vrijdag, maart 03, 2017

Dagen zonder vlees is een uiting van collectieve verantwoordelijkheid

In de Morgen van 2 maart klaagt Hendrik Vandamme over wat hij noemt het ‘vermanend vingertje’ van de Dagen Zonder Vlees campagne. De voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat hanteert een moraliserende toon wanneer hij het heeft over ‘hippe heren en dames’ en ‘klimaatvasten als het nieuwe dogma’. Wat we nodig hebben is een sector die bezorgdheden ernstig neemt, geen achterhoedegevechten.

Mijnheer Vandamme voelt zich in de hoek gedrumd en dat is begrijpelijk, maar het heeft weinig zin om in het publieke debat jezelf terug te trekken in de loopgraven van het oude gelijk. Zeker niet wanneer de samenleving een voortschrijdend inzicht ontwikkelt als gevolg van toenemende signalen uit de wetenschappelijke wereld dat we tegen onze ecologische grenzen aanbotsen. Mensen begrijpen dat we iets moeten doen, er ontstaat m.a.w. een gevoel van collectieve verantwoordelijkheid en dat moeten we koesteren. De dagen zonder vlees afdoen als een modeverschijnsel of een nieuw dogma is een achterhoedegevecht en lost het probleem niet op.

Laat ons echter vooral klaar en duidelijk stellen dat het niet de bedoeling is om een van de belangrijkste actoren in ons voedselsysteem, namelijk de boeren, in de hoek te drummen. Het gaat immers om het hele voedselsysteem, dat onder invloed van een uitsluitend economische benadering heeft geleid tot een doorgedreven intensifiëring op mondiale schaal, zonder rekening te houden met de consequenties voor de planeet. We moeten de feiten onder ogen zien: volgens de cijfers van de FAO is 75% van de mondiale uitstoot van broeikasgassen door de landbouw te wijten aan de veehouderij. Het gaat dan voornamelijk om de uitstoot van methaan gassen door de dieren en de productie van gewassen die als basis dienen voor veevoeder. Met name in Zuid-Amerika worden natuurgebieden op grote schaal omgezet in plantages van voornamelijk soja. Een heel belangrijk onderscheid daarbij is het verschil tussen soja voor humane consumptie en deze voor dierlijke consumptie. De sojaburger of tofu die een bewuste burger nuttigt is gemaakt van soja uit onder meer Canada en de Verenigde Staten die beantwoord aan heel andere eisen.  

Ook Belgische dieren worden massaal bijgevoederd met Braziliaanse soja: niet minder dan 93% van de soja die Europa invoert gaat naar het veevoeder – wat maakt dat de gemiddelde Europeaan zonder ooit zelf sojaproducten te kopen 61 kilogram soja verorbert per jaar. Het heeft overigens geen pas dat mijnheer Vandamme de Belgische productie probeert te minimaliseren - als klein land waren we in 2016 de 9e producent van rundsvlees en de 7e producent van kippenvlees in Europa (cijfers Eurostat). Een groot deel van dat vlees wordt vanzelfsprekend uitgevoerd. 

Dagen Zonder Vlees en hun partners vragen niemand om nooit meer vlees te eten. Het gaat over verminderen. Ons huidige consumptiepatroon is gekenmerkt door overconsumptie. Onze planeet is echter eindig. Wat we vragen is om kwaliteit te verkiezen boven kwantiteit: we moeten het aantal dieren verminderen in ons land, de afhankelijkheid van de boeren van buitenlandse toevoer  verminderen en de aankoop van soja beperken tot gecertificeerde duurzame soja (RTRS of ProTerra).


In Nederland zijn vandaag al initiatieven zoals ‘Kippen en Varken van morgen’ actief aan het timmeren aan grotere duurzaamheid van de veestapel. Met dergelijke initiatieven kan de sector het voortouw nemen en laten zien dat het de bezorgdheid van het publiek die zijn producten afneemt ernstig neemt.

donderdag, januari 19, 2017

Natuur en landbouw, beiden wortels aan dezelfde boom

In de Standaard van 18 januari trekt conservatiebioloog Olivier Honnay een hoge muur op tussen landbouw en natuur in Vlaanderen – wellicht onbedoeld bestendigt hij daarmee een versleten consensus tussen industriële landbouw en politiek die dringend moet doorbroken worden.
De grenzen tussen natuur en landbouw komen voort uit de menselijke drang naar efficiëntie, orde en utilitair denken, waarmee de moderniteit ons opgezadeld heeft. Onder impuls van economische schaalvoordelen en winstbejag heeft de mens vervolgens alle externe kosten van die praktijk buiten de winstcijfers kunnen houden. Net omdat de winsten zo groot waren konden we alle kosten van onze buitensporige voetafdruk exporteren en verbruiken we met zijn allen niet minder dan 6x de oppervlakte van België (Living Planet rapport WWF, 2016). Helaas zijn die grenzen er niet in de echte (natuurlijke) wereld. Ook al krijgen onze schaarse natuurgebieden een beschermde status, ze worden nog steeds vervuild door de afvalstromen van de conventionele landbouw: eutrofiëring van water, verdwijnen van nitrofobe planten en een explosie van nitrofiele planten zoals brandnetels die andere biodiversiteit in de verdediging dwingen. Op die manier bedreigen we ook de ecosysteemfuncties van die natuurgebieden: zoetwaterwinning en opslaan van koolstof om maar twee van de belangrijkste te noemen.

De oproep van mijnheer Honnay om de landbouw in Vlaanderen verder te intensifiëren geeft dan ook het verkeerde signaal. Het heersende model produceert naast zijn doelgewassen vooral ecologische woestijnen. Een feit dat in de tropen overigens nog veel harder inhakt op de natuur. Net omdat de bodem vaak armer is en de kracht van de zon veel groter, zijn ecologisch verantwoorde systemen een must. Alles opentrekken en intensief verbouwen is een recept voor problemen.

Om terug te komen naar eigen land: dat biodiversiteit meer gebaat zou zijn bij intensieve landbouw dan biologische is een bijzonder vreemde manier om de wankelende consensus goed te praten. De impact is immers kleiner, en biologische boeren zijn vaker ontvankelijk voor flankerende maar belangrijke maatregelen zoals het aanleggen van hagen en groene bermen. In die zin is de rol van de biologische landbouw in ons land, naast het werken aan een beter ecologisch evenwicht, ook dat van een incubator en koploper. Bio is niet de magische formule maar een stap in de goede richting. Voorstanders van intensieve landbouw moeten blij zijn dat ze duurzamere landbouwpraktijken kunnen integreren die hun ecologische collega’s getest hebben. Beleidsmakers zouden de biologische landbouw moeten behandelen en stimuleren zoals een Vlaamse ‘Sylicon valley van de landbouw.’

Mijnheer Honnay’s bekommernis om de bestaande natuurgebieden in Vlaanderen niet nog verder te laten wegsmelten op deze opwarmende planeet, delen we vanzelfsprekend. Praten over ruimte zonder andere aspecten van onze ruimtelijke ordening te vermelden is echter geen oplossing. Wat met grote shoppingcentra buiten de stads of dorpskernen, of onze hardnekkige neiging om te groot te wonen met tuinen die wel groen zijn maar helemaal niet biodivers? Wat we nodig hebben is een integrale visie op natuur, geen honinggraat van hokjesdenken.


donderdag, maart 26, 2015

Conservatieven zijn er in elke gemeenschap

het betoog van Yumi Ng in De Morgen vandaag is het beste bewijs dat denken in groepen een zinloze en contraproductieve oefening is. Omdat zij het gevoel heeft dat ze het gemaakt heeft, dat ze ondanks tegenkanting en racisme in de samenleving zich een weg vooruit heeft geknokt, dat ze het allemaal zelf heeft gedaan, behoudt ze zich het recht voor om dat eens goed te zeggen. Tot zover geen probleem. Maar om daar nu een bewijs in te zoeken dat zulks te wijten is aan het Chinese arbeidsethos en de afwezigheid van een machocultuur? En om dan meteen onkiese vergelijkingen te gaan maken met andere bevolkingsgroepen op basis van platte gemeenplaatsen?


Volgens mevrouw Ng maakt De Wever een fout door te veralgemenen over de Berbers maar tegelijk veralgemeent ze zelf naar hartelust.

De Chinese gemeenschap is niet als groep naar hier gekomen, het waren over het algemeen ondernemende individuen of families die om uiteenlopende redenen en via allerlei omwegen naar hier zijn gekomen. Dat is vaak zo in de Chinese diaspora. Zelf heb ik Chinese vrienden in Maleisië. Ze stammen uit een oude ondernemende familie, die nog voor de culturele revolutie het moederland verlaten hebben om een graantje mee te pikken van de drukke handelsroutes in Zuid-Oost Azië. Mijn vriendin is een succesvolle architecte, net als haar man, en ze boeren goed. Ook al is er in hun familie ook wel een broer en een neef die aan lager wal geraakt zijn. Over hen zal je echter buitenskamers niet horen praten. En wat met de honderden miljoenen doodarme en laaggeletterde Chinezen die achterbleven op het continent. Wat voor cliché's kunnen we kwijt over hun cultuur als groep - weze het Hanchinezen, Oeigoeren, Nepalezen of andere...

Als je iets kan zeggen over mensen van Berberse afkomst is dat ze als gemeenschap geen al te beste start gekregen hebben. Toen hun grootvaders begin jaren '60 naar hier kwamen uit het Rif gebergte, was dat in het kader van een overeenkomst tussen België en Marokko. Ze waren afkomstig uit een achtergestelde en oproerige regio en de toenmalige dictator-koning Hasan II was ze liever kwijt dan rijk. Voor de Belgische overheid moesten het liefst analfabeten zijn, die zijn minder mondig en zullen niet zo snel een vakbond oprichten. De deal was duidelijk.

