat zij vriendjes op school hebben die vaak gebukt gaan onder stereotypen en dat we dat als samenleving niet langer kunnen tolereren geen geschenk aan hun toekomst?

Natuurlijk zijn onze kinderen wel in staat om te begrijpen dat tradities kunnen en moeten veranderen en evolueren met de tijd, maar we moeten wel de moed hebben om het hen uit te leggen. Als we hen serieus zouden nemen dan zouden we daar overigens niet zo moeilijk over doen, want het zijn ook zij die in toenemende mate deel uitmaken van een superdiverse samenleving. Niemand vraagt ook om Sinterklaas af te schaffen. In het verleden heeft zwarte piet ook al zijn roe moeten thuislaten, heeft hij zijn gouden oorringen uitgedaan en veranderde hij van een domme helper in een clowneske figuur. Waarom zou hij die zwarte kleur niet kunnen aflaten en stijl haar hebben? Zijn page-kleren mag hij aanhouden.

Neen, integratie moet niet altijd alleen van de andere komen: dat is namelijk de indruk die we geven (en in de praktijk brengen) door zo gecrispeerd te reageren op dit debat. We zijn het aan onze Europese waarden verplicht, of gelden die alleen als ze ons uitkomen?

dinsdag, oktober 14, 2014

Waarom ik me aansluit bij Movement X

Enkele jaren geleden dacht ik dat onze samenleving eindelijk stappen vooruit aan het zetten was: er kwamen stilaan (eindelijk!) meer mensen met een andere kleur of met een andere naam in beeld. Hun stemmen klonken verfrissend op het publieke forum. Media begonnen werk te maken van meer diversiteit onder hun rangen, en er verscheen wat meer kleur op onze schermen.

Ondertussen heb ik mijn mening moeten herzien. Want ondanks de witte raven die hun rechtmatige plaats opeisen in de samenleving, blijven de cijfers hallucinant en gênant in de Europese context en in de complexe wereld van vandaag. Jonge mensen die opgroeien binnen de Maghrebijnse minderheden blijven oververtegenwoordigd in de armoedestatistieken. Op de arbeidsmarkt blijven mensen van andere origine worstelen met vooroordelen en discriminatie. In onze hogescholen en universiteiten studeren nog steeds veel te weinig mensen af met een andere kleur. En dat begint al in de lagere school, waar kinderen en hun ouders uit minderheden nog steeds af te rekenen krijgen met verwijdering in plaats van aanhalen, en waar witte kinderen vaak niet gewezen worden op het feit dat racisme in onze samenleving geen plaats verdient.

Ik merk een inertie in onze samenleving, en zelfs een terugplooien op een gedroomd verleden dat nooit bestaan heeft. We steken massaal onze kop in het zand. En onze politieke leiders doen niet anders dan ons er nog wat verder in te duwen.

De grootste maatschappelijke verwezenlijkingen zijn er in het verleden zelden of nooit gekomen door de politiek. Algemeen stemrecht, stemrecht voor vrouwen, vrijheid van meningsuiting, minimumlonen, sociale zekerheid enz. Dat is allemaal het resultaat van een lange strijd geweest. Veel van die verwezenlijkingen blijven overigens niet evident verworven voor de toekomst. Ik geloof dat de twee allergrootste uitdagingen vandaag de volgende zijn: (1) de onhoudbare menselijke druk op de natuurlijke hulpbronnen en (2) de groeiende ongelijkheid in onze samenlevingen. Met dit laatste bedoel ik niet alleen het economische aspect maar vooral ook het gebrek aan kansen voor zij die aan het kortste eind trekken: kansen op persoonlijke ontwikkeling (of ontwikkeling van de groep waartoe mensen behoren), kansen op het leveren van een betekenisvolle bijdrage, kansen op simpelweg "the pursuit of happiness" zoals een ander land dan het onze in zijn grondwet heeft staan.

Het trieste feit dat zoveel van onze jongeren (ja, het zijn die van ons) gaan vechten in Syrië is symptomatisch voor de toestand. De reactie van sommige van onze politieke leiders is helaas ook symptomatisch, ook al hebben ze soms zelf voorouders die net hetzelfde deden in een andere oorlog, een historisch gegeven dat ze nu willen bedekken met de mantel der liefde, gedoopt in een bad van historische nuances..