Even goed kan je zeggen dat de Berbers een moedig volk waren dat een legitieme strijd voerde tegen de eeuwenlange economische en militaire onderdrukking door de Arabische elite in de hoofdstad. Wanneer er echter brood op de plank moet komen, er geen werk is en vaders een aanbod krijgen om goed geld te gaan verdienen in een ver land in het noorden was hun keuze logisch. Omdat ons land nooit enige omkadering voorzag van deze arbeidsmigranten, ook niet na de sluiting van de mijnen, kregen de generaties erna te maken met kansarmoede.

Dat is nu allemaal geschiedenis. En het kan geen kwaad dat al deze zaken nog eens verklaard worden. Moeten we daarom echter hun nakomelingen blijven opzadelen met deze giftige mix van veralgemeningen en cliche's? Het zou goed zijn dat iedereen zich eens zou beperken tot het bekritiseren van de eigen groep. Als zoon van mijn ouders heb ik het verdomde recht om mijn vader en moeder zaliger de grond in te boren zoveel ik wil of zelf kan verdragen. Maar de ouders van mijn vrouw: Neen. Laat staan die van mijn buren. Dat behoort uitsluitend hun toe. Wat we moeten bekritiseren zijn vermolmde structuren, valse ideologieën en slecht beleid.

Dat blijkt echter een boodschap die conservatieven moeilijk begrijpen. En die zijn er in elke gemeenschap: Achmed Aboutaleb. Zuhal Demir. Yumi Ng. Herinnert u zich nog Ayaan Hirsi ALi? 

(Deze bijdrage verschijnt 26 maart op demorgen.be)

maandag, januari 26, 2015

De kop is er af. De eerste uitnodigingen voor mijn boekvoorstelling in Antwerpen zijn vertrokken. Op de boekwebsite golemhetboek.eu vindt je alles over Golem.




woensdag, oktober 29, 2014

Waarom geen witte Piet met stijl haar?

Er was een vertegenwoordiger nodig van het blanke establishment aan mediatenoren om twee weken geleden de knuppel in het Belgische hoenderhok te gooien: Peter Vandermeersch zat midden in de storm die door Nederland raast over ZwartePiet. Natuurlijk kon hij niet anders dan de vraag opwerpen naar zijn eigen land toe, zoals hij deed in zijn opinie in De Standaard. Dat was hij aan zijn job en zijn reputatie verplicht. Als hij echter zei dat de discussie hier niet woedt dan bedoelde hij dat ze nog niet boven de waterlijn van de blanke opiniemakers was uitgekomen. Onder de radar van de gewone media was de discussie wel degelijk aan het gisten, en gisteren met de actie van Movement X in Antwerpen konden ook de gewone media er niet meer om heen.

Waarom zouden we onze tradities eigenlijk niet kritisch kunnen evalueren en aanpassen? Moeten we echt absoluut vast houden aan een archaïsche traditie die weerzin en onbehagen oproept bij een groot deel van onze samenleving? ZwartePiet is een symbool. En symbolen hebben grote betekenis in elke menselijke samenleving. Diegene die dan zeggen dat dit een 'nonissue' is begrijpen niet hoe symbolen werken. Natuurlijk voelen de meeste blanke autochtonen zich niet aangesproken door het probleem van het beeld dat de vrolijke zwarte krullenbol met opgezette lippen oproept bij een groot deel van onze medeburgers. Ze hebben daar een grote blinde vlek, of zo u wil een dode hoek, en schrikken dan hard wanneer naast hen op de weg plots een boze chauffeur opduikt, en nog één, en nog één... Waarvan komen die allemaal plots? En waarom zagen we dat niet aankomen? Omdat (1) tradities zoals zwarte piet diep in ons geworteld zijn, in een verleden dat we niet meer willen kennen en dat we nog steeds maar schoorvoetend aanvaarden, nl. de koloniale erfenis en alles wat de dominante cultuur ons sinds toen heeft ingelepeld. En (2) omdat deze blinde vlek deel uitmaakt van onze jeugdherinneringen en die beschouwen we als zodanig onaantastbaar dat we elke kritiek bij voorbaat afwijzen.

Ook al oordeelde het Centrum voor Gelijke kansen en racismebestrijding recent dat er "geen sprake is van een strafbare vorm van racisme" omdat "de uitbeelding van Sinterklaas en Zwarte Piet niet gepaard gaat met strafbare racistische uitspraken of handelingen", dat is natuurlijk een hoogst betwistbare stelling. Alsof de ongelijke verhouding (in positie en capaciteiten) tussen Sinterklaas en zijn Pieten niet vingerdik bovenop het beeld ligt dat we elk jaar eind november meekrijgen bij de intrede van de goedheilig man. Het feit dat we daar geen expliciete verklaringen bij krijgen werkt de kracht van het beeld alleen maar in de hand.

Het wordt hoog tijd dat we onze blinde vlekken gaan erkennen, dat we aannemen dat, wanneer een deel van onze eigen samenleving het zegt, dat er inderdaad een impliciet racisme schuilt in één van onze meest kinderlijke tradities, dat ze daarin gelijk hebben om de eenvoudige reden dat zij die blinde vlek niet hebben. Met andere woorden, ook al vinden wij blanke autochtonen dat er vandaag geen sprake meer is van racisme, we hebben ongelijk. En is het toegeven van je eigen ongelijk niet één van de meest pedagogische en liefdevolle dingen die je kan doen voor je kinderen? Is het erkennen van het feit dat zij vriendjes op school hebben die vaak gebukt gaan onder stereotypen en dat we dat als samenleving niet langer kunnen tolereren geen geschenk aan hun toekomst?

Natuurlijk zijn onze kinderen wel in staat om te begrijpen dat tradities kunnen en moeten veranderen en evolueren met de tijd, maar we moeten wel de moed hebben om het hen uit te leggen. Als we hen serieus zouden nemen dan zouden we daar overigens niet zo moeilijk over doen, want het zijn ook zij die in toenemende mate deel uitmaken van een superdiverse samenleving. Niemand vraagt ook om Sinterklaas af te schaffen. In het verleden heeft zwarte piet ook al zijn roe moeten thuislaten, heeft hij zijn gouden oorringen uitgedaan en veranderde hij van een domme helper in een clowneske figuur. Waarom zou hij die zwarte kleur niet kunnen aflaten en stijl haar hebben? Zijn page-kleren mag hij aanhouden.

Neen, integratie moet niet altijd alleen van de andere komen: dat is namelijk de indruk die we geven (en in de praktijk brengen) door zo gecrispeerd te reageren op dit debat. We zijn het aan onze Europese waarden verplicht, of gelden die alleen als ze ons uitkomen?

dinsdag, oktober 14, 2014

Waarom ik me aansluit bij Movement X

Enkele jaren geleden dacht ik dat onze samenleving eindelijk stappen vooruit aan het zetten was: er kwamen stilaan (eindelijk!) meer mensen met een andere kleur of met een andere naam in beeld. Hun stemmen klonken verfrissend op het publieke forum. Media begonnen werk te maken van meer diversiteit onder hun rangen, en er verscheen wat meer kleur op onze schermen.

Ondertussen heb ik mijn mening moeten herzien. Want ondanks de witte raven die hun rechtmatige plaats opeisen in de samenleving, blijven de cijfers hallucinant en gênant in de Europese context en in de complexe wereld van vandaag. Jonge mensen die opgroeien binnen de Maghrebijnse minderheden blijven oververtegenwoordigd in de armoedestatistieken. Op de arbeidsmarkt blijven mensen van andere origine worstelen met vooroordelen en discriminatie. In onze hogescholen en universiteiten studeren nog steeds veel te weinig mensen af met een andere kleur. En dat begint al in de lagere school, waar kinderen en hun ouders uit minderheden nog steeds af te rekenen krijgen met verwijdering in plaats van aanhalen, en waar witte kinderen vaak niet gewezen worden op het feit dat racisme in onze samenleving geen plaats verdient.

Ik merk een inertie in onze samenleving, en zelfs een terugplooien op een gedroomd verleden dat nooit bestaan heeft. We steken massaal onze kop in het zand. En onze politieke leiders doen niet anders dan ons er nog wat verder in te duwen.

De grootste maatschappelijke verwezenlijkingen zijn er in het verleden zelden of nooit gekomen door de politiek. Algemeen stemrecht, stemrecht voor vrouwen, vrijheid van meningsuiting, minimumlonen, sociale zekerheid enz. Dat is allemaal het resultaat van een lange strijd geweest. Veel van die verwezenlijkingen blijven overigens niet evident verworven voor de toekomst. Ik geloof dat de twee allergrootste uitdagingen vandaag de volgende zijn: (1) de onhoudbare menselijke druk op de natuurlijke hulpbronnen en (2) de groeiende ongelijkheid in onze samenlevingen. Met dit laatste bedoel ik niet alleen het economische aspect maar vooral ook het gebrek aan kansen voor zij die aan het kortste eind trekken: kansen op persoonlijke ontwikkeling (of ontwikkeling van de groep waartoe mensen behoren), kansen op het leveren van een betekenisvolle bijdrage, kansen op simpelweg "the pursuit of happiness" zoals een ander land dan het onze in zijn grondwet heeft staan.

Het trieste feit dat zoveel van onze jongeren (ja, het zijn die van ons) gaan vechten in Syrië is symptomatisch voor de toestand. De reactie van sommige van onze politieke leiders is helaas ook symptomatisch, ook al hebben ze soms zelf voorouders die net hetzelfde deden in een andere oorlog, een historisch gegeven dat ze nu willen bedekken met de mantel der liefde, gedoopt in een bad van historische nuances..