We hebben een pluralistische beweging nodig die buiten de particratie om mensen verzameld en een stem geeft.en die de strijd tegen ongelijkheid, discriminatie en racisme in het centrum plaatst van het debat. Een beweging die het dominante discours kan doen kantelen en die aantoont dat de samenleving nog steeds maakbaar is. Een beweging tenslotte die de urgentie van het probleem bij de politieke klasse zowel als bij de bevolking in hun gezicht kan duwen. Ik geloof dat MvX die beweging kan worden.

vrijdag, december 06, 2013

Het voorbeeld van Mandela

Vanochtend op de trein heb ik enkele tranen gelaten met het gezicht van deze man voor mij in de krant.

In de Kerstvakantie van 1995 liep ik in het Zuidafrikaanse Bloemfontein een banaal bankgebouw binnen en kwam daar een jonge zwarte Zuidafrikaan tegen met wie ik de dag ervoor lang op de bus had gezeten. We begroeten elkaar heel hartelijk met een highfive en enkele stevige schouderkloppen. Op datzelfde moment voelde ik de blikken van de aanwezige blanken (klanten en personeel van de bank). Daaruit sprak een mengeling van gène en afwijzing van zulke openlijke uitwisseling van vriendschappelijkheid. Tegelijk was er de gretigheid van mijn nieuwe vriend om op zo'n ongecomplexeerde manier de normaliteit van onze relatie te demonstreren, en dat speciaal in die bank, waar hij nog niet zo lang geleden gewoon niet binnen mocht omwille van zijn huidskleur.

De warmte en de blijdschap die ik toen voelde uitstralen van die Zuidafrikaan, dat blijft me bij.

Het had bijzonder goed geklikt met deze jonge man en ik was de dag ervoor met een goed gevoel van het busje gestapt, waarop ik als enige blanke zeker in het begin een zekere reserve ervaarde van mijn medereizigers. Ik had die bus genomen ondanks het advies om dat niet te doen vanwege de blanke Afrikaner familie die me enkele dagen ervoor aan hun Kersttafel had ontvangen. Voor mij was er niets heroïsch aan het nemen van een lokale bus, voor hen was het op dat ogenblik nog een ondenkbare stap te ver en een gevaarlijke onderneming. Het busje zat vol met families met kinderen en ieder doorwinterd rugzakreiziger weet dat dat het veiligste reisgezelschap is dat je je kan wensen.

 Een week later in Kaapstad heb ik een verre glimp kunnen opvangen van Mandela toen hij zijn volk toesprak. Het was nog steeds kort na de democratische overgang en er hing overal een ongelooflijk gevoel van hoop in de lucht maar ook angst. Angst vanwege de Afrikaner blanken. Het gevaar op een burgeroorlog was ondertussen wel afgewend, maar de angst om gemarginaliseerd te worden was des te groter. Want zij vertrouwden Mandela niet. Onder de massa op dat plein in Kaapstad echter overheerste het positieve, het extatische zelfs: de geboorte van de regenboognatie.

De electriciteit en de waardigheid die uitging van die man: een voorbeeld voor wat onze soort kan zijn.

Toen Madiba samen met o.m. Desmund Tutu de waarheids- en verzoeningscommissie instelde gaven de Zuid-Afrikanen de wereld een les die niemand nog zou mogen vergeten. In Argentinië en Chili stelde de commissie een rapport voor waarin de duizenden slachtoffers van de dictaturen werden toegegeven. Zuid-Afrika liet slachtoffers carrément aan het woord: 22.000 getuigenissen. Ik heb toen stukken gelezen van het uiteindelijke rapport voor een artikel in 'Amnesty Nieuws' - het is verbijsterende literatuur maar tegelijk het meest ontroerende stuk geschiedschrijving van de 20e eeuw.

Op een totaal ander niveau, maar in ons dagelijkse leven kan je soms ook opzwellen van trots, bijvoorbeeld wanneer we het verhaal hoorde van onze oudste zoon die tussenbeide kwam bij een groepje leeftijdsgenoten. Ze waren een jongen van Afrikaanse afkomst aan het pesten op de speelplaats. Onze zoon stapte op hen af en zei eenvoudig: "Nkosa is mijn vriend, laat hem doen of ik ben jullie vriend niet meer."