We hebben een pluralistische beweging nodig die buiten de particratie om mensen verzameld en een stem geeft.en die de strijd tegen ongelijkheid, discriminatie en racisme in het centrum plaatst van het debat. Een beweging die het dominante discours kan doen kantelen en die aantoont dat de samenleving nog steeds maakbaar is. Een beweging tenslotte die de urgentie van het probleem bij de politieke klasse zowel als bij de bevolking in hun gezicht kan duwen. Ik geloof dat MvX die beweging kan worden.

vrijdag, december 06, 2013

Het voorbeeld van Mandela

Vanochtend op de trein heb ik enkele tranen gelaten met het gezicht van deze man voor mij in de krant.

In de Kerstvakantie van 1995 liep ik in het Zuidafrikaanse Bloemfontein een banaal bankgebouw binnen en kwam daar een jonge zwarte Zuidafrikaan tegen met wie ik de dag ervoor lang op de bus had gezeten. We begroeten elkaar heel hartelijk met een highfive en enkele stevige schouderkloppen. Op datzelfde moment voelde ik de blikken van de aanwezige blanken (klanten en personeel van de bank). Daaruit sprak een mengeling van gène en afwijzing van zulke openlijke uitwisseling van vriendschappelijkheid. Tegelijk was er de gretigheid van mijn nieuwe vriend om op zo'n ongecomplexeerde manier de normaliteit van onze relatie te demonstreren, en dat speciaal in die bank, waar hij nog niet zo lang geleden gewoon niet binnen mocht omwille van zijn huidskleur.

De warmte en de blijdschap die ik toen voelde uitstralen van die Zuidafrikaan, dat blijft me bij.

Het had bijzonder goed geklikt met deze jonge man en ik was de dag ervoor met een goed gevoel van het busje gestapt, waarop ik als enige blanke zeker in het begin een zekere reserve ervaarde van mijn medereizigers. Ik had die bus genomen ondanks het advies om dat niet te doen vanwege de blanke Afrikaner familie die me enkele dagen ervoor aan hun Kersttafel had ontvangen. Voor mij was er niets heroïsch aan het nemen van een lokale bus, voor hen was het op dat ogenblik nog een ondenkbare stap te ver en een gevaarlijke onderneming. Het busje zat vol met families met kinderen en ieder doorwinterd rugzakreiziger weet dat dat het veiligste reisgezelschap is dat je je kan wensen.

 Een week later in Kaapstad heb ik een verre glimp kunnen opvangen van Mandela toen hij zijn volk toesprak. Het was nog steeds kort na de democratische overgang en er hing overal een ongelooflijk gevoel van hoop in de lucht maar ook angst. Angst vanwege de Afrikaner blanken. Het gevaar op een burgeroorlog was ondertussen wel afgewend, maar de angst om gemarginaliseerd te worden was des te groter. Want zij vertrouwden Mandela niet. Onder de massa op dat plein in Kaapstad echter overheerste het positieve, het extatische zelfs: de geboorte van de regenboognatie.

De electriciteit en de waardigheid die uitging van die man: een voorbeeld voor wat onze soort kan zijn.

Toen Madiba samen met o.m. Desmund Tutu de waarheids- en verzoeningscommissie instelde gaven de Zuid-Afrikanen de wereld een les die niemand nog zou mogen vergeten. In Argentinië en Chili stelde de commissie een rapport voor waarin de duizenden slachtoffers van de dictaturen werden toegegeven. Zuid-Afrika liet slachtoffers carrément aan het woord: 22.000 getuigenissen. Ik heb toen stukken gelezen van het uiteindelijke rapport voor een artikel in 'Amnesty Nieuws' - het is verbijsterende literatuur maar tegelijk het meest ontroerende stuk geschiedschrijving van de 20e eeuw.

Op een totaal ander niveau, maar in ons dagelijkse leven kan je soms ook opzwellen van trots, bijvoorbeeld wanneer we het verhaal hoorde van onze oudste zoon die tussenbeide kwam bij een groepje leeftijdsgenoten. Ze waren een jongen van Afrikaanse afkomst aan het pesten op de speelplaats. Onze zoon stapte op hen af en zei eenvoudig: "Nkosa is mijn vriend, laat hem doen of ik ben jullie vriend niet meer."

woensdag, augustus 10, 2011

WWF-projecten in Oost-Congo

De reis begon in mineur vorige week toen bleek dat het geplande interview met Emmanuel De Merode, de directeur van het Virungapark, niet kon plaatsvinden. Il devait voler vers Kenia pour l’entretien de son avion. Cet avion est utilisé entre autre pour survoler le parc et de faire des contrôles. Dan, de eerste zondag na onze aankomst in Goma, kregen we ander slecht nieuws: een aanval van FDLR-rebellen op een gewapend konvooi van het ICCN (Institut Congolais pour la Conservation de la Nature) dat het Virungapark beheerd. Résultat: deux gardiens de l’ICCN mort et encore 7 blessées. C’était donc un attentat grave. La preuve devant nos yeux que le problème numéro un du parc reste la sécurité. Puisque ce sont tous ces groupuscules violents qui empêche le tourisme de se développer et qui rend plus difficile aussi la protection du parc contre l’exploitation forestière illégale, le braconnage etc. We krijgen het bericht dat we beter niet blijven slapen in Bikuma, het basiskamp om de gorilla’s te bezoeken en dat we dus de dag erna heen en weer moeten gaan. Teleurstelling! Ook bij onze Knack journalist die graag De Merode wilde spreken.
Maar dan is er een interventie van Thierry Bodson, de baas van WWF-Goma. Hij weet telefonisch de mensen op het hoofdkwartier van het park te overtuigen. Emmanuel zelf heeft zijn vertrek een dag uitgesteld en hij zal ons kunnen ontvangen. We gaan bovendien overnachten in Rumangabo zelf, het zenuwcentrum van het park waar ook de directeur huist. We krijgen een gewapend escorte van 8 mannen vanaf Kibati, aan het begin van het park. Wij opgelucht maar niettemin lichtjes gespannen op weg.

Die avond hebben we ons gesprek met Emmanuel. Onderwerpen: conservatie, beheer van het park, de veiligheid, relatie tussen de gardiens en het leger dat er ook nog rondloopt... (de gardiens krijgen een deftig loon uitbetaald, er worden scholen en dispensario gebouwd voor hun familie en weduwen krijgen een vergoeding, in tegenstelling tot militairen die slecht of vaak niet worden betaald). Tussen door moet hij regelmatig telefoontjes beantwoorden in verband met een actie aan het Edwardmeer. L’homme est vraiment très occupé, constamment il y a des gens qui le sollicitent. Mais quand-même nous avons pu poser tous nos questions. Après cette interview sur la véranda de l’ancienne résidence du premier directeur du parc dans le temps colonial (le parc date du 1925) nous avons pu faire connaissance avec l’équipe du de directeur. We krijgen ook nog een rondleiding. Rumangabo ligt op een heuvel die aan één kant uitkijkt over het dichte regenwoud dat zich uitstrekt tot voorbij de horizon. Aan de oostkant liggen de velden van de boeren die wonen in hutten met daken van stro die verscholen liggen tussen de bananenbladeren. Op de heuvel ligt het Sensekwe centrum, waar enkele gorilla wezen wonen die in 2007 de slachtpartij overleefden waarbij onder meer de Silverback gorilla met dezelfde naam werd gedood. Ook kregen we de lodges in aanbouw te zien die binnenkort toeristen moeten laten logeren. Wij mochten voorlopig blijven slapen in de geriefelijke tenten die ze hebben staan voor gasten, ook de stafmedewerkers van het park slapen daar nu.

De volgende ochtend is het de grote dag dat we de gorilla’s gaan zien. Maar eerst Emmanuel uitwuiven op het lokale vliegveldje waar hij met zijn tweemotorig vliegtuigje opstijgt en naar Kenia vertrekt. Via een barslechte weg waar onze 4x4 nauwelijks opraakt achter onze gids Diddy aan (rijdt met de motor) naar Bukima kamp, het vertrekpunt voor een gorillatrek aan de rand van het regenwoud. Omdat we laat zijn stappen we eerst een tweetal uur door de druk bewerkte velden voor we het woud binnen gaan. Enfin, c’est à dire, en nous faire une tranchée de route à la machette, nous commencent à grimper sur la colline à travers la jungle verte. Et, après peine vingt minutes, Diddy nous signale d’être silencieux. Pendant que nous attendons en enjambant, il commence l’effeuillage avec le brassard. Et la, tout à coup, il y un grand visage noir qui nous regarde dans l’œil. Beaucoup plus calme que nous, après quelques regards attentifs, il tourne ça torse massive et nous voyons l’éclat d’argent sur son dos. C’est le ‘silverback’ même !
De rest van dit stukje vertel ik thuis wel, anders ben ik nog uren aan het schrijven... Het was dus Umba, de pater familias van één van de drie families die gewend gemaakt zijn aan menselijke bezoekers. Hoedanook worden alles in het werk gesteld opdat het bezoek geen gevaar zou opleveren voor hen: we dragen een masker om onze ziektekiemen niet aan het over te geven, de gids is de enige die heel dichtbij mag komen en we mogen maar maximum een uur blijven.