woensdag, augustus 10, 2011

WWF-projecten in Oost-Congo

De reis begon in mineur vorige week toen bleek dat het geplande interview met Emmanuel De Merode, de directeur van het Virungapark, niet kon plaatsvinden. Il devait voler vers Kenia pour l’entretien de son avion. Cet avion est utilisé entre autre pour survoler le parc et de faire des contrôles. Dan, de eerste zondag na onze aankomst in Goma, kregen we ander slecht nieuws: een aanval van FDLR-rebellen op een gewapend konvooi van het ICCN (Institut Congolais pour la Conservation de la Nature) dat het Virungapark beheerd. Résultat: deux gardiens de l’ICCN mort et encore 7 blessées. C’était donc un attentat grave. La preuve devant nos yeux que le problème numéro un du parc reste la sécurité. Puisque ce sont tous ces groupuscules violents qui empêche le tourisme de se développer et qui rend plus difficile aussi la protection du parc contre l’exploitation forestière illégale, le braconnage etc. We krijgen het bericht dat we beter niet blijven slapen in Bikuma, het basiskamp om de gorilla’s te bezoeken en dat we dus de dag erna heen en weer moeten gaan. Teleurstelling! Ook bij onze Knack journalist die graag De Merode wilde spreken.
Maar dan is er een interventie van Thierry Bodson, de baas van WWF-Goma. Hij weet telefonisch de mensen op het hoofdkwartier van het park te overtuigen. Emmanuel zelf heeft zijn vertrek een dag uitgesteld en hij zal ons kunnen ontvangen. We gaan bovendien overnachten in Rumangabo zelf, het zenuwcentrum van het park waar ook de directeur huist. We krijgen een gewapend escorte van 8 mannen vanaf Kibati, aan het begin van het park. Wij opgelucht maar niettemin lichtjes gespannen op weg.

Die avond hebben we ons gesprek met Emmanuel. Onderwerpen: conservatie, beheer van het park, de veiligheid, relatie tussen de gardiens en het leger dat er ook nog rondloopt... (de gardiens krijgen een deftig loon uitbetaald, er worden scholen en dispensario gebouwd voor hun familie en weduwen krijgen een vergoeding, in tegenstelling tot militairen die slecht of vaak niet worden betaald). Tussen door moet hij regelmatig telefoontjes beantwoorden in verband met een actie aan het Edwardmeer. L’homme est vraiment très occupé, constamment il y a des gens qui le sollicitent. Mais quand-même nous avons pu poser tous nos questions. Après cette interview sur la véranda de l’ancienne résidence du premier directeur du parc dans le temps colonial (le parc date du 1925) nous avons pu faire connaissance avec l’équipe du de directeur. We krijgen ook nog een rondleiding. Rumangabo ligt op een heuvel die aan één kant uitkijkt over het dichte regenwoud dat zich uitstrekt tot voorbij de horizon. Aan de oostkant liggen de velden van de boeren die wonen in hutten met daken van stro die verscholen liggen tussen de bananenbladeren. Op de heuvel ligt het Sensekwe centrum, waar enkele gorilla wezen wonen die in 2007 de slachtpartij overleefden waarbij onder meer de Silverback gorilla met dezelfde naam werd gedood. Ook kregen we de lodges in aanbouw te zien die binnenkort toeristen moeten laten logeren. Wij mochten voorlopig blijven slapen in de geriefelijke tenten die ze hebben staan voor gasten, ook de stafmedewerkers van het park slapen daar nu.

De volgende ochtend is het de grote dag dat we de gorilla’s gaan zien. Maar eerst Emmanuel uitwuiven op het lokale vliegveldje waar hij met zijn tweemotorig vliegtuigje opstijgt en naar Kenia vertrekt. Via een barslechte weg waar onze 4x4 nauwelijks opraakt achter onze gids Diddy aan (rijdt met de motor) naar Bukima kamp, het vertrekpunt voor een gorillatrek aan de rand van het regenwoud. Omdat we laat zijn stappen we eerst een tweetal uur door de druk bewerkte velden voor we het woud binnen gaan. Enfin, c’est à dire, en nous faire une tranchée de route à la machette, nous commencent à grimper sur la colline à travers la jungle verte. Et, après peine vingt minutes, Diddy nous signale d’être silencieux. Pendant que nous attendons en enjambant, il commence l’effeuillage avec le brassard. Et la, tout à coup, il y un grand visage noir qui nous regarde dans l’œil. Beaucoup plus calme que nous, après quelques regards attentifs, il tourne ça torse massive et nous voyons l’éclat d’argent sur son dos. C’est le ‘silverback’ même !
De rest van dit stukje vertel ik thuis wel, anders ben ik nog uren aan het schrijven... Het was dus Umba, de pater familias van één van de drie families die gewend gemaakt zijn aan menselijke bezoekers. Hoedanook worden alles in het werk gesteld opdat het bezoek geen gevaar zou opleveren voor hen: we dragen een masker om onze ziektekiemen niet aan het over te geven, de gids is de enige die heel dichtbij mag komen en we mogen maar maximum een uur blijven.