Na het weekend komen de mensen van de VRT toe. Ze blijven maar vier dagen en we vertrekken onmiddellijk naar de Massissi, een streek op zo’n drie uur rijden van Goma, waar vele plantages van ECO-Makale zijn. Vroeg vertrekken was echter zonder de waard gerekend, in de vorm van de Congolese administratie. Als je daar iets van gedaan moet krijgen dan blijkt dat anoniem apparaat plots te bestaan uit een veelkoppig monster dat je voortdurend van het kastje naar de muur stuurt. Vanzelfsprekend probeert ieder radertje in dat mank lopend mechanisme een graantje mee te pikken... Volgens Luc Cauwenberghs, de cameraman van de vrt en een ervaren rot in Congo, moeten we een permit halen om te mogen draaien. Als ze ons tegenhouden en ze hebben geen permit, dan betekent dat een enorme boete en terugkeren naar Goma om alsnog die permit te halen. Alors, on ne va pas tenter le destin… Je ne vais pas décrire toutes la procédure et tous les endroits qu’on à du visiter, mais ça nous a couté 4 heures et 250 dollar par journaliste.
Enfin, nous partons début après-midi. Après une heure déjà, la route commence à monter. Le paysage commence à ressembler… la Suisse. Avec des collines vertes occasionnellement doté d’un arbre ou deux. Parfois des vaches qui pâtirent. Nous achetons du fromage chez un paysan (le meilleur c’est le vieux, dit Geert) : l’altitude est de moins 2.200 mètres ici, le climat est vraiment agréable, une 25 dégrées, pas comme on s’attendrait au Congo. Nog een uurtje verder komen we aan in Kitchanga (fout geschreven maar ik ben de juiste spelling even kwijt), een uit de kluiten gewassen dorp waar we blijven slapen in een eenvoudig soortement klooster zonder veel comfort. Die avond eten we à la Congolaise in een restaurant die naam nauwelijks waardig maar de mensen zijn zoals bijna overal warm en hartelijk. Daarna naar de lokale danstent waar de vrt zich niet onbetuigd laat en de soukous nog in onze oren dreunt als we gaan slapen.

De twee volgende dagen bezoeken we plantages van de ECO-Makala, de rokende zandhopen op het platteland waarin de houtskool gemaakt wordt, de ateliers waar de ‘foyers améliorées’ hun vorm krijgen, de boomkwekerijen, de markt van de illegale makala (hier krijgen we achterdochtige reacties van de verkopers die vrezen dat we gekomen zijn om hun markt te sluiten). We gaan op bezoek bij de minister van milieu van Noord-Kivu voor een interview over het REDD+ programma. We gaan ook het woud in om te filmen en foto’s te trekken, we zien tanige mannen die met een twee meter lange wipzaag dikke boomstammen met de hand doorzagen. Af en toe passeren we nog een vluchtelingenkamp – er zijn er nog steeds heel wat over na de oorlog.

Samedi, comme le vrt est déjà de retour, un groupuscule de quatre mâles alpha décide de se rendre vers une montagne. Un volcan, pour être précis. Ce cracheur de feu qui répond au nom Nyiragongo commande le respect de tous ceux qui le connaissent. Entre eux, les 400.000 résidents qui, à l’époque, vivaient dans la ville de Goma qui reste d’une façon précaire à son pied. Maar de vier alpha mannetjes hebben geen last van angst. Ze willen gewoon die berg op, en liefst als eerste... ondanks de slordige 1400 meter stijgen op enkele uren. We hebben dus twee mannen uit het WWF-hout gesneden en dan het weekblad Knack, vertegenwoordigd in tekst en pixels. Dat er zich tussen deze twee subgroepjes een competitie zou ontwikkelen stond in de sterren geschreven, meer nog, het viel af te leiden uit hun enthousiaste gesprekken. Flarden van hoogmoedig woordgebruik die echter spoedig getemperd werden door opkomend melkzuur en een licht tekort aan ademtocht. Terwijl het tempo van het gezelschap zakte hield één van hen de eer hoog en snelde in ijltempo naar boven om triomferend als eerste de rand van de krater te bereiken en vol ontzag in de mond van de vulkaan te staren.

De Nyirangongo: 3.470 meter hoog met in zijn krater het grootste lavameer ter wereld: 220 op 230 meter breed. Beneden aan de start van de klim heeft het ICCN een nieuw bezoekerscentrum gebouwd in dezelfde stijl als de lodges in Rumangabo. Geert Lejeune en ik zijn dat centrum gaan inspecteren. De bedoeling is om er drie tentoonstellingen in onder te brengen: één over het park, één over vulkanologie en één over conservatie. WWF België zal die opstellingen financieren.

dinsdag, augustus 02, 2011

Goma en zijn zwaard van Damocles

Goma is één van de vreemdste steden die je kan bezoeken. Een eindeloze reeks van wankele huizen tussen stoffige straten en overal lage muurtjes van zwarte stenen. Geen of nauwelijks groen. Het enige bewijs dat dat er hier nog iets kan groeien is het gebladerte dat boven de hoge muren uitsteekt van de compounds in de rijke wijken van de stad. Zo kan het gebeuren dat je één van de ijzeren poorten in zo'n 'compound' binnen stapt en plots in een weelderige tuin terecht komt. Vanzelfsprekend kom je in die plaatsen, buiten het personeel, alleen Congolezen uit de middenklasse tegen en leden van de talrijke ex-pats gemeenschap: UN en/of Monuc ondertussen herdoopt tot Monusco en verder alle grote ngo's, humanitair of andere.

Buitenlandse bedrijven zijn er nauwelijks. Alleen de onvermijdelijke avonturiers: Libanezen en Russen, een aantal Belgen uit oude families die volgehouden hebben en tenslotte een ontluikende middenklasse van Congolezen die hun gaatje in de zeer volatiele markt gevonden hebben: want vergis je niet - wie denkt dat dit het hol van Pluto is: het economisch boomende Rwanda is vlakbij, Oeganda en Kenia zijn slechts een korte vlucht verwijderd. En niet te vergeten een potentiële markt van meer dan een miljoen mensen van wie het grootste deel weliswaar geen nagel heeft om... maar die tenslotte toch noden hebben.

Het grootste probleem van Goma is zonder twijfel de bevolkingsdruk: nu 800.000 'and counting', en dat terwijl de meeste vluchtelingenkampen van alle oorlogen ondertussen verdwenen zijn. Resultaat: een enorme energiecrisis - één van de redenen voor ons om deze reis te ondernemen - maar evengoed een probleem van voedselprijzen en een te kleine economie om mensen werk te geven. Er bestaat echter een zwaard van Damocles voor deze stad die potentieel veel catastrofaler is dan alle bovengenoemde problemen. Bij een klare hemel zie je de dreiging boven de stad uittorenen. Ze luistert naar de naam Nyirangongo, en het is één van de meest actieve en tegelijk minst onderzochte vulkanen ter wereld. Het is ook één van de weinige vulkanen die in zijn krater een heus lavameer heeft waar het vloeibaar gesteente tegen een temperatuur van een slordige 1600 graden voortdurend ligt te borrelen, wachtend op een sein van het monster diep in de buik van vulkaan. Als dat sein er ooit komt, en volgens vulkanologen is dat onvermijdelijk, dan zal het meer op enkele uren aanzwellen tot een bruisende zee en de randen van de krater overstromen. Terwijl zullen de ontketende krachten van de vulkaan een regen van gloeiende stenen en lava honderden meters de lucht inslingeren. Op 17 januari 2002 gebeurde dit de laatste keer. De lava overstroomde zowat heel Goma en hele verdiepingen verdwenen onder de nieuwe aardbodem. 400.000 mensen vluchten de stad uit. Als bij wonder vielen er slechts enkele doden maar al die mensen waren wel hun huis kwijt. Toen de lava afgekoeld was tot een dikke rotslaag zo hard als beton keerden de mensen terug. Wat moesten ze anders? De meesten waren te arm om te verhuizen. De huizen met twee verdiepingen hadden er plots nog maar één, en de andere werden herbouwd, boven op de zwarte ondergrond.

De Nyirangongo is ook één van de highlights van het Virunga park, het oudste natuurpark van Afrika (1925) en tevens de belangrijkste bron van biodiversiteit, vers water en zo verder.

vrijdag, mei 13, 2011

Elchardus komt met achterhaalde conclusies

De conclusie die Marc Elchardus trekt uit zijn onderzoek naar het zogenaamde anti-semitisme van moslimjongeren is een lichtkogel in het ijle. Met zo'n vier tendentieuze vragen kon je moeilijk een ander antwoord verwachten. "Joden zetten aan tot oorlog en geven anderen de schuld." Natuurlijk is dat een foute stelling. Het moet namelijk zijn: "Israël zet aan tot oorlog en geeft anderen de schuld." Maar natuurlijk maken veel jongeren dat onderscheid niet. Een belangrijke reden daarvoor ligt bij Israël zelf dat voortdurend hamert op zijn vermeende 'joodse identiteit' en alle terechte kritiek op zijn agressieve acties tegen de Palestijnen afwijst als zijnde antisemitisme. Hetzelfde geldt voor de Joodse lobby in het Westen die voortdurend op dezelfde nagel klopt. Het feit dat er over Israël's beleid geen consensus bestaat onder de joodse bevolking, noch in Israël, noch in de rest van de wereld, wordt door het geroep van de Zionisten vakkundig onder de mat geveegd.

Wanneer professor Elchardus een verklaring zoekt in de godsdienst van de moslimjongeren breekt mijn klomp helemaal. Wat voor een achterhaalde interpretatie is dat nu? Na de ontwikkelingen van de laatste maanden in het midden-oosten, die we nu de Arabische lente noemen, zouden we toch al beter moeten weten. Zoals islamleraar Abdelkadir Ryad zegt in het bijgaande interview, "ze zijn meer bezig met hun kleren en hun gsm dan hun godsdienst." Inderdaad, het zijn tenslotte jongeren. Maar daarnaast voelen ze zich net zo sterk aangesproken door het blijvende onrecht in Palestina en de wanhoop die er heerst door de onwil van Israël die elke opening naar vrede torpedeert.

Koen Stuyck

[Lezersbrief gestuurd naar De Standaard]

zondag, mei 08, 2011

De volgende 50 jaar zijn cruciaal

Het jaar 2061. Beeld u even in hoe de wereld er binnen vijftig jaar zou kunnen uitzien.

Slechts enkele kleine stukjes tropisch oerwoud blijven over van de ooit zo machtige rivier bekkens van Amazone, Congo en Mekong. De meeste noordelijke wouden zijn gekapt. De permafrost op de grote Russische Toendra is beginnen smelten aan een alarmerend tempo en enorme hoeveelheden CO2 kwamen vrij in de lucht. De gemiddelde mondiale temperatuur is meer dan drie graden gestegen. Vele gebieden zuchten onder de droogte en grote stormen jagen over de droge vlakten. Soorten zoals de machtige tijger en de grote olifant zijn verdwenen. Ze blijven enkel nog te bewonderen in de plaatjes van kinderboeken. Sommige minder iconische soorten zoals de Albatros en de Antilope houden stand in enkele zoo’s rond de wereld.

In de oceanen heerst een dodelijke rust. Geen vissen zwemmen door het zware water, dat vervuild is door plastic afval en olie residu’s. Alleen nog grote scholen kwallen schuimen de zeëen af. Geen vissersboten verstoren de golven. Alleen gigantische olietankers, geflankeerd door militaire patrouilleboten die het zwarte goud moeten bewaken dat ondertussen even schaars is geworden als het gele metaal zelf.

Terug naar het vaste land, waar een toenemend aantal mensen het moeilijk heeft met stijgende voedselprijzen. Er is steeds minder land geschikt voor landbouw. Waterrijke regio’s zijn opgedroogd en verworden tot schrale gebieden die enkel nog worden gebruikt om huishoudelijk en industrieel afval te dumpen. Omwille van het nijpend gebrek aan zoet water, zijn enorme ontziltingsinstallaties gebouwd aan de kust die grote steden moeten voorzien van – zeer duur – drinkwater. Aan de Afrikaanse kusten storten talloze milieuvluchtelingen zich in zee als lemmingen, om te ontsnappen aan hun lijdende continent, eens de wieg van onze menselijke beschaving.

Laat ons dit grimmig beeld verlaten voor een ander scenario, dat geïnspireerd is door WWF, Wereld Wijd Fonds voor de Natuur. Op 29 april jl., de 50e verjaardag van WWF, waarschuwde internationaal voorzitter Yolanda Kakabadse: “WWF koestert geen enkele illusie over de moeilijkheid van de taken die voor ons liggen, hoe dringend en belangrijk ze zijn, en over hoeveel hulp WWF zal nodig hebben.”

Het gezegende jaar 2061

Het is nu tien jaar geleden dat de wereld erin slaagde om de globale CO2 emissies met 90% terug te dringen, vergeleken met 1990 in de twintigste eeuw. Met een ongeziene samenwerking tussen overheden, industrie en civiele samenleving werden de strategieën van het energierapport van WWF uitgevoerd. Vele speciale initiatieven om schone energie te promoten hebben er toe geleid dat 100% van onze energie nu uit hernieuwbare bronnen komt.

Dankzij de uitvoering van WWF’s mondiale ‘nul-deforestatie maatstaf’, is de ontbossing gestopt. Sinds 2020 is alle houtkap beperkt tot speciaal daartoe aangelegde en duurzaam beheerde bossen. De originele tropische wouden zijn sindsdien volledig beschermd en kenden zelfs een lichte expansie. Inheemse volkeren die leven in deze bossen werden tot ‘bewakers van het woud’ verklaard. Vele van hen werken nu in speciaal opgerichte universiteiten die de biodiversiteit in het woud bestuderen. Vele ziekten die in de 20e eeuw nog als ongeneeslijk werden beschouwd, zijn nu behandelbaar met nieuwe medicijnen uit de ‘Wouduniversiteiten’.

Vele bedreigde diersoorten zoals de tijger, gorilla, luipaard en ijsbeer wisten te overleven en doen het ondertussen beter. Doordat hun habitat beschermd werd en beschermde gebieden met elkaar verbonden zijn via corridors kunnen de dieren zich vrij bewegen en voortplanten.

De algemeen aanvaarde en toegepaste norm in de industrie is nu ‘cradle to cradle’ wat betekent dat meer dan 90% van consumptieartikelen gemaakt worden door bio-afbreekbaar of alleszins volledig recycleerbaar materiaal, zoals meer dan vijftig jaar geleden het WWF ‘Climate Solutions Vision’ rapport vooropstelde. Die nieuwe productienorm gaf een echte boost aan de industriële ontwikkeling waardoor de werkloosheidscijfers een historisch laagtepunt bereikt hebben.

Visbedrijven, kopers en verkopers van vis hebben overal ter wereld zich verbonden tot duurzame manieren van visvangst. Ze traden toe tot het WWF “Seafood Savers Program” dat oorspronkelijk in de ‘koralendriehoek’ (de tropische wateren van Indonesië, Maleisië, Papua New Guinea, de Philippijnen, de Solomon eilanden en Oost-Timor) begon maar daarna uitbreidde naar zowat alle grote viszones toe. Door een stricte regulering, goed geplande visrechten en duurzamere manieren van visvangst hebben vele soorten zich hersteld.

Belangrijke vooruitzichten

Welk van de twee scenarios is het meest aantrekkelijk? Onafgezien van de vraag of je kinderen hebt of niet, wie wil er leven in een wereld die gevangen zit in het eerste scnenario? Een wereld die veel armer zal zijn dan diegene die we vandaag nog kennen?

Natuurlijk wil je dat niet niet. Niemand wil dat.

Het goede nieuws is: het hoeft ook zo niet te gaan. De boodschap van WWF is dat het mogelijk is die betere wereld te bereiken. Dat heeft het aangetoond onder meer in zijn Energy Report waarin het duidelijke wegen aangeeft om tegen 2050 al zijn energie te halen uit hernieuwbare bronnen.

Dat bewijst WWF ook met zijn ambiteuze ‘Climat Savers’. Dit zijn bedrijven die zich verbinden tot het behalen van een aantal verregaande doelstellingen om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, en dat volgens een strict tijdschema. Dankzij die engagementen bevinden deze bedrijven zich in het koppeleton in de race naar een lage-emissie economie. Al vijfentwintig bedrijven die stuk voor stuk leiders zijn in hun sector hebben zich aangesloten bij het ambitieuze WWF-programma.

Met miljoenen hectaren bos die de voorbije vijftig jaar beschermd werden, met ambitieuze programma’s zoals FSC (het label voor duurzaam verbouwd hout) en MSC (het label voor duurzame visvangst) en talloze andere realisaties bewijst WWF in de praktijk dat vooruitgang mogelijk en nodig is, willen de achteruitgang van de biodiversiteit en het ineenklappen van honderden eco-systemen op de wereld tegenhouden.

Back to the future…

“Op 29 april 2061 verklaarde WWF, één van grootste en meest gerespecteerde natuurbehoudorganisaties, officieel haar belangrijkste doelen verwezenlijkt. Om dit feit te vieren hebben zijn dertig miljoen leden over de hele wereld elk een boom gepland, waardoor ze samen een bos plantten ter grootte van België. WWF stond mee aan de wieg van talloze akkoorden en conventies die de wereld tot een betere plaats hebben gemaakt.” (genomen uit een nieuwsbericht van 29/04/2061 op deredactie.be)

Koen Stuyck

(Deze opinie verscheen op 8 mei op deredactie.be in het kader van een dossier over 50 jaar WWF)

dinsdag, mei 03, 2011

Earth Hour 2011: een rollercoaster

Het zal je maar overkomen: pas aan de slag bij WWF als kersverse 'press officer' en al meteen een reusachtig evenement als Earth Hour op je maagdelijk lege bureau gedropt krijgen: padaf! Het dossier van WWF Internationaal, de ellenlange lijst van de gemeenten die mee doen, stapels campagnemateriaal, evaluaties van de vorige jaren, afspraken met alle partners die meewerken aan het evenement, enzovoort. Genoeg om de meest stoïcijnse campagnevreter danig van zijn a-propos te brengen. Gelukkig heb ik al wat watertjes doorzwommen. In plaats van in paniek naar mijn schedel te grijpen en een luide angstkreet uit te stoten (eerste reactie) schuif ik snel alles aan de kant, surf gezwind naar de interne website van Earth Hour (dat heet een wiki) en begin te lezen. En onmiddellijk ben ik onder de indruk van de omvang van het evenement, en de massa aan voorbereiding die zovele mensen erin steken... Ik surf naar de landen pagina's en lees met stijgend enthousiasme de plannen van honderden WWF'ers die hun hart en ziel aan het trainen zijn in uithoudingsvermogen om er de beste Earth Hour totnogtoe van te maken.


Goed, we zijn al 'in the mood' – maar nu begint het pas. Gelukkig weet ik ook mijn pappenheimers snel te identificeren: Arvid Leyman, onze campagne man, een reus in zijn vak, die met geen geld een derde van het land in het duister kan dompelen. Isabelle André, WWF-website wizard, die met enkele muisklikken uw blik op de wereld van het WWF kan veranderen; Natascha Bertiaux, een taalwonder die elke Nederlandstalige tekst in een handomdraai omtovert in omberispelijk Frans. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Met het juiste team kan je bergen verzetten. Toch slaat de schrik me even rond het hart als blijkt dat we er dit jaar veel minder middelen voor inzetten. Minder middelen betekent: minder communiceren, minder affiches die mensen eraan kunnen herinneren dat Earth Hour eraan komt, geen leuke mascotte om nieuwe enthousiastelingen te werven (denk aan Darth Vladder, voor wie er vorig jaar bij was). Dat is even slikken. Want we willen wel groeien. Als het kan willen we dat iedereen, van groot tot klein, elke Belg, zijn nek uitsteekt voor het klimaat. En dus op 26 maart meedoet met Earth Hour. Met kloppend hart bekijk ik nog eens de lijst van gemeenten die meedoen. En wat blijkt? Verschillende gemeenten doen mee voor de eerste keer. Zou het kunnen dat Earth Hour iets is dat stilletjes vanzelf is beginnen leven? Als een kind dat op eigen benen begint te staan en eist dat er naar hem of haar geluisterd wordt. Earth Hour is nu eenmaal een actie die geniaal is in zijn eenvoud en mensen over de hele wereld samen brengt rond hetzelfde idee: de planeet is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid en we moeten er samen voor zorgen.