Na het weekend komen de mensen van de VRT toe. Ze blijven maar vier dagen en we vertrekken onmiddellijk naar de Massissi, een streek op zo’n drie uur rijden van Goma, waar vele plantages van ECO-Makale zijn. Vroeg vertrekken was echter zonder de waard gerekend, in de vorm van de Congolese administratie. Als je daar iets van gedaan moet krijgen dan blijkt dat anoniem apparaat plots te bestaan uit een veelkoppig monster dat je voortdurend van het kastje naar de muur stuurt. Vanzelfsprekend probeert ieder radertje in dat mank lopend mechanisme een graantje mee te pikken... Volgens Luc Cauwenberghs, de cameraman van de vrt en een ervaren rot in Congo, moeten we een permit halen om te mogen draaien. Als ze ons tegenhouden en ze hebben geen permit, dan betekent dat een enorme boete en terugkeren naar Goma om alsnog die permit te halen. Alors, on ne va pas tenter le destin… Je ne vais pas décrire toutes la procédure et tous les endroits qu’on à du visiter, mais ça nous a couté 4 heures et 250 dollar par journaliste.
Enfin, nous partons début après-midi. Après une heure déjà, la route commence à monter. Le paysage commence à ressembler… la Suisse. Avec des collines vertes occasionnellement doté d’un arbre ou deux. Parfois des vaches qui pâtirent. Nous achetons du fromage chez un paysan (le meilleur c’est le vieux, dit Geert) : l’altitude est de moins 2.200 mètres ici, le climat est vraiment agréable, une 25 dégrées, pas comme on s’attendrait au Congo. Nog een uurtje verder komen we aan in Kitchanga (fout geschreven maar ik ben de juiste spelling even kwijt), een uit de kluiten gewassen dorp waar we blijven slapen in een eenvoudig soortement klooster zonder veel comfort. Die avond eten we à la Congolaise in een restaurant die naam nauwelijks waardig maar de mensen zijn zoals bijna overal warm en hartelijk. Daarna naar de lokale danstent waar de vrt zich niet onbetuigd laat en de soukous nog in onze oren dreunt als we gaan slapen.

De twee volgende dagen bezoeken we plantages van de ECO-Makala, de rokende zandhopen op het platteland waarin de houtskool gemaakt wordt, de ateliers waar de ‘foyers améliorées’ hun vorm krijgen, de boomkwekerijen, de markt van de illegale makala (hier krijgen we achterdochtige reacties van de verkopers die vrezen dat we gekomen zijn om hun markt te sluiten). We gaan op bezoek bij de minister van milieu van Noord-Kivu voor een interview over het REDD+ programma. We gaan ook het woud in om te filmen en foto’s te trekken, we zien tanige mannen die met een twee meter lange wipzaag dikke boomstammen met de hand doorzagen. Af en toe passeren we nog een vluchtelingenkamp – er zijn er nog steeds heel wat over na de oorlog.

Samedi, comme le vrt est déjà de retour, un groupuscule de quatre mâles alpha décide de se rendre vers une montagne. Un volcan, pour être précis. Ce cracheur de feu qui répond au nom Nyiragongo commande le respect de tous ceux qui le connaissent. Entre eux, les 400.000 résidents qui, à l’époque, vivaient dans la ville de Goma qui reste d’une façon précaire à son pied. Maar de vier alpha mannetjes hebben geen last van angst. Ze willen gewoon die berg op, en liefst als eerste... ondanks de slordige 1400 meter stijgen op enkele uren. We hebben dus twee mannen uit het WWF-hout gesneden en dan het weekblad Knack, vertegenwoordigd in tekst en pixels. Dat er zich tussen deze twee subgroepjes een competitie zou ontwikkelen stond in de sterren geschreven, meer nog, het viel af te leiden uit hun enthousiaste gesprekken. Flarden van hoogmoedig woordgebruik die echter spoedig getemperd werden door opkomend melkzuur en een licht tekort aan ademtocht. Terwijl het tempo van het gezelschap zakte hield één van hen de eer hoog en snelde in ijltempo naar boven om triomferend als eerste de rand van de krater te bereiken en vol ontzag in de mond van de vulkaan te staren.