Wanneer ik samen met Jan Vandermosten, onze brilliante jonge klimaatspecialist en Damien Vincent, onze sympathieke CEO de politieke boodschap bespreek van Earth Hour (Belgische politici: stel eindelijk een klimaatplan op om ons naar een zero-emissie samenleving te leiden in 2050) durven we te hopen op een klein mirakel. Want het zijn jullie, en ieder van ons, die de boodschap des te luider kunnen laten klinken.


Zaterdagavond 26 mei, rond 22u op een bankje in een statige gang van het Brusselse stadhuis: we bellen naar netbeheerder Elia voor de cijfers. Hoeveel families hebben er mee gedaan? De mevrouw aan de andere kant van de lijn: "u mag gerust zeggen, 750.000 families hebben vanavond het licht uitgedaan." Wow. Damien en ik doen High Five. We did it! Of nee, pardon, u deed het...


Kortom: dank allemaal om zo enthousiast mee te doen. Mijn tijd bij het WWF is alvast goed begonnen.


Koen Stuyck


(Tekst voor editoriaal panda-magazine)

dinsdag, juni 29, 2010

Apartheid in ons schoolsysteem is niet de oplossing

De Nederlandse socioloog Jaak Dronkers stelde vast dat een grote etnische diversiteit in de klas het niveau naar beneden haalt. Zo meldt De Standaard dit weekend. Zijn oplossing: segregatie. Stop scholieren allemaal in mono-etnische scholen. In zulke scholen kunnen leerlingen, ongestoord door het anders-zijn van medescholieren, zich concentreren op de leerstof en halen ze bijgevolg betere resultaten. Dat is een zeer gevaarlijk discours. Het is bovendien een non-oplossing in een wereld waar verschil geen mogelijkheid, maar een feit is.

(Geschreven door Gunilla de Graef)

En hier tussen typ je de rest.Segregatie, als het al haalbaar zou zijn, is allerminst wenselijk. Hoe gaan kinderen uit deze mono-etnische scholen gewapend zijn om in de multi-etnische realiteit te overleven? Of gaan we die segregatie dan ook maar meteen doortrekken naar arbeidsmarkt en woonomgeving? Jaap Dronkers doet smalend over 'interculturele vriendschappen', alsof dat niet ter zake doende aspecten van het leven zijn die het leerproces eerder in de weg zitten dan wat anders. Dat getuigt van een merkwaardige wereldvreemdheid. Leren hoe de wereld in elkaar zit leer je voor een belangrijk stuk door interpersoonlijke relaties. Dat is bij uitstek zo voor kinderen en jongeren. Bij StampMedia, een persagentschap waar jongeren het nieuws maken, is net dat één van de succesfactoren die ervoor zorgen dat jongeren van allerlei origine en achtergrond zich aangesproken voelen en meewerken.

Wat het meest frapeert is het statisch karakter van Dronkers zijn verhaal. Hij stelt een feit vast: vandaag de dag legt diversiteit een zware last op scholen. Dit is ongetwijfeld zo. Maar hoe komt dat? En wat doen we nu verder hiermee? Het is immers niet de diversiteit op zich die een probleem vormt, maar wel de manier waarop we ermee omgaan. Nog steeds weigert men onder ogen te zien dat ons onderwijs grotendeels gericht blijft op die onbestaande maar zo graag geziene norm-leerling: kind uit de witte middenklasse, gemiddeld intelligent, perfect gesocialiseerd naar de doorsnee waarden en normen. En die al dan niet bewuste drang naar ‘eenvormigheid’ neemt overhand toe. Het lijkt er inderdaad sterk op dat er de laatste jaren met steeds meer fatalisme wordt gekeken naar anders-zijn of van elders-zijn. Niet alleen allochtone kinderen zijn daarvan het slachtoffer maar evengoed kinderen die leiden aan autisme-spectrum stoornissen, kinderen uit een niet normatieve gezinssituatie, of gewoon zij die wat minder goed meekunnen in ons prestatiegerichte onderwijs. Hoewel Dronkers’ pleidooi voor een meer op de noden en stijl van het kind gericht onderwijs daarbij perfect lijkt aan te sluiten, zien we dat toch liever gebeuren in een pluriforme context dan in een apartheids-structuur.

Hoe gaan we die gescheiden systemen trouwens op poten zetten? Wie gaat de erwten van de bonen scheiden? Dronkers strooit kwistig met labels: ‘Marokkaan’, ‘Turk’, ‘migrant’,… . Maar wie zijn dat allemaal? Hoe verschillend is de Vlaming uit een welstellend milieu uit de Antwerpse rand van een Vlaming, balancerend op de armoedegrens, uit een landelijke gemeente in Oost-Vlaanderen? Bijna grappig wordt het als Dronkers het heeft over de islamscholen waar hij ‘Marokkanen’, ‘Turken’ en ‘Pakistani’ wil samenduwen. Alsof dat geen divers gezelschap is. Waar we mensen gaan labelen, beginnen de problemen. Amin Malouf’s verhaal van de moorddadige identiteiten wordt met de dag actueler. Dat de meeste jongeren vandaag de dag een meervoudig verhaal in zich dragen dat een gedwongen kleur bekennen niet goed verdraagt, mogen we niet terzijde laten.

Een pijnlijke passage in het interview met Jaap Dronkers betreft de manieren waarop de door hem geidentificeerde groepen reageren op tegenstand of zelfs racisme. Bij Moslims en Latino’s zou dat gelatenheid uitlokken, bij Aziaten gedrevenheid om nog beter te doen. En ook nog: Gewone’ Aziaten krikken het niveau van de klas op, ‘Islamitische‘ Aziaten halen het niveau naar beneden. Pardon? Misschien zou er eens grondig onderzoek moeten gevoerd worden naar de raciale stereotiepen die leven in de hoofden van de Vlaamse goegemeente. En naar de wisselwerking tussen die stereotiepen en een aantal discriminatoire praktijken. In zijn vorig jaar verschenen boek ‘Vreemden’ geeft Prof. Mark Elchardus heel wat interessante onderzoeksresultaten mee rond de rol van leerkrachten in het bestrijden of bevestigen van racisme en xenofoob gedrag. Elchardus is ook een ‘onderzoeker’, maar wel een die werkbare pistes naar de toekomst meegeeft. Zoals bijvoorbeeld het belang van het daadwerkelijk voorleven van waarden als openheid en verdraagzaamheid. Om deze waarden te kunnen voordoen, in plaats van ze enkel te preken, heb je precies een diverse omgeving nodig.
Of misschien kan de Standaard de stem van Jaap Dronkers eens confronteren met die van prof. Ides Nicaise (HIVA en KUL). Hij waarschuwt ons al jaren voor stereotiep denken over een zogenaamd ‘niet-onderwijsgerichte cultuur’ bij landgenoten van allochtone origine. Uit zijn onderzoek bleek dat de oorzaken voor ‘minder presteren’ evenzeer van ‘sociaal-economische’ als ‘socio-culturele’ aard zijn. Het gaat om een complex verhaal, waarbij alleen meervoudige acties antwoord kunnen bieden. Nicaise zelf noemt bv. voorschoolse stimuleringsprojecten, het écht kostenloos maken van het onderwijs, en een gewichtenregeling in de financiering van scholen.

Op het einde van het interview in de Standaard gaat het over de mogelijke recuperatie van Dronkers's onderzoek door de politiek. Alsof dat nu onze grootste zorg zou zijn. Wil iemand zich eerst eens de vraag stellen wat dit soort onderzoek en dit soort publicaties betekent voor de betrokken doelgroep? Veel leraren verdienen een medaille omdat ze dagdagelijks proberen hun werk zo goed mogelijk te doen met de beperkte middelen die ze hebben. Veel leerlingen al evenzeer. Maar dit soort onheilsboodschappen over een “niet terug te draaien evolutie” zal er niet voor zorgen dat de middelen en ruimte worden vrijgemaakt die zij nodig hebben om hun pionierswerk vrucht te doen dragen.

Deze opinie van de hand van Gunilla de Graef verscheen onder meer op Apache.be:‘Apartheid in ons schoolsysteem is niet de oplossing’

dinsdag, juni 22, 2010

Hedendaags racisme, een mengvorm die verheldering verlangt

Anne-Ruth Wertheim schreef een interessante analyse over hedendaags racisme dat ze me recent stuurde, waarvoor dank. Volgens haar is er in Nederland een verschuiving gaande van uitbuitings-(koloniaal) racisme naar cultureel (concurrentie-) racisme. Anne-Ruth betoogt in haar opiniestuk dat er een mengvorm heerst van beide soorten racisme. Die mengvorm brengt mensen in verwarring omdat het daarin niet zou gaan om lichamelijke kenmerken van de aangewezen groep maar om iets cultureels, hun religie de islam.

Anne-Ruth Wertheim: "Ik werd geboren in Indonesië toen dat nog een kolonie was van Nederland. Samen met mijn ouders, zusje en broertje woonde ik in een mooi huis en nam de wereld in mij op zoals alle kinderen dat doen - als vanzelfsprekend. Er waren altijd Indonesische bedienden om mij heen die opraapten wat ik liet vallen. De kleren die ik vuil maakte gaven ze me netjes gestreken terug. Iedere ochtend besprak mijn moeder aan de ontbijttafel met onze kokkie wat ze die dag zou koken - kokkie zelf zat ernaast op haar hurken. En als ik mee mocht boodschappen doen zag ik hoe de Chinese eigenaren van de toko’s de baas speelden over de Indonesiërs die de vloer veegden."

"Mijn wereldbeeld was opgebouwd uit drie lagen: bovenaan stonden wij blanke Nederlanders, onderaan de Indonesiërs en daar tussenin de Chinezen.
Dit wereldbeeld werd van de ene op de andere dag op z’n kop gezet toen ik zeven jaar oud was. In de Pacific woedde de Tweede Wereldoorlog en de Japanners bezetten Nederlands Indië. Ze vestigden er een wreed bewind dat drie en een half jaar zou duren en sloten ons met alle andere blanken op in kampen. We leden honger en gebrek en werden met geweld in bedwang gehouden. Ons kamp werd bewaakt door Indonesische soldaten die net als wij geslagen werden door de Japanners, maar wel genoeg te eten kregen. Nu stonden dus de Japanners bovenaan, daaronder de Indonesiërs en helemaal onderaan wij blanken."

"Halverwege de oorlog begonnen de Japanners die geallieerd waren met Nazi Duitsland, hun voorbeeld te volgen en de joden af te zonderen van de niet-joden. Mijn vader, die in een mannenkamp zat, was joods maar mijn moeder, met wie mijn zusje, broertje en ik in een vrouwenkamp zaten, niet. Wij waren dus halfjoods en de Japanners dreigden ons met geweld bij haar weg te halen. Om dat te voorkomen besloot zij zichzelf als joods te laten registreren en zo gingen wij samen naar het joodse kamp" (*)

"Toen we na de oorlog naar Nederland vertrokken had ik dus al heel wat racisme en geweld meegemaakt en had zich in mijn hoofd een warboel aan mensbeelden gevormd. Pas veel later begon ik hierin orde te scheppen. Daarbij leerde ik om te beginnen van het werk van mijn vader, de socioloog van Zuidoost Azië W.F. Wertheim."

W.F. Wertheim onderscheidde twee soorten racisme:
1. Uitbuitings- of koloniaal racisme ten aanzien van de gekoloniseerde volkeren en de zwarten tijdens de slavernij en de Apartheid. Zij werden dom en lui genoemd en niet in staat zichzelf te besturen; ze waren wel goed genoeg om het zware werk te doen voor de heersende blanke minderheid.
2. Concurrentie- of cultureel racisme ten aanzien van handelsminderheden overal op de wereld die concurreren met de gevestigde meerderheden. De Chinezen in Indonesië en ook de joden in vooroorlogs Europa werden juist sluw genoemd en ervan beschuldigd uit te zijn op de wereldheerschappij.

"In het voetspoor van mijn vader verder werkend ontdekte ik dat hier in Europa en dus ook in Nederland een verschuiving gaande is. De eerste gastarbeiders kregen een portie mee van het oude, vertrouwde koloniale racisme - er werd op ze neergekeken. Dat neerkijken is - getuige de talrijke verwijzingen in het heersende racisme naar de vermeende onvermogens van immigranten - nog lang niet verdwenen. Maar nu hun kinderen en kleinkinderen beter in staat worden tot concurreren, krijgt het racisme steeds meer trekken van het concurrentieracisme en gaat het zich richten op hun culturele kenmerken. Het keert zich tegen de moslims en in wezen tegen alle niet-westerse immigranten. Deze nu heersende mengvorm is mooi af te lezen aan het taalgebruik van Wilders die neerkijken en angst aanjagen met elkaar vervlecht" **)





In bovenstaand schema geeft Anne-Ruth aan waar precies de verschillen zitten tussen de twee soorten racisme. Om te beginnen zijn ze van toepassing op totaal verschillende groepen; er is een rechtstreeks verband met de arbeid die zij verrichten en hun economische positie. In samenhang daarmee verschilt het soort vooroordelen dat in omloop wordt gebracht. In het ene geval zijn die minachtend van aard en vooral gericht op lichamelijke kenmerken, in het andere angstaanjagend en vooral gericht op culturele kenmerken. De motieven die men voor die vooroordelen aandraagt zijn volkomen in lijn met wat ze moeten rechtvaardigen: in het ene geval uitbuiting, in het andere uitsluiting.
De verbreiders van het hedendaags racisme dat vergoelijkend ‘islamofobie’ wordt genoemd, zeggen dat zij niets anders doen dan waarschuwen voor de gevaren die zij zien in de islam en dat dat niets met racisme te maken heeft. Maar het is een misvatting dat racisme alleen zou gaan over lichamelijke kenmerken die mensen bij hun geboorte meekrijgen. Ook de culturele kenmerken die mensen tijdens hun leven ontwikkelen zijn al eeuwenlang een probaat middel om groepen te belasteren en buiten te sluiten. Zowel het concurrentieracisme dat handelsminderheden overal op de wereld te verduren kregen (en nog steeds krijgen) als het antisemitisme in vooroorlogs Europa stond bol van de culturele vooroordelen en nooit ontbrak daarin het item religie.
Interessant zijn ook de motieven die mensen doen geloven in vooroordelen, maar die ze liever verborgen houden. Toegeven dat je je graag boven een andere groep verheven voelt, zal niemand gauw doen. En afgunst en jaloezie worden in onze - van concurrentie doortrokken - maatschappij verwerpelijk geacht: wie minder bezit dan een ander heeft dat aan zichzelf te wijten. Deze kapitalistische ideologie werd onlangs treffend verwoord door Mark Rutte van de VVD toen hij een hogere belasting voor de rijken smalend ‘jaloeziebelasting’ noemde. Geen wonder dus als mensen liever dan te laten blijken dat ze bang zijn voor de concurrentiekracht van immigranten, zich laten meeslepen door de aanjagers van angst voor de islam.
Tenslotte het geweld dat hoort bij ieder van de soorten racisme - ook dat verschilt hemelsbreed. Bij het uitbuitingsracisme gaat het om opstandige enkelingen die in het openbaar gestraft worden om de anderen op hun plaats te houden. De groep moet immers in staat blijven het zware werk te doen. Maar bij het culturele racisme is het geweld bedoeld om de groep in zijn geheel te doden of te verjagen. De geschiedenis heeft laten zien dat zulk massaal geweld in gang wordt gezet als er over een groep maar lang genoeg en stelselmatig angstaanjagende kwalificaties in omloop zijn geweest. Niet voor niets beroepen plegers van zulk geweld zich telkens weer op noodweer. En altijd en overal werd zo’n uitbraak van geweld voorafgegaan door een scherpere afbakening van de groep, gepaard aan zinspelingen op verdrijving en een sterkere nadruk op de herkenbaarheid van de groepsleden.
Met hun ogenschijnlijk zuiver economische vraag naar de kosten van alle niet-westerse immigranten en hun nakomelingen, hebben de verbreiders van het hedendaags racisme een groep in de schijnwerpers gezet die herkenbaar is aan zijn huidskleur. Dat belooft niet veel goeds. Maar er is nog tijd. Tijd waarin steeds meer mensen de mechanismen zullen doorzien die werkzaam zijn en kiezen voor een vreedzame toekomst.

(*) Dit verhaal vertelt Anne-Ruth in "De gans eet het brood van de eenden op, mijn kindertijd in een Jappenkamp op Java" dat op dvd te bestellen is of te downloaden via www.cmo.nl/gans

(**) Zie ook artikel in De Volkskrant van 23 januari 2009: http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/2481/Wilders%92_dodelijke_woorden

donderdag, april 29, 2010

Onafhankelijke media slaan handen in elkaar

Stampmedia stapt in een los samenwerkingsverband met MO*, Apache en REKTO:VERSO. Wow. In zee met de zware jongens en meisjes van de journalistiek: met de professionele onderzoeksjournalisten van Apache; met de buitenlandspecialisten van MO*; met de gepokt en gemazelde cultuurvreters van REKTO:VERSO. En wij, het jong gebroed van StampMedia, mogen in dat selecte clubje mee ons ei leggen? Welja… En waarom dan niet? Aan het verschil in journalistieke ambitie zal het niet liggen. Die is doorgaans torenhoog bij de gemiddelde StampMediareporter.

Er wordt gezegd dat het niet goed gaat met de media. Geruchten over de vervlakking en commercialisering van redacties doen de ronde. Journalisten met burn-outs geven massaal lezingen waarin ze kond doen van onhoudbare tijdsdruk op redacties, over marketingmanagers die keuzes opdringen rond onderwerpen, of erger nog, interveniëren in de verslaggeving. Geruchten zijn er ook over opgedraaide eindredacteurs met te veel viagra in hun bloed die koppen boven artikels zozeer ‘opwerken’ dat ze de lading van het stuk eronder niet meer dekken. Enzovoort.
Bij StampMedia weten we niet of dat allemaal klopt. We willen het ook niet weten. Want als onze reporters met media-ambities alleen maar aan de slag kunnen bij de gewaardeerde collega’s van MO*, Apache en REKTO:VERSO, dan is er slechts voor weinigen een carrière in de media weggelegd… En dat is misschien wel een boodschap waar de mediabonzen van deze wereld even een nachtje hun slaap voor moeten laten.
StampMedia levert nieuws aan iedereen. Wij zijn een media-agentschap. En onze reporters zijn stuk voor stuk jonge wolven die het goed voor hebben met de wereld. Nogal wiedes. Het zijn jongeren. Zij moeten nog een leven lang verder. En of ze nu geloven in een maakbare samenleving of niet, om die ietwat belegen uitdrukking nog eens te gebruiken, ze willen er iets van maken. Ze zijn kritisch, betrokken bij wat er gebeurt in hun straat, hun stad, hun wereld. En die wereld zou er baat bij hebben om naar hen te luisteren.
Te meer omdat StampMedia één van de weinige mediaorganisaties is waar je alle soorten mensen terugvindt. Bij ons is diversiteit geen papieren doelstelling. Brede definitie welteverstaan. Diversiteit in kleur, sociale en economische achtergrond, nationaliteit, religie, seksuele oriëntatie enzovoort. Stop dus met het (jonge) mensen aan te rekenen waar ze vandaan komen of welke beperkingen ze meeslepen en begin naar hen te luisteren. Natuurlijk, je moet investeren in opleiding en begeleiding. Maar vooral moet je hen een kans geven hun klok te laten luiden, over wat er in hun leven gebeurt en ook over hoe zij de wereld zien. Op een journalistiek verantwoorde manier, dat spreekt.
StampMedia is opgetogen met het nieuwe samenwerkingsverband. Het nieuws dat wij brengen is heel complementair aan dat onze partners. We betrachten ook dezelfde journalistieke kwaliteitsnormen. En bovendien: de journalisten van MO*, Apache en REKTO:VERSO zijn vakmensen naar ons hart. Ze werken elk voor een project dat een mens hoop geeft voor de toekomst. En dat is wat we nodig hebben. In een interview in Scoop, het Vlaams mediatijdschrift, zei de coördinator van StampMedia het nog zo: “vertrouwen van jongeren moet je koesteren.”