De Nyirangongo: 3.470 meter hoog met in zijn krater het grootste lavameer ter wereld: 220 op 230 meter breed. Beneden aan de start van de klim heeft het ICCN een nieuw bezoekerscentrum gebouwd in dezelfde stijl als de lodges in Rumangabo. Geert Lejeune en ik zijn dat centrum gaan inspecteren. De bedoeling is om er drie tentoonstellingen in onder te brengen: één over het park, één over vulkanologie en één over conservatie. WWF België zal die opstellingen financieren.

dinsdag, augustus 02, 2011

Goma en zijn zwaard van Damocles

Goma is één van de vreemdste steden die je kan bezoeken. Een eindeloze reeks van wankele huizen tussen stoffige straten en overal lage muurtjes van zwarte stenen. Geen of nauwelijks groen. Het enige bewijs dat dat er hier nog iets kan groeien is het gebladerte dat boven de hoge muren uitsteekt van de compounds in de rijke wijken van de stad. Zo kan het gebeuren dat je één van de ijzeren poorten in zo'n 'compound' binnen stapt en plots in een weelderige tuin terecht komt. Vanzelfsprekend kom je in die plaatsen, buiten het personeel, alleen Congolezen uit de middenklasse tegen en leden van de talrijke ex-pats gemeenschap: UN en/of Monuc ondertussen herdoopt tot Monusco en verder alle grote ngo's, humanitair of andere.

Buitenlandse bedrijven zijn er nauwelijks. Alleen de onvermijdelijke avonturiers: Libanezen en Russen, een aantal Belgen uit oude families die volgehouden hebben en tenslotte een ontluikende middenklasse van Congolezen die hun gaatje in de zeer volatiele markt gevonden hebben: want vergis je niet - wie denkt dat dit het hol van Pluto is: het economisch boomende Rwanda is vlakbij, Oeganda en Kenia zijn slechts een korte vlucht verwijderd. En niet te vergeten een potentiële markt van meer dan een miljoen mensen van wie het grootste deel weliswaar geen nagel heeft om... maar die tenslotte toch noden hebben.

Het grootste probleem van Goma is zonder twijfel de bevolkingsdruk: nu 800.000 'and counting', en dat terwijl de meeste vluchtelingenkampen van alle oorlogen ondertussen verdwenen zijn. Resultaat: een enorme energiecrisis - één van de redenen voor ons om deze reis te ondernemen - maar evengoed een probleem van voedselprijzen en een te kleine economie om mensen werk te geven. Er bestaat echter een zwaard van Damocles voor deze stad die potentieel veel catastrofaler is dan alle bovengenoemde problemen. Bij een klare hemel zie je de dreiging boven de stad uittorenen. Ze luistert naar de naam Nyirangongo, en het is één van de meest actieve en tegelijk minst onderzochte vulkanen ter wereld. Het is ook één van de weinige vulkanen die in zijn krater een heus lavameer heeft waar het vloeibaar gesteente tegen een temperatuur van een slordige 1600 graden voortdurend ligt te borrelen, wachtend op een sein van het monster diep in de buik van vulkaan. Als dat sein er ooit komt, en volgens vulkanologen is dat onvermijdelijk, dan zal het meer op enkele uren aanzwellen tot een bruisende zee en de randen van de krater overstromen. Terwijl zullen de ontketende krachten van de vulkaan een regen van gloeiende stenen en lava honderden meters de lucht inslingeren. Op 17 januari 2002 gebeurde dit de laatste keer. De lava overstroomde zowat heel Goma en hele verdiepingen verdwenen onder de nieuwe aardbodem. 400.000 mensen vluchten de stad uit. Als bij wonder vielen er slechts enkele doden maar al die mensen waren wel hun huis kwijt. Toen de lava afgekoeld was tot een dikke rotslaag zo hard als beton keerden de mensen terug. Wat moesten ze anders? De meesten waren te arm om te verhuizen. De huizen met twee verdiepingen hadden er plots nog maar één, en de andere werden herbouwd, boven op de zwarte ondergrond.

De Nyirangongo is ook één van de highlights van het Virunga park, het oudste natuurpark van Afrika (1925) en tevens de belangrijkste bron van biodiversiteit, vers water en zo verder.