donderdag, januari 21, 2010

Jongeren zijn zuiplappen

De media hebben zo hun dankbare clichés. Jongeren en alcohol bijvoorbeeld. Twee begrippen met een ongemakkelijke relatie maar waarvan de veronderstelde samenhang als zoete koek door de strot van de goegemeente kan geramd worden. Succes verzekerd voor iedereen die snel en veel aandacht wil. Test-Aankoop deed het nog eens. En de media volgde.

Een magazine zoals Test-Aankoop pakt met de regelmaat van een klok uit met de resultaten van eigen onderzoek. Doel: het verkopen van hun magazines. In dit geval de ‘Test-Gezondheid’ van februari die binnenkort in de krantenwinkel ligt. Ze onderzochten hoe gemakkelijk jongeren aan sterke drank geraakten en stuurden vier jonge mensen (twee 14-jarigen en twee 16-jarigen) op pad om één en ander te gaan uitproberen. Het resultaat was voorspelbaar: de overgrote meerderheid van caféhouders en (nacht)winkeliers draaiden hun hand er niet voor om om de kinderen met wodka en alcoholpops te laten buitenwandelen.
In het persbericht legt Test-Aankoop uit wat de bedoeling is van het onderzoek: de laksheid van winkeliers en cafébazen aanklagen en ook de rol van de marketingsector. Deze laatste promoot alcohol via filmpjes en games en het internet. Wat is daar mis mee, hoor ik u denken. Om dat te weten (her)lees je best de kranten die vandaag massaal het bericht overnamen dat Belga schreef over het onderzoek. “Minderjarigen raken al te makkelijk aan sterkedrank”, “Minderjarigen raken probleemloos aan sterke drank” enz. Vergezeld van een leuke foto van een jong meisje met een ‘alcoholpop’ aan de lippen. De sprong van ‘jongeren komen te makkelijk aan sterke drank’ naar ‘jongeren grijpen makkelijk naar de fles’ is snel gemaakt. Vooral omdat iedereen overtuigd is van het laatste. Nochtans staat er in hetzelfde persbericht van Test-Aankoop: “ Onderzoek van de VAD, de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen, toont aan dat tieners niet op steeds jongere leeftijd beginnen met drinken, in tegenstelling tot het beeld wat vaak wordt opgehangen. In 2000 had bij de 12- tot 14-jarigen 80 % al ooit alcohol gedronken. In 2008 was dat gezakt tot 62 %. “ Deze niet onbelangrijke vaststelling haalde echter geen enkele krant.
Kijk, dat is nu één van de eigenaardigheden van clichés. Hoe vaak je ze ook herhaalt, je hebt nooit het gevoel dat je in herhaling valt. Dat is het voordeel ervan voor nieuwsmakers. Je kan scoren zonder veel moeite te doen. En lezers zijn ook tevreden, want ze voelen zich bevestigd in hun overtuiging. Even een greep uit het recente verleden. Begin oktober 2009 organiseerde ook Radio Contact en OIVO een gelijkaardig onderzoek met identieke resultaten. Het staat in haast alle kranten. In februari 2006 had OIVO al eens hetzelfde onderzocht, met weer hetzelfde resultaat. Dankbare ‘content’ voor de media.
Misschien lieten de winkeliers het wel zo makkelijk toe, omdat ze zo zelden met de vraag geconfronteerd worden? Wie zal het weten? Zou het geen goed idee zijn om eerst eens te onderzoeken hoe vaak jongeren effectief sterke drank gaan kopen voor eigen consumptie… De meeste dronken mensen die ik tegenkom in de stad zijn alvast geen jongeren onder de 18.
Pas je onderzoeksmethode aan en je komt tot andere resultaten: in plaats van strafbare zaken uit te lokken door minderjarigen op pad te sturen zou men ook volwassen en anonieme controleurs naast de kassa kunnen posteren. Je zou hen twee dingen kunnen laten noteren: hoeveel jongeren komen sterke dranken kopen en krijgen ze die dan ongestraft mee. De resultaten zouden wellicht minder spectaculair zijn, maar tenminste nuttige informatie opleveren.

zaterdag, oktober 31, 2009

Jongeren willen weten vanwaar hun leeftijdsgenoten komen

De stilte heeft nu lang genoeg geduurd. Tijd om weer on-line te zijn. En met StampMedia als nieuwe werkstek zal dat als vanzelf gebeuren. Nu mijn eerste maand als kersverse hoofdredacteur van het persagentschap dóór jongeren vóór iedereen erop zit schreef ik mijn eerste opinie: "Jongeren willen weten vanwaar hun leeftijdgenoten komen."

Oh ja, wat ik de voorbije tien maanden uitgevreten heb? Daarover binnenkort meer.

dinsdag, maart 10, 2009

Nieuw Amnesty rapport bewijst Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza

Israël schendt herhaaldelijk het oorlogsrecht en lapt de mensenrechten aan haar laars. Dat is nu onomstotelijk aangetoond in een nagelnieuw Amnesty-rapport: Fuelling Conflict. We wisten al langer dan vandaag dat Israël massaal veel militaire steun krijgt en dat er veel wapens naar Israël worden geëxporteerd, vooral van de VS, maar vanuit ook Europese landen. We wisten ook al langer dat Israël herhaaldelijk de mensenrechten en het oorlogsrecht schendt. Het Amnesty-rapport legt nu, op basis van een degelijk onderzoek en bewijzen die hun fact finding missie op het terrein verzamelde, bloot welke wapens werden gebruikt om welke schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht te plegen en waar die wapens precies vandaan kwamen.

Amnesty lanceert een online petitie om onze minister te vragen druk uit te oefenen op de VN. Die moet een volledig wapenembargo afkondigen.

Met dit rapport in de hand kan, in de nasleep van de vreselijke gebeurtenissen in Gaza, de druk worden opgevoerd voor:
* een grondig, onafhankelijk en onpartijdig onderzoek naar schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht,
* een VN Veiligheidsraad wapenembargo tegen Israël, Hamas en andere Palestijnse gewapende groepen, tot er effectieve mechanismen opgestart zijn om te verzekeren dat wapens of munitie en ander militair materiaal niet gebruikt zullen worden om zware schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht te plegen én totdat er rekenschap werd afgelegd voor oorlogsmidsaden,
* een unilaterale stopzetting van wapentransfers aan Israël, Hamas en andere gewapende groepen, tot er geen substantieel risico meer is dat deze wapens gebruikt gaan worden voor ernstige schendingen van het humanitair recht en zware mensenrechtenschendingen,
* een effectief globaal wapenhandelverdrag, dat inhoudt dat alle staten wapentransfers zullen voorkomen, waar er een substantieel risico is dat die wapens gebruikt zouden worden voor zware schendingen van het humanitair recht en de mensenrechten

maandag, maart 09, 2009

Zembla reportage: Geen geld voor Gaza

Een nieuwe reportage van de Nederlandse onderzoeksjournalisten van Zembla. Dit is onthullende journalistiek (voor wie het nog niet wist) van de bovenste plank. De (zoveelste) verwoesting van civiele infrastructuur van Gaza. Israël vernield en wij betalen. Net zoals vorige keer en de keer daarvoor en de keer daarvoor. Al 42 jaar lang. En ondertussen knijpen ze de economie dood. 90% van de bevolking is nu afhankelijk van voedselhulp. En zelfs die raakt nauwelijks binnen.

Dit is de beste Nederlandstalige reportage die ooit gemaakt is over wat er écht gebeurt in Gaza. Je kan ze bekijken op de site van Zembla. Doen en je trekt grote ogen.

vrijdag, januari 23, 2009

Wilders’ dodelijke woorden

Woensdag 21 januari besloot in Nederland het Hof van Amsterdam dat de rechter toch moet beoordelen of het Tweede Kamerlid Wilders met zijn uitspraken over moslims haat heeft gezaaid tegen een bevolkingsgroep. Omdat Kamerleden binnen het parlement onschendbaar zijn, kijkt de rechter vooral naar wat hij gezegd heeft buiten het parlement. Maar de teksten die Wilders uitsprak in het parlement zijn minstens zo interessant, vooral de manier waarop hij zijn verschillende typeringen van moslims combineert. Anne-Ruth Wertheim schreef een interessante opinie voor de Volkskrant waarin ze Wilders's discours in het Nederlandse parlement analyseert. Ze toont aan dat Wilders woorden gebruikte die aanzetten tot geweld en plaatst die praktijk in de geschiedenis van een lange traditie van haat-predikers en waartoe dat kan leiden.